Eerdere vieringen

Vieringen in Kathedraal Rotterdam

Op deze pagina staan opnames van eerdere vieringen en de bijbehorende preken. Indien u meer preken en columns van plebaan Hagen wilt lezen dan kunt u terecht op hagenpreken.nl.

Via onderstaande link kunt u deelnemen aan de collecte. U kunt via de link ook deelnemen aan de Adventsactie. Hartelijk dank voor uw bijdrage.

Deelnemen aan de collecte

Hoogfeest Doop van de Heer

Zondag 9 januari 2022

Celebrant: Pastoor B. Bosma

Op het feest van de Doop van de Heer mogen we denken aan ons eigen doopsel. Door Jezus mogen ook wij God ‘onze Vader’ noemen en zijn wij kinderen geworden van het Nieuwe Verbond.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 40, 1-5. 9-1
  • Tussenzang: Psalm 29 (28), 1a en 2. 3ac-4. 3b en 9b-10
  • Tweede lezing: Titus 2, 11-14; 3, 4-7
  • Alleluja: Marcus 9, 6
  • Evangelie: Lucas, 3, 15-16. 21-22

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Bosma zijn eigen preek voorgedragen.

“Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Dit is wat Jezus hoort als Hij uit het water opstaat. En er kwam een stem uit de hemel die dit zei; de stem van de Vader.

We zijn getuige van een heel persoonlijk moment. Zo schetst de evangelist Marcus het. De hemelse Vader zegt tegen Jezus: “Jij bent mijn Zoon; in jou heb ik welbehagen”. Mocht iemand hebben gedacht dat Johannes de Doper de Messias zou zijn, mocht Jezus dat in alle bescheidenheid ook hebben overwogen, dan breekt hier de hemel open. Johannes had het al gezegd: “Na mij komt die sterker is dan ik, en ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.”

Waarom laat Jezus zich dopen en waarom klinkt nu, precies op dat moment de stem van de Vader? Eerst moeten we ons bewust zijn wat de doop van Johannes betekende. Bij de doop in de Jordaan ging je helemaal onder in het water. Johannes nodigde je uit om daarbij je zonden te belijden. Er is een hele rij mensen die een voor een in de rivier afdaalt om kopje onder te gaan, de zonden te belijden en als nieuw geboren uit het water op te rijzen. Jezus gaat in die rij staan. Hij voegt zich in de lange rij van mensen in onze geschiedenis en generaties. Hij gaat de weg van alle mensen, in eenvoud, bescheidenheid, nederigheid. Hij die geen zonde heeft gedaan, voegt zich in de rij van de zondaars.

Deze gang naar het doopsel van Johannes is een voorafbeelding van zijn kruisdood, als Jezus letterlijk de dood van de zondaars sterft. Op het kruis zal Hij uitroepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Marcus 15, 34). De tegenhanger vinden we hier als de Vader Hem zijn nabijheid toont en zijn bevestiging: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen.”

Jezus gaat de weg van Israël, van Gods Volk en daarmee gaat Hij de weg van alle mensen. Daarbij zijn momenten van intense godsverbondenheid en ook van godsverlatenheid. Die verbondenheid staat aan het begin van zijn openbaar leven. Die verbondenheid is nodig om later in de momenten van Godsverlatenheid stand te kunnen houden. Bij Jezus was het moment van de godsverlatenheid zijn moment in de Hof van Olijven en daarna stervend aan het kruis. Maar die godsverlatenheid kan in een mensenleven op verschillende momenten zijn. Er zijn heiligen die juist in hun sterven intens verbonden waren met God en tijdens hun leven diepe godsverlatenheid hebben ervaren.

Vandaag, bij zijn doopsel, ervaart Jezus een intense bevestiging van zijn hemelse Vader. Die bevestiging heeft Hij nodig als mens, want Hij maakt ook tegenslagen en beproevingen mee. Meteen na zijn doopsel door Johannes de Doper, zal Jezus de woestijn ingaan en de beproevingen van de Duivel ervaren. Hij kan dan teren op deze ervaring bij zijn Doopsel. Wetend dat de vader in Hem zijn welbehagen heeft.

Maar waar slaat die bevestiging van God de Vader op? Waarin weet Jezus zich nu bevestigd? Het is omdat Hij bereid is de weg te gaan zij aan zij met de zondaars. Dat Hij zich niet schaamt voor zondaar te worden aangezien. Dat Hij de zondaars niet ziet als afgeschreven, maar als mensen die een dokter nodig hebben, een heelmeester. Dat is een andere mentaliteit dat je bij de Farizeeën en veel schriftgeleerden tegenkomt. Een houding die je ook gemakkelijk in de Psalmen en in andere teksten bevestigd kan zien. Op het moment dat Jezus zich voegt in de stroom mensen die naderen tot Johannes in de Jordaan, heeft Hij zijn keuze voor de zondaars gemaakt. Daarmee heeft Hij meteen ook zijn kruisdood aanvaard, want dat is de weg die daarmee zal gaan. In het water ondergaan is symbolisch sterven. Uit het water opstaan is symbolisch verrijzen. Deze ervaring gaat vooraf aan wat drie jaar later zal gebeuren, als Jezus opstaat uit het graf. Dan zegt de Vader opnieuw: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen” en staat Jezus op uit het graf.

Wij zijn hier samen als gedoopten, ook wij zijn door het water gegaan. Over ons is daarbij de Naam van de Drie–ene God afgeroepen. Daarmee heeft God ook tot ieder van ons gezegd: “Jij bent mijn kind, mijn veelgeliefd kind; in jou heb Ik welbehagen.” Ook voor ons is het doopsel een afleggen van het oude leven, de oude mens en een opstaan tot nieuw leven als een opnieuw geboren kind van God. Ons doopsel helpt ons in de momenten van Godsverlatenheid, om vol te houden. Weten dat je Gods kind bent, ook als je dat op sommige momenten niet kunt ervaren is een grote kracht, het is de kracht van het geloof, juist dan wanneer het gevoel, de beleving, de godservaring ontbreekt.

Het zou mooi zijn geweest wanneer we aan het begin van de viering rond hadden kunnen gaan met de besprenkeling met het doopwater. Daarbij zou dan het oude gezang Asperges Me, hebben kunnen klinken of een lied dat verwijst naar het doopsel. Dat kan nu niet vanwege de coronapandemie. Maar thuis kunt u wel een kruisteken maken met het doopwater, het wijwater. Als u dan een kruissteken maakt, herhaalt u de Naam van de Drie-ene God waarin u bent gedoopt, in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Weet dat God de vader u aanziet als zijn kind. Dat mag u helpen om alle mensen als kinderen van God te zien en de liefde te bewaren. Amen.

Hoogfeest van de Openbaring des Heren, Driekoningen

Zondag 2 januari 2022

Celebrant: mgr. Van den Hende

We vieren Driekoningen, de openbaring van de Heer. Christus is het licht voor alle volken. De drie wijzen uit het Oosten vertegenwoordigen samen alle volkeren van de hele wereld. Zij komen tot Christus om Hem hulde te brengen. Wat toen gebeurde in het verleden is tegelijk een visioen over de toekomst. In deze Eucharistieviering bidden wij dat ooit alle volken Christus zullen eren en erkennen als Zoon van God en Redder van de wereld.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 60, 1-6
  • Tussenzang: Psalm 72 (71), 2, 7-8, 10-11, 12-13
  • Tweede lezing: Efeziërs 3, 2-3a. 5-6
  • Alleluja: Matteüs 2, 2
  • Evangelie: Matteüs 2, 1-12

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft de bisschop zijn eigen preek voorgedragen.

Drie wijzen uit het Oosten hebben een bijzondere ster gezien. Maar wie gelooft vandaag de dag nog in sterren? Er zijn mensen die graag en dikwijls een horoscoop raadplegen, maar vanuit gelovig standpunt hechten we er geen waarde aan en sinds Copernicus en Gallilei speelt de horoscoop geen rol in de wetenschap. Is het dan niet vreemd dat zij een ster volgen, in de sterren zoeken naar een teken? Ze zeggen: “... wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” Dan lezen we: “En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond stil bleef staan”.

Een ster die verschijnt en weer verdwijnt, die zich beweegt en die dan stil blijft staan. Dat is geen gewone ster. Moderne wetenschappers hebben er allerlei theorieën op los gelaten, was het een komeet, een supernova, of was het een samenstel van verschillende sterren die even in elkaars verlengde stonden. Deze tekst in het Evangelie weerspiegelt een verhaal dat Matteüs heeft gehoord. Het is niet mogelijk om te achterhalen wat die ster nu echt was.

Het gevaar bestaat ook dat we teveel met die ster bezig zijn. Want wat betekent die ster? Een ster staat symbool voor licht in de nacht. Deze wijzen zijn niet zomaar astronomen of astrologen, het zijn mannen die zoeken naar betekenis, ze verwachten iets. Ze zien in de ster het symbool van een koning. Als de ster verdwijnt gaan ze naar het hof van koning Herodes. Maar dan ontdekken ze dat ze daar niet moeten zijn. Ze ontdekken wel iets anders.

Daar aan het hof van Herodes maken ze kennis met de Bijbel, met hogepriesters en schriftgeleerden. Ze maken er kennis met de profeten van Israël. Daarna gaan ze op weg naar Bethlehem, niet omdat de ster hen daarheen heeft gebracht, maar omdat de schriftgeleerden Bethlehem genoemd hebben als de plaats van waaruit een leidsman tevoorschijn zal treden, een die herder zal zijn over het volk Israël. Ze gaan naar Bethlehem omdat Herodes hen daarheen stuurt met de opdracht een grondig onderzoek in te stellen.

Wanneer ze weer op weg gaan, dan zien ze opnieuw de ster. Maar de ster verandert. Eerst zagen ze zijn ster in het oosten. Nu wordt het een ster die zich richting Bethlehem beweegt en die op een goed moment stil blijft staan. De ster bevestigt zo het woord uit de Bijbel. Dan zien ze het Kind en zijn moeder Maria. Ze brengen het hun hulde en bieden hun geschenken aan.

Veel theologen hebben zich afgevraagd hoe historisch deze beschrijving is. Het is duidelijk dat in die tijd er een verwachting onder de mensen leefde dat er een messias zou optreden. Een aantal jaren voor Jezus trad een zekere Teudas op (Handelingen 5, 36) en aan Johannes de Doper vroegen ze of hij de messias was (Johannes 1, 19-21). Daar was Herodes bang voor, bewegingen rondom messiassen, vooral uit het geslacht van David zijn, oude adel met aspiraties voor de troon, broeinesten van onlusten en verzet. Herodes mag van de Romeinen heersen in het land, als hij de rust weet te bewaren.

In Jeruzalem ontstaat tumult door het verhaal van deze drie wijzen. Je kunt je voorstellen hoe dat gaat, een verhaal over een ster in het Oosten, over de geboorte van een koning. Profetieën, oude dromen, angst voor onlusten. Dat is niet verzonnen door Matteüs, dat is wat er gebeurde.

Toch is dit allemaal nog maar de buitenkant, want die wijzen maken een verandering door. Ze volgden het licht van een ster, maar ontdekken een ander Licht. Jezus zal later zeggen: “Ik ben het Licht der wereld” (Johannes 8, 12). De wijzen zochten een aardse koning en een aards koningschap, maar ze ontdekken een ander Koningschap dat niet van Herodes en de Romeinen is. Jezus zal later zeggen: “Mijn koningschap is niet van deze wereld” (Johannes 18, 36). Door de Schriftgeleerden aan het hof van Herodes leren ze het Woord van de Schrift kennen; Gods Woord. Nu ontdekken ze dat het Woord Vlees geworden is (Johannes 1, 14). De wijzen uit het Oosten maken zo zelf een verandering door. Zij hebben een ander licht ontdekt en een ander koningschap. Door het Woord in de Schrift gaan zij open voor het Woord dat God zelf spreekt, Gods Woord is waarheid en net als Jozef gaan zij open voor het woord van de engel die hen in een droom verschijnt. Zij gaan niet terug naar Herodes maar volgen nu een andere weg, Christus is hun weg geworden.

De weg die de wijzen uit het Oosten hebben afgelegd begon als een aardse weg, het werd een geestelijke weg. Het begon als een wetenschappelijke expeditie, vanuit hun kennis van astrologie, een expeditie met politieke implicaties. Zo kwamen ze aan het hof van Herodes. Hun tocht veranderde. De expeditie werd een pelgrimage waarin zij ontdekten dat God Mens geworden was. Zij hadden gaven bij zich, goud, wierook en mirre,het werden symbolen voor Het nieuwe koningschap van Gods Zoon die zou lijden voor ons. Daarna vertrokken zij met een nog grotere schat, die andere rijkdom, want aardse wetenschap had plaats gemaakt voor geloof en het luisteren naar aardse stemmen had plaats gemaakt voor het innerlijk luisteren naar Gods Stem.

Het verhaal van de wijzen uit het Oosten is opgeschreven opdat onze aardse levensweg een pelgrimage wordt naar Gods Koninkrijk. Als wij onze aardse rijkdom kunnen loslaten en als gave aanbieden aan God, ontvangen we een God Zelf. Wanneer we door het aardse licht van de wetenschap komen tot Christus, ontdekken we nieuw licht dat heel ons leven verlicht en komen we van aards leven tot eeuwig leven. Amen.

Hoogfeest van Maria, Moeder van God

Zaterdag 1 januari 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Zalig Nieuwjaar. We beginnen 2022 met een feestdag ter ere van Maria de Moeder van God. De liturgie biedt ons de zegen van Aäron aan en met de herders gaan we op bezoek in de stal. Zo zijn we samen op weg met de Heilige Familie en met de herders in Gods Kerk. Dat doen we in deze Eucharistieviering om dit nieuwe jaar goed te beginnen.

Van deze viering is helaas geen livestream beschikbaar. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Numeri 6, 22-27
  • Tussenzang: Psalm 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8
  • Tweede lezing: Galaten 4, 4-7
  • Alleluja: Hebreeën 1, 1-2
  • Evangelie: Lucas 2, 16-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot”. Dat zei Elisabeth toen Maria bij haar kwam. Gezegend zijn. De eerste lezing van vandaag toont ons de zegen van Aäron. Elke Mis eindigen we met de zegen. Door de week zegenen we na de aanbidding met het H. Sacrament, we zegenen rozenkransen en beeldjes, we zegenen huizen om in te wonen en auto’s om in te reizen, we vragen soms om een persoonlijke zegen bij een verjaardag of voor een examen, ouders zegenen hun kinderen met een kruisje voor het slapen gaan.

Op dit hoogfeest van Maria Moeder van God, vragen wij God om zijn zegen over dit nieuwe jaar. Misschien maakt u plannen en hebt u voornemens gemaakt. Wanneer we daar de zegen op betrekken worden we ons bewust dat alles aan Gods zegen gelegen is. Er is zoveel dat we niet in de hand hebben, dat we ons bewust worden dat we Gods zegen hard nodig hebben.

Vandaag bidden we bijzonder op voorspraak van Maria. Zij is de gezegende onder de vrouwen. In haar zijn wij gezegend. Gezegend is de vrucht van haar schoot, Jezus de Christus. Zo is ook de Kerk gezegend en al haar kinderen, dat zijn ook wij.

Dit jaar mag zo een jaar zijn waarin we in de leer gaan bij Maria. God zegent, de kunst is dat we ontvankelijk zijn voor die zegen, dat we meewerken met zijn zegen, dat we zien waarin Hij ons zegent, wat Hij zegent, zodat we niet verkeerde keuzes maken die Hij niet kan zegenen.

In de leer gaan bij Maria betekent ook haar navolgen, zoals we vandaag in het Evangelie lezen, dat zij al deze woorden in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog. Maria mediteerde, bad, dacht na, zij was een wijze vrouw, een wijze moeder. Wij mogen leren van haar wijsheid.

We ezen ook dat zij verwonderd stonden, zij, Maria en Jozef. Niets is vanzelfsprekend, op onze weg met God mogen we steeds verwonderd staan, ook al weet je van Gods grootheid en Voorzienigheid, toch steeds weer die verwondering om alles wat Hij doet in ons leven.

Maar vandaag mogen we ook leren van de herders. Zij haastten zich naar Bethlehem. Nu zeggen wij: Haastige spoed is zelden goed, maar soms moet je je wel haasten, wanneer God heeft gesproken. Dat doen de herders, als zij de Blijde Boodschap vernemen, haasten ze zich. Zo mogen wij leren te luisteren naar Gods ingevingen, Gods Woord in ons hart, om ons daarna te haasten te doen wat God ons ingeeft.

Maar ook van Sint Jozef mogen we leren. Hij is erbij en toch ook steeds op de achtergrond, we horen hem niet spreken, maar zonder zijn aanwezigheid zou alles niet zo gaan als het moet. Hij is ook gehoorzaam aan Gods Woord, zo noemen zij het Kind Jezus, zoals het door de engel was genoemd.

We beginnen het nieuwe jaar met dit hoogfeest van Maria, Moeder van God. Haar moederschap omvat de hele schepping omdat uit haar de Heer van de schepping mens is geworden. Zo mag zij ook moeder zijn voor onze parochie en onze gezinnen, we mogen bij haar te raden gaan met onze plannen. We mogen bij haar tot rust komen met onze zorgen. We mogen onze kinderen en kleinkinderen bij haar brengen en aan haar toevertrouwen, opdat ook kinderen en kleinkinderen gezegend zijn.

Als we dan met de zegen van Aäron bidden dat de Heer de glans van zijn gelaat naar ons mag keren, dan denken wij aan het Kind van Maria, aan Christus, onze Heer. Op de berg werd zijn gelaat glanzend. Wij vragen dat het licht van Christus gelaat onze dagen en onze wegen mag verlichten. En als we bidden dat de Heer zijn gelaat naar ons mag keren, dan zijn we ons bewust dat God in Christus ons zijn gelaat toont, maar dat we hem ook steeds mogen herkennen in de naaste, dat God ons in de naaste ook zijn gelaat naar ons keert.

Dit jaar wordt ook een voorbereidingsjaar voor de Synode van 2023. Daarover willen we ook Gods zegen vragen, dat we weer meer en meer leren samen te werken, samen als gemeenschap – Communio – samen als actieve gelovigen die deelnemen aan het keven van de Kerk – participatio – en samen erop uit trekkend om het Evangelie te verkondigen en goede werken te verrichten – Missio.

Over dat alles vragen wij Gods zegen, op voorspraak van de Moeder Gods Maria. Amen

Feest van de Heilige Familie

Zondag 26 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Omdat Kerstmis op zaterdag viel, vervalt dit jaar tweede kerstdag en vieren we deze zondag meteen het feest van het Heilig Huisgezin. Dit feest valt bovendien samen met het ‘Jaar van het Gezin’ dat nog doorloopt tot half volgend jaar. Vandaag mogen we daarom nadenken over dit gezin van Nazareth, dat tegelijk zo bijzonder en toch ook heel gewoon was. Zoals ook deze Eucharistie heel gewoon maar toch ook altijd heel bijzonder is.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Samuël 1, 20-22. 24-28
  • Tussenzang: Psalm 84 (83), 2-3, 5-6, 9-10
  • Tweede lezing: 1 Johannes 3, 1-2. 21-24
  • Alleluja: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Lucas 2, 41-52

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Precies een jaar geleden, op het feest van de H. Familie in 2020 kondigde Paus Franciscus een jaar van het gezin aan. Dat begon afgelopen jaar op 19 maart, op het feest van Sint Jozef. Het was tegelijk ook een Jozefjaar. Het Jozefjaar is deze maand vrij geruisloos geëindigd op 8 december. Het jaar van het gezin loopt nog door tot de viering van de tiende Wereldgezinsdag, op 26 juni 2022 in Rome. Mochten er hier gezinnen zijn die nog niet weten wat ze deze zomer eind juni willen doen, dan kunnen ze overwegen om mee te doen met de wereldgezinsdagen in Rome.

Paus Franciscus kondigde dit jaar van het gezin aan vijf jaar na het verschijnen van de exhortatie Amoris Laetitia en dat is niet toevallig. Paus Franciscus herinnerde eraan dat het verschijnen van de Exhortatie Amoris Laetitia in 2016 werd overschaduwd door allerlei discussies in de media die van het eigenlijke onderwerp afleidden. Belangrijk hierin is hoofdstuk 9 van deze exhortatie over de spiritualiteit van Huwelijk en Gezin.

Dit is een opmerkelijk hoofdstuk. We zijn gewend te spreken over de spiritualiteit van de Franciscanen of de Jezuiten of de Benedictijnen of van de zusters van Moeder Teresa of van de Clarissen en nog veel meer. Maar altijd gaat het dan om een orde, een congregatie of een beweging in de Kerk. In deze Exhortatie spreekt de paus voor het eerst zo uitgebreid over de spiritualiteit van het Huwelijk en het Gezin. Daarbij gaat dan over gewone parochianen, gewone gezinnen die uitgenodigd worden de weg van het gezin tot een weg met God te maken.

In deze exhortatie spreekt Paus Franciscus heel realistisch, hij is zich zeer bewust van de weerbarstigheden van het gezinsleven. Zo schrijft de paus, dat geen enkel gezin “een volmaakte en voor eens en altijd pasklare werkelijkheid is, maar dat het een geleidelijke ontwikkeling van het eigen vermogen om lief te hebben vergt”. De paus wijst er ook op, dat het in onze gezinnen niet is als in de hemel. Hij zegt, dat we er mee moeten op houden om “van de onderlinge menselijke relaties een volmaaktheid, zuiverheid van intenties en een coherentie te verwachten die wij alleen in de hemel zullen kunnen vinden”.

De paus heeft dus oog voor de hobbels van het gezinsleven, daarbij wijst de paus op de weg van geloof, hoop en liefde en van geestelijke groei als gezin. Als gelovigen zijn we allemaal op weg, en dat zijn we ook als gezin. De Kerk is synodaal en het gezin is bij uitstek synodaal. Je bent samen op weg als echtpaar, als gezin, samen met God en elkaar, samen met de Heilige Geest die ons samenhoudt.

De spiritualiteit van het gezin is een spiritualiteit van het omgaan met onvolmaaktheden. Wie wat langer meedraait in deze wereld is zich ongetwijfeld bewust geworden van de eigen tekorten en die van anderen. Spiritualiteit moet daarom met beide voeten in deze werkelijkheid staan. Paus Franciscus gaat in op de houding tegenover de ander vanuit onze relatie met God. Hij spreekt over een belangrijk keerpunt in de liefde van het echtpaar: “wanneer ieder ontdekt dat de ander niet van hem is, maar een veel belangrijkere eigenaar heeft, zijn enige Heer”. Hij noemt dit “spiritueel realisme”, waarbij “de partner niet pretendeert dat de ander volledig voldoet aan zijn wensen”. Hij wijst erop dat het goed is om een bepaalde “desillusie te ervaren betreffende de ander, waardoor we ophouden om van de ander te verwachten wat alleen maar eigen is aan de liefde van God”. Het gaat hierbij dus om het besef dat de ander niet volmaakt is.

We leven nog steeds in coronatijd, dat hindert ons om gemakkelijk bijeenkomsten te organiseren. Maar we hebben niet willen wachten en zijn begonnen met gezinscatechese. Kleinschalig, het mag langzaam groeien. We gaan daarin ook zoeken naar mogelijkheden om hoofdstuk 9 van Amoris Laetitia uit te diepen. We willen als parochie met de gezinnen op weg gaan. Hoever we volgend jaar komen is nog niet duidelijk, maar to eind juni is er nog dit jaar van het gezin en dat stimuleert ons om samen aan de slag te gaan, zodat er iets kan groeien dat ook de komende jaren verder kan.

Vandaag op het feest van de Heilige Familie mogen we ons in ieder geval bewust zijn van het feit dat God zijn Zoon deed mens worden in een gezin. Daarmee bevestigt God het scheppingsverhaal, de natuurlijke setting van een vader en een moeder. En wat de maatschappij ook bedenkt, of welke alternatieve vormen er ook worden erkend in de wet. Voor de Kerk zal dit steeds het uitgangspunt zijn. Toch moeten we niet alleen daar onze aandacht op vestigen. Een gezonde natuurlijke setting bevordert de kansen van kinderen om op te groeien tot evenwichtige volwassenen. Maar dat Jezus zich kon ontplooien tot onze Verlosser heeft ook alles te maken met het gelovige klimaat in het gezin van Nazareth.

We weten dat aanleg en opvoeding beide voor 50% van invloed zijn op de ontwikkeling van een persoon. Ook voor Jezus was zijn opvoeding belangrijk. De gelovige sfeer bij Jozef en Maria thuis heeft Hem geholpen zijn bijzondere relatie met God de Vader te ontwikkelen, maar ook zijn houding tegenover armen, zieken en zondaars, zijn vergevende houding, zijn bereidheid mensen aan te raken die genezing nodig hadden. De spiritualiteit van het gezin van Nazareth mag ons helpen een gezonde spiritualiteit van het gezin te ontwikkelen. We bidden dat daar zegen op mag rusten. Amen

Kerstmis - Hoogfeest van de geboorte van onze Heer

Zaterdag 25 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Het is Kerstmis. Dat lieflijke feest draagt een diep mysterie in zich. Johannes speurt daarnaar als hij zijn Evangelie schrijft. In het begin was het Woord en het Woord is Vlees geworden. Dat Woord gaan we opnieuw beluisteren en tegelijk ontvangen als Hij in deze Eucharistie opnieuw in ons midden komt met de gave van zijn Lichaam en Bloed.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 52, 7-10
  • Tussenzang: Psalm 98 (97), 1, 2-3ab, 3cd-4, 5-6
  • Tweede lezing: Hebreeën 1, 1-6
  • Alleluja: Wij staan in het volle licht van …
  • Evangelie: Johannes 1, 1-18 of 1-5. 9-14

Klik hier en scroll naar 'Dageraadsmis' voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. De Evangelist Johannes heeft niets geschreven over Kerstmis, niets over de engel bij Maria, niets over de engel in de droom bij Jozef, niets over de herders of de koningen. Waarom niet? Misschien vond hij het niet nodig omdat Matteüs en Lucas hier al over hadden geschreven. Johannes wordt vergeleken met een adelaar, hoog in de lucht overziet hij het geheel, terwijl hij met een scherpe blik het kleinste detail op aarde waarneemt. Zo overziet hij het leven van Jezus en kijkt terug naar het allereerste begin.

Wie is Jezus? Wie is Hij van wie we vandaag de geboorte herdenken? Kunnen wij de diepte van zijn persoon peilen? Waar komt Hij vandaan? Waar ligt zijn oorsprong? Dat mensenkind dat in die kribbe ligt, zo gewoon, een baby, welk geheim schuilt daar diep van binnen?

Johannes zegt het zo: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid.” Het Woord waarmee God het heelal geschapen heeft, zoals we lezen in het boek Genesis, dat woord, want God sprak en het was er. God sprak en er was licht, God sprak en er was leven. Dat Woord, waardoor God alles heeft geschapen, dat Woord dat vervuld is van goedheid en liefde, dat Woord dat kracht heeft en tijd schept, dat Woord dat genezing brengt en vergeving, dat Woord van wijsheid en waarheid; dat Woord is vlees geworden, is Mens geworden, is onder ons komen wonen; Hij heeft zijn tent in ons midden opgeslagen om met ons door de woestijn van ons bestaan mee te trekken, dat Woord is God, dat Woord is de Zoon, dat Woord is Jezus, het Woord is Vlees geworden.

Vanuit dat inzicht zijn de mozaïeken in de koepels van kerken gemaakt, als een eer aan Hem die zetelt aan God rechterhand. Vanuit dat besef over wie Hij is, kozen keizers voor Christus en werd het Christendom de godsdienst van heel het Westen. Jezus. Wie is Hij, van wie we vandaag de geboorte vieren, dat feest dat over heel de aarde wordt gevierd, ondanks corona, ondanks politieke spanningen, ondanks economische problemen. Wie is Hij?

Het is in ieder geval duidelijk dat Jezus van zichzelf wist wie Hij was. Hij is één met de Vader. God is zijn Vader. Alles in Hem ademt God. Heel zijn wezen is één met de Vader. Gods Geest is zijn Geest, God is zijn denken en doen, zijn spreken, zijn zitten en staan, zijn rusten en op weg gaan, alles is uit God en met God en in God. Niets in Hem is zonder God. En dat weet Hij. En dat was ook precies wat wij nodig hadden.

Want al ons denken over God, is en blijft mensenwerk. Kijk naar al die godsdiensten, al die godenbeelden uit het verleden, Zeus en Jupiter, Wodan, Thor en Freija, Astarte, of Tawaret en Hathor. Die eindeloze rij van kleine en grote goden en mythische verhalen, allemaal menselijke pogingen om iets van God in de wereld te beschrijven, om iets van een band met God op te bouwen, maar allemaal tevergeefs. Dat is God niet, zo is God niet.

En onze tijd. Is het moedeloosheid of arrogantie, dat het atheïsme zoveel invloed heeft? Het atheïsme zet al die menselijke bedenksels opzij, maar gaat ineens een stuk verder, schiet door, zelfs die intuïtie over God die je in alle tijden en culturen tegenkomt, zetten ze opzij. ‘God bestaat niet’, is de stelling en daarmee kan je niet alleen alle goden en afgoden in het museum plaatsen. Zo kan je ook alle discussies en ruzies over godsdiensten beëindigen. God bestaat niet. Niet dat die stelling de diepste vragen beantwoordt, maar het kan aantrekkelijk lijken als een makkelijke en radicale oplossing.

Wij hebben een wonderlijk geloof. En ik ben ervan overtuigd dat inderdaad op de lange duur alle godsdiensten met al die verschillende godenbeelden gaandeweg in de musea belanden, dat ze eens allemaal deel worden van een cultuurgeschiedenis als stappen in de evolutie van ons denken. Wat zal er dan op de duur van godsdienst overblijven, als als die ideeën over God, al die beelden, achterhaald blijken, want je kunt God niet zien. Daarmee eindigt ook het Evangelie van vandaag: “Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.”

Onze toekomst is dit: Alleen God met een menselijk gezicht, alleen God die onder ons komt wonen, alleen God die ons leven en ons lijden deelt, alleen God die niet slechts voor en boven de tijd is, maar die ook in de tijd God met ons is. Alleen die God zal standhouden in de toekomst, alle andere goden verliezen hun bestaansrecht, ja alleen die God zal ook atheïsme overwinnen.

Johannes en de Eerste Christenen hebben dit beseft. En zij hebben het gezien en gehoord, ze hebben het ervaren en begrepen. God is echt mens geworden in Jezus. Niet de god van de Perzen of de Grieken of de Romeinen, of de Azteken, of van India, of waar dan ook. Alleen God die zich al had laten kennen aan Abraham en aan de profeten in Israël. Die God, die je niet kunt zien, God die barmhartig is, die wijsheid is, God die liefde is, de enige die de naam God waardig is, die God is mens geworden. Wij kunnen Jezus niet hoog genoeg schatten. Maar tegelijk moeten we beseffen dat God ook in ons zijn beeltenis heeft neergelegd. Onze roeping is om net als Jezus beeld van God te zijn. Zijn geboorte die wij nu vieren, moet ons nieuw leven schenken. In Hem mogen we zien hoe God de mens, ons, heeft bedoeld. Dat is onze toekomst. Hij is onze toekomst. Er is geen andere. Amen.

Vierde zondag van de Advent

Viering zondag 19 december 2021

Celebrant: pater M.R. Hoogland cp

De vierde week van de Advent is begonnen. De geboorte van de Redder kondigt zich aan en ondanks de voortgaande pandemie en de landelijke lockdown, bereiden we ons voor op het Kerstfeest. In alle noden is God ons nabij en Hij brengt zijn belofte tot vervulling. Dat vieren we hier en nu in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Micha, 5, 1-4a
  • Tussenzang: Psalm 80 (79), 2ac en 3b. 15-16. 18-19
  • Tweede lezing: Brief heilige apostel Paulus aan de Hebreeën, 10, 5-10
  • Alleluja: Lc. 1, 38
  • Evangelie: Lucas, 1, 39-45

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Derde zondag van de Advent

Viering zondag 12 december 2021

Celebrant: pastoor R. Gouw

De derde zondag van de Advent wordt zondag Gaudete genoemd. We horen het in de tweede lezing: “Verheug u in de Heer”. Die vreugde blijft ook doorklinken als Johannes ons oproept tot bekering, want de Heer is nabij. Dat mogen we vieren in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Sefanja 3, 14-18a
  • Tussenzang: Jesaja 12, 2-3, 4 bcd, 5-6
  • Tweede lezing: Filippenzen 4, 4-7
  • Alleluja: Jes. 61, 1 (cf. Lc. 4, 18)
  • Evangelie: Lucas 3, 10-18

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Tijdens de viering heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

“Verheug u” schrijft Paulus in de tweede lezing; “verheug u altijd”. Waarover moeten we ons verheugen? We hoorden het in de eerste lezing: “Het vonnis dat op u drukte, werd door de Heer vernietigd. Hij heeft uw vijand verjaagd”. Maar wie is die vijand? Hebben wij nog vijanden? En welk vonnis drukt op ons? We zijn toch vrije mensen? “Vrees niet, Sion” hoorden we, “en laat uw handen niet verslappen. De Heer, uw God, is bij u als een reddende held”. Is er nog iets dat wij vrezen? Zijn onze handen verslapt? Moet God ons nog redden?

Deze vragen kunnen opkomen in onze tijd. Maar ik kan me goed voorstellen dat iemand in Nigeria op de vlucht voor Boko Haram bij deze woorden iets anders ervaart dan wij in Nederland. Het klinkt ook anders in Afghanistan waar de Taliban de macht hebben gegrepen. Zo klinkt het helaas op veel plaatsen in de wereld. Het klonk ook anders tijdens de Tweede Wereldoorlog hier in ons land. Maar nu, anno 2021. Wie is die vijand? Of denken we dan aan Corona? Is er nog een vonnis dat op ons drukt? Waar zouden we bang voor moeten zijn? Hebben wij nog redding nodig? Of denken we dan aan klimaatverandering?

Deze zondag heet “Zondag Gaudete”; “Verheug u”. Toch spreekt het Evangelie vooral over bekering. Zo vrolijk klinkt het ook niet wat Johannes zegt: “Er komt iemand die sterker is dan ik; … De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer grondig te zuiveren …”. Het gaat dus ook over zuivering.

Wat is dan de vreugde van Kerstmis? Want daar gaat het hier over. Wat is die bevrijding van Kerstmis die hier al aangekondigd wordt? Wat is de Blijde Boodschap? Het vonnis dat op ons drukt is de last van een wereld die niet Gods wegen gaat en die daarom ook niet vooruit gaat. Alle vooruitgang zonder God is schijn en leidt uiteindelijk tot een nieuwe catastrofe.

Maar wat kan je daar als kleine mens tegen doen? Weinig of niets! De geschiedenis houdt geen rekening met u en mij. Wat is dan die Blijde Boodschap? Die komt aan het licht in de woorden van Johannes de Doper.

Het zijn gewone mensen die bij Johannes aankloppen. De Blijde Boodschap betekent dat er voor kleine mensen, gewone mensen, een weg is te gaan met God, een weg die niet afhankelijk is van regeringen, van politieke pressiegroepen, van economische grootmachten of van multinationals en media monopolisten. De Kerk is er om mensen die weg te wijzen en vandaag luisteren we daarom naar Johannes de Doper.

“Wat moeten wij doen?” De tijdgenoten van Johannes beseffen dat het niet alleen om een leer gaat, niet alleen om erkenning van een waarheid. Het gaat ook over doen. “Wat moeten wij doen?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen”. Hoe zit dat met ons? Wij ruimen van tijd tot tijd de kledingkast op, soms gaat het naar de recycling of naar een derdewereldland. We geven regelmatig iets voor de voedselbank. Je zou dus kunnen zeggen dat we al doen wat Johannes ons voorhoudt. Dat geldt ook voor wat hij tegen de tollenaars en de soldaten zegt: “Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld”. “Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij”. Tevreden zijn met wat je toekomt. Niet iets opeisen dat uiteindelijk ten koste gaat van anderen. En misschien zegt u, ja dat lukt ook aardig. Ik plunder niemand uit, ik pers niemand af, ik vraag niet meer dan me toekomt.

Dan is het goed om de woorden van Jezus als uitleg erbij te nemen. “Keer je andere wang toe” zegt Hij. “Ga twee mijl als iemand een mijl van je vraagt”. “Geef niet alleen je bovenkleed, maar ook je onderkleed” (Matteüs 5, 38-42). Wij zien in de Advent uit uit naar de geboorte van Hem die uiteindelijk zichzelf zal geven aan het kruis, die zijn leven zal geven; alles; die zelfs zijn eigen moeder nog weggeeft aan zijn leerlingen. We mogen ons dus afvragen of wat wij doen niet wat aan de magere kant is, of we niet slechts iets van onze overdaad geven, de kruimels die van de tafel van de rijken vallen. De overdaad die uit onze kasten loopt.

Als parochiefederatie steunen wij de Adventsactie. We willen iets extra’s doen. Toch lopen we het gevaar dat slechts te doen door wat te bedelen bij onze vaste kerkgangers. Dat bent u. Maar zouden we ons voor de AdventsActie en volgend jaar de VastenActie, niet net zoveel inspanning moeten getroosten als wat we aan inspanning leveren voor onze vereniging of ons kerstdiner?

Voor de sportvereniging bezorgen sommigen bij alle leden een brief in de bus. En dat is goed en nodig. Er komen soms collectanten aan de deur. Zoiets doen we niet snel voor de AdventsActie of de VastenActie. Wie heeft al bij zoon of dochter gevraagd om aan de AdventsActie mee te doen, of aan de bakker om de hoek, of bij de werkgever of collega’s of op de sportclub? “Wat moeten wij doen?” Dat vragen de mensen aan Johannes de Doper. We hoorden vandaag het antwoord. Toch gaat Jezus nog een stapje verder dan Johannes. Hij zegt: “Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten” (Matteüs 7, 12). Dus als u die moeder was, daar in Zimbabwe, zou u dan niet willen dat iemand in het Rijke Westen zich voor haar zou inspannen. Advent betekent dat wij ons voorbereiden op de geboorte van Hem die werkelijk alles voor ons heeft overgehad. Amen.

Tweede zondag van de Advent

Viering zondag 5 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Het is de tweede zondag van Advent, de tweede kaars wordt ontstoken, Kerstmis komt al dichterbij. Johannes de Doper roept ons in het Evangelie op de weg voor de Heer te bereiden. In deze dagen is er ook, met name voor de kinderen, veel aandacht Sint Nicolaas. Deze heilige bisschop bracht de liefde van Jezus in de praktijk. Die liefde mogen wij vieren in deze Eucharistie.

Door omstandigheden is de uitzending van de eucharistieviering in tweeën gesplitst. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Baruch 5, 1-9
  • Tussenzang: Psalm 126 (125) 1-2 ab, 2 cd-3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Filippenzen I, 3-6.8-11
  • Alleluja: Lucas 3, 4 en 6
  • Evangelie: Lucas 3, 1-6

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Bij alle ellende als gevolg van de corona-pandemie, is er soms ineens iets goeds. Zo hoorde ik laatst op het nieuws dat we in Nederland meer zijn gaan wandelen. De winkels voor wandelattributen zagen de omzet ineens stijgen. Zodra het weer het toelaat even naar buiten, dat is goed voor het hoofd en voor het lichaam. Van weer een Netflix film wordt je niet beter. Er kan dus uit de coronapandemie soms iets goeds komen, als we dat zelf maar zoeken en oppakken. Vandaag hebben we een voorbeeld in Johannes de Doper.

Waarom was Johannes naar de woestijn getrokken, waarom had hij de wereld verlaten en ingeruild voor de eenzaamheid met God? Johannes was niet getrouwd en leefde in afzondering. Nu was Johannes niet de enige in zijn tijd die andere keuzes maakte. Er waren allerlei religieuze stromingen. Je had religieus politiek georiënteerde groepen zoals de Herodianen en de zeloten, er waren groepen met een eigen theologie en reinheidsopvatting zoals de Essenen en de Farizeeën. Er worden meer bewegingen genoemd in de Bijbel.

Toch is het christendom niet ontstaan vanuit een van die bewegingen. Johannes hoorde bij het gewone, het gangbare Jodendom, hij hoorde niet bij een afsplitsing, niet bij een sekte of een aparte beweging. Sommige idealen en ideeën zal hij misschien gedeeld hebben, maar Johannes staat helemaal in de gewone traditie van de rechters en de profeten uit het Oude Testament. Hij leeft in de afzondering omdat hij luistert naar de Stem die hem zal zenden, de Stem die door hem wil spreken, zoals dat eigen is aan profeten.

We hoorden het in het Evangelie: “Toen kwam het woord van God over Johannes, zoon van Zacharias die in de woestijn verbleef. Hij begon op te treden in heel de Jordaanstreek en een doopsel van bekering te preken tot vergeving van zonden …”. Johannes had de stilte nodig om te kunnen luisteren, om het onderscheid te kunnen maken tussen zijn eigen gedachten en het Woord dat God tot hem sprak. Wat voor Johannes gold, dat geldt nog steeds, voor ieder van ons. Ook Jezus trok zich terug in de woestijn voordat Hij aan zijn zending begon. De geboorte van het Joodse Volk gebeurde feitelijk in de woestijn, gedurende die tocht van veertig jaar. Die lange tijd, een hele generatie, was nodig, om van slavenvolk in Egypte uit te groeien tot een vrij volk, dat in vrijheid kiest om Volk van God te zijn.

Vandaag op de tweede zondag van de Advent stelt de Kerk ons Johannes de Doper voor ogen, niet alleen omdat hij de komst van Christus aankondigt, niet alleen omdat hij een voorloper is, een wegbereider, maar ook om hem als voorbeeld te stellen hoe je de komst van Christus voorbereidt.

Ik noemde het al aan het begin. Meer mensen zijn gaan wandelen, kiezen vaker voor de natuur, voor de rust. Wie weet komt er ook weer een moment dat meer mensen kiezen voor bezinning, voor het Evangelie, voor Christus. Maar om dat te kunnen moet er eerst iets gebeuren, waardoor we los komen van die veelheid van dingen die de wereld biedt.

Ik moest laatst denken aan vroeger, thuis. In een gezin van 8 kinderen, waren er heel wat sokken te stoppen. De huidige sokken laten zich minder makkelijk stoppen, we zijn geneigd ze weg te gooien als er een gaatje in komt. In die zin waren we vroeger, door armoede gedwongen, veel milieubewuster. Er was geen televisie of internet en geld voor de bioscoop was er niet. Dus werden er boeken gelezen, een spelletje gedaan en … gebreid en sokken gestopt.

Onze wereld heeft de vrije tijd gekaapt en gemaakt tot een grote economische factor, iets waaraan goed verdiend kan worden. Vrije tijd heb je om te genieten, om filmseries te bekijken, om uit te gaan, als het kan nog een keer op vakantie, vrije tijd is een enorme sector geworden waaraan verdiend kan worden. Er is concurrentie in onze besteding van de vrije tijd, er is zoveel mogelijk dat we keuzestress krijgen. En toen kwam de corona-pandemie. Ons economisch systeem van produceren en consumeren, waarvan ook gezondheid en vrije tijd onderdeel zijn, begon te wankelen. Misschien kan de corona-pandemie ons helpen onze vrije tijd terug te krijgen. Los te komen van dat enorme aanbod en de schijnbare verplichtingen om daar iets mee te doen.

Johannes de Doper heeft zijn vrijheid behouden. Hij durfde de stilte aan, eenzaamheid met God. Hij had in Jeruzalem kunnen gaan wonen, hij had een vooraanstaand Farizeeër kunnen worden, misschien ooit hogepriester. Maar Johannes koos voor de eenzaamheid, voor het ongehuwd zijn, om volledig vrij te zijn voor God. Zo had hij geen enkele verplichting naar de wereld; zo alleen kon hij Gods stem verstaan en voorloper van de Messias worden.

Wanneer je een gezin hebt, kinderen, kleinkinderen, dan heb je minder ruimte om keuzes te maken zoals Johannes, je hebt daarvoor teveel verantwoordelijkheden. Toch kunnen wij leren van Johannes om meer vrij te worden voor God. Wij hebben veel minder verplichtingen tegenover de wereld dan we vaak denken of voelen. De meeste dingen worden ons aangepraat door de reclame. Johannes kan ons helpen iets van die vrijheid terug te vinden. En of we dan ook sokken stoppen zoals vroeger in plaats van naar nog een film kijken, dat mag ieder zelf bedenken. We worden uitgenodigd tijd te maken en stilte te zoeken om Gods stem te kunnen verstaan. Die stem zal ons wijzen naar Christus, de Zoon. Zijn komst gaan we vieren met Kerstmis. Amen.

Eerste zondag van de Advent

Viering zondag 28 november 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Het is de tweede keer dat de Advent begint met meer problemen door de coronapandemie. We weten niet wat we met Kerstavond kunnen doen, maar dit weten we wel, het wordt Kerstmis en daar bereiden we ons op voor.

De eerste kaars op de Adventskrans wordt aangestoken, het licht begint te dagen als voorbereiding op de geboorte van het Licht van de wereld. In deze Eucharistie komt de Heer reeds in ons midden.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia, 33, 14-16
  • Tussenzang: Psalm 25 (24), 4bc-5ab. 8-9. 10 en 14
  • Tweede lezing: Eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica, 3, 12 – 4, 2
  • Alleluja: Psalm 85 (84), 8
  • Evangelie: Lucas, 21, 25-28. 34-36

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen van Tessalonica, die we zonet lazen: “ … dat gij de overlevering over een levenswandel die God welgevallig is, nog trouwer naleeft dan gij al doet.” Dit is een mooi en bemoedigend woord om de Advent mee te beginnen. Geen strafrede over wat we allemaal fout doen, geen kritiek op wat er is misgegaan, maar bemoediging: Dat we die overlevering nog trouwer naleven dan wij al doen.

Paulus heeft gehoord hoe het in Tessalonica gaat. Hij is dankbaar hoe daar de gemeenschap van christenen groeit en wat zij daar doen aan diaconie en hoe zij de woorden van Jezus tot zich nemen en in de praktijk brengen. Er gebeurt daar veel goeds. Nu spoort hij hen aan die overlevering nog trouwer na te leven. Met andere woorden: “Doe er nog een schepje bovenop”.

Wat is nu die overlevering waar Paulus het over heeft? Wat moeten de mensen proberen nog trouwer na te leven? Daarvoor moeten we teruggaan naar Jezus en zijn verkondiging. Paulus heeft ontdekt dat Jezus op een andere manier omging met de Wet van Mozes. Waren de Farizeeën in zijn tijd sterk gericht op de wet van Mozes, op het trouw vervullen van alle geboden, zeg maar zo’n 365 geboden, voor elke dag één. Jezus kiest de kant van de kleine mensen, degenen die al die geboden niet uit elkaar kunnen houden, die niet geschoold zijn in synagogale jurisprudentie over hoe al die geboden zich met elkaar verhouden. Jezus heeft de Wet van Mozes samengevat in het dubbelgebod van de liefde: Liefde voor God en liefde voor de naaste. De apostel Paulus heeft dat goed begrepen. Het gaat om deze overlevering van Jezus: Bemin God en bemin de naaste als jezelf, daarmee vervul je de gehele Wet.

In Tessalonica hebben ze dat begrepen en wij ook. We komen hier samen om opnieuw herinnerd te worden aan hoe Jezus ons de weg wijst naar Gods Koninkrijk, naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wij willen Gods Woord horen, het overwegen en proberen toe te passen in ons dagelijks leven.

Bij de Adventstijd als een tijd van voorbereiden op Kerstmis past deze bemoediging van Paulus heel goed. Doe het goede dat je al doet, maar doe het nog trouwer, met nog wat meer inzet. Het mag je nog iets meer kosten.

Toch moet je met zo’n bemoediging ook oppassen. De meesten van ons kunnen wel iets met deze gedachte. Maar ik denk dat je het niet moet zeggen tegen mensen die al op hun tandvlees lopen. Je moet het nu niet zeggen tegen de werkers in de ziekenhuizen, of tegen de gemiddelde politieman die de zoveelste keer overwerkt vanwege weer een rel. Dan kan je alleen zeggen, hou vol, er komt ooit een ommekeer ten goede. Ook dat is Advent; durven verwachten en durven hopen dat het beter wordt.

Volhouden, vertrouwen, een stapje extra. Jezus roept in het Evangelie op tot waakzaamheid. Hoe bedoelt Hij dat? Gaat het erom dat we niet laten inbreken in ons huis, dat we uit de buurt blijven van relletjes, of dat we ons bij de corona-pandemie nog wat secuurder aan de regels houden? Dat is natuurlijk allemaal prima en dat mogen we best bij die waakzaamheid insluiten, maar in de eerste plaats gaat het Hem erom dat we waakzaam zijn in het grote dubbelgebod van de liefde: Bemin God en bemin je naaste als jezelf.

Dat is een heel speciale waakzaamheid en dat is uiteindelijk ook waar het Paulus om gaat als hij oproept om je nog wat meer ervoor in te zetten, om het nog trouwer na te leven. Daar sluit ook het Evangelie op aan, waar Jezus zegt: “Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon”.

Dat is waar het uiteindelijk om gaat, dat we Jezus oprecht in de ogen kunnen kijken en kunnen zeggen dat we werkelijk hebben geprobeerd God en de naaste te beminnen; dat we kunnen zeggen dat we niet voor onszelf hebben geleefd, dat we God op de eerste plaats hebben gezet en niet de wereld, dat we minstens net zoveel voor anderen hebben gedaan als voor onszelf.

Die naaste willen we als parochie ook samen steunen en omdat we niet heel de wereld kunnen helpen, richten we ons op bepaalde doelen. Voor de Adventsactie hebben we als federatie aan de Rechter Maasoever gekozen voor een project van vrouwen die gaan bevallen. In Zimbabwe wonen ze vaak te ver van een ziekenhuis om bij complicaties snel te kunnen handelen. Daarom moet er een opvanghuis zijn in de buurt van een hospitaal, zodat deze vrouwen eerder daarheen kunnen komen om de laatste weken en dagen voor de bevalling goed te worden begeleid en opgevangen.

Zo scheppen we een veilige omgeving voor moeder en kind, maar weten ook de vaders dat ze veilig zijn en worden opgevangen. In het parochieblad dat volgende week uitkomt, kunt u er meer over lezen en natuurlijk ook op onze website. Maar we willen het doneren ook gemakkelijk maken. Met de QR-code op de bank komt u bij een doneerhulp waar ook een plaatje met een link in zit voor de Adventsactie. Daarmee kunt u rechtstreeks dit doel steunen. Het gaat om iets extra’s in liefde voor God en de naaste, jezelf iets ontzeggen waar een ander beter van wordt. Dat is een goede voorbereiding op Kerstmis. Amen.

Christus Koning

Viering zondag 21 november 2021

Celebrant: Pater M.R. Hoogland

Op het feest van Christus Koning worden we uitgenodigd om na te denken over de manier waarop Christus koning is. Wat zegt dat over Hem en wat zegt dat over ons? In deze Eucharistie vieren we dat onze Koning ons uitnodigt aan zijn gastmaal.

Lezingen

  • Eerste lezing: Daniël 7, 13-14
  • Tussenzang: Psalm 93 (92), 1 ab, 1c-2, 5
  • Tweede lezing: Apokalyps 1, 5-8
  • Alleluja: Marcus 11, 10
  • Evangelie: Johannes 18, 33b-37

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Pater M.R. Hoogland heeft tijdens de viering in de kathedraal zijn eigen preek voordragen.

Op het feest van Christus Koning lezen we een tekst vanuit de rechtbank, vanuit de rechtspraak. Pilatus is hier de rechter en hij vraagt Jezus: “Zijt gij de koning der Joden?” Blijkbaar heeft dit iets met de beschuldiging te maken en is het strafbaar om jezelf koning van de Joden te noemen. De tegenstanders uit Judea gebruiken dat argument ook als ze roepen: “Als ge die man vrijlaat, zijt ge geen vriend van de keizer. Wie zich voor koning uitgeeft, komt in verzet tegen de keizer.” Jezus antwoordt op de vraag van Pilatus: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus moet rechtspreken, maar hij staat in een dilemma. Hij vindt geen schuld in Jezus maar voelt zich klemgezet door de opgehitste menigte: “Zal ik dan uw koning kruisigen?” roept hij. Dan is het extra opvallend wat de hogepriesters dan antwoorden: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”

“Wij hebben geen andere koning dan de keizer!” Wat moet je van die uitspraak denken. Sommige exegeten stellen dat dit nooit zo gezegd kan zijn. Andere stellen dat dit anders zo niet zou zijn opgeschreven. Om hier iets meer van te begrijpen moeten we terug naar de eerste officiële koning in Israël. Koning Saul. Het is de profeet Samuel die onder druk van de bevolking worstelt met deze vraag, ze willen een koning. Hij legt deze vraag aan God voor en krijgt dan het bijzondere antwoord: “Geef gehoor aan het volk, wat zij u ook vragen, want ze verwerpen niet u, maar Mij; Mij willen ze niet langer als koning”.

God spreekt bij monde van Samuel: “Ze verwerpen niet u, maar Mij; Mij willen ze niet langer als koning”. In Psalm 93 werd het nog gezongen: “Koning is onze God” en nu klinkt: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”

Jezus staat voor de rechter: “Zijt gij de koning der Joden?” Jezus wil niet een veroordeling vanwege politieke spanningen. Zijn dood zal er zijn vanwege het ongeloof van Gods Volk. Daarom provoceert Hij Pilatus niet: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.”

“Mijn koningschap is niet van hier”, als Pilatus dit hoort, denkt hij: “Nu heb ik je toch” want Jezus spreekt over “mijn koningschap”. “Gij zijt dus toch koning?” Dan pas volgen die bijzonder woorden van Jezus: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Koning van de waarheid. Dat is het koningschap waarvan Hij getuigt tegenover Pilatus: “Ik ben in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid.” Hij is Koning van de waarheid. En Jezus zegt meteen daarna: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Daarin hoor je een ander Woord van Hem doorklinken: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij” (Johannes 10, 27). Dat gaat over ons.

Van de opgehitste menigte die meebeweegt met de demagogie van de hogepriesters, die de keizer als hun koning erkennen en Jezus als koning afwijzen, gaan we nu naar onszelf. Wie erkennen wij als koning? Zijn wij degenen die luisteren naar zijn stem? Jezus zegt: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Zijn wij uit de waarheid? Zijn wij op zoek naar de waarheid, of wuiven wij het weg zoals Pilatus, met de opmerking: “Wat is waarheid?”

Die vraag is overigens tekenend voor heel de situatie, want Pilatus wacht niet op een antwoord. Het is zoiets als discussiëren over God. “Wat is God?” Zoals discussies in onze tijd over God meestal verlopen: “Iedereen heeft zijn eigen God.” “Je kunt God niet bewijzen”, dus je kunt net zo makkelijk zeggen: “God bestaat niet.” Zo lijkt Pilatus te denken over waarheid. Ieder zijn eigen waarheid, of: “De waarheid bestaat niet”.

Maar voor wie gelooft, bestaat God wel, en voor wie gelooft bestaat de waarheid ook. Daarvoor gaan wij deze keer niet te rade bij filosofen, al kunnen zij heel zinnige dingen over het bestaan van God zeggen en over waarheid filosoferen, maar wij gaan te rade bij Christus. Zo zegt Jezus op een goed moment: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.” “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij” (Johannes 14, 1.6). En vandaag zegt Hij daarbij: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Hij die de waarheid is, getuigt van de waarheid. Pilatus staat tegenover de waarheid in levende lijve, maar hij herkent en erkent de waarheid niet omdat hij gevangen zit in zijn politieke belangen. Maar zij die uit de waarheid zijn, luisteren naar de stem van de waarheid, de stem van Christus, de stem van de Goede Herder. Daarvoor zijn we hier in de kerk. Om zijn stem te horen, om te luisteren en te verstaan. Dan wordt elk aards koningschap onbelangrijk, het is dan niet meer dan een functie in een maatschappelijk systeem. Het gaat om een totaal ander koningschap. Dat Hij Heer is van ons leven, ons denken, ons willen en doen. Ofwel God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht en uw naaste beminnen als uzelf. Dat is de waarheid en dan is Christus waarachtig koning in ons leven. Amen.

1e Mis van kapelaan Sander Verschuur

Viering zondag 14 november 2021

Celebrant: Kapelaan Sander Verschuur

Het is de een na laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week is het de laatste zondag met het hoogfeest van Christus Koning. Daarna begint de Advent. In de laatste dagen van het kerkelijk jaar, klinken ook lezingen over de laatste dagen. God is Heer van tijd en eeuwigheid. Dat vieren we in deze Eucharistie.

Bekijk op deze pagina een video waarin Sander vertelt over zijn weg naar het priesterschap.

Lezingen

  • Eerste lezing: Daniël 12, 1-3
  • Tussenzang: Psalm 16 (15), 5 en 8, 9-10, 11
  • Tweede lezing: Hebreeën 10, 11-14. 18
  • Alleluja: Matteüs 24, 42a en 44
  • Evangelie: Marcus 13, 24-32

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Kapelaan A. Verschuur heeft tijdens de viering zijn eigen preek voordragen. Die is helaas niet als tekst beschikbaar.

Twee weken scheiden ons van de Advent. Maar voor we aan een nieuw kerkelijk jaar beginnen, staan we eerst stil bij het einde; niet alleen bij het einde van dat jaar, maar ook het einde in het algemeen. Volgende week vieren we Christus Koning. God is begin en eindpunt en Christus is Heer van deze Schepping. Paulus beschrijft het zo: In Christus is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem” (Kolossenzen 1, 16-17).

Vandaag spreekt Jezus over het einde. Om de lezing van vandaag te begrijpen, moet u eigenlijk heel hoofdstuk 13 van Marcus lezen. Jezus zegt dan: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen aardbevingen zijn en hongersnood, nu hier, dan daar: dit is het begin van de weeën”.

Wat is die strijd van volk tegen volk, van koninkrijk tegen koninkrijk. Dat volkeren oorlogen voeren, is zo oud als de mensheid. Hier gaat het over het Volk van God dat een strijd te voeren heeft tegen het volk dat niet God wil toebehoren. Het gaat om het Koninkrijk van God dat belaagd wordt door het koninkrijk van de wereld. Jezus zegt daarover: “Gij zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, zal gered worden” (vers 12-13).

Dan gaat Hij verder: “Bidt, dat het niet in de winter valt. Want die dagen zullen dagen van verschrikking zijn zoals er niet zijn geweest vanaf het begin toen God de wereld schiep, tot nu toe, noch ooit komen zullen” (vers 18 en 19).

Daarna komt in vers 24 de lezing van vandaag: “ … na die verschrikkingen in die dagen zal de zon verduisteren en de maan zal geen licht meer geven …”

Wat betekent het als de zon zal verduisteren. Is dat letterlijk? Zoveel vulkaanuitbarstingen dat een as-wolk wereldwijd de aarde is het donker en in de kou hult? Gaat dat over klimaatveranderering? Dat kan. Maar we moeten ook de figuurlijke uitleg niet vergeten. Als God de zon is van ons bestaan, en de zon verduistert, dan is er een Godsverduistering. Dan zijn het de aswolken van de menselijke arrogantie en het ongeloof die God aan onze blik onttrekt.

Al tweeduizend jaar wordt over deze woorden nagedacht. Toen de barbaren in 476 de stad Rome aanvielen en daarna gaandeweg het hele Romeinse Rijk verder instortte, dacht men dat het einde gekomen was dat Jezus hier beschrijft.

Toen de terreur van de Franse revolutie uitbrak en priesters en religieuzen onder de Guillotine kwamen, dachten de gelovigen in Frankrijk dat dit het einde was. En wat te denken van de opkomst van het Communisme en het Nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog.

Aan de ene kant zijn er altijd die menselijke oorlogen, onverdraagzaamheid, oud zeer, wij-zij-denken, machtsongelijkheid, haat, wapenindustrie, opgeklopte stemmingen, complottheorieën, leugens, egoïsme, noem maar op. Wanneer we dat niet bestrijden, zullen oorlogen steeds het resultaat zijn. Maar bestrijden we het op de verkeerde manier, dan zijn oorlogen ook het resultaat.

Jezus zegt vandaag: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Van die dag of dat uur weet niemand af, zelfs niet de engelen in de hemel, zelfs niet de Zoon, maar de Vader alleen.”

Blijkbaar is Jezus daar ook niet nieuwsgierig naar. Hij laat dit aan de Vader. Wat Jezus ons laat weten is dat er altijd een strijd is en dat die strijd pas ophoudt als deze wereld aan zijn einde is. Dat betekent dat wij ons niet in slaap moeten laten sussen door welvaart, door beloften van de wetenschap, door mooie woorden van de politiek of door reclames van de commercie.

Die strijd was er bij de Eerste Christenen, die strijd is er nu en die zal blijven. Het gaat erom dat wij die strijd niet voeren met aardse wapens, niet met geweld, gedreven door haat, maar met hemelse wapenen, met zachtmoedigheid, gedreven door de liefde. Niet doden, maar tot leven brengen, geen cultuur van de dood, maar een cultuur van leven, niet een netwerk van list en bedrog, maar een netwerk van liefde tot opbouw van een beschaving van liefde.

Die strijd is ook niet in de eerste plaats een strijd aan de buitenkant, die strijd begint in ons eigen hart, pas als Christus daar Koning is, kunnen we met zijn zachtmoedigheid standhouden in de strijd van alle tijden.

Jezus heeft daarbij nog een wonderlijke vergelijking als Hij zegt: “Trekt uit de vergelijking met de vijgenboom deze les: wanneer zijn twijgen al zacht worden en beginnen uit te botten, weet ge dat de zomer in aantocht is. Zo ook, wanneer gij al deze dingen ziet, weet dan dat het einde nabij is, ja voor de deur staat”. Dat einde zal dus zijn als het einde van een strenge winter met een dodelijk kou. De moeilijkheden zijn dan als barensweeën van een nieuwe wereld waarvan we de lente als mogen gaan zien. Het is deze hoop die Jezus ons meegeeft. Amen.

Priesterwijding Sander Verschuur

Viering zaterdag 13 november 2021

Celebrant: Mgr. Van den Hende

  • Klik hier om het liturgieboekje voor de viering te downloaden (pdf).
  • Ter gelegenheid van de priesterwijding is een video gemaakt waarin Sander vertelt over zijn weg hier naartoe. U kunt deze video hier bekijken.

32e zondag door het jaar

Willibrord-zondag

Viering zondag 7 november 2021

Celebrant: Plebaan M. Hagen

Op deze zondag gedenken we de H. Willibrord. Hij heeft in onze streken het geloof verkondigd. Hij deed dat niet alleen, maar velen mét hem – velen vóór hem – en velen ná hem. Mede dank zij die verkondiging vieren wij nu de Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 52, 7-10
  • Tussenzang: Psalm 96 (95), 1-2a.2b-3.7-8a.10
  • Tweede lezing: Hebreeën 13, 7-9a.15-17a
  • Alleluja: Matteüs 28, 19a en 20b
  • Evangelie: Marcus 16, 15-20

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag en voor informatie over Heilige Willibrord.

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Hoe de eerste christenen het geloof hebben verkondigd, heeft Marcus opgeschreven. We zien wat de leerlingen van Jezus als leidraad meekregen: “Deze tekenen zullen jullie begeleiden: in mijn Naam zullen jullie duivels uitdrijven, jullie zullen nieuwe talen spreken, jullie zullen slangen opnemen; zelfs als jullie dodelijk vergif drinken zal het je geen kwaad doen; en als jullie aan zieken de handen opleggen zullen dezen genezen zijn.”

En inderdaad, zulke gebeurtenissen zijn opgetekend. Van Paulus weten we dat hij door een slang gebeten werd. Het was kort na een schipbreuk. De bevolking dacht dat de goden wel erg tegen hem waren, dat hij na een schipbreuk ook nog door een slang gebeten werd. Maar toen er niets met hem gebeurde, sloeg de stemming positief om, dit was een goddelijk ingrijpen.

Zo zijn er verhalen bekend over genezingen en het verdrijven van demonen. De leerlingen waaierden uit over de hele wereld. Ze hebben nieuwe talen geleerd en de Heilige Geest kwam hen daarbij te hulp.

Die sfeer, dat je de wereld intrekt om over Christus te vertellen, dat je elk moment gebruikt om van Hem te getuigen, zowel bij tegenslag als bij voorspoed, zowel wanneer je bij eenvoudige mensen te gast bent of als je voor de rechtbank of voor de keizer staat.

Willibrord kreeg het verlangen in zijn hart om aan de overkant van de zee het geloof te verkondigen. Hij was al vroeg aan de school van de monniken toevertrouwd en kwam in contact met het ideaal van de missie onder de Friezen.

Wat was Willibrord voor type? Hij was een ander type dan Bonifatius die ook zo’n groot verkondiger was en bovendien een martelaar. Bonifatius was meer een Paulus-type, hij was meer iemand van de radicale aanpak. Willibrord was eerder een Petrus-type, een man van beleid en samenwerking. Hij zocht contact met de koning en met degene die in het gebied rond Utrecht de leiding kreeg, dat was Pepijn. Willibrord zocht steun bij de paus, hij wilde zijn zegen hebben. Die kreeg hij, en zo werd Willibrord bisschop van Utrecht.

Er zijn veel overeenkomsten met onze tijd. In de tijd vóór Willibrord was het geloof hier ook al verkondigd. Het was al begonnen met Romeinse soldaten. De bevolking werd in de eeuwen daarna min of meer heen en weer geslingerd tussen de goden van de koningen die er aan de macht waren. Dan weer de heidense goden, dan weer de God van de christenen.

De meesten lieten dat maar over zich heengaan, want kleine mensen hadden geen macht. Toch was het christendom voor velen wel aantrekkelijker, met de vergeving van zonden en uitzicht op het eeuwige leven. Ook brachten de monniken kennis mee over landbouw en veeteelt, over inpoldering en andere technieken. Ze zetten scholen op waar kinderen konden leren.

Het is interessant om het verschil tussen Bonifatius en Willibrord nog wat te verdiepen. Willibrord kreeg in die tijd het gelijk aan zijn zijde. Maar op een dieper niveau had Bonifatius het gelijk aan zijn zijde. Bonifatius zette in op echte bekering, op een echte keuze voor Christus. Geen compromissen, geen afspraken met koningen, geen toegeeflijkheid, ook koningen moeten zich aan de wetten van de Kerk houden en er is maar één echte koning, dat is Christus. Bonifatius zetten in op een radicale lijn. Waarschijnlijk zag hij hoe het grootste deel van de bevolking christelijk werd, gewoon omdat de koning dat zo wilde. Hij beseft waarschijnlijk dat zo’n overgang naar het christelijk geloof weinig te betekenen had. Dat zou niet leiden tot navolging van Christus.

Tegelijk zag Willibrord aan de andere kant dat je met de methode van Bonifatius slechts kleine groepen mensen kon bereiken, dat veel mensen helemaal niet in staat zijn om het Evangelie zelfstandig te lezen, om zich in Christus te verdiepen en zo te komen tot een persoonlijke keuze en navolging van Christus. Willibrord was bekommerd om de grote massa, de brede bevolking. Hij nam het voor een deel op de koop toe dat het maar halve bekeringen waren, hij was blij dat ze in iedere geval werden gedoopt, dat hun kinderen werden gedoopt en dat ze aan de minimale eisen konden voldoen, een Onze vader en de geloofsbelijdenis kennen. Met steun van Pepijn en de paus nam hij de sommige dingen op de koop toe. Want de overheid maakte ook graag gebruik van het grote aanzien dat Willibrord gaandeweg kreeg.

Dit zien we in onze tijd ook. De cultuurkerk met grote massa’s, volle kerken en honderden dopelingen per jaar, ligt alweer een halve eeuw achter ons. Onze tijd lijkt meer te vragen om de aanpak van Bonifatius, toch hebben we ook volop te maken met christenen die nog niet heel bewust hebben gekozen. Zo staan we ook in de traditie van Willibrord. Aan ons is het om in wijsheid beide sporen te volgen, opdat zoveel mogelijk mensen Christus leren kennen. Dat ze als het kan komen tot een persoonlijke keuze voor Christus en zijn Kerk. In het besef dat dit niet aan iedereen gegeven is, zodat er ook ruimte moet zijn voor christenen die steun van andere nodig hebben om staande te blijven.

Op voorspraak van Willibrord, maar ook van Bonifatius en zoveel andere geloofsverkondigers, mogen we God vragen om zijn Heilige Geest, zodat wij in onze tijd op de weg van Christus vooruit gaan, vol goede moed, flexibel, met oog voor iedere mens, vertrouwend op Christus die met ons is. Amen.

31e zondag door het jaar

Viering zondag 31 oktober 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus geeft ons een prioriteitenlijstje. Dat is anders dan wat de samenleving doorgaans hanteert. In deze Eucharistie worden we uitgenodigd met zijn blik naar ons eigen prioriteitenlijstje te kijken.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 6, 2-6
  • Tussenzang: Psalm 18 (17), 2-3a, 3bc-4, 47 en 51ab
  • Tweede lezing: Hebreeën 7, 23-28
  • Alleluja: Johannes 14, 6
  • Evangelie: Marcus 12, 28b-34

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Prioriteiten. Als u wel eens iets opzoekt op het internet is het aardig om een keer te googelen op het woord prioriteiten. Talrijke organisaties bieden programma’s aan om zicht te krijgen op je prioriteiten: Time-management, beter leren doelen stellen en plannen, effectiever werken en agendabeheer. Ik las ergens ook: “Zet jezelf bovenaan je prioriteitenlijst!”.

Toch is dit niet iets van onze tijd alleen. De schriftgeleerde in het evangelie van vandaag heeft een soortgelijke vraag: “Wat is het allereerste gebod?” Hij is een schriftgeleerde. Hij kent de discussies in zijn tijd over de honderden wetten die je in de Bijbel kunt vinden. Het lijkt erop dat deze schriftgeleerde niet is gekomen om Jezus klem te zetten, het is geen strikvraag, hij zoekt oprecht naar een antwoord. Dat antwoord krijgt hij ook en hij is er blij mee.

Hoe staat dat met ons en hoe staat dat met onze samenleving. Deze schriftgeleerde stemt van harte in met het antwoord van Jezus; “Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd: Hij is de enige, en er bestaat geen andere buiten Hem; en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf, dat gaat boven alle brand- en slachtoffers”.

In de wereld kun je gemakkelijk een tekst vinden zoals ik al noemde: “Zet jezelf bovenaan je prioriteitenlijst!”. Het weerspiegelt de tendens van onze cultuur; ik-gericht; individualistisch. Wat staat in onze samenleving bovenaan de prioriteitenlijst. Dat hangt er vanaf aan wie je het vraagt. Wat zou minister president Mark Rutte antwoorden? Coronabestrijding, meer vaccinatie? Of toch herstel van de economie? Of staat het klimaat nu bovenaan zijn agenda? Of begint hij in te zien dat het liberale politieke erfgoed en aansturing van het ambtenarenapparaat een tragedie heeft geschapen binnen de belastingdienst? Komt dat langzaam naar boven op zijn prioriteitenlijst?

Wat zal bovenaan de prioriteitenlijst bij NetFlix staan, of bij Google, of bij Facebook? Facebook die een Meta-organisatie wil worden. Hoe voorkomen zij dat zij een metastase worden in het levende orgaan van de mensheid? Misschien moet hij eerst nadenken over metanoia, bekering, omdenken in plaats van zo verder gaan. Het is goed om over dit alles na te denken, want we worden omringd door allerlei organisaties die allemaal hun eigen prioriteiten hebben, soms openlijk, meestal verhuld, vaak mooi gemaakt om goed te kunnen verkopen.

Hier in de Kerk hebben we ook prioriteiten. Maar het Evangelie van vandaag helpt ons die prioriteiten regelmatig te toetsen. Je kunt denken dat vanwege de teruggang in de coronapandemie de financiën prioriteit moeten geven. Of je kunt denken dat het kerkbezoek prioriteit moet krijgen. Je kunt ook denken dat de jeugd prioriteit moet krijgen. Maar ook wij moeten terug naar de eerste prioriteit en daar hopen aan toe te komen voorde synode in 2023.

Het lijkt een beetje op de vraag van de schriftgeleerde die van de Bijbelse wetten wil weten welke nu prioriteit heeft. Vandaag geeft Jezus een helder antwoord, Hij citeert de tekst uit de eerste lezing van vandaag en voegt er de zorg voor de naaste aan toe: “Hoor, Israël ! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”. In Deuteronomium gaat de tekst nog iets verder, daar staat: “7 Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat. 8 Bind ze als een teken op uw hand en als een band op uw voorhoofd. 9 Grif ze in de deurposten van uw huis en op de poorten van uw stad”.

Het mooie aan deze woorden is dat ze duidelijk maken hoe groot die prioriteit is. Want waar praat je met je kinderen over? Over school, sport, vriendjes, vriendinnetjes, over liefde en seks, een feestje, beroepskeuze, of ze hun kamer opruimen, … waar praat je over? De Bijbel zegt over die opdracht om God te beminnen: Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat.

In het jaar van het gezin is dat belangrijk om aan herinnerd te worden, want waar je over spreekt, dat blijft leven; het blijft leven in je gedachten en in je doen en laten. Praat je ergens niet meer over dan kan het wegzinken en kracht verliezen. In de katholieke gezinnen van vroeger was het niet de gewoonte om regelmatig over geloof te spreken. We hadden vaak rituelen, een doe-geloof. Dat heeft zo zijn kracht, maar ook zijn zwakte. Als we in Deuteronomium lezen: “Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat.” dan kreeg dat vroeger vooral vorm in een morgengebed bij het opstaan en een avondgebed bij het slapengaan een gebed bij de maaltijd thuis en een reisgebed voor de vakantie. Dat is goed, maar praten over je geloof, dat gebeurde niet veel.

We moeten dat weer oppakken, om samen de liefde als prioriteit van ons leven goed voor ogen te krijgen: “Bemin God en je naaste”. Jezus probeert het ons gemakkelijk te maken door zijn voorbeeld. Het komt steeds terug, in zijn manier van leven en in zijn uitspraken: “Zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.” (Matteüs 6,33). Liefde voor God en de naaste als hoogste prioriteit; dat is Christen-zijn. Amen.

30e zondag door het jaar

Viering zondag 24 oktober 2021

Wereldmissiedag en Herdenkingsviering Plebaan Chris Bergs

Celebranten: Plebaan Michel Hagen, pastoor W. Bakker en Diaken A. Verschuur (Sander)

Jezus geneest de blinde Bartimeüs. Met het geloof kun je meer zien dan met je ogen.Dat vieren we in deze Eucharistieviering opdat onze ogen opengaan en wij Hem herkennen bij het breken van het Brood.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 31, 7-9
  • Tussenzang: Psalm 126 (125), 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Hebreeën 5, 1-6
  • Alleluja: Johannes 14, 23
  • Evangelie: Marcus 10, 46-52

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Blind. Wanneer ben je blind? Laatst las ik een artikel over oogartsen die een tijd in gebieden werkten waar weinig of geen medische zorg was. Ook van missieposten hoor je zulke ervaringen. Kinderen die daar voor het eerst een bril kregen,wisten niet wat ze zagen. Ze zagen scherp, ze zagen details, ze konden hun geluk niet op. Maar ik maakte ook zoiets mee bij een tante van me, ze woonde in de Bellevoystraat. Een oog was al heel slecht. Maar het andere werd steeds slechter. Artsen durfden het echter niet te opereren, totdat het uiteindelijk zo slecht was dat het risico aanvaardbaar werd. De operatie slaagde en ze zag weer.

We zijn blij met de vooruitgang in de medische wetenschap. Wat we Jezus in het Evangelie zien doen vanuit zijn bijzondere gave voor blinde mensen, proberen we nu vanuit wetenschappelijke kennis in de medische zorg te doen.

Toch gaat het in dit evangelie niet alleen maar over genezing van de ogen. In dat geval zou het evangelie inmiddels wel achterhaald zijn. Het gaat om veel meer;zoals de vraag: “Wanneer ben je blind?”

Opeen goed moment zegt Jezus over Farizeeën en Schriftgeleerden: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil” (Matteüs 15, 14). De Farizeeën en Schriftgeleerden hadden goede ogen. Jezus sprak over een andere blindheid.

Weet u nog hoe er vroeger gerookt werd? Op een verjaardag stond de kamer blauw van de rook, we zetten een kaars neer als rookvanger. Maar er stonden naast de borrelnootjes ook glazen met daarin sigaretten. We waren blind voor de gevolgen. En hoe blind zijn we geweest met het dumpen van plastic in de rivieren, waardoor er nu een plastic soep in de oceanen drijft. Hoe blind waren we met het gebruik van olie en steenkool, we riepen luid dat de uitstoot van de mens niets betekende in onze grote dampkring. Maar inmiddels zitten we met de gevolgen van de klimaatverandering.

Wanneer ben je blind. De ergste blindheid is misschien wel als je hoogmoedig bent en beweert en overtuigd bent dat je ziet, terwijl je het niet ziet. Zoiets zegt Jezus ook tegen de Farizeeën. In het Evangelie van Johannes geneest Hij een blindgeborenen. In het gesprek daarna zegt Hij: “Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.”Enkele Farizeeën die bij Hem stonden, hoorden dit en zeiden tot Hem: “Zijn ook wij soms blind?” Jezus antwoordde: “Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: wij zien,blijft uw zonde” (Johannes 9, 39-42)”

Vandaag Bartimeüs, de blinde bedelaar. Omdat hij zo slecht ziet, zijn zijn oren extra scherp. Wat hoort hij nu en wat heeft hij al gehoord over Jezus? Dat hij eerder iets over Jezus gehoord heeft, blijkt uit zijn reactie. Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was, begon hij luidkeels te roepen: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Is dat niet vreemd? Hij hoort dat het Jezus uit Nazaret is, want Jezus de Nazarener komt voorbij, maar Hij roept iets heel anders, hij roept: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” “Jezus uit Nazaret” betekent echt iets anders dan “Jezus, Zoon van David”.

Het verschil is het geloof. De Zoon van David is de vervulling van de belofte waar gelovigen naar uitzien. Bartimeüs ziet met de ogen van zijn geloof verder dan de omstanders met hun gezonde ogen kunnen zien. Dit heeft ermee te maken dat Bartimeüs beter luistert. Door te luisteren is zijn geloof gegroeid en zo kan hij meer zien dan de anderen, hij ziet door de ogen van zijn geloof.

De omstanders zijn op dat punt blind. Daarom reageren ze ook zo fel. Velen snauwden hem toe te zwijgen, maar hij riep nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij!” Ze kunnen me wat, moet hij gedacht hebben. Ze snauwden hem af en proberen hem de mond te snoeren? Het kan te maken hebben met angst voor de Romeinen. Ze weten dat Zoon van David een naam is die al snel wordt gekoppeld aan opstand tegen de Romeinen. Dan liever politiek correct, hou het maar bij Jezus van Nazaret, dan zitten we wel veilig.

De volhardende houding van Bartimeüs werkt. Jezus laat hem bij zich komen en vraagt: “Wat wilt u dat Ik voor u doe?” Bartimeüs antwoordde: “Rabboeni, maak dat ik zien kan!” En Jezus sprak tot hem: “Ga, uw geloof heeft u genezen.”

Zijn geloof in Jezus heeft hem genezing gebracht. Hij zag reeds door de ogen van zijn geloof en dat werd de weg naar volledige genezing. Dat blijkt omdat er staat: “Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht”. Hij zag nu niet alleen waar hij liep, zijn geloof was bevestigd, Jezus is de Zoon van David, Hij is de vervulling van Gods belofte. Bartimeüs aarzelt geen moment, Hij volgt Jezus. Hoe reageerden de omstanders? Hun politiek correcte houding wordt hier onderuit gehaald. Zij hielden liever hun mond toen het op geloven aankwam. Ze vonden het leuk om met Jezus mee te gaan, maar liepen liever geen risico. Maar dan kom je ook niet verder, dan blijf je blind in je geloof.

Vandaag worden wij opgeroepen ons geloof te belijden. Hier in de kerk, om het later ook te belijden thuis en in onze omgeving, opdat Hij onze wereld mag genezen en ons weer leert zien. Amen.

29e zondag door het jaar

Viering zondag 17 oktober 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Zoals het er in de wereld aan toegaat, zo moet het niet gaan in de Kerk. Dat horen we vandaag in het Evangelie. Helaas gaat het ook in de Kerk vaak fout. Daarom vieren wij de Eucharistie, om bij Christus kracht en inspiratie op te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 53, 10-11
  • Tussenzang: Psalm 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22
  • Tweede lezing: Hebreeën 4, 14-16
  • Alleluja: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Marcus 10, 35-45 of 42-45

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Afgelopen vrijdag hoorden we Jezus in het Evangelie volgens Lucas zeggen: “Wacht u voor het zuurdeeg, dat wil zeggen, voor de huichelarij van de Farizeeën. Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden. Want alles wat gij in het donker gezegd hebt, zal gehoord worden in het licht; en wat gij binnenkamers in het oor gefluisterd hebt, zal van de daken verkondigd worden” (Lucas 12 1b-3).

Een zuurdesem doet het hele brood rijzen. Een bedorven zuurdesem doet ook het hele brood rijzen, maar daarna is het brood niet meer te eten. Jezus waarschuwde zijn leerlingen voor de houding van de Farizeeën, omdat zij spreken met een dubbele tong. Van buiten lijken ze de fatsoenlijkheid zelve, maar binnenskamers maken ze plannen om Jezus aan het kruis te nagelen. Jezus weet wat ze van plan zijn en zegt daarom: “Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden.”

Deze dagen zijn wij opnieuw geschokt door het seksueel misbruik in kerkelijke kringen, en nu in Frankrijk. Details heb ik er niet van, maar het gaat opnieuw om grote aantallen; misbruik door kerkelijke bedienaren en door leken. Het misbruik in Nederland hebben we nog niet verwerkt, maar intussen horen we over Ierland, Duitsland, Australië, Canada en nu Frankrijk.

Wat was er mis met de Kerk van de vorige eeuw en zijn we daar nu van verlost of niet. In ieder geval is dit Woord van Jezus waarheid geworden: “Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden.” De Kerk moet heilig zijn. Dat is niet alleen haar roeping, het is een must.

We hebben in Nederland de commissie Samson gehad. We hebben wereldwijd Me Too gehad. Er is onlangs, naar aanleiding van overschrijdend gedrag in de turnwereld, een grootschalig onderzoek in de sportkoepel aangekondigd. Ook is er inmiddels veel bekend over grootschalig seksueel misbruik in familieverband. Toch heeft in de media niets er zo sterk ingehakt als het seksueel misbruik binnen de Kerk. En dat is logisch. Jezus zegt: “Laat de kinderen tot Mij komen”, maar wat blijft er over van dat Woord als ze in de Kerk niet veilig zijn. De Kerk is op dit terrein in de afgelopen eeuw niet trouw geweest aan haar eigen zending en haar eigen leer. Wat zonde is moet ook als zonde aangepakt worden, niet verdoezeld of vergoelijkt. Het gaat hierbij immers niet over een verkeerde bestuurlijke inschatting, over een theologisch meningsverschil of liturgische discussies en nuances, het gaat direct over Gods kinderen, de kleinen; zoals Jezus zei: “Maar als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee” (Matteüs 18, 6). Dat is iets anders dan overplaatsen of toedekken. De Kerk moet heilig zijn, dat is een must, dat is een heilig moeten. Dat het misgaat in de wereld, daar is iedereen helaas wel aan gewend, maar de Kerk moet heilig zijn, het is het Lichaam van Christus.

Echter … … … Gods kinderen zijn niet heilig, wij, u en ik, wij gedoopten, gevormden, wij kerkgangers die deelnemen aan de Eucharistie, wij allen zijn zondaars, wij schieten allemaal te kort. Hoe zit dat dan met “Een heilige Katholieke en apostolische Kerk? Is het aan de ene kant een geloofspunt, maar tegelijk een onmogelijke opgaaf? Is het bij voorbaat gedoemd te mislukken?

Bij de Kerk hoort transparantie, openheid. Het begon al met de doop door Johannes de Doper. Bij die doop beleden de mensen hun zonden, daar in het openbaar, dat was bekering; iedereen mag het weten, ik neem er afstand van, ik ga een andere weg. Het tegendeel is precies dat waar Jezus in het Evangelie voor waarschuwt met verwijzing naar de Farizeeën, geen binnenskamers gekonkel, geen machtsspelletjes, geen winstbejag, geen kerkpolitiek, geen streberigheid en ambities voor steeds hogerop.

Jakobus en Johannes vragen aan Jezus: “Meester, … “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten.” “Toen de tien anderen dit hoorden werden ze kwaad op Jakobus en Johannes”. Het is een verkeerde ambitie van de twee broers en de reactie bij de tien anderen is jaloezie. Het is de sfeer van de wereld die niet thuishoort in de Kerk.

Wij hebben een Heer die dienaar geworden is. Zijn voorbeeld moet onze ambitie, ons streven zijn. Als de Kerk groot en invloedrijk is, dan neemt het gevaar toe dat het in de Kerk gaat zoals in de wereld, in plaats van zoals in de hemel; gebrek aan transparantie en dienstbaarheid en dan machtsmisbruik. Jezus zegt vandaag: “Gij weet … dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn.” Jezus heeft toen al voor machtsmisbruik gewaarschuwd. “Dit mag ‘in zijn Kerk’ niet het geval zijn.”

Jezus is duidelijk, het Evangelie is duidelijk. Eigenlijk mogen we blij zijn dat we als Kerk kleiner worden. Want dan belanden we minder snel in de valkuilen van macht en misbruik. Ook moeten we God dankbaar zijn dat het misbruik van de afgelopen eeuw nu openbaar is geworden, want nu kunnen we ons als Kerk bekeren. Het was ook onvermijdelijk, Jezus had het al voorzegd: “Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden.” Maar het is ook noodzakelijk, deze zuivering is nodig; want de Kerk moet heilig zijn, niet doordat we nooit meer zondigen, maar doordat we onze zonden erkennen en steeds weer de weg van bekering opgaan. Dan pas kan de Kerk weer een teken en een voorbeeld zijn voor de wereld. Amen.

28e zondag door het jaar

Viering zondag 10 oktober 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Rijk zijn heeft zo zijn voordelen, maar de gevaren zijn groter. Dat zien we vandaag bij de rijke jongeling. Omdat Jezus arm is geworden voor ons, kunnen wij nu delen in zijn geestelijke rijkdom. Dat vieren we in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid 7, 7-11
  • Tussenzang: Psalm 190 (89), 12-13, 14-15, 16-17
  • Tweede lezing: Hebreeën 4, 12-13
  • Alleluja: Johannes 10, 27
  • Evangelie: Marcus 10, 17-30 of 17-27

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Het evangelie van vandaag kun je niet goed begrijpen als je niet weet hoe in het verleden over rijkdom werd gedacht. Is rijkdom nu een zegen of juist niet? Is rijkdom nu een gave van God of juist niet?

In het Oude Testament gaat de zegen van God vaak gepaard met voorspoed. Grote kudde, groene weiden, overvloedige oogsten. God heeft het goed met je voor. In dat licht moeten we opmerking van de apostelen in het gesprek met Jezus: “Kinderen, wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.” Toen waren ze nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar: “Wie kan dan nog gered worden?”

De leerlingen zien bij de armen waarschijnlijk weinig kennis van de Wet van Mozes en meer criminaliteit, prostitutie en opstandigheid. Ze zijn dan ook verbijsterd: “Wie kan dan nog gered worden?” Dit is de sfeer van die tijd.

Voordat we naar de rijke jongeman kijken is het goed eerst een enkele gelijkenis van Jezus in gedachten te nemen. Bij Matteüs en Lucas spreekt Jezus vaker over rijk zijn. Zoals bij de rijke man in Lucas 12. Hij had een overvloedige oogst. Die wilde hij opslaan in grotere schuren. Hij zei bij zichzelf: “Man, je hebt een grote rijkdom, eet en drink en geniet ervan”. Maar die nacht komt de dood hem halen. Jezus zegt dan: Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God: de man is niet rijk bij God. Of in Matteüs 6, waar Jezus zegt: “Verzamelt u geen schatten op aarde waar ze door mot en worm vergaan …” Schatten op aarde of een schat in de hemel.

Vandaag dan die ontmoeting met de rijke jongeman. Jezus herinnert hem aan de tien geboden. De jongeman antwoordt daarop: “Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.” Dan staat er: “Toen keek Jezus hem liefdevol aan …” Eigenlijk is daar het begin van een schat in de hemel. De jongeman kan gaan behoren bij de geliefde vrienden van Jezus. Jezus bevestigt dat met deze opmerking: “Eén ding ontbreekt u; ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.”

Hij nodigt de jongeman uit om een schat op te bouwen in de hemel, om zijn aardse schat in te zetten voor de hemelse schat, om aardse rijkdom prijs te geven voor een hemelse rijkdom. Want dat is dat ene wat hem ontbreekt, hij is nog niet rijk bij God. Hij heeft Gods geboden onderhouden, dat klopt, maar dit reikt niet verder dan het Oude Verbond. Nu kan hij een stap zetten naar het Nieuwe Verbond, hij kan gaan horen bij Gods vrienden, daarom keek Jezus hem liefdevol aan.

We kennen Jezus uitspraak in de bergrede bij Lucas (6, 20): “Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk der Hemelen”. Jezus zegt dit niet in het algemeen maar tegen zijn leerlingen die alles hebben achtergelaten, dat betreft een zelfgekozen armoede, dat is niet een armoede als gevolg van een foute houding van de overheid met de belasting en de toeslagenaffaire, of dat mensen door een maffia worden kaalgeplukt, of dat ze door eigen hebberigheid verkeerd gegokt hebben. Het gaat Jezus om een zelfgekozen armoede. Komen de leerlingen dan iets te kort? Zijn ze dan werkelijk arm?

Jezus antwoordde: “Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.” Armoede met Christus is geen armoede als ziet de wereld dat misschien wel zo, het is wijsheid.

Het is de wijsheid waar de eerste lezing over sprak. Daar worden ook dingen genoemd die de wijze achterlaat en prijs geeft om de wijsheid te winnen: rijkdom, de kostbaarste steen, alle goud en zilver, gezondheid en schoonheid, het licht in je ogen. Alles waar het in de wereld om gaat, gezondheid, schoonheid, alles kunnen zien en meemaken, rijkdom en bezit, dat alles is niets vergeleken met de wijsheid. Die wijsheid is Vlees en Bloed geworden in Christus. Hem volgen is de ware wijsheid. De jongeman miste een schat in de hemel; ondanks zijn trouw aan de tien geboden was hij toch niet rijk bij God, hij was niet vrij, hij was de gevangene van zijn bezit.

Kijken we nu naar de wereld in onze tijd. Dankzij technologie, wetenschap, kennis, olie en andere delfstoffen, is de welvaart wereldwijd enorm toegenomen. Wij wonen hier in het Rijke Westen. Wij horen bij de rijken op aarde, zelfs als we onszelf zo niet zien. Maar deze rijkdom is ten koste gegaan van schepping en samenleving: Klimaatcrisis, stikstofcrisis, coronacrisis, huizencrisis, demografische crisis met de Europese vergrijzing, geloofscrisis door een nihilistische cultuur.

Het Tweede Vaticaans Concilie zegt dat wij de tekenen van de tijd moeten verstaan. Wij zijn nu, hier, in het Westen, die Rijke Jongeling die bedroefd is heengegaan omdat hij vele goederen bezat. Wij worden door Jezus uitgenodigd vrijwillig de stap naar soberheid te zetten door consequent te kiezen voor de navolging van Christus. Dan verwerven we Gods Koninkrijk en leert Jezus ons dat al het overige ons erbij gegeven wordt. Amen.

27e zondag door het jaar

Viering zondag 3 oktober 2021

Celebrant: Mgr. J.H.J. van den Hende

Vandaag spreekt Jezus in het Evangelie over het huwelijk, hoe uniek en kostbaar het is. Om het te verstaan gaat Jezus helemaal terug naar het begin van de schepping. Jezus weet ook wat huwelijkstrouw en huwelijksliefde kan kosten aan pijn en lijden; Hijzelf is de bruidegom die zijn leven geeft voor zijn bruid, de Kerk. Dat gedenken we in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 2, 18-24
  • Tussenzang: Psalm 128 (127), 1-2, 3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Hebreeën 2, 9-11
  • Alleluja: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Marcus 10, 2-16 of 2-12

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Er bestaat al een paar jaar een Marriage week die meestal in de maand februari wordt gehouden. Daardoor bestaat er ook zoiets als een huwelijkszondag. Kijk ik nu naar de lezingen van vandaag, dan zou ik geneigd zijn deze zondag ook tot huwelijkszondag te bestempelen. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat het huwelijk in onze tijd flink in de knel zit. Je kunt het met elkaar treffen, waardoor het min of meer vanzelf gaat, maar over het algemeen hebben huwelijken met regelmaat problemen te overwinnen.

Vandaag wordt Jezus bevraagd over het huwelijk en met name over scheiding. We lezen dit jaar uit Marcus en Marcus schrijft dat de leerlingen Jezus thuis daar nogmaals over ondervroegen”. Kijk je nu bij Matteüs, dan kunnen we daar lezen wat de leerlingen zeiden: “Als de verhouding tussen man en vrouw zo is, kan men beter niet trouwen.” Jezus antwoordde: “Niet iedereen kan dit begrijpen, maar alleen zij aan wie het gegeven is” (Matteüs 19, 10-11).

Blijkbaar zagen de leerlingen in de samenleving en mogelijk ook in hun eigen leven huwelijksproblemen genoeg, en wel zo dat ze zeggen: “Als je niet kan scheiden, kan je beter niet trouwen”. In het Jodendom van die tijd, was scheiden wel degelijk mogelijk, officieel zelf, met de Wet van Mozes in de hand. Daar werd wel over gediscussieerd, maar het was mogelijk. Het valt daarom op dat Jezus hier zo’n duidelijk en ook wel ferm standpunt inneemt: “Wat God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden”.

Hierover is natuurlijk veel gediscussieerd. Want het leven is vaak grillig. Wat nu als er sprake is van geweld, wat dan? Of als een van de twee is weggelopen en jij blijft achter, wat dan? Je kunt het haast niet verzinnen of er is wel een omstandigheid waarbij je denkt, kan dit standpunt van Jezus hierbij wel standhouden?

Ik zou nu een uiteenzetting kunnen geven over het kerkelijk proces van nietigverklaring, wat wel eens verkeerd wordt aangeduid als kerkelijke scheiding, maar dat doe ik niet. Inderdaad, soms zegt de Kerk na een grondig onderzoek dat een kerkelijk huwelijk, bij nader inzien, niet aan de fundamentele eisen heeft voldaan en dus al vanaf het begin geen kerkelijk, sacramenteel, onontbindbaar huwelijk is geweest. Zo’n procedure van nietigverklaring is bovendien door paus Franciscus vereenvoudigd zodat het proces niet meer zo lang hoeft te duren. Maar daar wil ik nu niet op ingaan omdat Jezus er verder niet op ingaat. Jezus legt eenvoudig uit hoe God het huwelijk heeft bedoeld. Met andere woorden, wil je leven naar Gods bedoeling, en dat is de Weg van Jezus, dan hoort scheiden daar niet bij.

Is dit nu alles? Is het alleen maar zijn stelling? Zeker niet. Het huwelijk zoals Jezus het ziet, staat niet op zich. Jezus pleit voor een volledige levenshouding; hoe leef je? Hoe gedraag je jezelf? Wat doe je als christen? Daarom spreekt Hij de zaligsprekingen. Daarover schrijft Paulus in de tweede lezing: “ … was het dan niet passend dat Hij de aanvoerder die hen redt niet dan door lijden tot de voleinding bracht?” Jezus weet heel goed wat het dragen van een kruis betekent.

Zijn antwoord op de vraag van scheiding is “heel zijn Evangelie”. Vandaag vertelt Hij eenvoudig hoe God het huwelijk heeft bedoeld en dat wij mensen daar niet aan moeten tornen. In de rest van het Evangelie leert Hij ons hoe wij mensen kunnen worden naar Gods hart, mensen die in staat zijn te dienen, lief te hebben ook als het pijn doet, geduld te hebben met de ander omdat die ook een kwetsbaar mens is, vriendelijk te blijven wanneer het spannend wordt, trouw te bijven als we het op willen geven. Dit alles heeft Hij Zelf voorgeleefd.

Alle mensen zijn kwetsbare mensen. Wanneer je geen noemenswaardige jeugdtrauma’s hebt opgelopen, heb je het getroffen. Inmiddels is het geen schande meer om te erkennen wanneer je een angststoornis hebt of depressiviteit. Je hoeft je niet meer te schamen als je PDD-NOS hebt, borderline, verslaving, autistische stoornis, asperger, ADHD, narcisme, psychoses, persoonlijkheidsstoornis en nog meer. Je kunt ook een te kort been hebben of een kromme rug, een niet volgroeide hand of flaporen. De natuur is kwetsbaar en ieder mens heeft wel iets.

Lastig wordt het wanneer we een volmaakte partner verwachten en die ander verwacht ook een volmaakte partner. Of als we denken dat we die ander wel kunnen vormen en opvoeden naar onze wensen. Of als we denken dat wij geen tegenslagen zullen krijgen en alles altijd rozengeur en maneschijn zal zijn.

Als iemand priester wordt, krijgt hij minstens één psychologische test maar soms ook meer. Hij krijgt een vorming van zes tot zeven jaar. Veel daarvan betreft de persoonlijkheidsvorming. Een priester moet als een echte christen kunnen leven, want het gaat om navolging van Jezus. Soms denk ik dat iedere mens, gewoon als onderdeel van de lagere school en nog een keer op de middelbare school en nog een keer bij het hoger onderwijs, standaard een goede psychologische test moet kunnen krijgen. Niet om een etiket te plakken, maar om jezelf te leren kennen. Want in een huwelijk waar twee partners kwetsbaarheden hebben die ze niet bij elkaar kunnen opvangen, groeien onvermijdelijk en soms onoverkomelijke problemen. Bovendien: Je trouwt niet voor je lol. Het huwelijk betreft de familie en heel de samenleving. Jezus wijst ons een weg om als mens te groeien, en wie die weg gaat, zal ook geholpen worden om het huwelijk tot een gezegende verbintenis te maken. Amen.

26e zondag door het jaar

Viering zondag 26 september 2021

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

Voor de viering van 26 september is helaas geen preek beschikbaar.

25e zondag door het jaar

Viering zondag 19 september 2021

Celebrant: Pastoor K. Dernee

In verband met de vakantie van plebaan Michel Hagen, is er voor deze viering geen preek beschikbaar.

24e zondag door het jaar

Viering zondag 12 september 2021

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

In verband met de vakantie van plebaan Michel Hagen, is er voor deze viering geen preek beschikbaar.

23e zondag door het jaar

Viering zondag 5 september 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus geneest een doofstomme. Het is een teken dat Gods Koningschap met Jezus een heel nieuwe fase is ingegaan. Wij zijn hier genodigd om in deze Eucharistie deel te nemen aan zijn Bruiloftsmaal en ook zelf meer en meer het goede te zien, te horen, te zeggen en te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 35, 4-7a
  • Psalm: Ps. 146 (145), 7, 8-9a, 9bc-10
  • Tweede lezing: Jakobus 2, 1-5
  • Alleluja acclamatie: Johannes 1, 14 en 12b
  • Evangelie: Marcus 7, 31-37

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

“Vat moed en vreest niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden”.

Zo spreekt Jesaja het volk moed in. Hoofdstuk 35 van Jesaja wordt wel de kleine apocalyps genoemd, een toekomstvisioen, een openbaring over wat er komen gaat. Het hoofdstuk is kort; ze hadden net zo goed de drie overige verzen erbij kunnen nemen. Die luiden: 7b. Op de plaats waar jakhalzen lagen, groeien dan riet en papyrus. 8 Daar komt een gebaande weg die de heilige weg zal heten. Geen onreine zal die betreden - die gaat zijn eigen weg -, geen dwazen dwalen er rond. 9 Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen er niet gaan, die zijn er niet meer te vinden. Alleen verlosten gaan erover; 10 de verlosten van DE HEER keren erover terug; en met gejubel bereiken zij Sion, met een kroon van eeuwige vreugde getooid. Blijdschap en vreugde zullen terugkeren, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Het is vrijwel zeker dat Jezus deze tekst van Jesaja heel goed heeft gekend, dat deze tekst als het ware een deel van de agenda van zijn leven was. Toen Jezus in Nazaret in de synagoge opstond om voor te lezen, was het ook een tekst van Jesaja die Hij voorlas: “De geest van DE HEER, mijn Heer, rust op mij, want DE HEER heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een genadejaar van DE HEER aan te kondigen” (Jesaja 61, 1-2a).

Woorden van hoop: Vat moed – Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme – een heilige weg en de verlosten zullen hem volgen – blijdschap en vreugde – het goede nieuws voor de armen – genezing voor gebroken harten – vrijheid voor gevangen – een genadejaar van de Heer.

Dit alles moeten de mensen in de tijd van Jezus hebben herkend, toen Jezus een doofstomme genas; Effeta, ga open. Hij laat doven horen en stommen spreken. Hij doet blinden zien en laat lammen lopen. Maar dat zijn toch de tekenen van Gods Koninkrijk dat gekomen is. Wie is Hij dan, dat Hij dit doet?

In de wereldliteratuur zijn dierenverhalen dikwijls gebruikt om kritiek te uiten op de samenleving, zoals bijvoorbeeld Reinaart de Vos en Animal Farm. Ik denk dat we zo ook naar deze teksten van Jesaja kunnen kijken. Waar jakhalzen lagen, groeit dan riet en papyrus – geen dwazen dwalen er rond. Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen er niet gaan. Dit gaat niet alleen over dieren, het gaat ook over mensen die zijn als jakhalzen, als leeuwen, als wilde dieren. Die mensen zullen die Nieuwe Weg niet vinden en niet volgen.

Zo kan je ook beeldspraak zien wat betreft de doven, de stommen, de blinden en de lammen. Over de Farizeeën zegt Jezus op een goed moment: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil” (Matteüs 15, 14).

Als je zo naar de wereld kijkt, naar de Nieuwe Weg die Jezus ons wijst en die Hij Zelf is, opdat wij hem navolgen; dan vinden we een nieuwe betekenis. Die Weg blijft onzichtbaar voor hen die bewust geestelijk blind zijn; die Weg is niet te volgen voor hen die zich laten verlammen door hun gebondenheid aan de wereld; die Weg is niet te verstaan voor hen die doof blijven voor Gods Woord en die Weg wordt verzwegen door hen die hun stem niet lenen aan God.

Wat betekent het dan als Jezus doven doet horen, stommen doet spreken, blinden doet zien en lammen doet lopen? Het betekent dat zij die onmachtig zijn en door het geschreeuw van anderen doof worden, door anderen met stomheid worden geslagen, door deze wereld verblind en door deze cultuur vastgebonden; dat als zij hun heil zoeken bij Jezus, zij bevrijding vinden, dat ze verbonden met Hem gaan zien wat ze nooit zagen, horen wat ze nooit verstonden, dat ze zijn Weg kunnen volgen en God loven met nieuwe woorden.

Wat is dan het verschil tussen de blinde Farizeeën, waarvan Jezus zegt: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil”, tegenover de blinden die wel genezing vinden. Het verschil is de arrogantie, de weigering om in Jezus Gods Redder te erkennen, de hoogmoed van het eigen gelijk door de eigen intelligentie, waardoor ze zich steeds vaster nestelen op de dwaalweg die zij volgen. De belangen waaraan zij gehecht zijn en die ze weigeren prijs te geven. Door dat alles gaan zij niet naar de geneesheer van de ziel en blijven zij blind, stom, doof en verlamd en zullen ze de Nieuwe Weg niet volgen.

Het is een spiegel voor onszelf en voor de wereld. Want hoe zal het gaan met de wereld? Klimaatverandering eist steeds meer zijn tol. De coronapandemie is nog niet over, de economie lijkt zich te herstellen, maar veel vooruitgang is kunstmatig. Toen Israël het in Egypte steeds moeilijker kreeg, hoorde God de weeklachten van zijn Volk. Zolang de wereld niet aanklopt bij God, vanwege hoogmoed en eigengereidheid, vanwege de weigering te geloven en te gehoorzamen, zolang zullen de problemen blijven toenemen. Totdat, ja totdat de blinden gaan zien en de doven gaan horen en de stommen gaan spreken en de lammen gaan lopen en de wereld zal erkennen dat er maar één Weg is, één Redder, één Heer, één God boven allen en met allen en in allen. Amen.

22e zondag door het jaar

Viering zondag 29 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus is de koning van de innerlijkheid, van de binnenkant. In de liturgie worden we uitgenodigd door de uiterlijke vormen heen te kijken en hem te vinden die ons innerlijk wil genezen en heiligen.

Viering van zaterdag 28 augustus:

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 4, 1-2. 6-8
  • Psalm: Ps. 15 (14), 2-3a, 3cd-4ab, 4c-5
  • Tweede lezing: Jakobus 1, 17-18. 21b-22. 27
  • Alleluja acclamatie: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Marcus 7, 1-8. 14-15. 21-23

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Jezus krijgt hoog bezoek. Farizeeën, waaronder enkele schriftgeleerden, uit Jeruzalem; zij komen bij Jezus samen. Waar zal het gesprek over gaan? Als je met een stevige delegatie bij Jezus op bezoek gaat, dan heb je vast wat onderwerpen om met Hem te bespreken? Met welke houding ga je naar Hem toe? Ben je benieuwd naar zijn visie, zijn inzicht? Je zou kunnen verwachten dat het gesprek zou gaan over zijn visie op God, zijn visie op Gods Koninkrijk, zijn visie op vergeving. Zulke momenten zijn er wel in het Evangelie, maar vandaag niets van dit alles. De enige opmerking die ze maken gaat over het reinigingsritueel voor de maaltijd.

Wat is dat reinigingsritueel? Je zou kunnen denken, nu in de Corona-pandemie, dat dit geen slechte gewoonte is, handen wassen voor de maaltijd. Maar dat ritueel is geen echt handen wassen. Het was met de vingertoppen even het water aanraken. Die wassing kun je vergelijken met het wijwaterbakje dat we nu tijdens Corona voorin de kerk niet gebruiken. Ook het gebruik van het wijwaterbakje is geen echt handen wassen, het kruisteken met wijwater betekent een geestelijke reiniging die ons herinnert aan ons Doopsel. Dat was de grote innerlijke wassing waarmee wij ons leven met Christus zijn begonnen.

Het ging de Farizeeën en de schriftgeleerden dus niet om hygiëne, dat woord kende men zo ook niet. Het ging om een ritueel gebruik. Sommige van de leerlingen onderhielden dat gebruik dus niet, zoals wij nu ook het wijwaterbakje bij binnenkomst niet gebruiken. Het lijkt er overigens op dat Jezus zelf en ook het merendeel van de leerlingen die reinigingsrituelen wel onderhielden. Jezus heeft er op zich dus niets op tegen. Er staat dat sommigen het niet deden.

Het lijkt erop dat Jezus door de opmerking hierover geraakt wordt. Jezus neemt het op voor zijn leerlingen, zoals Hij dat vaker deed. Denk aan die keer dat er een vastendag was en de leerlingen van Jezus die vastendag niet hielden of die keer dat de leerlingen korenaren plukten op een sabbat en daarvan wat aten omdat ze nog niets gegeten hadden. We kennen het antwoord van Jezus, jonge wijn in nieuwe zakken en de sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat (Marcus 2, 18-28).

Vandaag geeft Jezus geen antwoord meer op hun vraag. Hij heeft al eerder antwoord gegeven hoe Hij zijn leerlingen opleidt en vormt, dat kunnen ze dus weten. Nu gebruikt Hij hun opmerking om hen zelf een spiegel voor te houden. Dat doet Hij radicaal. Het valt op dat Jezus over het algemeen vrij mild is naar de bevolking. Wel duidelijk en consequent, maar toch mild. Tegenover de Farizeeën en schriftgeleerden, gebruikt Jezus scherpere woorden. Dat heeft ermee te maken dat zij beter zouden moeten weten. Is er nu niets beters om over te praten dan over het reinigingsritueel?

Het lijkt erop dat de Farizeeën en de schriftgeleerden hun eigen innerlijk zijn kwijtgeraakt. Komt dat door hun grote gerichtheid op de Wet van Mozes? Zijn ze de profeten vergeten, zijn ze de Heilige Geest vergeten? Of zijn het de gewone valkuilen van de macht; dat je positie, de onderlinge belangen, vrees voor verandering of de valkuilen van de bureaucratie je gevangen houden en blind maken voor de eigen fouten. Dat gebeurt overal, ook in de Kerk.

Dat laatste lijkt inderdaad het geval te zijn. Jezus citeert Jesaja: “Dit volk eert Mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren”. Jezus verwijt hun dat waar zij prat op gaan, kennis van Gods geboden, zij juist niet waarmaken: “Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen!”

Zo zie je dat Jezus steeds terugkeert naar de oorsprong, Gods gebod, Bemin God en uw naasten; in het begin schiep God hen als man en vrouw; de sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat. Schriftgeleerden gebruikten hun scherpzinnige haarkloverij om hun eigen systeem in stand te houden, maar daarmee verdwenen Gods geboden zelf naar de achtergrond.

Die valkuil blijft altijd bestaan, niet alleen bij Farizeeën. Dat we bijkomstigheden tot hoofdzaken maken, dat we meer met de buitenkant bezig zijn dan met de binnenkant, dat we meer gehecht zijn aan de rituelen, de vormen, de uiterlijkheden dan met datgene waar het om gaat, waar die rituelen naar verwijzen, waarvoor ze bedoeld zijn.

Bij Jezus gaat het altijd om de binnenkant. Vergeving is iets dat in ons hart gebeurt. Kind van God zijn is niet zichtbaar aan de buitenkant. Dat Jezus Gods eniggeboren Zoon was, kon je niet aan zijn gezicht zien. Dat geldt ook voor de Communie, dat dit Brood Lichaam van Christus is, kan je niet aan de buitenkant zien. Alleen door ons geloof kunnen we die binnenkant beseffen.

Het is een valkuil om nu over de Farizeeën en de schriftgeleerden te spreken, waardoor we zelf buiten schot blijven. Maar aan het einde van het evangelie spreekt Jezus tot het volk, tot u en mij. Zuiverheid of onzuiverheid, het komt niet van buiten maar uit ons hart. Jezus geeft er een korte litanie van. Paulus herinnert ons in de tweede lezing eraan: Als de liefde in je hart niet concreet wordt, stelt het niet veel voor: “Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld”. Amen.

21e zondag door het jaar

Viering zondag 22 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Woorden van eeuwig leven zijn geen simpele of makkelijke woorden. Gods Woord is stevige kost waar je lang en goed op moet kauwen. Zo is het met Christus zelf ook. Hem navolgen is niet simpel maar op die weg schenkt God ons het eeuwige leven.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jozua 24, 1-2a. 15-17.18b
  • Psalm: Ps. 34 (33), 2-3, 16-17, 18-19, 20-21, 22-23
  • Tweede lezing: Efeziërs 5, 21-32
  • Alleluja acclamatie: Johannes 14, 23
  • Evangelie: Johannes 6, 60-69

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

We hebben vandaag de laatste lezing uit het Evangelie van Johannes als tussenvoeging in het Marcus-jaar. De volgende zondag lezen we weer uit het Evangelie volgens Marcus. We hebben de broodrede gevolgd, de uitgebreide lezingen waarin Jezus zich het levend Brood noemt. Vijf zondagen lang uit Johannes het zesde hoofdstuk.

Vandaag hebben we een soort anti-climax. We hoorden het al in de eerste regel: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” Zo werd er gereageerd: “Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” En even later: “Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap”.

Waarom lopen ze weg; waarom verlaten ze Jezus? Wat stuit hen tegen de borst? Wat is er niet om aan te horen in die woorden van Jezus? Was het deze zin? “Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is.”

Daarover sprak ik met u op de 19e zondag. Toe noemde Jezus dit ook al. Hij zei toen: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”. Je kunt die tekst op meerdere manieren uitleggen, ik heb hem betrokken op een nieuwe visie op God, de visie van Jezus. Als een barmhartige God jou niet trekt, als een vergevende God jou niet trekt, als een God die oog heeft voor zondaars en armen en gebrekkigen, als die God jou niet trekt, dan zal je ook niet tot Jezus gaan, dan voel je je ook niet aangetrokken tot de Zoon van die Vader.

Vandaag herhaalt Jezus zijn uitspraak met iets andere woorden: “Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is.” Die nieuwe houding, waarin je dit geloof als een gave ontvangt, is een houding van nederigheid en ontvankelijkheid. Dat is een andere houding dat wat zij zoeken. Zij zoeken kracht en macht, invloed en hun gelijk. Zij zijn gewend aan de Wet van Mozes waarin precies staat wat mag en niet mag, wat moet en niet moet. En als het er niet duidelijk staat, dan hebben ze hun uitleg paraat. Maar nu gaat het om een houding van ontvankelijkheid voor dat wat ze niet zwart op wit hebben. Geloof, iets dat je door de Vader gegeven wordt.

Maar om dat te ontvangen, moet je het ook vragen, moet je erom bidden. Maar waarom zou je erom bidden als het je niet aantrekt, als God, de barmhartige Vader je niet trekt.

Vandaag hebben we nog een lezing waarvan sommigen zeggen: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” Ik bedoel de tweede lezing. Daar schrijft Paulus: “Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw zoals Christus het hoofd is van de kerk”.

Ik heb al heel wat lectoren gehad die moeite hadden om dit voor te lezen. Het woord onderdanigheid stuit hen tegen de borst. We zijn tot gelijkwaardig. In Christus is er toch geen verschil meer. Dezelfde Paulus schrijft aan de Galaten: Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus (Galaten 3, 28).

Het is net als in het Evangelie. Hoe luisteren zij, stuit het tegen de borst en lopen ze weg, of blijven ze luisteren, zoeken ze verder totdat ze het verstaan.

Veel toehoorders slaan de eerste zin van de tweede lezing zonder aandacht over. Daar staat: “Broeders en zusters. Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus”. Weest elkander onderdanig. Dat is een ander woord voor: “Dient elkander”. Zoals Jezus Zelf zegt dat Hij niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen. Zoals we inmiddels beseffen dat alle dienst begint bij God die ons dienstbaar is doordat Hij ons in het bestaan heeft geroepen en doorlopend in het bestaan houdt. God dient de mens en het antwoord waardoor de mens tot God kan naderen is dat ook de mens bereid is te dienen.

Daar staat dus: “Broeders en zusters. Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus”. In die zin is geen verschil tussen Jood of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw. Als Paulus daarna uitlegt wat die onderdanigheid concreet betekent, legt hij uit dat de vrouw haar man moet zin in relatie tot Christus. En als hij aan de man uitlegt wat die onderdanigheid betekent, zegt hij: “Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de kerk heeft liefgehad: “Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, …” Het gaat er dus om hoe je leest.

In de eerste lezing stelt Jozua het volk voor de keuze of zij God willen dienen of voor andere goden kiezen. Het volk antwoordde: “Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren”.

Jezus vraagt zijn leerlingen: “Willen ook jullie soms weggaan?” Simon Petrus antwoordde Hem: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.”

Zo nodigt Jezus ook ons uit te geloven in de Vader, zoals we hem leren kennen door de Zoon, God ie ons oproept tot vergeving en barmhartigheid. Dat geloof mogen we uitspreken in onze geloofsbelijdenis. Amen.

Maria Tenhemelopneming

Viering zondag 15 augustus 2021

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

Maria is ten hemel opgenomen. De hemel en de aarde verheugen zich. Wij delen in die vreugde vandaag op deze zondag bij de viering van de Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Apokalyps 11, 19a; 12, 1-6a. 10ab
  • Psalm: Ps. 45 (44), 10bc, 11, 12ab,16
  • Tweede lezing: 1 Korinte 15, 20-26
  • Alleluja acclamatie: Maria is ten hemel opgenomen. Het engelenkoor jubelt. Alleluia.
  • Evangelie: Lucas 1, 39-56

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Toen paus Pius XII in 1950 plechtig het dogma van de Tenhemelopneming van Maria afkondigde, bevestigde hij dit met deze woorden: “ … dat de Onbevlekte Moeder Gods altijd Maagd Maria, na het voltooien van haar aardse levensweg, met lichaam en ziel tot de hemelglorie is opgenomen”.

Waarom is dit belangrijk voor de Kerk? Waarom is dit belangrijk voor ons?

Wij geloven dat Christus ten hemel is opgestegen. Na zijn verrijzenis met Pasen vieren we op de donderdag voor Pinksteren het feest van zijn hemelvaart. Op zich is hemelvaart niet onbekend in de Bijbel. In het Oude Testament wordt de hemelvaart van de profeet Elia beschreven. Ook zijn er oude verhalen over de hemelvaart van Mozes. Die twee verschenen met Jezus op de berg. Dat hebben we op 6 augustus nog herdacht. Er is weinig discussie over Elia of over Mozes, net zo min als er discussie is over Jezus’ hemelvaart. Maar over de tenhemelopneming van Maria is wel flink gediscussieerd, omdat die niet beschreven is in de Handelingen van Apostelen, net zo min als haar overlijden. Daarvoor moet je te raden gaan in latere bronnen.

Misschien moeten we ons eerst afvragen wat de hemel is. En als je een idee hebt van wat de hemel is, dan kun je ook nadenken over de tenhemelopneming van Maria met ziel en lichaam.

Wat Jezus betreft is zijn hemelvaart de uitdrukking van de voltooiing van zijn zending. Zelf zegt Hij dat men Hem zal zien zitten aan de rechterhand van God. Zijn hemelvaart is de bevestiging dat Hij zijn definitieve plek bij God, in Gods Koninkrijk, in de hemel, heeft ingenomen.

Zo is de hemelvaart van Elia de bevestiging dat Elia een bijzondere krachtige profeet was die zijn zending van Godswege heeft volbracht en dat daar niets meer aan of afgedaan kan worden. Om die reden is er ook de traditie over de hemelvaart van Mozes.

Maar hoe zit dat dan met Maria? De tweede lezing van dit feest geeft ons een hint. Paulus schrijft: “Zoals allen sterven in Adam zo zullen ook allen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens, bij zijn komst zij die Christus toebehoren; …”.

“Zij die Christus toebehoren”. Maria, zijn moeder, behoorde Christus volledig toe. Haar moederschap was volledig aan Hem gewijd. Haar leven was volledig aan God gewijd. De Kerk erkent haar zondeloosheid vanaf het begin van haar bestaan. En zo erkent de Kerk ook dat haar einde zonder bederf is geweest. Voor de Kerk is dit zo duidelijk dat zij dit als dogma heeft vastgesteld.

Toch weten we daarmee niet wat die lichamelijke tenhemelopneming dan precies is. Als Jezus na zijn verrijzenis verschijnt aan zijn leerlingen, herkennen ze Hem meestal niet. De verhalen over zijn verschijning geven weer dat Hij aan de ene kant met hen eet, maar dat Hij ook zonder dat er een deur open gaat in hun midden staat. Zijn Lichaam is niet zo lichamelijk meer als dat van ons.

Misschien moeten we om dat te verstaan naar onze geloofsbelijdenis kijken. Aan het einde belijden wij dat we geloven in de verrijzenis van het lichaam. Op een audiëntie van 4 december 2013 sprak paus Franciscus daarover. “Omdat Jezus verrezen is zullen wij verrijzen. Wij bezitten de hoop op de verrijzenis omdat Hij ons de deur naar die verrijzenis heeft geopend. En deze verrijzenis, deze gedaanteverandering van ons lichaam wordt in dit leven voorbereid door de band met Jezus in de Sacramenten, vooral in de Eucharistie”.

Zoals Maria aan het begin van haar leven deel heeft gekregen aan de zondeloosheid van Jezus, zo krijgt Maria aan het einde van haar leven ook deel aan zijn verrijzenis.

Waarom is dat van belang voor ons? Met die vraag begon ik deze homilie. Omdat Maria een gewoon meisje was bij wie God grote dingen heeft gedaan, is zij de gezegende onder alle vrouwen en mannen en is zij ons voorbeeld. Zoals God met haar heeft gedaan, zo zal Hij ook met ons doen.

Zoals Jezus is verrezen en niet meer sterft, zo zal ook Maria het bederf niet zien, zij heeft deel gekregen aan diezelfde onsterfelijkheid van Jezus.

Het klinkt waarschijnlijk allemaal wat theologisch, maar de boodschap is eenvoudig. Zo bijzonder als haar begin was, waarover we lezen in het Evangelie, zo bijzonder is ook haar einde, want God is begin en einde en wat Hij begint, voltooit Hij ook.

Zoals Hij met Maria heeft gedaan, zo zal Hij ook met ons doen. Hier in de Eucharistie hebben we al deel aan de verrijzenis van Jezus. Hier zijn wij lichamelijk al met Hem verbonden. Hier worden we als gemeenschap samen Lichaam van Christus, Kerk, Bruid van Christus, Volk van God.

Dat zien we bij Maria, zijn Moeder en onze Moeder. Dat is een feest waard en dat vieren we op deze dag. We vieren dus ook onze eigen toekomst, want wat God in ons begonnen is, zal Hij ook tot voltooiing brengen. Net als bij Maria die voorgoed haar plaats heeft bij God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Negentiende zondag door het jaar

Viering zondag 8 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Voedsel om de weg van God te kunnen gaan en te voltooien; dat is niet het gewone voedsel dat we in de winkel kopen. Het is het voedsel dat God ons geeft voor onze ziel, teken van Gods goedheid en Gods Voorzienigheid. Dat vieren we in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Koningen 19, 4-8
  • Psalm: Ps. 34 (33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: Efeziërs 4, 30-5, 2
  • Alleluja acclamatie: Johannes 6, 64b en 69b
  • Evangelie: Johannes 6, 41-51

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Wat overkwam de grote profeet Elia, dat hij hier totaal moedeloos neerligt en bidt: “Het wordt mij te veel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen”. Elia, de vuurprofeet, ligt hier onder de bremstruik en wil dood. Als iemand wel eens dat gevoel heeft gehad: “Heer, laat mij maar doodgaan”, dan is daar dus niets vreemds aan. Job heeft het gebeden. Elia heeft het gebeden. Toch heeft God hun gebed niet verhoord, God is niet een God van de dood maar van het leven.

Maar hoe kwam Elia zover. Het loont de moeite om de hoofdstukken hiervoor in het boek der Koningen te lezen. Daar vindt u de strijd met de Baälprofeten, 450 man sterk. Elia daagt ze uit tot een Godsgericht. Laat God maar tonen wie de echte God is. Jullie maken een offer. Ik maak een offer en de God die met vuur antwoordt is de ware God. Ze nemen de uitdaging aan. Maar met het Baäloffer gebeurt niets hoe ze ook dansen en roepen. Als Elia zijn offer heeft bereid en tot God bidt, komt er vuur uit de hemel die het hele altaar met offerdier en water erbij verteert. De Baälprofeten worden terechtgesteld en gedood. Een enorm bloedbad. Daarna bidt Elia dat het weer mag gaan regenen en het gebeurt. De hongersnood gaat voorbij.

Je zou zeggen. Na zo’n hoogtepunt barst Elia toch van de energie en de moed en de kracht! Maar wat blijkt. Koningin Izebel is zo woedend, want zij is van Baäl, dat ze bekend laat maken dat ze Elia binnen 24 uur zal laten doden. Elia vlucht dus voor zijn leven. Dat is de druppel. Na de jarenlange droogte, de hongersnood, de strijd met de Baälprofeten, de confrontatie met de koning. Moet hij nu weer vluchten voor zijn leven. Komt er dan nooit rust? Blijft de tegenstander dan steeds weer toeslaan? Elia is uitgeput. Dat is waarom hij vandaag in de eerste lezing tot God bidt: “Het wordt mij te veel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen”

U kent ongetwijfeld het bijzondere Woord van Jezus: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Matteüs 11, 28-30). Elia is daar uitgeput. Hij bidt tot God. Maar God laat hem niet daar doodgaan. Hij geeft hem voedsel en drank. Tot tweemaal toe. Die tweede keer is de bevestiging dat God hem heeft gezien, dat God nog steeds aan zijn zijde is, dat God doorgaat met de strijdt. Dan staat Elia op, God doet hem weer opstaan en zet hem weer in beweging. Elia gaat op weg naar de Horeb om tot God te bidden en te horen wat hij moet doen.

Was dit brood uit de hemel? Was dit engelenbrood? Nee, het was wel Gods Voorzienigheid die Elia hier twee keer achter elkaar ervaart. Zo wordt dit brood een ander voedsel, teken van Gods nabijheid en zorg, teken ook dat hij door moet gaan.

Als Jezus dan zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’ dan is het niet vreemd dat zijn tijdgenoten even moeten denken wat Hij daarmee bedoelt. Maar in plaats van op zoek te gaan naar wat Hij daarmee bedoelt, hebben ze hun oordeel al klaar. Wie denkt Hij wel dat Hij is? Hij is geen nieuwe Melchisedek van wie geen vader of moeder bekend was. Hem kennen we. Gewoon een mens. Wat beweert Hij dan als Hij zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’

Maar ook voor ons, hier en nu, is het van belang dat we proberen te verstaan wat Hij bedoelt. We kunnen natuurlijk heel snel zeggen: “O, dat weten we, Hij bedoelt de Eucharistie. In de Eucharistie is Hij het Brood des levens”. Maar hoe waar die gedachte ook is. Toch moeten we verder denken.

Jezus zegt: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt”. Wat is dat, dat de Vader je trekt? Jezus openbaart ons de Vader, als God die liefde is, die begaan is met de mensen, die oog heeft voor tollenaars en zondaars, die aandacht heeft voor zieken en hen geneest, God die de blinden doet zien en de lammen doet lopen, die de boetvaardige tollenaar vergeeft. Zo openbaart Jezus God als onze Vader in de hemel. Dat wordt de nieuwe Naam voor God: “Onze Vader”. Maar trekt die God je niet, dan voel je je ook niet aangetrokken door Jezus. Wil jij een machtige god die straft, die de vijanden vernedert, de god van de wapens en van vernietiging, god die op de hand is van de rijken en de machtigen die steeds aan het langste eind trekken. Zoek je zo’n god, dan zal God de Vader van Jezus Christus jou niet trekken.

Ook wij staan in die strijd van Elia tegen de Baälprofeten, ook wij moeten steeds weer kiezen. Als wij geroepen zijn om beeld van God te zijn, is het belangrijk om God te kennen. Want dat is een verschil tussen nacht en dag, tussen dood of leven. Zijn wij beeld van de machtige god die zich wreekt met geweld, of zijn wij beeld van God, de Vader van Jezus Christus, die vergeeft en geneest, waarbij Jezus zegt: “… leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen

Paulus heeft dat begrepen, zoals Hij schrijft in de tweede lezing: Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Dat is onze weg. Zo is Jezus ons brood, zo komen wij weer tot leven, kunnen wij opstaan en met nieuwe kracht doorgaan. Amen.

Achttiende zondag door het jaar

Viering zondag 1 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Brood uit de hemel, wat is dat? Een teken uit de hemel, kun je dat zien? Het Evangelie neemt ons vandaag mee naar een gesprek dat Jezus daarover heeft. In deze Eucharistieviering mogen onze ogen open gaan voor het Teken uit de hemel, Jezus Zelf.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 16, 2-4. 12-15
  • Psalm: Ps. 78 (77), 3 en 4bc, 23-24, 25 en 54
  • Tweede lezing: Efeze 4, 17. 20-24
  • Alleluja acclamatie: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Johannes 6, 24-35

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Verleden week hoorden we over het broodteken. Vijf gerstebroden en twee vissen, allen aten zoveel ze maar wilden. Aan het einde waren er twaalf manden met brokken over. Toen de mensen het teken zagen dat Jezus had gedaan zeiden ze: “Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.”

Op dat gebeuren gaan we vandaag verder en we zullen zien dat alles niet zo eenvoudig is als het lijkt. De mensen hebben het teken gezien. Een overvloed aan brood. Iedereen een volle buik. Twaalf volle manden over.

Vandaag komt er een tweede teken bij. Er was maar één bootje. Hoe is Jezus nu aan de overkant gekomen. De leerlingen hebben hem te voet over het meer zien gaan, maar de mensen niet. Ze vermoeden wel iets en vragen: “Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?”

Dan ontspint zich een gesprek: Jezus begint meteen over de tekenen. “Niet omdat jullie tekenen gezien hebt zoeken jullie Mij, maar omdat jullie van de broden hebt gegeten tot je honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven.

Waarom zoeken ze Jezus? Ze hebben we wel iets voor over. Ze zijn met bootjes teruggegaan naar de plaats waar Jezus voor overvloed gezorgd had. Dan steken ze ook het meer over en vinden Jezus. Maar Jezus wil dat ze zich bewust worden van hun beweegredenen. Waarom zoeken ze Jezus? Die vraag geldt in zekere zin voor ieder van ons.

Wij komen naar de kerk, we maken overdag tijd voor stilte en gebed. We gaan op bedevaart, we gaan naar de aanbidding. Het zijn onze manieren om Jezus te zoeken. We gaan terug naar plaatsen waar we Hem hebben ervaren. Maar ook voor ons geldt die vraag: “Waarom zoeken we hem?”

Jezus ziet in hun hart en geeft zelf antwoord: “Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild”. Wat zoeken wij bij Jezus? Verbetering van ons aardse bestaan? Zoiets hoorden we in de eerste lezing. Heel de gemeenschap van de Israëlieten te morren tegen Mozes en Aäron. “Waren we maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte, waar we bij de vleespotten zaten en volop brood konden eten”. Een vreemde opmerking. Waren we maar doodgegaan in Egypte. Maar dan zit je ook niet meer bij de vleespotten. In je boosheid kun je vreemde dingen zeggen. De eentonigheid van het leven in de woestijn, de honger, de dorst, alles zit tegen. Hoe houd je het vol? Zoals nu de coronapandemie voortduurt, zoals problemen op je werk, of in het gezin voortduren, hoe lang nog en hoe houden we het vol? Wat zoeken de Israëlieten bij Mozes? Een oplossing voor hun probleem en God is barmhartig. Hij verhoort het gebed van Mozes. Maar de vraag is wat de Israëlieten ervan leren. Het lijkt erop dat ze alleen maar oog hebben voor het eten.

Hoe is dat met de tijdgenoten van Jezus? De dag ervoor wilden de mensen Jezus meenemen en tot koning uitroepen, vanwege het teken dat ze gezien hadden. Nu zeggen ze: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: ‘brood uit de hemel gaf hij hun te eten’.”

Er is dus iets vreemds met de tekenen van Jezus. Aan de ene kant zijn de mensen erdoor onder de indruk. Op een eenzame plaats een overvloed aan brood. Die willen we wel als koning. Even later: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?” Nog meer. Ze zeggen: “Wat doet Gij eigenlijk?”

De tekenen die Jezus doet zijn niet voor iedereen doorslaggevend. Het rijtje is indrukwekkend, behalve het broodteken en nu die geheimzinnige oversteek over het water, waren daar ook de overvloed aan de beste wijn bij de bruiloft van Kana (Johannes 2, 1-12), de genezing van de zoon van de hofbeambte (Johannes 4, 46-54) en de genezing van de man die 38 jaar verlamd lag bij Betesda (Johannes 5:1-14). Toch is niet iedereen daarvan onder de indruk: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?”

Dit is ook de houding van de wereld tegenover Christus en de Kerk. Het probleem is net als bij voetbal en veel andere dingen, zoals Johan Cruyff dat zo mooi uitdrukte: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt ...” Zo is het ook met de dingen van God. Je kunt het pas zien als je op zijn minst bereid bent om te geloven.

Door deze lezingen heen loopt dus de vraag: Wat zoeken we bij Jezus? Waarom zoeken we Jezus? Wat verwachten we van Hem? Als ij een teken doet, geloven we dan dat dit met God, met de hemel te maken heeft?

Jezus zelf leert ons het onderscheid. Hoe geweldig dat manna ook was in de woestijn; Hij zegt: “Wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven ...” Daarom zijn wij hier. Wij zoeken Jezus omdat Hij Zelf het teken is door God gegeven; Hijzelf is het levende Brood uit de hemel en dat vieren wij hier in de Eucharistie. Amen.

Zeventiende zondag door het jaar

Viering zondag 25 juli 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Vijf gerstebroden en twee vissen. Het is tijd om onze onmacht en onze kleinheid onder ogen te zien en ermee naar Jezus te gaan. Voor Hem zijn we nooit te klein en hebben we nooit te weinig. Dat mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

De livestream van zondag 25 juli is helaas niet beschikbaar. Hieronder de livesream van zaterdag 24 juli.

Lezingen

  • Eerste lezing: 2 Koningen 4, 42-44
  • Psalm: Ps. 145 (144), 10-11, 15-16, 17-18
  • Tweede lezing: Efeze 4, 1-6
  • Alleluja acclamatie: Cf. Efeze 1, 17-18
  • Evangelie: Johannes 6, 1-15

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

We worden kleiner. Ik bedoel niet dat als we ouder worden we gaan krimpen, dat is ook waar, maar ik denk aan onze Kerk, die gemeenschap van Gods Volk op aarde, dat Lichaam van Christus dat in de tijd doorgaat met zijn Werk, die bruid die trouw wil zijn aan haar Heer. Hier in Europa, maar in feite overal in de moderne wereld, wordt de Kerk kleiner. Er is krimp in de Kerk.

Andersom is er ook groei; de wereldbevolking groeit nog steeds. Sociologen en andere wetenschappers maken zich er zorgen om. Want is er genoeg voedsel, drinkwater en land? Sommigen denken aan rigoureuze maatregelen om de bevolking minder te laten groeien. Tegelijk schrijven andere wetenschappers dat West Europa zonder immigratie, zonder vluchtelingen die hierheen komen, snel zal vergrijzen en dat de bevolking zal gaan krimpen. Dan horen we van andere wetenschappers dat klimaatverandering een rampenscenario meebrengt, dat het de kans op pandemieën en vluchtelingenstromen zal vergroten. Dat bovendien klimaatverandering wereldwijd gevolgen zal hebben voor voedsel en water en dat daardoor die wereldwijde bevolkingsgroei helemaal niet meer zo zeker is.

Krimp of groei … Economen denken vaak in termen van groei, maar ook daarin hoor je steeds meer tegengeluiden. Moet de economie nog wel groeien als we allemaal al meer hebben dan we nodig hebben? Meer dan het milieu aankan?

Onze tijd is ingewikkeld. Want de biodiversiteit groeit niet, integendeel, die neemt af, elke dag sterven er diersoorten uit, van insecten tot zoogdieren. Dat zijn soms natuurlijke processen, maar door de mens zijn die processen inmiddels in een grote stroomversnelling gekomen. Wat ook niet groeit is vrede op aarde. Het aantal conflicten wereldwijd groeit wel.

Als Kerk denken we vaak nog in termen van groei, maar de vraag is of we in onze tijd wel in zulke termen moeten denken. Groei is geen doel, groei is een gevolg. Een gezonde levende plant in een gezonde omgeving, met voldoende voedsel en water, zal vanzelf groeien. De vraag is of wij als Kerk op dit moment wel zo gezond zijn. Net zo belangrijk is de vraag of onze omgeving, met vooral het geestelijk klimaat, wel zo gezond is. En dan nog, nemen we wel voldoende gezond geestelijk voedsel en geestelijk gezond water tot ons, of worden we overspoeld met verkeerd eten en drinken in deze moderne wereld?

Ik schets deze situatie met het oog op het Evangelie van deze zondag. Jezus vraagt aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?” Die vraag mogen we doortrekken naar onze tijd. Als Kerk staan we voor een onmogelijke opdracht. We worden ouder, kleiner en financieel minder draagkrachtig. Beschikken we zelf wel over genoeg geestelijk voedsel en hoe moeten we die enorme wereld van goed geestelijk voedsel voorzien?

Het probleem in onze tijd is zelfs nog groter dan toen. Toen kwamen mensen naar Jezus toe, ze volgden Hem omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed. Ze zochten hun heil bij Jezus. Maar in onze tijd zoeken mensen hun heil niet bij Jezus, maar in wetenschap en techniek, in de hoop op een aangenaam leven. Het probleem in onze tijd is nog een stuk groter dan toen.

Als Jezus dan aan Filippus vraagt: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?”, dan staat daarbij: “Dit zei Hij om hen op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen”.

Geloven we dat nog? Geloven we dat God wel weet wat Hij gaat doen? Geloven we nog dat Christus zijn Kerk leidt, bestuurt, haar als een herder door de tijd begeleidt? De bekoring van onze tijd is om te denken dat God ons vergeten is, of dat we onszelf misschien vergist hebben, dat atheïsten gelijk hebben en dat geloof achterhaald is, dat God niet bestaat.

Jezus zei dit om hen op de proef te stellen. De huidige tijd en cultuur kunnen we ervaren als een beproeving. We zien dat we kleiner worden en we zien niet hoe het verder moet. We beseffen dat de wereld voor grote opgaven staat, maar dat de moraal, de ethiek veelal vervangen is door economische principes.

Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?” Waarom zei Andreas dat? Had hij reeds een broodteken meegemaakt, was het eerder een losse opmerking omdat hij toch ook iets wilde zeggen? Of wilde hij juist het onmogelijke accentueren; vijf broden voor vijfduizend mannen, die ook nog moeten delen met vrouw en kinderen.

“Toen nam Jezus de broden en na het dankgebed gesproken te hebben liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde”. Wanneer wij het kleine dat wij hebben aan Hem geven, hier vandaag in de Eucharistie, dan wordt het Dankgebed gesproken over die gaven. Jezus spreekt het Dankgebed. Eucharistie betekent dankzegging. Wij brengen niet alleen de gaven van brood en wijn naar het altaar; zij zijn ook symbool voor wat wij in het dagelijks leven proberen. Die kleine daden van goedheid, dat luisterend oor, die gift aan mensen in nood en Kerk in nood, dat telefoontje, dat moment waarop je even dat scherpe woord inslikt en je geduld bewaart. Dat zijn onze broden en vissen die we op het altaar leggen, en aan het einde van de Mis stuurt Jezus ons de wereld in om ze weer uit te delen. Dan mag in die kleine omgeving van onszelf het wonder geschieden. De groei gebeurt van binnen. Als in een kiemende zaadkorrel. De vrucht komt later, op zijn tijd. Amen.

Zestiende zondag door het jaar

Viering zondag 18 juli 2021

Celebrant: Pater Tom Kouijzer

Vandaag gaan de lezingen over herders. Onze tijd kent talloze herders, maar zijn het ook herders naar Gods hart? In Jezus hebben wij De Goede Herder die zijn leven geeft voor zijn schapen. Dat vieren we hier in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 23, 1-6
  • Psalm: Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6
  • Tweede lezing: Efeze 2, 13-18
  • Alleluja acclamatie: Johannes 20, 27
  • Evangelie: Marcus 6, 30-34

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Wat is een goede herder? Hoe kijken we vanuit ons katholieke geloof naar een goede herder? De lezingen van vandaag kunnen ons daarbij helpen. In de eerste lezing een duidelijk voorbeeld: “Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde omkomen en verloren lopen …” Dat is wat God door de mond van Jeremia roept. Jeremia zegt dit zo rond het jaar 600 voor Christus. Het gaat dan natuurlijk niet over gewone herders, het gaat over koningen, priesters, oudsten, over de leiders van het volk.

Het roept de vraag op wie in onze tijd de herders van het volk zijn. Wij leven in een democratisch land. In de regering kiezen wij onze eigen herders. Waar kijken we dan naar, wat zijn onze criteria? Er zal best kritiek te leveren zijn op Peter R de Vries, maar in zekere zin was hij een herder die opkwam voor gerechtigheid en die daarvoor zijn leven heeft gegeven. Dat staat in schril contrast met een belastingdienst die de schapen van Nederland kaalplukt.

Jeremia wijst ons op het gedrag van de herders: “Door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen en uiteen gedreven”. Het noemt het herders die verdeeldheid zaaien, die bezig zijn met hun eigenbelang. Ze willen graag de wol en de melk, maar het zieke dier versterken ze niet, het gewonde dier verzorgen ze niet, het gezonde dier is alleen interessant voor wat het oplevert. Het zijn herders die vooral bekommerd zijn om hun salaris en hun bonus en die mensen naar de mond praten om politiek voordeel. Er is niets nieuws onder de zon.

Het gaat daarbij in onze democratische wereld niet alleen om politici. Hoeveel invloed hebben nieuwsmedia, maar ook de grote bedrijven met enorme reclamecampagnes. Hoeveel invloed hebben de grote sportmanifestaties, de filmindustrie, de muziekindustrie met videoclips, wat doen de techreuzen zoals Google, Amazon, Bol.Com, Facebook, Tik Tok en nog anderen. Zij willen de wereld beter maken, zeggen ze, en het kan best zijn dat ze dat ook menen, maar ze willen daar wel winst mee maken. Winst blijft altijd op de eerste plaats staan, want dat is hun levensprincipe. Zij beweren dat dit samen kan gaan, maar vergeten ze dat ze de daardoor de verkeerde prioriteiten hanteren.

Als God herders ter verantwoording roept, dan doet God dat door crises, door omstandigheden zoals wij die nu meemaken, want onschuldigen zijn slachtoffer. Een coronacrisis, een klimaatverandering roept herders ter verantwoording. Zij moeten verantwoording afleggen voor de principes die zij al die jaren hebben gehanteerd. De ideeën die ze generaties lang over de hoofden van mensen hebben uitgestrooid, zo intensief dat we ze zijn gaan geloven als een waarheid. De herders moeten verantwoording afleggen.

Maar ook wij; de schapen hebben ook hun verantwoordelijkheid. Zij kunnen keuzes maken. Welke herder kies ik? Naar wie luister ik? Wie neem ik als voorbeeld, als inspiratiebron? Laat ik me meenemen door deze wereld die elk probleem kaapt om er een commercieel antwoord op te geven, los van Gods bedoeling? Neem ik genoegen met antwoorden die schijnoplossingen bieden? De schapen zijn niet zonder eigen verantwoordelijkheid.

In het Evangelie vindt Jezus dat de leerlingen rust hebben verdiend. Er was zelfs geen tijd om te eten. Eten heeft bij Jezus altijd een diepere betekenis. Ook de leerlingen hebben voeding nodig, zij hebben tijd nodig om met Jezus door te brengen, met hun herder. Dat krijgen ze als ze samen met het bootje naar de overkant varen. Maar de mensen zien dat en ze begrijpen waar Hij heen gaat en lopend zijn ze er nog eerder dan zij. Zij herkennen in Jezus de herder die anders is, die bekommerd is om hen, die hen Gods Weg uitlegt en zelf daarin voorgaat. Zij herkennen in Jezus de Goede Herder. Zij nemen hun verantwoordelijkheid, zij laten de andere herders voor wat ze zijn en richten zich op Hem.

In onze tijd is het niet anders. Jezus laat zien dat Hij de Goede Herder is. De apostelen leren van Hem hoe zij herder moeten zijn naar zijn hart. Hij leert hun zijn levensvisie als Hij zegt: Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid en al het overige zal u worden gegeven.

Deze dagen zien we een stroom van hulpvaardigheid en betrokkenheid naar Limburg gaan. Een gironummer, maar ook dompelpompen en allerlei andere dingen die nodig zijn. De overheid zegt hulp toe, want verzekeraars zouden hier failliet op kunnen gaan. Maar in hoeverre zijn we bereid van deze omstandigheid te leren. Welke herders hebben zitten slapen de afgelopen tijden, zodat dit soort situaties konden ontstaan. En hebben we zelf zitten slapen? De waarschuwingen dat we zo niet met het milieu om kunnen gaan horen we al een halve eeuw.

We zien dat mensen een goed hart hebben, bereid zijn te helpen en te geven. Hoe komt het dan dat de wereld niet vooruit gaat. Onze zo geroemde vooruitgang blijkt steeds vaker een achteruitgang te zijn en wat tot nu toe ouderwets en achterhaald werd genoemd, blijkt steeds meer modern en toekomstbestendig te zijn. Het komt omdat de commerciële cultuur waarin we leven eerder plezier maken en genieten stimuleert, dan zorgzaamheid en naastenliefde, eerder ons eigenbelang aanspreekt dan offerbereidheid en zelfbeheersing. Met andere woorden, God ontbreekt in deze cultuur, want dat is waar God voor staat, dat is wat Jezus ons leert.

In het Evangelie zien we wat mensen over hebben om Jezus te horen. In onze tijd is dat gemakkelijker. Door hier naar de Kerk te gaan, woorden van de paus, video’s van onze bisschop, de prekensite van de pastoor, we kunnen het goede voedsel zelf kiezen en ook zelf goede herders worden naar Gods hart. Amen.

Vijftiende zondag door het jaar

Viering zondag 11 juli 2021

Wij zijn hier samen om Gods Woord in ons op te nemen om het later weer door te geven aan ieder die er ontvankelijk voor is. Hier in de Eucharistie mogen we kracht ontvangen om door Jezus te worden uitgezonden.

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

Lezingen

  • Eerste lezing: Amos 7, 12-15
  • Psalm: Ps. 85 (84), 9ab-10, 11-12, 13-14
  • Tweede lezing: Efeziërs 1, 3-14 of 3-10
  • Alleluja acclamatie: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Marcus 6, 7- 13

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Onze roeping is te zijn als Gods kinderen; heilig en vlekkeloos voor Gods aangezicht, met een overvloed aan wijsheid en inzicht. Met als doel: De volheid van de tijden te verwezenlijken; het heelal in Christus onder één Hoofd te brengen. Daarover schrijft Paulus in de tweede lezing aan de Christenen van Efeze.

Dat is nogal wat. Een overvloed aan wijsheid en inzicht. Dat gaat niet over natuur- en scheikunde, politicologie of economie, sociologie of psychologie; dat gaat over wijsheid en inzicht in waar het in ons leven werkelijk om gaat.

Vanavond zitten veel mensen voor het beeldscherm te kijken naar het belangrijkste van alle onbelangrijke zaken, de finale van de EK tussen Engeland en Italië. Het is bedoeld als amusement, ontspanning, vermaak, spel, sportieve rivaliteit. Maar het is verworden tot commercie, groot geld, reclame en media aandacht.

In september 2014 ontmoette Paus Franciscus, kort voor de 'interreligieuze voetbalwedstrijd voor de vrede' in het Olympisch stadion van Rome, enkele voetbalvedetten. Paus Franciscus is zelf een voetbalfan. Maar Hij kijkt dieper, hij benadrukte bij die gelegenheid de universele waarden van de sport, die alle rassen en geloofsovertuigingen samen kan brengen. Voetbal en sport in het algemeen, zo zei Franciscus, kunnen loyaliteit, solidariteit, dialoog en vertrouwen bevorderen.

Maar zodra een partij verliest, ontstaan er al snel relletjes, heeft de scheidsrechter het slecht gedaan, toonden de spelers te weinig inzet en durf et cetera. We zullen zien hoe dat zondagavond gaat. In deze wereld bestaan een Fair-play Cup en een Fair-Play Ranking. Maar de geschiedenis laat zien dat meestal niet de meest sportief en mensvriendelijk spelende ploeg ook de wedstrijden winnen. Onsportief gedrag loont nog steeds teveel.

Een overvloed aan wijsheid en inzicht; daarover spreekt Paulus. Dat is een wijsheid en een inzicht die verder gaan dan gewone wetenschappelijke kennis. Het valt steeds meer op dat we met alle kennis die we hebben met politicologie, sociologie, psychologie, economie, plus hersenwetenschappen en medische kennis, steeds minder goed in staat zijn om de wereld vrede te brengen. Dat komt omdat het ontbreekt aan de dieper kennis die met God te maken heeft. De bereidheid offers te brengen, dat vrede en verzoening jou iets mogen kosten. Dat je bereid bent ruimte in te leveren om vluchtelingen op te vangen. Wanneer een samenleving geregeerd wordt door een bepaalde vorm van commercieel denken, waarbij via de media de suggestie wordt verspreid dat het leven draait om plezier maken, dan blijft er op den duur alleen nog een individualistische en egoïstische samenleving over.

Was het toen veel anders dan nu? In sommige opzichten natuurlijk wel. Maar in veel opzichten ook niet. Wat de kerk de zondeval noemt, kun je ook beschrijven als een samenleving en een levenshouding waarin het recht van de sterkste dominant is.

In de eerste lezing komt de profeet Amos daar tegenop. Hij gaat tegen de heersende mening in, hij stoort zich er niet aan of de koning het met hem eens is, of de heersende klasse het met hem eens is. Amos is niet politiek correct. Hij komt op voor rechtvaardigheid, hij komt op voor de armen, de kleinen, de kwetsbaren. Hij komt op voor God en Gods Verbond. Hij werd geroepen rond het jaar 760 voor Christus en hij heeft gesproken, in alle vrijheid, radicaal en duidelijk. Twintig jaar later rond 740 voor Christus werd Jesaja geroepen, ook hij heeft duidelijk gesproken. Ook naar hem werd niet geluisterd. Maar wat de profeten aankondigden, werd gaandeweg werkelijkheid.

Vandaag zien we dat Jezus zijn leerlingen uitzendt. Ze moeten oog hebben voor zieken en mensen met psychische problemen, slachtoffers van de demonen van die tijd. Ze moeten kosteloos hun diensten verrichten, ze geven door wat ze zelf hebben ontvangen. Ze moeten vertrouwen op Gods Voorzienigheid die zich toont in de goedheid van mensen. Ze mogen geen geld meenemen, geen voedsel, geen reiszak. Het is een totaal ander wereldbeeld dat waar we vanavond naar kijken en het leven van alledag in deze commerciële wereld.

De Kerk draagt de erfenis van de apostelen, de Kerk staat in dezelfde zending van de apostelen. De Kerk moet de profeet Amos zijn van deze tijd, de Jezus zijn voor het heden, de apostelen, de leerlingen, de Kerk moet heilig en vlekkeloos zijn voor Gods aangezicht, met een overvloed aan wijsheid en inzicht.

Daartoe moet de Kerk terug naar haar oorsprong, naar Christus, naar de apostelen, naar haar roeping en zending. Niet voor zichzelf, maar tot redding van deze wereld. Jezus is niet opgegroeid in het Hindoeïsme, onder het Confucianisme of in welke andere religieuze stroming. God heeft zijn Zoon gezonden via Israël en de profeten. In die lijn wijst God ons de weg naar zijn Koninkrijk. In die lijn staan ook wij hier, met dezelfde opdracht. In deze viering vragen we dat God ons hiertoe vrijmaakt en kracht geeft. Amen.

Veertiende zondag door het jaar

Viering zondag 4 juli 2021

Zoals Nazareth in de tijd van Jezus, zo is de wereld nu. Het woord van Jezus wordt zelden aangenomen. Wij zijn hier gekomen om zijn Woord te horen en zijn Sacrament te ontvangen en met Hem te vieren dat we kinderen van God zijn.

Celebrant: plebaan Michel Hagen

Lezingen

  • Eerste lezing: Ezechiël 2, 2-5
  • Psalm: Ps. 123 (122), 1-2a, 2bcd, 3-4
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 8, 7.9.13.15
  • Alleluja acclamatie: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Marcus 5, 21-43 of 21-24.35b-43

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Jezus treft weerstand in zijn vaderstad? Hij komt bij bekenden, familie en vrienden, stadsgenoten, klasgenoten, studievrienden en wordt niet geaccepteerd. Jawel, ze accepteren Hem wel, maar alleen als de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon en als broer van zijn zusters die daar wonen. Voor alle duidelijkheid, die broeders en zusters van Jezus zijn geen kinderen van Maria. Maria had maar één Kind, één Zoon, en dat is Jezus. Nergens in de Bijbel lees je dat Maria meer kinderen kreeg. De broeders en zusters zijn de familieleden waarmee Hij is opgegroeid.

Toen de apostel Johannes zijn Evangelie schreef, gaf hij aan het begin een samenvatting, een voorwoord, een proloog. Daarin schrijft hij: “Het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan” (Johanns 1, 5). “Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet” (Johannes 1, 10-11).

Als God Mens wordt in zijn Zoon, aanvaarden de mensen Hem niet. Waarom niet? Omdat wij een totaal verkeerd beeld van God hebben en een totaal verkeerde verwachting. Dat was niet alleen toen zo, dat is een erfenis die van geslacht op geslacht doorgaat. Niet alleen het Joodse volk had dat probleem, ook de heidenen; niet alleen toen, ook nu.

Als de Bijbel schrijft dat wij geschapen zijn naar Gods Beeld en gelijkenis, dan betekent dit dat we in de mens iets van God kunnen waarnemen. Het probleem is dat wij tegelijk ook kinderen van de evolutie zijn en behept met de zonde en tekorten van de eerste mens die van geslacht op geslacht worden doorgegeven.

Daardoor zoeken we de verkeerde dingen bij God en verwachten we de verkeerde dingen. Daardoor gaan we niet meer op God lijken, maar meer op dat wat God juist niet is. We willen groot, machtig, invloedrijk, sterk en onafhankelijk zijn. We willen dienaars hebben die om ons heel lopen, en niet zelf dienaar zijn. We willen dat mensen naar ons opzien, we willen god zijn.

Maar we willen god zijn naar ons beeld. In plaats dat we ons te vormen naar zijn beeld, vormen we god naar ons beeld. Dat is ook het probleem in Nazaret, als Jezus daar komt. In hun verwachting spelen meerdere dingen. Als Hij komt, willen ze delen in zijn roem, ze willen erkenning dat Hij een van hen is, ze willen dat Hij doet wat zij verwachten.

Maar Jezus is leraar en profeet. Hij komt om Gods Woord te brengen, en dat is niet altijd aangenaam, vooral als wij de verkeerde dingen denken en de verkeerde kant opgaan. Zo ontstaat het conflict. Zij hebben verkeerde verwachtingen omdat ze God niet kennen. Er staat: “Hij stond verwonderd over hun ongeloof”.

Van het kleine weer naar het grote en van toen naar nu. In onze tijd geloven mensen eerder in UFO’s dan in het Evangelie, ze geloven eerder in aliens, dan in Jezus en de heiligen. Maar wij hebben soortgelijke problemen. Als een heilige het ene wonder na het andere zou doen, dan loopt de kerk daar in een klap vol. Als een heilige de ene genezing na de ander zou verrichten, dan zou hij of zij dag en nacht mensen aan de deur hebben. Daar heb ik verleden week al over gepreekt, zoals Paulus zegt: “Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid”.

Het Christendom heeft altijd moeten opboksen tegen magie. Waarom? Omdat magie beloofd dat je krijgt wat jij wilt. Als je genoeg betaalt, als maar de juiste magische spreuken en rituelen uitvoert, dan krijg jij je zin. Bij het Christendom gaat het er niet om dat wij onze zin krijgen, dat God doet wat wij willen, maar dat wij gaan doen wat God wil, dat God zijn zin krijgt. Want het verschil is dat als wij onze zin krijgen dat altijd egoïstische trekken heeft. Terwijl Gods wil is gericht op het goede voor ons en de hele schepping.

De magie van toen heeft een nieuw uiterlijk gekregen, maar is in feite hetzelfde. Nu heet het geen magie meer, maar wetenschap en techniek. Die gebruiken wij nu om onze zin te krijgen, om de natuur te dwingen ons te geven wat wij willen.

Toen God mens werd, was de mensheid wij zo teleurgesteld dat we Hem aan het kruis sloegen. Als dat God is, dan hoeven we Hem niet. En dat is nog steeds zo. Dat is de kern van bekering, dat we niet meer denken uit ons idee, uit de evolutie, de wet van de sterkste, maar dat we horen wat God tot ons zegt, dat we gaan kijken naar zijn Zoon om te ontdekken hoe God werkelijk is. Dat we alle oude ideeën en vooroordelen loslaten, wegdoen, ons omkeren en Hem volgen. De mensheid is zoals de inwoners van Nazareth toen. Toch is het Jezus die ons leert wat mens-zijn werkelijk is, wat goedheid en liefde is, wat zelfopoffering is, wat dienen is, wat vergeven is, wat trouw is.

Jezus leert ons God kennen. Dan pas kunnen wij werken aan onszelf, zodat God zijn beeltenis in ons kan herstellen. Daarover schrijft Johannes: “Aan allen echter die Hem wèl aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Dat vieren we in ons geloof. Amen.

Dertiende zondag door het jaar

Viering zondag 27 juni 2021

Vandaag gaat het over twee vrouwen, jong en oud, ziek en gestorven. Maar ten diepste gaat het over ons en hoe Jezus ons genezing en verrijzenis brengt. Dat vieren we in deze Eucharistieviering.

Celebrant: Pastoor R. Gouw

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid 1, 13-15; 2, 23-24
  • Psalm: Ps. 30 (29), 2 en 4, 5-6, 11 en 12a en 13b
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 8, 7.9.13.15
  • Alleluja acclamatie: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Marcus 5, 21-43 of 21-24.35b-43

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Twee wonderen in één verhaal. Twee vrouwen, een jonge en een oudere en twee keer twaalf jaar. Het Evangelie van vandaag heeft een bijzondere symboliek. Maar eerst iets over het wonder zelf.

Gelooft u in wonderen? In onze tijd worden wonderverhalen vaak op één lijn gezet met sprookjes of met hallucinaties of met gezichtsbedrog. Wonderen horen bij het geloof, maar ons geloof vraagt ook dat we ons verstand gebruiken. Hoe komt het dat we in onze tijd zo weinig wonderen zien? Wat is er aan de hand met het wonder?

Eerst dit: In de brieven van Paulus kom je nauwelijks wonderen tegen. Het lijkt er zelfs op dat Paulus niet zo op wonderen gesteld is. In zijn eerste brief aan de Christenen van Korinte schrijft hij: “Want Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid.(1 Korinte 22-24).

Sommige mensen zijn tuk op wonderen, hoe wonderlijker, hoe mooier. Andere mensen krijgen de kriebels van wonderverhalen; “Dat geloof je toch niet, dat kan toch niet!?” Geloof in wonderen kan net zo oppervlakkig zijn als bijgeloof. In coronatijd verscheen de ene complottheorie na de andere op het internet. Altijd zijn er mensen die erin meegaan. Steeds vaker wordt er gewaarschuwd voor nep nieuws. Maar zelfs de grootmachten maken gebruik van de media om hun boodschap over iedereen uit te storten. En zij zetten maar al te vaak de waarheid naar hun hand. In die zin kan je spreken van een media-oorlog. Het is dus nodig zelf kritisch de media te volgen en niets als vanzelfsprekend aan te nemen.

Zo is het ook met wonderen. Joden eisen wonderen, schrijft Paulus. Hij zelf heeft hij het daar niet zo op. Hij ziet Christus als de gekruisigde die verrezen is. De wonderen zijn er, natuurlijk, dat weet hij ook wel, maar voor hem komen ze erbij en staan ze zeker niet op de eerset plaats. Maar omdat de Joden wonderen eisen, staat het Evangelie ook vol met wonderen. Jezus kwam zijn tijdgenoten tegemoet en verrichtte veel wonderen. Toch is Hij zelf daarin ook terughoudend. Zijn wonderen zijn in de eerste plaats genezingen. Hij zet het genezende werk van God voort, Hij komt om te herstellen. Maar dan zijn er ook de afwijkende wonderen, als Hij de storm beveelt te gaan liggen, als hij over water loopt, als hij water in wijn verandert, als Hij brood breekt waardoor duizenden mensen te eten krijgen.

Wij zoeken wetenschappelijke verklaringen van het wonder, we willen een camera hangen en meetapparatuur als Jezus op het water loopt. We controleren de genezingen in Lourdes of het medisch inderdaad buitengewoon is. Maar bij dit alles lijken we iets te vergeten.

Het Evangelie spreekt vaak over tekenen. Jezus doet tekenen, zoals de profeten voor Hem ook deden. Een wonder dat niet iets betekent, past niet in de Bijbel. Alles wat Jezus doet heeft betekenis voor Gods Koninkrijk. Zo moeten wij de wonderen zien. De mensen in de tijd van Jezus hebben geen scheikunde gehanteerd om te onderzoeken hoe dat water van Kana in wijn was veranderd en ze hebben geen moleculair onderzoek gedaan om te zien of dat brood nu werkelijk vermenigvuldigd is. Zij herkenden eerder het teken dan het wonderlijke van de gebeurtenis. Maar dat wonderlijke ondersteunde wel het teken. Daar durf ik te stellen dat er in het leven van Jezus geen woder is dat niet iets diepers betekent.

Zo ook vandaag twee vrouwen die genezen. Een is onrein voor de Wet van Mozes en kan niet naar de tempel en een is al dood. Maar eigenlijk gaat het hier over één vrouw, daarom gebruikt Marcus het woord twaalf. Zo verwijst hij naar Israël dat bestaat uit twaalf stammen. Israël is onrein en slaagt er niet in om rein te worden. De Wet van Mozes faalt op dat punt. Israël is ook geestelijk dood, uit zichzelf komt zij niet meer tot leven. Daarvoor heeft zij Jezus nodig, de Levende, Hij die de dood overwint.

Het gevaar bij wonderen is altijd dat we alleen met de ogen van de natuurkunde kijken en niet naar het teken. Het is voldoende om de wonderlijke toevalligheid van allerlei omstandigheden te erkennen. Wat mensen ervaren hebben, wat ze zagen, wat ze meemaakten en daardoorheen wat het betekent. Hier is God aan het werk, hier gebeurt heil voor de mensen, hier herstelt het leven zich, dit is verrijzenis.

Over krachten en wonderen en tekenen zou nog veel te zeggen zijn. Hier en nu gaat het erom dat Jezus niet gekomen is om wonderen te doen. Aan het einde van het Evangelie zegt Hij zelfs dat ze het niet moeten doorvertellen. Want Joden eisen wonderen. Daar kunnen ze zich op blindstaren zonder te zien waar het om gaat. Zoals de heidenen wijsheid eisen, wetenschap, bewijs, zonder te zien waar het om gaat.

Wij vieren Eucharistie, de overwinning van de gekruisigde Christus. Wie tot leven komt door Hem en met Hem en in Hem, die overwint de dood, die wordt gereinigd, die gaat zien en horen en verstaan, die gaat meedoen met Hem, die komt tot leven en geeft leven. Dat vieren we in deze Eucharistieviering. Amen.

Twaalfde zondag door het jaar

Viering zondag 20 juni 2021

Storm op zee, storm in je leven, storm in de kerk; hoe gaan we daarmee om? Jezus nodigt ons uit te geloven en niet te twijfelen. Dat geloof mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Job 38, 1, 8-11
  • Psalm: Ps. 107 (106), 23-24, 25-26, 28-29, 30-31
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 5, 14-17
  • Alleluja acclamatie: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Marcus 4, 35-41

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Verleden week hoorden we Paulus zeggen: “Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed”. Maar vandaag zien we paniek en angst. Hoe kon dit gebeuren?

Petrus is de kapitein, maar het is Jezus die zegt: laten we oversteken. Petrus heeft gezag over de boot en de bemanning, maar het initiatief om te gaan varen en de richting zijn door Jezus bepaald. Daar zit een spanning tussen. Petrus is de ervaren visser, hij kent het water, hij kent de boot, hij leest het weer. Zag hij de storm aankomen? Heeft hij geprotesteerd? “Meester laten we morgen oversteken want er is storm op komst”. We lezen het niet.

Niet elke storm laat zich voorspellen, denk aan de enorme windhoos van deze week met de grote schade aan bomen, huizen, auto’s en bovendien meerdere gewonden. Het weer is onvoorspelbaar, het leven is onvoorspelbaar. Zo ben je gezond, zo ben je ziek. Het ene moment sta je op het voetbalveld, even later moet je gereanimeerd worden en beland je in het ziekenhuis.

Petrus en de andere vissers zagen deze storm niet aankomen, bovendien hebben ze vertrouwen in Jezus, Hij weet waar ze naar toe moeten. Ze hebben al zoveel bijzondere dingen meegemaakt, dat ze niet lang hoeven na te denken om alles in de boot te laden en van wal te steken. Wat doet Jezus? Hij gaat rusten, aan het achtersteven, op het kussen. De dag was intensief, aan de over van het meer heeft hij een menigte mensen onderricht gegeven. We hebben de parabels de afgelopen weken gehoord, over de zaaier, over het zaad, over het mosterdzaadje. Hij weet ook dat als ze aan de overkant komen het ook niet meteen rustig is, hij neemt nu dus zijn rust.

Maar dan. De storm steekt op, de golven worden hoger, het water wordt woester. Dat hebben ze vaker meegemaakt. Dat hoeft nog niets te betekenen, tot de golven over de boot slaan, niet een, maar ze blijven komen.

Het is als in het leven. Mensen zeggen wel: “Een ongeluk komt nooit alleen”. De ene tegenslag volgt op de ander. De profeet Amos geeft daar in de Bijbel een mooi voorbeeld van: “Zoals wanneer iemand die vlucht voor een leeuw, aangevallen wordt door een beer, en dan, als hij een huis binnenvlucht en met zijn hand tegen de muur leunt, gebeten wordt door een slang (Amos 5,19)”. de ene tegenslag na de ander. Je denkt: “Waar heb ik dat aan verdiend, is God me vergeten, heeft de tegenstander het op mij gemunt?”

Hoe vaak heeft ons gebed niet die toon, die inhoud? Overlijden in de familie, ziekte in het gezin, problemen op het werk en moeilijkheden in de buurt. Houdt het dan nooit op. De golven slaan over de boot, zodat de boot volloopt, het water staat je tot de lippen. Wat doe je dan?

Het is vreemd. Wat de leerlingen doen is eigenlijk logisch. Op zich is het het enige juiste dat ze kunnen doen. Zij kunnen de situatie niet aan, de problemen overstijgen hen dit is meer dan ze aankunnen. Ze maken Jezus wakker.

Toch klinkt er een soort verwijt van Jezus: “Waarom zijn jullie zo bang? Hoe is het mogelijk dat je nog geen geloof bezit?” Het lijkt erop dat Jezus heel anders naar de omstandigheden kijkt dan de leerlingen. Ik moet dan denken aan het moment dat Jezus over het water naar de boot van de leerlingen komt. Als Petrus dan over het water naar Jezus loopt, merkt hij ineens hoe hard de wind is en hoe woest de zee en hij begint te zinken. Dan, terwijl Jezus hem vastpakt, zegt Hij tegen Petrus: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” (Matteüs 14, 22-33).

Zelf denk ik dat dit niet zozeer een verwijt is, maar meer een uitnodiging om te groeien in geloof, je te verzetten tegen ongeloof en twijfel, Maar dat kan alleen als je vertrouwen in Jezus groot genoeg is.

Het verschil tussen Jezus en de leerlingen wordt zichtbaar in het vertrouwen. Jezus vertrouwt op zijn Vader. Hij weet dat de vader Hem naar de overkant roept. Zijn hart is gerust, ondanks de storm en de woeste zee. De leerlingen kunnen hun vertrouwen op Jezus stellen. Hij wil dat ze oversteken. Dan moet het goed zitten.

Je kunt in je leven dit soort stormen meemaken. Dan is er niets op tegen om aan te kloppen bij Jezus en te vragen dat Hij zijn Woord spreekt, zodat de storm gaat liggen. Toch blijft dit Woord van Hem ook tot ons gericht. Deze omstandigheden zijn voor ons een kans om te groeien in geloof.

Wat zo in je persoonlijk leven voorkomt, dat overkomt ook de Kerk. We hadden al een teruggang in kerkbezoek. We zitten al in een tijd waarin geloof en kerk-zijn achterhaald en overbodig lijkt. We staan er financieel niet goed voor. Dan komt ook nog een keer een corona pandemie. De golven slaan over de boot en het lijkt erop dat Jezus ligt te slapen.

Uit het Evangelie mogen we kracht putten en geloof. Jezus is bij ons in de boot. Hij wijst de richting aan en Hij bepaalt het moment dat we gaan varen. Petrus heet nu paus Franciscus, de apostelen zijn de bisschoppen en de Kerk is het bootje. Als Kerk hebben we tegenslagen te verduren, maar Hij nodigt ons uit te groeien in geloof. Hij weet wanneer de storm gaat liggen en de rust wederkeert. Laten we in dat vertrouwen ons geloof uitspreken. Amen.

Elfde zondag door het jaar

Viering zondag 13 juni 2021

Graan op de akker en een mosterdzaadje in de tuin; het Evangelie helpt ons geloven dat God uit kleine dingen iets goeds en groots kan laten groeien. Dat mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Ezechiël 17, 22-24
  • Psalm: Ps. 92 (91), 2-3, 13-14, 15-16
  • Tweede lezing: 2 Korinte 5, 6-10
  • Alleluja acclamatie: Lucas 19, 38
  • Evangelie: Marcus 4, 26-34

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed. Daarmee begint de tweede lezing uit de tweede brief van Paulus aan de Christenen van Korinte: “We houden altijd goede moed”, schrijft hij. Lukt dat u, hebt u altijd goede moed, bent u altijd positief?

Waar haalt Paulus die goede moed vandaan? Die haalt hij uit het perspectief van de hemel, het eeuwig leven. Hij schrijft: “Wij weten het immers: als de tent die onze aardse woning is, wordt neergehaald, heeft God voor ons een gebouw gereed in de hemel, een onvergankelijk, niet door mensenhand vervaardigd huis. Zolang wij in dit lichaam zijn, zuchten wij dan ook, vol verlangen naar de beschutting van onze hemelse woning …” (2 Korinte 5, 1-2).

Dit mag ons aan het denken zetten. Hebben wij onze uiteindelijke hoop gevestigd op iets dat voorbij dit leven ligt, of is onze hoop gevestigd op dit aardse leven?

Een jaar of 10 geleden kwam het Humanistisch Verbond met de slogan: ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’ Het was een sneer naar gelovigen die hun hoop stellen op een leven voorbij de dood. Die houding heeft al oude papieren vanuit het atheïsme. Daarin werd geloof vaak getypeerd als opium, dat verdoofd en verlichting biedt, maar geen oplossingen. Ondertussen gaven het Humanistisch Verbond en D66 elkaar de hand in het streven naar volledige autonomie over je eigen leven. Bij hen wordt de dood een handig instrument om van problemen af te komen.

Inmiddels zie je een verschuiving optreden. Op dit moment hanteert de NPO de term “Leven voor de dood” voor een programma dat gaat over meer dan 400.000 mensen in Nederland per jaar die aan zelfdoding denken. Voor veel mensen is het kunnen praten al verlichtend en helpend, kunnen praten over de angst voor het leven en de vlucht naar de dood, geeft opluchting.

Het interessante is dat veel mensen een totaal verkeerd idee hebben op de Christelijke visie op leven voor de dood en leven na de dood. Dat heeft ermee te maken dat ons geloof voortdurend wordt gesimplificeerd, herleid tot een paar gedachten en daarmee een karikatuur wordt. Je leven voor de dood heeft alles te maken met je leven na de dood. Inderdaad, als je leven voor de dood los raakt van God en los van wat goed is, dan mag je je afvragen wat er overblijft van het leven na de dood, maar wie met Jezus leeft voor de dood, zal ook met Hem leven na de dood. Wie voor de dood met God verbonden leeft, leeft ook na de dood met God verbonden.

Paulus schrijft dus: “Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed”. Paulus haalt uit het geloof in het leven voorbij de dood, goede moed voor het leven hier en nu.

Dat kunnen we ook vinden in het Evangelie. Jezus geeft een vergelijking over Gods Koninkrijk. Graan gezaaid in de akker en het mosterdzaadje in de tuin. Jezus neem voorbeelden uit het leven. Hij zal ook zeggen; Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. Zoals voor Jezus het sterven aan het eind van ons leven een overgaan is naar het definitieven bestaan in God, zo is voor hem het sterven tijdens het leven, dat is het sterven van alledag ook een overgaan naar een leven in God.

Dan gaat het over hert afsterven aan alle egoïsme en eigenbelang, afsterven aan agressie en heerszucht, afsterven aan geweld en hebberigheid, afsterven aan ongeduld en gebrek aan zelfbeheersing, wie daaraan durft te sterven, komt tijdens zijn leven op aarde al tot nieuw leven, die komt tot leven in liefde en dienstbaarheid, die komt tot leven vredelievendheid en behulpzaamheid, die komt tot leven in vriendelijkheid en geduld, in mildheid en gulheid.

Het graan op de akker, het mosterdzaadje in de tuin. Het zijn tekenen van hoop tegen wanhoop in. Durven we in kleine daden van goedheid Gods liefde te zaaien, durven we af te sterven aan onze eigen tekorten, durven we al onze kaarten te zetten op de navolging van Jezus? Wanneer we dat durven en daar de eerste stappen in te zetten, dan verzekert Jezus ons van een toekomst die Hij beschrijft als het Koninkrijk van God.

De discussie in de politiek over autonomie en voltooid leven, zullen doorgaan, discussies over embryoselectie en genetische manipulatie. Wanneer we technieken bedenken, willen we ze ook gebruiken. Maar misschien groeit ook de wijsheid dat er domeinen zijn waar je niet aan moet komen. Zoals het Bijbelverhaal leert dat de Mens niet aan die boom van kennis van goed en kwaad moet komen, er zijn domeinen die je aan God moet laten.

Her en der groeit het bewustzijn dat we atoombommen kunnen maken, maar dat we dat niet moeten doen en de bestaande moeten ontmantelen. Her en der groeit het bewustzijn dat we zo niet met het milieu en de natuur om moeten gaan, we kunnen nog steeds olie oppompen en verstoken, maar we moeten het niet doen.

Misschien dat ooit ook het bewustzijn groeit dat we het begin en het einde van het leven moeten respecteren en niet tot eigen domein maken. Als dat gebeurt, kan Gods Koninkrijk weer iets dichterbij komen. Amen.

Sacramentsdag

Viering zondag 6 juni 2021

Plebaan Michel Hagen

Vandaag op Sacramentsdag mogen we vieren dat God in Jezus een nieuw begin heeft gemaakt. Zijn Nieuwe Verbond overstijgt de grens van ruimte en tijd. Vandaag in deze Eucharistieviering mogen wij opnieuw Amen zeggen op zijn Nieuwe Altijddurende Verbond.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 24, 3-8
  • Psalm: Ps. 116 (115), 12-13, 15 en 16bc, 17-18
  • Tweede lezing: Hebreeën 9, 11-15
  • Alleluja acclamatie: Sequentie (fac.) + Alleluia: Johannes 6, 51-52
  • Evangelie: Marcus 14, 12-16, 22-26

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Elk jaar nodigt de Kerk ons uit om op deze dag, op Sacramentsdag, speciaal na te denken over het Nieuwe Verbond dat Jezus heeft gebracht; een nieuw Verbond. Soms wordt het ook wel het tweede Verbond genoemd, omdat nieuw een soort minachting zou kunnen betekenen tegenover het oude. Waar het echter om gaat is dat het Verbond dat Jezus ons heeft geschonken aan de ene kant een voortzetting is van het oude, het eerste Verbond, maar tegelijk ook iets nieuws, iets heel nieuws brengt, een nieuw Verbond.

Eerst iets over dat Verbond. Eigenlijk zou er geen Verbond nodig moeten zijn. God en de mens zouden een twee-eenheid moeten zijn, als Schepper en schepsel, als God en mens, als Vader en zoon. Er zou een natuurlijke relatie moeten zijn, God zou voor de mens moeten zijn als de lucht die hij ademt, als het water dat hij drinkt, als de grond waarop hij loopt. God zou in de mens zijn vreugde vinden, hoogtepunt van alles wat Hij geschapen heeft, in de mens komt alles samen, plantaardig en dierlijk leven, maar ook het besef van tijd en ruimte, van bewustzijn en begrip van beperktheid en oneindigheid. De mens overstijgt de natuur en is tegelijk deel van de natuur zoals God onafhankelijk, los en vrij, voor en boven, onder en achter de schepping staat, terwijl de schepping niet los van God kan bestaan, niet in haar oorsprong en niet in haar bestaan. Alles is met God verbonden en God is met alles verbonden.

Als God de mens schept door de weerbarstigheid van de natuur heen, voltrekt zich een wonder in de tijd. De mens is dat wonder. Tegelijk echter met dat wonder voltrekt zich ook een drama, als de mens zich afkeert van zijn Schepper, als de mens de goddelijke trekken voor zichzelf houdt, zichzelf tot god maakt. Als de mens zijn natuurlijke verbondenheid met God verliest, omdat hij meer op zichzelf gericht raakt, worden mensen ook vijand van elkaar. De oude verhalen vertellen dan over de moord van Kaïn op Abel. Het roofdier in de mens keert terug. In plaats dat de mens doorgroeit, opgroeit, verrijst, blijft de mens in de greep van de evolutie en valt terug.

Daar begint het Verbond van God met de mensen. Zolang het goed gaat, hoef je niet over een verbond te spreken. Maar het ging fout en is dit de weg die God kiest om de eenheid tussen God en de mens te herstellen. Dat Verbond krijgt dan vorm in Israël. Je hoort erover bij Noach, bij Abraham, bij Mozes, bij David. Toch blijft de dramatiek schijnbaar dezelfde. God begint met zijn Verbond. God roept en er komt een antwoord. Maar dan. Als het Verbond met Noach stand had gehouden, was er geen verbond met Abraham nodig geweest. Als dat voldoende was, was er geen nieuw Verbond met Mozes nodig geweest. Dan had God ook geen Verbond met David gesloten. In dit Verbond is God de constante factor en is de mens de onzekere factor.

Dat wordt anders in het Nieuwe verbond dat Jezus ons brengt. Jezus neemt ons op in zijn Nieuwe Verbond. Dat is een Verbond dat Hij door de dood heen haalt, een verbond dat niet meer kan sterven want het verrijst uit de dood. Jezus sluit een Verbond in zijn Vlees en Bloed, het is een Verbond dat God met zijn Zoon sluit die mens geworden is. Zo is er een Nieuw Verbond dat het oude overstijgt, dit is werkelijk een eeuwig Verbond. Dit Verbond eindigt niet meer, di verbond is kosmisch, het herstelt de mens naar zijn oorsprong, want naar het beeld van zijn Zoon heeft God de Mens geschapen.

Nog indringender gezegd, Jezus Zelf is het Levende Verbond, in Hem is de eenheid tussen God en de mens hersteld en voltooid. Ieder mens die dus leeft in verbondenheid met Jezus, deelt in dat Nieuwe Verbond en wordt opgenomen in de Drieëne relatie die God is.

Dit is niet zomaar theologie, dit zie je in de praktijk van het leven. Een heel belangrijk kenmerk van godsdiensten zijn de rolmodellen. De goden van de Romeinen, maar ook van de Perzen en de Azteken en waar dan ook, waren ideaal figuren. Hun verhalen moesten richting geven aan het leven van alledag. Hun avonturen moesten inspireren en bemoedigen. Goden en halfgoden waren rolmodellen waarop een maatschappij vorm kreeg. In het Nieuwe Verbond hebben wij een nieuw rolmodel gekregen, een die anders is, totaal anders, een die ons voorgaat in het leven, niet in verhalen door mensen bedacht, in mythen en sagen, maar concreet als mens, in vlees en bloed, heel concreet. Het Woord is Vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Wanneer wij de Eucharistie vieren en ter Communie gaan, wanneer we de Hostie ontvangen en Amen zeggen, wanneer we zijn Brood aannemen en eten, dan bevestigen wij zijn Verbond met Ons; dan bevestigen wij dat we met Hem verbonden willen leven. Dat Hij ons rolmodel is en niemand anders, dat Hij onze weg door het leven is en niemand anders. Dan vallen alle andere goden weg, dan vallen alle aardse rijkdommen weg, dan is Hij onze rijkdom.

God heeft in Jezus een Nieuw Verbond gesloten. De Sacramenten drukken stuk voor stuk iets uit van zijn Nieuwe Verbond. De bedoeling is dat heel ons leven daarvan wordt doordrongen, dat heel ons leven een leven in verbondenheid wordt, dat het herstel van Gods Verbond met ons ook een herstel wordt van onze verbondenheid met elkaar, verbondenheid als gemeenschap, als Volk van God, wereldwijde verbondenheid tussen mensen van alle volken, verbondenheid met de schepping, waarin wij dienende heersers zijn, die zo gebruik maken van de schepping, dat de schepping er beter van wordt. Van die nieuwe verbondenheid is de Eucharistie bron en hoogtepunt. Dat mogen we vandaag vieren, op Sacramentsdag. Amen.

Hoogfeest van de H. Drieëenheid

Viering zondag 30 mei 2021

Plebaan Michel Hagen

Een ondoorgrondelijk mysterie, maar tegelijk vol betekenis voor ons die geloven. Dat is het mysterie van Gods Drieëenheid. Dit vieren wij vandaag en in de Eucharistie is God met ons, God, Vader, Zoon en Heilige Gees.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 4, 32-34, 39-40
  • Psalm: 33 (32), 4-5, 6 en 9, 18-19, 20 en 22
  • Tweede lezing: Brief apostel Paulus aan de christenen van Rome 8, 14-17
  • Alleluja acclamatie: Apokalyps 1, 8
  • Evangelie: Mattheüs 28, 16-20

Klik hier voor de teksten van de lezingen van zondag 30 mei.

Homilie

“De Heer is God in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander”. Dat hoorden we in de eerste lezing uit de mond van Mozes. En … God is Vader, Zoon en Geest. Dat hoorden we zowel in de tweede lezing als in het Evangelie. In de tweede lezing zegt Paulus: “Wij hebben de Geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: ‘Abba, Vader!’. (…) als kinderen zijn wij ook erfgenamen van God, tezamen met Christus”. En in het Evangelie horen we deze opdracht van Jezus: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”.

Is er nu een verschil zoals God Zich in het Oude Testament openbaart en in het Nieuwe Testament?

Is er nu een verschil zoals God Zich in het Oude Testament openbaart en in het Nieuwe Testament? Mozes herinnert ons eraan dat God Schepper is. Wij denken daar misschien te weinig aan. Wat God was in het Oude Testament, dat is Hij ook nog steeds in het Nieuwe Testament. God is nog altijd Schepper. We spreken het straks uit in onze geloofsbelijdenis.

Het besef dat God Schepper is, was echter in het Oude Testament, bij Mozes en de profeten en bij het Joodse Volk sterker aanwezig dan bij ons. Het is prachtig uitgedrukt in het Scheppingsverhaal: Licht en donker, aarde en hemel, land en zee, dier en mens. Maar we zien het ook als Mozes Gods Volk uit Egypte leidt. Er zijn tien plagen nodig om Farao op de knieën te krijgen. De natuur keert zich tegen Farao, want God de Heer, de Schepper van de natuur keert zich tegen Farao. De tien plagen zijn natuurrampen die Egypte treffen. Bloedrood ondrinkbaar water, kikkers, muggen, steekvliegen, veepest, zweren, hagel, sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. Gods Volk kwam wonderwel door al deze plagen heen, maar hadden er natuurlijk ook last van. Al was het maar vanwege de boze reacties van de Egyptenaren die steeds meer het idee hadden dat al die ellende door hen kwam.

Maar Mozes heeft deze verhalen niet zomaar opgeschreven. Waarom werd het water bloedrood? Voor Mozes was dit een teken dat God met het water van de Nijl wraak nam op al de vermoorde kinderen van de Joden die in de Nijl waren gegooid; geofferd aan de goddelijke Nijl. Maar God is Heer van het water, dus ook van de Nijl. Het water neemt de kleur van bloed aan als een verwijzing naar al die slachtoffers die in het water van de Nijl waren gedood. Farao zal dit zeker begrepen hebben.

Alles waar Farao en heel Egypte zo prat op gingen werd aangetast. De ene ramp na de andere. Aan de ene kant moet Farao leren dat er maar één God is en dat hij God niet moet tegenwerken. Aan de andere kant moet Israël ontdekken dat ze op Gods Voorzienigheid moet vertrouwen, want God is de Schepper en Heer van heel de schepping.

In het Oude Testament wordt God ook vader genoemd. Mozes zegt het in zijn lied: “Is dat uw dank aan DE HEER, dwaas, onnozel volk? Hij is toch uw vader, Hij heeft u verwekt. Hij heeft u gemaakt, Hij heeft u het leven gegeven” (Deuteronomium 32, 6). Toch is dit vader-zijn van God vooral figuurlijk bedoeld; als Schepper is God ook onze vader.

Het vader-zijn van God krijgt door Jezus een heel nieuwe betekenis.

Het vader-zijn van God krijgt door Jezus een heel nieuwe betekenis. Jezus is de eerste op aarde die tot in het diepst van zijn wezen God als Vader kent. God is zijn oorsprong, God is niet zijn Schepper, God is zijn Vader, want Jezus deelt in het wezen van de Vader; Hij is één met de Vader. Tegelijk wil Jezus alle mensen optillen tot die relatie met God, elke mens draagt Gods beeld in zich, is hoogtepunt van de schepping; als Jezus onze relatie met God herstelt, tilt Hij ons op naar zijn niveau, Hij maakt ons kinderen van God.

Maar dat kan alleen als wij net als Hij deel krijgen aan de Geest van God. In het scheppingsverhaal blaast God de mens tot leven. Toch is dat blazen nog niet het Pinksteren zoals wij dat gevierd hebben. De mens wordt een levend wezen, maar de mens wordt nog niet door God zijn kind genoemd. Misschien was dat gebeurd met de boom van het leven, maar de beproeving met de boom van kennis van goed en kwaad verhinderde dat.

Door Pinksteren krijgen wij deel aan Gods Geest, de Heilige Geest wordt in ons hart gestort. Daarmee zo voltooit Jezus de herschepping van de mens. Die herschepping is meer dan een herstel naar de tijd van het paradijs. Wij worden meer, wij worden kinderen van God, niet figuurlijk, we krijgen niet alleen die naam, we worden niet alleen maar zo genoemd, we zijn het werkelijk, want we hebben deel aan Gods Heilige Geest, de Geest van Vader en Zoon.

Wanneer wij het feest van de Heilige Drieëenheid vieren, vieren we meteen Gods vaderschap dat door Jezus nu de hele mensheid omvat. Van Schepper wordt God in Jezus Christus Vader. Wat God vanaf het begin was, omdat de Zoon vanaf het begin bestond in God, wordt met de komst van Christus een nieuwe werkelijkheid

Met dit feest van de Heilige Drieëenheid vieren wij dus ook ons Kind van God zijn, om die reden staat dit feest een week na Pinksteren. Wij hebben deel aan Gods Heilige Geest. Paulus brengt dat onder woorden: Wij zijn erfgenamen van Gods Koninkrijk. Gods kinderen zijn immers de erfgenamen.

Hier in de Eucharistie vieren we dit mysterie. Wij zijn één in het Vlees en Bloed van Christus. Het aardse vlees krijgt deel aan het Vlees en Bloed van Gods eengeboren Zoon. Wij worden zijn Lichaam en delen in zijn Geest. Zo zijn wij onlosmakelijk verbonden met God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Heilige Maria, Moeder van de Kerk (2e Pinksterdag)

Viering maandag 24 mei 2021

Plebaan Michel Hagen

Klik hier voor de lezingen van maandag 24 mei. Voor deze viering is er geen preek beschikbaar

Hoogfeest van Pinksteren

Viering zondag 23 mei 2021

Pater M.D. Magielse

Kom, o Geest des Heren, Kom. Dat bidden en zingen we vandaag. Jezus heeft de Heilige Geest gezonden over zijn apostelen op het eerste Pinksterfeest van de Kerk. Wij gedenken deze bijzondere gebeurtenis en bidden dat de Heilige Geest ook onze harten vervult met zijn licht, dat Hij onze ziel geneest en zacht maakt wat is verstard.

Teksten van de lezingen kunt u hier vinden. De preek van plebaan Michel Hagen kunt u hier vinden.

Zevende zondag van Pasen

Viering zondag 16 mei 2021

Pastoor Ruud Gouw

Vandaag bidt Jezus om eenheid onder zijn leerlingen. Die leerlingen zijn wij. Jezus hoopt en bidt dat wij één zijn. Hier in de viering van de Eucharistie wordt de eenheid onder ons gevoed en wil Jezus de eenheid onder ons herstellen door de Heilige Geest.

Klik hier voor de preek van plebaan Michel Hagen