Eerdere vieringen

Vieringen in Kathedraal Rotterdam

Op deze pagina staan opnames van eerdere vieringen en de bijbehorende preken. Klik hier om naar de website van plebaan Hagen te gaan voor oudere preken.

23e zondag door het jaar

Viering zondag 5 september 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus geneest een doofstomme. Het is een teken dat Gods Koningschap met Jezus een heel nieuwe fase is ingegaan. Wij zijn hier genodigd om in deze Eucharistie deel te nemen aan zijn Bruiloftsmaal en ook zelf meer en meer het goede te zien, te horen, te zeggen en te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 35, 4-7a
  • Psalm: Ps. 146 (145), 7, 8-9a, 9bc-10
  • Tweede lezing: Jakobus 2, 1-5
  • Alleluja acclamatie: Johannes 1, 14 en 12b
  • Evangelie: Marcus 7, 31-37

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

“Vat moed en vreest niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden”.

Zo spreekt Jesaja het volk moed in. Hoofdstuk 35 van Jesaja wordt wel de kleine apocalyps genoemd, een toekomstvisioen, een openbaring over wat er komen gaat. Het hoofdstuk is kort; ze hadden net zo goed de drie overige verzen erbij kunnen nemen. Die luiden: 7b. Op de plaats waar jakhalzen lagen, groeien dan riet en papyrus. 8 Daar komt een gebaande weg die de heilige weg zal heten. Geen onreine zal die betreden - die gaat zijn eigen weg -, geen dwazen dwalen er rond. 9 Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen er niet gaan, die zijn er niet meer te vinden. Alleen verlosten gaan erover; 10 de verlosten van DE HEER keren erover terug; en met gejubel bereiken zij Sion, met een kroon van eeuwige vreugde getooid. Blijdschap en vreugde zullen terugkeren, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Het is vrijwel zeker dat Jezus deze tekst van Jesaja heel goed heeft gekend, dat deze tekst als het ware een deel van de agenda van zijn leven was. Toen Jezus in Nazaret in de synagoge opstond om voor te lezen, was het ook een tekst van Jesaja die Hij voorlas: “De geest van DE HEER, mijn Heer, rust op mij, want DE HEER heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een genadejaar van DE HEER aan te kondigen” (Jesaja 61, 1-2a).

Woorden van hoop: Vat moed – Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme – een heilige weg en de verlosten zullen hem volgen – blijdschap en vreugde – het goede nieuws voor de armen – genezing voor gebroken harten – vrijheid voor gevangen – een genadejaar van de Heer.

Dit alles moeten de mensen in de tijd van Jezus hebben herkend, toen Jezus een doofstomme genas; Effeta, ga open. Hij laat doven horen en stommen spreken. Hij doet blinden zien en laat lammen lopen. Maar dat zijn toch de tekenen van Gods Koninkrijk dat gekomen is. Wie is Hij dan, dat Hij dit doet?

In de wereldliteratuur zijn dierenverhalen dikwijls gebruikt om kritiek te uiten op de samenleving, zoals bijvoorbeeld Reinaart de Vos en Animal Farm. Ik denk dat we zo ook naar deze teksten van Jesaja kunnen kijken. Waar jakhalzen lagen, groeit dan riet en papyrus – geen dwazen dwalen er rond. Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen er niet gaan. Dit gaat niet alleen over dieren, het gaat ook over mensen die zijn als jakhalzen, als leeuwen, als wilde dieren. Die mensen zullen die Nieuwe Weg niet vinden en niet volgen.

Zo kan je ook beeldspraak zien wat betreft de doven, de stommen, de blinden en de lammen. Over de Farizeeën zegt Jezus op een goed moment: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil” (Matteüs 15, 14).

Als je zo naar de wereld kijkt, naar de Nieuwe Weg die Jezus ons wijst en die Hij Zelf is, opdat wij hem navolgen; dan vinden we een nieuwe betekenis. Die Weg blijft onzichtbaar voor hen die bewust geestelijk blind zijn; die Weg is niet te volgen voor hen die zich laten verlammen door hun gebondenheid aan de wereld; die Weg is niet te verstaan voor hen die doof blijven voor Gods Woord en die Weg wordt verzwegen door hen die hun stem niet lenen aan God.

Wat betekent het dan als Jezus doven doet horen, stommen doet spreken, blinden doet zien en lammen doet lopen? Het betekent dat zij die onmachtig zijn en door het geschreeuw van anderen doof worden, door anderen met stomheid worden geslagen, door deze wereld verblind en door deze cultuur vastgebonden; dat als zij hun heil zoeken bij Jezus, zij bevrijding vinden, dat ze verbonden met Hem gaan zien wat ze nooit zagen, horen wat ze nooit verstonden, dat ze zijn Weg kunnen volgen en God loven met nieuwe woorden.

Wat is dan het verschil tussen de blinde Farizeeën, waarvan Jezus zegt: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil”, tegenover de blinden die wel genezing vinden. Het verschil is de arrogantie, de weigering om in Jezus Gods Redder te erkennen, de hoogmoed van het eigen gelijk door de eigen intelligentie, waardoor ze zich steeds vaster nestelen op de dwaalweg die zij volgen. De belangen waaraan zij gehecht zijn en die ze weigeren prijs te geven. Door dat alles gaan zij niet naar de geneesheer van de ziel en blijven zij blind, stom, doof en verlamd en zullen ze de Nieuwe Weg niet volgen.

Het is een spiegel voor onszelf en voor de wereld. Want hoe zal het gaan met de wereld? Klimaatverandering eist steeds meer zijn tol. De coronapandemie is nog niet over, de economie lijkt zich te herstellen, maar veel vooruitgang is kunstmatig. Toen Israël het in Egypte steeds moeilijker kreeg, hoorde God de weeklachten van zijn Volk. Zolang de wereld niet aanklopt bij God, vanwege hoogmoed en eigengereidheid, vanwege de weigering te geloven en te gehoorzamen, zolang zullen de problemen blijven toenemen. Totdat, ja totdat de blinden gaan zien en de doven gaan horen en de stommen gaan spreken en de lammen gaan lopen en de wereld zal erkennen dat er maar één Weg is, één Redder, één Heer, één God boven allen en met allen en in allen. Amen.

22e zondag door het jaar

Viering zondag 29 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus is de koning van de innerlijkheid, van de binnenkant. In de liturgie worden we uitgenodigd door de uiterlijke vormen heen te kijken en hem te vinden die ons innerlijk wil genezen en heiligen.

Viering van zaterdag 28 augustus:

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 4, 1-2. 6-8
  • Psalm: Ps. 15 (14), 2-3a, 3cd-4ab, 4c-5
  • Tweede lezing: Jakobus 1, 17-18. 21b-22. 27
  • Alleluja acclamatie: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Marcus 7, 1-8. 14-15. 21-23

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Jezus krijgt hoog bezoek. Farizeeën, waaronder enkele schriftgeleerden, uit Jeruzalem; zij komen bij Jezus samen. Waar zal het gesprek over gaan? Als je met een stevige delegatie bij Jezus op bezoek gaat, dan heb je vast wat onderwerpen om met Hem te bespreken? Met welke houding ga je naar Hem toe? Ben je benieuwd naar zijn visie, zijn inzicht? Je zou kunnen verwachten dat het gesprek zou gaan over zijn visie op God, zijn visie op Gods Koninkrijk, zijn visie op vergeving. Zulke momenten zijn er wel in het Evangelie, maar vandaag niets van dit alles. De enige opmerking die ze maken gaat over het reinigingsritueel voor de maaltijd.

Wat is dat reinigingsritueel? Je zou kunnen denken, nu in de Corona-pandemie, dat dit geen slechte gewoonte is, handen wassen voor de maaltijd. Maar dat ritueel is geen echt handen wassen. Het was met de vingertoppen even het water aanraken. Die wassing kun je vergelijken met het wijwaterbakje dat we nu tijdens Corona voorin de kerk niet gebruiken. Ook het gebruik van het wijwaterbakje is geen echt handen wassen, het kruisteken met wijwater betekent een geestelijke reiniging die ons herinnert aan ons Doopsel. Dat was de grote innerlijke wassing waarmee wij ons leven met Christus zijn begonnen.

Het ging de Farizeeën en de schriftgeleerden dus niet om hygiëne, dat woord kende men zo ook niet. Het ging om een ritueel gebruik. Sommige van de leerlingen onderhielden dat gebruik dus niet, zoals wij nu ook het wijwaterbakje bij binnenkomst niet gebruiken. Het lijkt er overigens op dat Jezus zelf en ook het merendeel van de leerlingen die reinigingsrituelen wel onderhielden. Jezus heeft er op zich dus niets op tegen. Er staat dat sommigen het niet deden.

Het lijkt erop dat Jezus door de opmerking hierover geraakt wordt. Jezus neemt het op voor zijn leerlingen, zoals Hij dat vaker deed. Denk aan die keer dat er een vastendag was en de leerlingen van Jezus die vastendag niet hielden of die keer dat de leerlingen korenaren plukten op een sabbat en daarvan wat aten omdat ze nog niets gegeten hadden. We kennen het antwoord van Jezus, jonge wijn in nieuwe zakken en de sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat (Marcus 2, 18-28).

Vandaag geeft Jezus geen antwoord meer op hun vraag. Hij heeft al eerder antwoord gegeven hoe Hij zijn leerlingen opleidt en vormt, dat kunnen ze dus weten. Nu gebruikt Hij hun opmerking om hen zelf een spiegel voor te houden. Dat doet Hij radicaal. Het valt op dat Jezus over het algemeen vrij mild is naar de bevolking. Wel duidelijk en consequent, maar toch mild. Tegenover de Farizeeën en schriftgeleerden, gebruikt Jezus scherpere woorden. Dat heeft ermee te maken dat zij beter zouden moeten weten. Is er nu niets beters om over te praten dan over het reinigingsritueel?

Het lijkt erop dat de Farizeeën en de schriftgeleerden hun eigen innerlijk zijn kwijtgeraakt. Komt dat door hun grote gerichtheid op de Wet van Mozes? Zijn ze de profeten vergeten, zijn ze de Heilige Geest vergeten? Of zijn het de gewone valkuilen van de macht; dat je positie, de onderlinge belangen, vrees voor verandering of de valkuilen van de bureaucratie je gevangen houden en blind maken voor de eigen fouten. Dat gebeurt overal, ook in de Kerk.

Dat laatste lijkt inderdaad het geval te zijn. Jezus citeert Jesaja: “Dit volk eert Mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren”. Jezus verwijt hun dat waar zij prat op gaan, kennis van Gods geboden, zij juist niet waarmaken: “Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen!”

Zo zie je dat Jezus steeds terugkeert naar de oorsprong, Gods gebod, Bemin God en uw naasten; in het begin schiep God hen als man en vrouw; de sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat. Schriftgeleerden gebruikten hun scherpzinnige haarkloverij om hun eigen systeem in stand te houden, maar daarmee verdwenen Gods geboden zelf naar de achtergrond.

Die valkuil blijft altijd bestaan, niet alleen bij Farizeeën. Dat we bijkomstigheden tot hoofdzaken maken, dat we meer met de buitenkant bezig zijn dan met de binnenkant, dat we meer gehecht zijn aan de rituelen, de vormen, de uiterlijkheden dan met datgene waar het om gaat, waar die rituelen naar verwijzen, waarvoor ze bedoeld zijn.

Bij Jezus gaat het altijd om de binnenkant. Vergeving is iets dat in ons hart gebeurt. Kind van God zijn is niet zichtbaar aan de buitenkant. Dat Jezus Gods eniggeboren Zoon was, kon je niet aan zijn gezicht zien. Dat geldt ook voor de Communie, dat dit Brood Lichaam van Christus is, kan je niet aan de buitenkant zien. Alleen door ons geloof kunnen we die binnenkant beseffen.

Het is een valkuil om nu over de Farizeeën en de schriftgeleerden te spreken, waardoor we zelf buiten schot blijven. Maar aan het einde van het evangelie spreekt Jezus tot het volk, tot u en mij. Zuiverheid of onzuiverheid, het komt niet van buiten maar uit ons hart. Jezus geeft er een korte litanie van. Paulus herinnert ons in de tweede lezing eraan: Als de liefde in je hart niet concreet wordt, stelt het niet veel voor: “Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld”. Amen.

21e zondag door het jaar

Viering zondag 22 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Woorden van eeuwig leven zijn geen simpele of makkelijke woorden. Gods Woord is stevige kost waar je lang en goed op moet kauwen. Zo is het met Christus zelf ook. Hem navolgen is niet simpel maar op die weg schenkt God ons het eeuwige leven.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jozua 24, 1-2a. 15-17.18b
  • Psalm: Ps. 34 (33), 2-3, 16-17, 18-19, 20-21, 22-23
  • Tweede lezing: Efeziërs 5, 21-32
  • Alleluja acclamatie: Johannes 14, 23
  • Evangelie: Johannes 6, 60-69

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

We hebben vandaag de laatste lezing uit het Evangelie van Johannes als tussenvoeging in het Marcus-jaar. De volgende zondag lezen we weer uit het Evangelie volgens Marcus. We hebben de broodrede gevolgd, de uitgebreide lezingen waarin Jezus zich het levend Brood noemt. Vijf zondagen lang uit Johannes het zesde hoofdstuk.

Vandaag hebben we een soort anti-climax. We hoorden het al in de eerste regel: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” Zo werd er gereageerd: “Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” En even later: “Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap”.

Waarom lopen ze weg; waarom verlaten ze Jezus? Wat stuit hen tegen de borst? Wat is er niet om aan te horen in die woorden van Jezus? Was het deze zin? “Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is.”

Daarover sprak ik met u op de 19e zondag. Toe noemde Jezus dit ook al. Hij zei toen: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”. Je kunt die tekst op meerdere manieren uitleggen, ik heb hem betrokken op een nieuwe visie op God, de visie van Jezus. Als een barmhartige God jou niet trekt, als een vergevende God jou niet trekt, als een God die oog heeft voor zondaars en armen en gebrekkigen, als die God jou niet trekt, dan zal je ook niet tot Jezus gaan, dan voel je je ook niet aangetrokken tot de Zoon van die Vader.

Vandaag herhaalt Jezus zijn uitspraak met iets andere woorden: “Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is.” Die nieuwe houding, waarin je dit geloof als een gave ontvangt, is een houding van nederigheid en ontvankelijkheid. Dat is een andere houding dat wat zij zoeken. Zij zoeken kracht en macht, invloed en hun gelijk. Zij zijn gewend aan de Wet van Mozes waarin precies staat wat mag en niet mag, wat moet en niet moet. En als het er niet duidelijk staat, dan hebben ze hun uitleg paraat. Maar nu gaat het om een houding van ontvankelijkheid voor dat wat ze niet zwart op wit hebben. Geloof, iets dat je door de Vader gegeven wordt.

Maar om dat te ontvangen, moet je het ook vragen, moet je erom bidden. Maar waarom zou je erom bidden als het je niet aantrekt, als God, de barmhartige Vader je niet trekt.

Vandaag hebben we nog een lezing waarvan sommigen zeggen: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” Ik bedoel de tweede lezing. Daar schrijft Paulus: “Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw zoals Christus het hoofd is van de kerk”.

Ik heb al heel wat lectoren gehad die moeite hadden om dit voor te lezen. Het woord onderdanigheid stuit hen tegen de borst. We zijn tot gelijkwaardig. In Christus is er toch geen verschil meer. Dezelfde Paulus schrijft aan de Galaten: Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus (Galaten 3, 28).

Het is net als in het Evangelie. Hoe luisteren zij, stuit het tegen de borst en lopen ze weg, of blijven ze luisteren, zoeken ze verder totdat ze het verstaan.

Veel toehoorders slaan de eerste zin van de tweede lezing zonder aandacht over. Daar staat: “Broeders en zusters. Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus”. Weest elkander onderdanig. Dat is een ander woord voor: “Dient elkander”. Zoals Jezus Zelf zegt dat Hij niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen. Zoals we inmiddels beseffen dat alle dienst begint bij God die ons dienstbaar is doordat Hij ons in het bestaan heeft geroepen en doorlopend in het bestaan houdt. God dient de mens en het antwoord waardoor de mens tot God kan naderen is dat ook de mens bereid is te dienen.

Daar staat dus: “Broeders en zusters. Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus”. In die zin is geen verschil tussen Jood of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw. Als Paulus daarna uitlegt wat die onderdanigheid concreet betekent, legt hij uit dat de vrouw haar man moet zin in relatie tot Christus. En als hij aan de man uitlegt wat die onderdanigheid betekent, zegt hij: “Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de kerk heeft liefgehad: “Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, …” Het gaat er dus om hoe je leest.

In de eerste lezing stelt Jozua het volk voor de keuze of zij God willen dienen of voor andere goden kiezen. Het volk antwoordde: “Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren”.

Jezus vraagt zijn leerlingen: “Willen ook jullie soms weggaan?” Simon Petrus antwoordde Hem: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.”

Zo nodigt Jezus ook ons uit te geloven in de Vader, zoals we hem leren kennen door de Zoon, God ie ons oproept tot vergeving en barmhartigheid. Dat geloof mogen we uitspreken in onze geloofsbelijdenis. Amen.

Maria Tenhemelopneming

Viering zondag 15 augustus 2021

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

Maria is ten hemel opgenomen. De hemel en de aarde verheugen zich. Wij delen in die vreugde vandaag op deze zondag bij de viering van de Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Apokalyps 11, 19a; 12, 1-6a. 10ab
  • Psalm: Ps. 45 (44), 10bc, 11, 12ab,16
  • Tweede lezing: 1 Korinte 15, 20-26
  • Alleluja acclamatie: Maria is ten hemel opgenomen. Het engelenkoor jubelt. Alleluia.
  • Evangelie: Lucas 1, 39-56

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Toen paus Pius XII in 1950 plechtig het dogma van de Tenhemelopneming van Maria afkondigde, bevestigde hij dit met deze woorden: “ … dat de Onbevlekte Moeder Gods altijd Maagd Maria, na het voltooien van haar aardse levensweg, met lichaam en ziel tot de hemelglorie is opgenomen”.

Waarom is dit belangrijk voor de Kerk? Waarom is dit belangrijk voor ons?

Wij geloven dat Christus ten hemel is opgestegen. Na zijn verrijzenis met Pasen vieren we op de donderdag voor Pinksteren het feest van zijn hemelvaart. Op zich is hemelvaart niet onbekend in de Bijbel. In het Oude Testament wordt de hemelvaart van de profeet Elia beschreven. Ook zijn er oude verhalen over de hemelvaart van Mozes. Die twee verschenen met Jezus op de berg. Dat hebben we op 6 augustus nog herdacht. Er is weinig discussie over Elia of over Mozes, net zo min als er discussie is over Jezus’ hemelvaart. Maar over de tenhemelopneming van Maria is wel flink gediscussieerd, omdat die niet beschreven is in de Handelingen van Apostelen, net zo min als haar overlijden. Daarvoor moet je te raden gaan in latere bronnen.

Misschien moeten we ons eerst afvragen wat de hemel is. En als je een idee hebt van wat de hemel is, dan kun je ook nadenken over de tenhemelopneming van Maria met ziel en lichaam.

Wat Jezus betreft is zijn hemelvaart de uitdrukking van de voltooiing van zijn zending. Zelf zegt Hij dat men Hem zal zien zitten aan de rechterhand van God. Zijn hemelvaart is de bevestiging dat Hij zijn definitieve plek bij God, in Gods Koninkrijk, in de hemel, heeft ingenomen.

Zo is de hemelvaart van Elia de bevestiging dat Elia een bijzondere krachtige profeet was die zijn zending van Godswege heeft volbracht en dat daar niets meer aan of afgedaan kan worden. Om die reden is er ook de traditie over de hemelvaart van Mozes.

Maar hoe zit dat dan met Maria? De tweede lezing van dit feest geeft ons een hint. Paulus schrijft: “Zoals allen sterven in Adam zo zullen ook allen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens, bij zijn komst zij die Christus toebehoren; …”.

“Zij die Christus toebehoren”. Maria, zijn moeder, behoorde Christus volledig toe. Haar moederschap was volledig aan Hem gewijd. Haar leven was volledig aan God gewijd. De Kerk erkent haar zondeloosheid vanaf het begin van haar bestaan. En zo erkent de Kerk ook dat haar einde zonder bederf is geweest. Voor de Kerk is dit zo duidelijk dat zij dit als dogma heeft vastgesteld.

Toch weten we daarmee niet wat die lichamelijke tenhemelopneming dan precies is. Als Jezus na zijn verrijzenis verschijnt aan zijn leerlingen, herkennen ze Hem meestal niet. De verhalen over zijn verschijning geven weer dat Hij aan de ene kant met hen eet, maar dat Hij ook zonder dat er een deur open gaat in hun midden staat. Zijn Lichaam is niet zo lichamelijk meer als dat van ons.

Misschien moeten we om dat te verstaan naar onze geloofsbelijdenis kijken. Aan het einde belijden wij dat we geloven in de verrijzenis van het lichaam. Op een audiëntie van 4 december 2013 sprak paus Franciscus daarover. “Omdat Jezus verrezen is zullen wij verrijzen. Wij bezitten de hoop op de verrijzenis omdat Hij ons de deur naar die verrijzenis heeft geopend. En deze verrijzenis, deze gedaanteverandering van ons lichaam wordt in dit leven voorbereid door de band met Jezus in de Sacramenten, vooral in de Eucharistie”.

Zoals Maria aan het begin van haar leven deel heeft gekregen aan de zondeloosheid van Jezus, zo krijgt Maria aan het einde van haar leven ook deel aan zijn verrijzenis.

Waarom is dat van belang voor ons? Met die vraag begon ik deze homilie. Omdat Maria een gewoon meisje was bij wie God grote dingen heeft gedaan, is zij de gezegende onder alle vrouwen en mannen en is zij ons voorbeeld. Zoals God met haar heeft gedaan, zo zal Hij ook met ons doen.

Zoals Jezus is verrezen en niet meer sterft, zo zal ook Maria het bederf niet zien, zij heeft deel gekregen aan diezelfde onsterfelijkheid van Jezus.

Het klinkt waarschijnlijk allemaal wat theologisch, maar de boodschap is eenvoudig. Zo bijzonder als haar begin was, waarover we lezen in het Evangelie, zo bijzonder is ook haar einde, want God is begin en einde en wat Hij begint, voltooit Hij ook.

Zoals Hij met Maria heeft gedaan, zo zal Hij ook met ons doen. Hier in de Eucharistie hebben we al deel aan de verrijzenis van Jezus. Hier zijn wij lichamelijk al met Hem verbonden. Hier worden we als gemeenschap samen Lichaam van Christus, Kerk, Bruid van Christus, Volk van God.

Dat zien we bij Maria, zijn Moeder en onze Moeder. Dat is een feest waard en dat vieren we op deze dag. We vieren dus ook onze eigen toekomst, want wat God in ons begonnen is, zal Hij ook tot voltooiing brengen. Net als bij Maria die voorgoed haar plaats heeft bij God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Negentiende zondag door het jaar

Viering zondag 8 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Voedsel om de weg van God te kunnen gaan en te voltooien; dat is niet het gewone voedsel dat we in de winkel kopen. Het is het voedsel dat God ons geeft voor onze ziel, teken van Gods goedheid en Gods Voorzienigheid. Dat vieren we in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Koningen 19, 4-8
  • Psalm: Ps. 34 (33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: Efeziërs 4, 30-5, 2
  • Alleluja acclamatie: Johannes 6, 64b en 69b
  • Evangelie: Johannes 6, 41-51

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Wat overkwam de grote profeet Elia, dat hij hier totaal moedeloos neerligt en bidt: “Het wordt mij te veel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen”. Elia, de vuurprofeet, ligt hier onder de bremstruik en wil dood. Als iemand wel eens dat gevoel heeft gehad: “Heer, laat mij maar doodgaan”, dan is daar dus niets vreemds aan. Job heeft het gebeden. Elia heeft het gebeden. Toch heeft God hun gebed niet verhoord, God is niet een God van de dood maar van het leven.

Maar hoe kwam Elia zover. Het loont de moeite om de hoofdstukken hiervoor in het boek der Koningen te lezen. Daar vindt u de strijd met de Baälprofeten, 450 man sterk. Elia daagt ze uit tot een Godsgericht. Laat God maar tonen wie de echte God is. Jullie maken een offer. Ik maak een offer en de God die met vuur antwoordt is de ware God. Ze nemen de uitdaging aan. Maar met het Baäloffer gebeurt niets hoe ze ook dansen en roepen. Als Elia zijn offer heeft bereid en tot God bidt, komt er vuur uit de hemel die het hele altaar met offerdier en water erbij verteert. De Baälprofeten worden terechtgesteld en gedood. Een enorm bloedbad. Daarna bidt Elia dat het weer mag gaan regenen en het gebeurt. De hongersnood gaat voorbij.

Je zou zeggen. Na zo’n hoogtepunt barst Elia toch van de energie en de moed en de kracht! Maar wat blijkt. Koningin Izebel is zo woedend, want zij is van Baäl, dat ze bekend laat maken dat ze Elia binnen 24 uur zal laten doden. Elia vlucht dus voor zijn leven. Dat is de druppel. Na de jarenlange droogte, de hongersnood, de strijd met de Baälprofeten, de confrontatie met de koning. Moet hij nu weer vluchten voor zijn leven. Komt er dan nooit rust? Blijft de tegenstander dan steeds weer toeslaan? Elia is uitgeput. Dat is waarom hij vandaag in de eerste lezing tot God bidt: “Het wordt mij te veel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen”

U kent ongetwijfeld het bijzondere Woord van Jezus: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Matteüs 11, 28-30). Elia is daar uitgeput. Hij bidt tot God. Maar God laat hem niet daar doodgaan. Hij geeft hem voedsel en drank. Tot tweemaal toe. Die tweede keer is de bevestiging dat God hem heeft gezien, dat God nog steeds aan zijn zijde is, dat God doorgaat met de strijdt. Dan staat Elia op, God doet hem weer opstaan en zet hem weer in beweging. Elia gaat op weg naar de Horeb om tot God te bidden en te horen wat hij moet doen.

Was dit brood uit de hemel? Was dit engelenbrood? Nee, het was wel Gods Voorzienigheid die Elia hier twee keer achter elkaar ervaart. Zo wordt dit brood een ander voedsel, teken van Gods nabijheid en zorg, teken ook dat hij door moet gaan.

Als Jezus dan zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’ dan is het niet vreemd dat zijn tijdgenoten even moeten denken wat Hij daarmee bedoelt. Maar in plaats van op zoek te gaan naar wat Hij daarmee bedoelt, hebben ze hun oordeel al klaar. Wie denkt Hij wel dat Hij is? Hij is geen nieuwe Melchisedek van wie geen vader of moeder bekend was. Hem kennen we. Gewoon een mens. Wat beweert Hij dan als Hij zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’

Maar ook voor ons, hier en nu, is het van belang dat we proberen te verstaan wat Hij bedoelt. We kunnen natuurlijk heel snel zeggen: “O, dat weten we, Hij bedoelt de Eucharistie. In de Eucharistie is Hij het Brood des levens”. Maar hoe waar die gedachte ook is. Toch moeten we verder denken.

Jezus zegt: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt”. Wat is dat, dat de Vader je trekt? Jezus openbaart ons de Vader, als God die liefde is, die begaan is met de mensen, die oog heeft voor tollenaars en zondaars, die aandacht heeft voor zieken en hen geneest, God die de blinden doet zien en de lammen doet lopen, die de boetvaardige tollenaar vergeeft. Zo openbaart Jezus God als onze Vader in de hemel. Dat wordt de nieuwe Naam voor God: “Onze Vader”. Maar trekt die God je niet, dan voel je je ook niet aangetrokken door Jezus. Wil jij een machtige god die straft, die de vijanden vernedert, de god van de wapens en van vernietiging, god die op de hand is van de rijken en de machtigen die steeds aan het langste eind trekken. Zoek je zo’n god, dan zal God de Vader van Jezus Christus jou niet trekken.

Ook wij staan in die strijd van Elia tegen de Baälprofeten, ook wij moeten steeds weer kiezen. Als wij geroepen zijn om beeld van God te zijn, is het belangrijk om God te kennen. Want dat is een verschil tussen nacht en dag, tussen dood of leven. Zijn wij beeld van de machtige god die zich wreekt met geweld, of zijn wij beeld van God, de Vader van Jezus Christus, die vergeeft en geneest, waarbij Jezus zegt: “… leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen

Paulus heeft dat begrepen, zoals Hij schrijft in de tweede lezing: Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Dat is onze weg. Zo is Jezus ons brood, zo komen wij weer tot leven, kunnen wij opstaan en met nieuwe kracht doorgaan. Amen.

Achttiende zondag door het jaar

Viering zondag 1 augustus 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Brood uit de hemel, wat is dat? Een teken uit de hemel, kun je dat zien? Het Evangelie neemt ons vandaag mee naar een gesprek dat Jezus daarover heeft. In deze Eucharistieviering mogen onze ogen open gaan voor het Teken uit de hemel, Jezus Zelf.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 16, 2-4. 12-15
  • Psalm: Ps. 78 (77), 3 en 4bc, 23-24, 25 en 54
  • Tweede lezing: Efeze 4, 17. 20-24
  • Alleluja acclamatie: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Johannes 6, 24-35

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Verleden week hoorden we over het broodteken. Vijf gerstebroden en twee vissen, allen aten zoveel ze maar wilden. Aan het einde waren er twaalf manden met brokken over. Toen de mensen het teken zagen dat Jezus had gedaan zeiden ze: “Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.”

Op dat gebeuren gaan we vandaag verder en we zullen zien dat alles niet zo eenvoudig is als het lijkt. De mensen hebben het teken gezien. Een overvloed aan brood. Iedereen een volle buik. Twaalf volle manden over.

Vandaag komt er een tweede teken bij. Er was maar één bootje. Hoe is Jezus nu aan de overkant gekomen. De leerlingen hebben hem te voet over het meer zien gaan, maar de mensen niet. Ze vermoeden wel iets en vragen: “Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?”

Dan ontspint zich een gesprek: Jezus begint meteen over de tekenen. “Niet omdat jullie tekenen gezien hebt zoeken jullie Mij, maar omdat jullie van de broden hebt gegeten tot je honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven.

Waarom zoeken ze Jezus? Ze hebben we wel iets voor over. Ze zijn met bootjes teruggegaan naar de plaats waar Jezus voor overvloed gezorgd had. Dan steken ze ook het meer over en vinden Jezus. Maar Jezus wil dat ze zich bewust worden van hun beweegredenen. Waarom zoeken ze Jezus? Die vraag geldt in zekere zin voor ieder van ons.

Wij komen naar de kerk, we maken overdag tijd voor stilte en gebed. We gaan op bedevaart, we gaan naar de aanbidding. Het zijn onze manieren om Jezus te zoeken. We gaan terug naar plaatsen waar we Hem hebben ervaren. Maar ook voor ons geldt die vraag: “Waarom zoeken we hem?”

Jezus ziet in hun hart en geeft zelf antwoord: “Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild”. Wat zoeken wij bij Jezus? Verbetering van ons aardse bestaan? Zoiets hoorden we in de eerste lezing. Heel de gemeenschap van de Israëlieten te morren tegen Mozes en Aäron. “Waren we maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte, waar we bij de vleespotten zaten en volop brood konden eten”. Een vreemde opmerking. Waren we maar doodgegaan in Egypte. Maar dan zit je ook niet meer bij de vleespotten. In je boosheid kun je vreemde dingen zeggen. De eentonigheid van het leven in de woestijn, de honger, de dorst, alles zit tegen. Hoe houd je het vol? Zoals nu de coronapandemie voortduurt, zoals problemen op je werk, of in het gezin voortduren, hoe lang nog en hoe houden we het vol? Wat zoeken de Israëlieten bij Mozes? Een oplossing voor hun probleem en God is barmhartig. Hij verhoort het gebed van Mozes. Maar de vraag is wat de Israëlieten ervan leren. Het lijkt erop dat ze alleen maar oog hebben voor het eten.

Hoe is dat met de tijdgenoten van Jezus? De dag ervoor wilden de mensen Jezus meenemen en tot koning uitroepen, vanwege het teken dat ze gezien hadden. Nu zeggen ze: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: ‘brood uit de hemel gaf hij hun te eten’.”

Er is dus iets vreemds met de tekenen van Jezus. Aan de ene kant zijn de mensen erdoor onder de indruk. Op een eenzame plaats een overvloed aan brood. Die willen we wel als koning. Even later: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?” Nog meer. Ze zeggen: “Wat doet Gij eigenlijk?”

De tekenen die Jezus doet zijn niet voor iedereen doorslaggevend. Het rijtje is indrukwekkend, behalve het broodteken en nu die geheimzinnige oversteek over het water, waren daar ook de overvloed aan de beste wijn bij de bruiloft van Kana (Johannes 2, 1-12), de genezing van de zoon van de hofbeambte (Johannes 4, 46-54) en de genezing van de man die 38 jaar verlamd lag bij Betesda (Johannes 5:1-14). Toch is niet iedereen daarvan onder de indruk: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?”

Dit is ook de houding van de wereld tegenover Christus en de Kerk. Het probleem is net als bij voetbal en veel andere dingen, zoals Johan Cruyff dat zo mooi uitdrukte: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt ...” Zo is het ook met de dingen van God. Je kunt het pas zien als je op zijn minst bereid bent om te geloven.

Door deze lezingen heen loopt dus de vraag: Wat zoeken we bij Jezus? Waarom zoeken we Jezus? Wat verwachten we van Hem? Als ij een teken doet, geloven we dan dat dit met God, met de hemel te maken heeft?

Jezus zelf leert ons het onderscheid. Hoe geweldig dat manna ook was in de woestijn; Hij zegt: “Wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven ...” Daarom zijn wij hier. Wij zoeken Jezus omdat Hij Zelf het teken is door God gegeven; Hijzelf is het levende Brood uit de hemel en dat vieren wij hier in de Eucharistie. Amen.

Zeventiende zondag door het jaar

Viering zondag 25 juli 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Vijf gerstebroden en twee vissen. Het is tijd om onze onmacht en onze kleinheid onder ogen te zien en ermee naar Jezus te gaan. Voor Hem zijn we nooit te klein en hebben we nooit te weinig. Dat mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

De livestream van zondag 25 juli is helaas niet beschikbaar. Hieronder de livesream van zaterdag 24 juli.

Lezingen

  • Eerste lezing: 2 Koningen 4, 42-44
  • Psalm: Ps. 145 (144), 10-11, 15-16, 17-18
  • Tweede lezing: Efeze 4, 1-6
  • Alleluja acclamatie: Cf. Efeze 1, 17-18
  • Evangelie: Johannes 6, 1-15

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

We worden kleiner. Ik bedoel niet dat als we ouder worden we gaan krimpen, dat is ook waar, maar ik denk aan onze Kerk, die gemeenschap van Gods Volk op aarde, dat Lichaam van Christus dat in de tijd doorgaat met zijn Werk, die bruid die trouw wil zijn aan haar Heer. Hier in Europa, maar in feite overal in de moderne wereld, wordt de Kerk kleiner. Er is krimp in de Kerk.

Andersom is er ook groei; de wereldbevolking groeit nog steeds. Sociologen en andere wetenschappers maken zich er zorgen om. Want is er genoeg voedsel, drinkwater en land? Sommigen denken aan rigoureuze maatregelen om de bevolking minder te laten groeien. Tegelijk schrijven andere wetenschappers dat West Europa zonder immigratie, zonder vluchtelingen die hierheen komen, snel zal vergrijzen en dat de bevolking zal gaan krimpen. Dan horen we van andere wetenschappers dat klimaatverandering een rampenscenario meebrengt, dat het de kans op pandemieën en vluchtelingenstromen zal vergroten. Dat bovendien klimaatverandering wereldwijd gevolgen zal hebben voor voedsel en water en dat daardoor die wereldwijde bevolkingsgroei helemaal niet meer zo zeker is.

Krimp of groei … Economen denken vaak in termen van groei, maar ook daarin hoor je steeds meer tegengeluiden. Moet de economie nog wel groeien als we allemaal al meer hebben dan we nodig hebben? Meer dan het milieu aankan?

Onze tijd is ingewikkeld. Want de biodiversiteit groeit niet, integendeel, die neemt af, elke dag sterven er diersoorten uit, van insecten tot zoogdieren. Dat zijn soms natuurlijke processen, maar door de mens zijn die processen inmiddels in een grote stroomversnelling gekomen. Wat ook niet groeit is vrede op aarde. Het aantal conflicten wereldwijd groeit wel.

Als Kerk denken we vaak nog in termen van groei, maar de vraag is of we in onze tijd wel in zulke termen moeten denken. Groei is geen doel, groei is een gevolg. Een gezonde levende plant in een gezonde omgeving, met voldoende voedsel en water, zal vanzelf groeien. De vraag is of wij als Kerk op dit moment wel zo gezond zijn. Net zo belangrijk is de vraag of onze omgeving, met vooral het geestelijk klimaat, wel zo gezond is. En dan nog, nemen we wel voldoende gezond geestelijk voedsel en geestelijk gezond water tot ons, of worden we overspoeld met verkeerd eten en drinken in deze moderne wereld?

Ik schets deze situatie met het oog op het Evangelie van deze zondag. Jezus vraagt aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?” Die vraag mogen we doortrekken naar onze tijd. Als Kerk staan we voor een onmogelijke opdracht. We worden ouder, kleiner en financieel minder draagkrachtig. Beschikken we zelf wel over genoeg geestelijk voedsel en hoe moeten we die enorme wereld van goed geestelijk voedsel voorzien?

Het probleem in onze tijd is zelfs nog groter dan toen. Toen kwamen mensen naar Jezus toe, ze volgden Hem omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed. Ze zochten hun heil bij Jezus. Maar in onze tijd zoeken mensen hun heil niet bij Jezus, maar in wetenschap en techniek, in de hoop op een aangenaam leven. Het probleem in onze tijd is nog een stuk groter dan toen.

Als Jezus dan aan Filippus vraagt: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?”, dan staat daarbij: “Dit zei Hij om hen op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen”.

Geloven we dat nog? Geloven we dat God wel weet wat Hij gaat doen? Geloven we nog dat Christus zijn Kerk leidt, bestuurt, haar als een herder door de tijd begeleidt? De bekoring van onze tijd is om te denken dat God ons vergeten is, of dat we onszelf misschien vergist hebben, dat atheïsten gelijk hebben en dat geloof achterhaald is, dat God niet bestaat.

Jezus zei dit om hen op de proef te stellen. De huidige tijd en cultuur kunnen we ervaren als een beproeving. We zien dat we kleiner worden en we zien niet hoe het verder moet. We beseffen dat de wereld voor grote opgaven staat, maar dat de moraal, de ethiek veelal vervangen is door economische principes.

Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?” Waarom zei Andreas dat? Had hij reeds een broodteken meegemaakt, was het eerder een losse opmerking omdat hij toch ook iets wilde zeggen? Of wilde hij juist het onmogelijke accentueren; vijf broden voor vijfduizend mannen, die ook nog moeten delen met vrouw en kinderen.

“Toen nam Jezus de broden en na het dankgebed gesproken te hebben liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde”. Wanneer wij het kleine dat wij hebben aan Hem geven, hier vandaag in de Eucharistie, dan wordt het Dankgebed gesproken over die gaven. Jezus spreekt het Dankgebed. Eucharistie betekent dankzegging. Wij brengen niet alleen de gaven van brood en wijn naar het altaar; zij zijn ook symbool voor wat wij in het dagelijks leven proberen. Die kleine daden van goedheid, dat luisterend oor, die gift aan mensen in nood en Kerk in nood, dat telefoontje, dat moment waarop je even dat scherpe woord inslikt en je geduld bewaart. Dat zijn onze broden en vissen die we op het altaar leggen, en aan het einde van de Mis stuurt Jezus ons de wereld in om ze weer uit te delen. Dan mag in die kleine omgeving van onszelf het wonder geschieden. De groei gebeurt van binnen. Als in een kiemende zaadkorrel. De vrucht komt later, op zijn tijd. Amen.

Zestiende zondag door het jaar

Viering zondag 18 juli 2021

Celebrant: Pater Tom Kouijzer

Vandaag gaan de lezingen over herders. Onze tijd kent talloze herders, maar zijn het ook herders naar Gods hart? In Jezus hebben wij De Goede Herder die zijn leven geeft voor zijn schapen. Dat vieren we hier in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 23, 1-6
  • Psalm: Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6
  • Tweede lezing: Efeze 2, 13-18
  • Alleluja acclamatie: Johannes 20, 27
  • Evangelie: Marcus 6, 30-34

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Wat is een goede herder? Hoe kijken we vanuit ons katholieke geloof naar een goede herder? De lezingen van vandaag kunnen ons daarbij helpen. In de eerste lezing een duidelijk voorbeeld: “Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde omkomen en verloren lopen …” Dat is wat God door de mond van Jeremia roept. Jeremia zegt dit zo rond het jaar 600 voor Christus. Het gaat dan natuurlijk niet over gewone herders, het gaat over koningen, priesters, oudsten, over de leiders van het volk.

Het roept de vraag op wie in onze tijd de herders van het volk zijn. Wij leven in een democratisch land. In de regering kiezen wij onze eigen herders. Waar kijken we dan naar, wat zijn onze criteria? Er zal best kritiek te leveren zijn op Peter R de Vries, maar in zekere zin was hij een herder die opkwam voor gerechtigheid en die daarvoor zijn leven heeft gegeven. Dat staat in schril contrast met een belastingdienst die de schapen van Nederland kaalplukt.

Jeremia wijst ons op het gedrag van de herders: “Door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen en uiteen gedreven”. Het noemt het herders die verdeeldheid zaaien, die bezig zijn met hun eigenbelang. Ze willen graag de wol en de melk, maar het zieke dier versterken ze niet, het gewonde dier verzorgen ze niet, het gezonde dier is alleen interessant voor wat het oplevert. Het zijn herders die vooral bekommerd zijn om hun salaris en hun bonus en die mensen naar de mond praten om politiek voordeel. Er is niets nieuws onder de zon.

Het gaat daarbij in onze democratische wereld niet alleen om politici. Hoeveel invloed hebben nieuwsmedia, maar ook de grote bedrijven met enorme reclamecampagnes. Hoeveel invloed hebben de grote sportmanifestaties, de filmindustrie, de muziekindustrie met videoclips, wat doen de techreuzen zoals Google, Amazon, Bol.Com, Facebook, Tik Tok en nog anderen. Zij willen de wereld beter maken, zeggen ze, en het kan best zijn dat ze dat ook menen, maar ze willen daar wel winst mee maken. Winst blijft altijd op de eerste plaats staan, want dat is hun levensprincipe. Zij beweren dat dit samen kan gaan, maar vergeten ze dat ze de daardoor de verkeerde prioriteiten hanteren.

Als God herders ter verantwoording roept, dan doet God dat door crises, door omstandigheden zoals wij die nu meemaken, want onschuldigen zijn slachtoffer. Een coronacrisis, een klimaatverandering roept herders ter verantwoording. Zij moeten verantwoording afleggen voor de principes die zij al die jaren hebben gehanteerd. De ideeën die ze generaties lang over de hoofden van mensen hebben uitgestrooid, zo intensief dat we ze zijn gaan geloven als een waarheid. De herders moeten verantwoording afleggen.

Maar ook wij; de schapen hebben ook hun verantwoordelijkheid. Zij kunnen keuzes maken. Welke herder kies ik? Naar wie luister ik? Wie neem ik als voorbeeld, als inspiratiebron? Laat ik me meenemen door deze wereld die elk probleem kaapt om er een commercieel antwoord op te geven, los van Gods bedoeling? Neem ik genoegen met antwoorden die schijnoplossingen bieden? De schapen zijn niet zonder eigen verantwoordelijkheid.

In het Evangelie vindt Jezus dat de leerlingen rust hebben verdiend. Er was zelfs geen tijd om te eten. Eten heeft bij Jezus altijd een diepere betekenis. Ook de leerlingen hebben voeding nodig, zij hebben tijd nodig om met Jezus door te brengen, met hun herder. Dat krijgen ze als ze samen met het bootje naar de overkant varen. Maar de mensen zien dat en ze begrijpen waar Hij heen gaat en lopend zijn ze er nog eerder dan zij. Zij herkennen in Jezus de herder die anders is, die bekommerd is om hen, die hen Gods Weg uitlegt en zelf daarin voorgaat. Zij herkennen in Jezus de Goede Herder. Zij nemen hun verantwoordelijkheid, zij laten de andere herders voor wat ze zijn en richten zich op Hem.

In onze tijd is het niet anders. Jezus laat zien dat Hij de Goede Herder is. De apostelen leren van Hem hoe zij herder moeten zijn naar zijn hart. Hij leert hun zijn levensvisie als Hij zegt: Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid en al het overige zal u worden gegeven.

Deze dagen zien we een stroom van hulpvaardigheid en betrokkenheid naar Limburg gaan. Een gironummer, maar ook dompelpompen en allerlei andere dingen die nodig zijn. De overheid zegt hulp toe, want verzekeraars zouden hier failliet op kunnen gaan. Maar in hoeverre zijn we bereid van deze omstandigheid te leren. Welke herders hebben zitten slapen de afgelopen tijden, zodat dit soort situaties konden ontstaan. En hebben we zelf zitten slapen? De waarschuwingen dat we zo niet met het milieu om kunnen gaan horen we al een halve eeuw.

We zien dat mensen een goed hart hebben, bereid zijn te helpen en te geven. Hoe komt het dan dat de wereld niet vooruit gaat. Onze zo geroemde vooruitgang blijkt steeds vaker een achteruitgang te zijn en wat tot nu toe ouderwets en achterhaald werd genoemd, blijkt steeds meer modern en toekomstbestendig te zijn. Het komt omdat de commerciële cultuur waarin we leven eerder plezier maken en genieten stimuleert, dan zorgzaamheid en naastenliefde, eerder ons eigenbelang aanspreekt dan offerbereidheid en zelfbeheersing. Met andere woorden, God ontbreekt in deze cultuur, want dat is waar God voor staat, dat is wat Jezus ons leert.

In het Evangelie zien we wat mensen over hebben om Jezus te horen. In onze tijd is dat gemakkelijker. Door hier naar de Kerk te gaan, woorden van de paus, video’s van onze bisschop, de prekensite van de pastoor, we kunnen het goede voedsel zelf kiezen en ook zelf goede herders worden naar Gods hart. Amen.

Vijftiende zondag door het jaar

Viering zondag 11 juli 2021

Wij zijn hier samen om Gods Woord in ons op te nemen om het later weer door te geven aan ieder die er ontvankelijk voor is. Hier in de Eucharistie mogen we kracht ontvangen om door Jezus te worden uitgezonden.

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

Lezingen

  • Eerste lezing: Amos 7, 12-15
  • Psalm: Ps. 85 (84), 9ab-10, 11-12, 13-14
  • Tweede lezing: Efeziërs 1, 3-14 of 3-10
  • Alleluja acclamatie: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Marcus 6, 7- 13

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Onze roeping is te zijn als Gods kinderen; heilig en vlekkeloos voor Gods aangezicht, met een overvloed aan wijsheid en inzicht. Met als doel: De volheid van de tijden te verwezenlijken; het heelal in Christus onder één Hoofd te brengen. Daarover schrijft Paulus in de tweede lezing aan de Christenen van Efeze.

Dat is nogal wat. Een overvloed aan wijsheid en inzicht. Dat gaat niet over natuur- en scheikunde, politicologie of economie, sociologie of psychologie; dat gaat over wijsheid en inzicht in waar het in ons leven werkelijk om gaat.

Vanavond zitten veel mensen voor het beeldscherm te kijken naar het belangrijkste van alle onbelangrijke zaken, de finale van de EK tussen Engeland en Italië. Het is bedoeld als amusement, ontspanning, vermaak, spel, sportieve rivaliteit. Maar het is verworden tot commercie, groot geld, reclame en media aandacht.

In september 2014 ontmoette Paus Franciscus, kort voor de 'interreligieuze voetbalwedstrijd voor de vrede' in het Olympisch stadion van Rome, enkele voetbalvedetten. Paus Franciscus is zelf een voetbalfan. Maar Hij kijkt dieper, hij benadrukte bij die gelegenheid de universele waarden van de sport, die alle rassen en geloofsovertuigingen samen kan brengen. Voetbal en sport in het algemeen, zo zei Franciscus, kunnen loyaliteit, solidariteit, dialoog en vertrouwen bevorderen.

Maar zodra een partij verliest, ontstaan er al snel relletjes, heeft de scheidsrechter het slecht gedaan, toonden de spelers te weinig inzet en durf et cetera. We zullen zien hoe dat zondagavond gaat. In deze wereld bestaan een Fair-play Cup en een Fair-Play Ranking. Maar de geschiedenis laat zien dat meestal niet de meest sportief en mensvriendelijk spelende ploeg ook de wedstrijden winnen. Onsportief gedrag loont nog steeds teveel.

Een overvloed aan wijsheid en inzicht; daarover spreekt Paulus. Dat is een wijsheid en een inzicht die verder gaan dan gewone wetenschappelijke kennis. Het valt steeds meer op dat we met alle kennis die we hebben met politicologie, sociologie, psychologie, economie, plus hersenwetenschappen en medische kennis, steeds minder goed in staat zijn om de wereld vrede te brengen. Dat komt omdat het ontbreekt aan de dieper kennis die met God te maken heeft. De bereidheid offers te brengen, dat vrede en verzoening jou iets mogen kosten. Dat je bereid bent ruimte in te leveren om vluchtelingen op te vangen. Wanneer een samenleving geregeerd wordt door een bepaalde vorm van commercieel denken, waarbij via de media de suggestie wordt verspreid dat het leven draait om plezier maken, dan blijft er op den duur alleen nog een individualistische en egoïstische samenleving over.

Was het toen veel anders dan nu? In sommige opzichten natuurlijk wel. Maar in veel opzichten ook niet. Wat de kerk de zondeval noemt, kun je ook beschrijven als een samenleving en een levenshouding waarin het recht van de sterkste dominant is.

In de eerste lezing komt de profeet Amos daar tegenop. Hij gaat tegen de heersende mening in, hij stoort zich er niet aan of de koning het met hem eens is, of de heersende klasse het met hem eens is. Amos is niet politiek correct. Hij komt op voor rechtvaardigheid, hij komt op voor de armen, de kleinen, de kwetsbaren. Hij komt op voor God en Gods Verbond. Hij werd geroepen rond het jaar 760 voor Christus en hij heeft gesproken, in alle vrijheid, radicaal en duidelijk. Twintig jaar later rond 740 voor Christus werd Jesaja geroepen, ook hij heeft duidelijk gesproken. Ook naar hem werd niet geluisterd. Maar wat de profeten aankondigden, werd gaandeweg werkelijkheid.

Vandaag zien we dat Jezus zijn leerlingen uitzendt. Ze moeten oog hebben voor zieken en mensen met psychische problemen, slachtoffers van de demonen van die tijd. Ze moeten kosteloos hun diensten verrichten, ze geven door wat ze zelf hebben ontvangen. Ze moeten vertrouwen op Gods Voorzienigheid die zich toont in de goedheid van mensen. Ze mogen geen geld meenemen, geen voedsel, geen reiszak. Het is een totaal ander wereldbeeld dat waar we vanavond naar kijken en het leven van alledag in deze commerciële wereld.

De Kerk draagt de erfenis van de apostelen, de Kerk staat in dezelfde zending van de apostelen. De Kerk moet de profeet Amos zijn van deze tijd, de Jezus zijn voor het heden, de apostelen, de leerlingen, de Kerk moet heilig en vlekkeloos zijn voor Gods aangezicht, met een overvloed aan wijsheid en inzicht.

Daartoe moet de Kerk terug naar haar oorsprong, naar Christus, naar de apostelen, naar haar roeping en zending. Niet voor zichzelf, maar tot redding van deze wereld. Jezus is niet opgegroeid in het Hindoeïsme, onder het Confucianisme of in welke andere religieuze stroming. God heeft zijn Zoon gezonden via Israël en de profeten. In die lijn wijst God ons de weg naar zijn Koninkrijk. In die lijn staan ook wij hier, met dezelfde opdracht. In deze viering vragen we dat God ons hiertoe vrijmaakt en kracht geeft. Amen.

Veertiende zondag door het jaar

Viering zondag 4 juli 2021

Zoals Nazareth in de tijd van Jezus, zo is de wereld nu. Het woord van Jezus wordt zelden aangenomen. Wij zijn hier gekomen om zijn Woord te horen en zijn Sacrament te ontvangen en met Hem te vieren dat we kinderen van God zijn.

Celebrant: plebaan Michel Hagen

Lezingen

  • Eerste lezing: Ezechiël 2, 2-5
  • Psalm: Ps. 123 (122), 1-2a, 2bcd, 3-4
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 8, 7.9.13.15
  • Alleluja acclamatie: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Marcus 5, 21-43 of 21-24.35b-43

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Jezus treft weerstand in zijn vaderstad? Hij komt bij bekenden, familie en vrienden, stadsgenoten, klasgenoten, studievrienden en wordt niet geaccepteerd. Jawel, ze accepteren Hem wel, maar alleen als de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon en als broer van zijn zusters die daar wonen. Voor alle duidelijkheid, die broeders en zusters van Jezus zijn geen kinderen van Maria. Maria had maar één Kind, één Zoon, en dat is Jezus. Nergens in de Bijbel lees je dat Maria meer kinderen kreeg. De broeders en zusters zijn de familieleden waarmee Hij is opgegroeid.

Toen de apostel Johannes zijn Evangelie schreef, gaf hij aan het begin een samenvatting, een voorwoord, een proloog. Daarin schrijft hij: “Het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan” (Johanns 1, 5). “Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet” (Johannes 1, 10-11).

Als God Mens wordt in zijn Zoon, aanvaarden de mensen Hem niet. Waarom niet? Omdat wij een totaal verkeerd beeld van God hebben en een totaal verkeerde verwachting. Dat was niet alleen toen zo, dat is een erfenis die van geslacht op geslacht doorgaat. Niet alleen het Joodse volk had dat probleem, ook de heidenen; niet alleen toen, ook nu.

Als de Bijbel schrijft dat wij geschapen zijn naar Gods Beeld en gelijkenis, dan betekent dit dat we in de mens iets van God kunnen waarnemen. Het probleem is dat wij tegelijk ook kinderen van de evolutie zijn en behept met de zonde en tekorten van de eerste mens die van geslacht op geslacht worden doorgegeven.

Daardoor zoeken we de verkeerde dingen bij God en verwachten we de verkeerde dingen. Daardoor gaan we niet meer op God lijken, maar meer op dat wat God juist niet is. We willen groot, machtig, invloedrijk, sterk en onafhankelijk zijn. We willen dienaars hebben die om ons heel lopen, en niet zelf dienaar zijn. We willen dat mensen naar ons opzien, we willen god zijn.

Maar we willen god zijn naar ons beeld. In plaats dat we ons te vormen naar zijn beeld, vormen we god naar ons beeld. Dat is ook het probleem in Nazaret, als Jezus daar komt. In hun verwachting spelen meerdere dingen. Als Hij komt, willen ze delen in zijn roem, ze willen erkenning dat Hij een van hen is, ze willen dat Hij doet wat zij verwachten.

Maar Jezus is leraar en profeet. Hij komt om Gods Woord te brengen, en dat is niet altijd aangenaam, vooral als wij de verkeerde dingen denken en de verkeerde kant opgaan. Zo ontstaat het conflict. Zij hebben verkeerde verwachtingen omdat ze God niet kennen. Er staat: “Hij stond verwonderd over hun ongeloof”.

Van het kleine weer naar het grote en van toen naar nu. In onze tijd geloven mensen eerder in UFO’s dan in het Evangelie, ze geloven eerder in aliens, dan in Jezus en de heiligen. Maar wij hebben soortgelijke problemen. Als een heilige het ene wonder na het andere zou doen, dan loopt de kerk daar in een klap vol. Als een heilige de ene genezing na de ander zou verrichten, dan zou hij of zij dag en nacht mensen aan de deur hebben. Daar heb ik verleden week al over gepreekt, zoals Paulus zegt: “Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid”.

Het Christendom heeft altijd moeten opboksen tegen magie. Waarom? Omdat magie beloofd dat je krijgt wat jij wilt. Als je genoeg betaalt, als maar de juiste magische spreuken en rituelen uitvoert, dan krijg jij je zin. Bij het Christendom gaat het er niet om dat wij onze zin krijgen, dat God doet wat wij willen, maar dat wij gaan doen wat God wil, dat God zijn zin krijgt. Want het verschil is dat als wij onze zin krijgen dat altijd egoïstische trekken heeft. Terwijl Gods wil is gericht op het goede voor ons en de hele schepping.

De magie van toen heeft een nieuw uiterlijk gekregen, maar is in feite hetzelfde. Nu heet het geen magie meer, maar wetenschap en techniek. Die gebruiken wij nu om onze zin te krijgen, om de natuur te dwingen ons te geven wat wij willen.

Toen God mens werd, was de mensheid wij zo teleurgesteld dat we Hem aan het kruis sloegen. Als dat God is, dan hoeven we Hem niet. En dat is nog steeds zo. Dat is de kern van bekering, dat we niet meer denken uit ons idee, uit de evolutie, de wet van de sterkste, maar dat we horen wat God tot ons zegt, dat we gaan kijken naar zijn Zoon om te ontdekken hoe God werkelijk is. Dat we alle oude ideeën en vooroordelen loslaten, wegdoen, ons omkeren en Hem volgen. De mensheid is zoals de inwoners van Nazareth toen. Toch is het Jezus die ons leert wat mens-zijn werkelijk is, wat goedheid en liefde is, wat zelfopoffering is, wat dienen is, wat vergeven is, wat trouw is.

Jezus leert ons God kennen. Dan pas kunnen wij werken aan onszelf, zodat God zijn beeltenis in ons kan herstellen. Daarover schrijft Johannes: “Aan allen echter die Hem wèl aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Dat vieren we in ons geloof. Amen.

Dertiende zondag door het jaar

Viering zondag 27 juni 2021

Vandaag gaat het over twee vrouwen, jong en oud, ziek en gestorven. Maar ten diepste gaat het over ons en hoe Jezus ons genezing en verrijzenis brengt. Dat vieren we in deze Eucharistieviering.

Celebrant: Pastoor R. Gouw

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid 1, 13-15; 2, 23-24
  • Psalm: Ps. 30 (29), 2 en 4, 5-6, 11 en 12a en 13b
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 8, 7.9.13.15
  • Alleluja acclamatie: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Marcus 5, 21-43 of 21-24.35b-43

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Twee wonderen in één verhaal. Twee vrouwen, een jonge en een oudere en twee keer twaalf jaar. Het Evangelie van vandaag heeft een bijzondere symboliek. Maar eerst iets over het wonder zelf.

Gelooft u in wonderen? In onze tijd worden wonderverhalen vaak op één lijn gezet met sprookjes of met hallucinaties of met gezichtsbedrog. Wonderen horen bij het geloof, maar ons geloof vraagt ook dat we ons verstand gebruiken. Hoe komt het dat we in onze tijd zo weinig wonderen zien? Wat is er aan de hand met het wonder?

Eerst dit: In de brieven van Paulus kom je nauwelijks wonderen tegen. Het lijkt er zelfs op dat Paulus niet zo op wonderen gesteld is. In zijn eerste brief aan de Christenen van Korinte schrijft hij: “Want Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid.(1 Korinte 22-24).

Sommige mensen zijn tuk op wonderen, hoe wonderlijker, hoe mooier. Andere mensen krijgen de kriebels van wonderverhalen; “Dat geloof je toch niet, dat kan toch niet!?” Geloof in wonderen kan net zo oppervlakkig zijn als bijgeloof. In coronatijd verscheen de ene complottheorie na de andere op het internet. Altijd zijn er mensen die erin meegaan. Steeds vaker wordt er gewaarschuwd voor nep nieuws. Maar zelfs de grootmachten maken gebruik van de media om hun boodschap over iedereen uit te storten. En zij zetten maar al te vaak de waarheid naar hun hand. In die zin kan je spreken van een media-oorlog. Het is dus nodig zelf kritisch de media te volgen en niets als vanzelfsprekend aan te nemen.

Zo is het ook met wonderen. Joden eisen wonderen, schrijft Paulus. Hij zelf heeft hij het daar niet zo op. Hij ziet Christus als de gekruisigde die verrezen is. De wonderen zijn er, natuurlijk, dat weet hij ook wel, maar voor hem komen ze erbij en staan ze zeker niet op de eerset plaats. Maar omdat de Joden wonderen eisen, staat het Evangelie ook vol met wonderen. Jezus kwam zijn tijdgenoten tegemoet en verrichtte veel wonderen. Toch is Hij zelf daarin ook terughoudend. Zijn wonderen zijn in de eerste plaats genezingen. Hij zet het genezende werk van God voort, Hij komt om te herstellen. Maar dan zijn er ook de afwijkende wonderen, als Hij de storm beveelt te gaan liggen, als hij over water loopt, als hij water in wijn verandert, als Hij brood breekt waardoor duizenden mensen te eten krijgen.

Wij zoeken wetenschappelijke verklaringen van het wonder, we willen een camera hangen en meetapparatuur als Jezus op het water loopt. We controleren de genezingen in Lourdes of het medisch inderdaad buitengewoon is. Maar bij dit alles lijken we iets te vergeten.

Het Evangelie spreekt vaak over tekenen. Jezus doet tekenen, zoals de profeten voor Hem ook deden. Een wonder dat niet iets betekent, past niet in de Bijbel. Alles wat Jezus doet heeft betekenis voor Gods Koninkrijk. Zo moeten wij de wonderen zien. De mensen in de tijd van Jezus hebben geen scheikunde gehanteerd om te onderzoeken hoe dat water van Kana in wijn was veranderd en ze hebben geen moleculair onderzoek gedaan om te zien of dat brood nu werkelijk vermenigvuldigd is. Zij herkenden eerder het teken dan het wonderlijke van de gebeurtenis. Maar dat wonderlijke ondersteunde wel het teken. Daar durf ik te stellen dat er in het leven van Jezus geen woder is dat niet iets diepers betekent.

Zo ook vandaag twee vrouwen die genezen. Een is onrein voor de Wet van Mozes en kan niet naar de tempel en een is al dood. Maar eigenlijk gaat het hier over één vrouw, daarom gebruikt Marcus het woord twaalf. Zo verwijst hij naar Israël dat bestaat uit twaalf stammen. Israël is onrein en slaagt er niet in om rein te worden. De Wet van Mozes faalt op dat punt. Israël is ook geestelijk dood, uit zichzelf komt zij niet meer tot leven. Daarvoor heeft zij Jezus nodig, de Levende, Hij die de dood overwint.

Het gevaar bij wonderen is altijd dat we alleen met de ogen van de natuurkunde kijken en niet naar het teken. Het is voldoende om de wonderlijke toevalligheid van allerlei omstandigheden te erkennen. Wat mensen ervaren hebben, wat ze zagen, wat ze meemaakten en daardoorheen wat het betekent. Hier is God aan het werk, hier gebeurt heil voor de mensen, hier herstelt het leven zich, dit is verrijzenis.

Over krachten en wonderen en tekenen zou nog veel te zeggen zijn. Hier en nu gaat het erom dat Jezus niet gekomen is om wonderen te doen. Aan het einde van het Evangelie zegt Hij zelfs dat ze het niet moeten doorvertellen. Want Joden eisen wonderen. Daar kunnen ze zich op blindstaren zonder te zien waar het om gaat. Zoals de heidenen wijsheid eisen, wetenschap, bewijs, zonder te zien waar het om gaat.

Wij vieren Eucharistie, de overwinning van de gekruisigde Christus. Wie tot leven komt door Hem en met Hem en in Hem, die overwint de dood, die wordt gereinigd, die gaat zien en horen en verstaan, die gaat meedoen met Hem, die komt tot leven en geeft leven. Dat vieren we in deze Eucharistieviering. Amen.

Twaalfde zondag door het jaar

Viering zondag 20 juni 2021

Storm op zee, storm in je leven, storm in de kerk; hoe gaan we daarmee om? Jezus nodigt ons uit te geloven en niet te twijfelen. Dat geloof mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Job 38, 1, 8-11
  • Psalm: Ps. 107 (106), 23-24, 25-26, 28-29, 30-31
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 5, 14-17
  • Alleluja acclamatie: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Marcus 4, 35-41

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Verleden week hoorden we Paulus zeggen: “Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed”. Maar vandaag zien we paniek en angst. Hoe kon dit gebeuren?

Petrus is de kapitein, maar het is Jezus die zegt: laten we oversteken. Petrus heeft gezag over de boot en de bemanning, maar het initiatief om te gaan varen en de richting zijn door Jezus bepaald. Daar zit een spanning tussen. Petrus is de ervaren visser, hij kent het water, hij kent de boot, hij leest het weer. Zag hij de storm aankomen? Heeft hij geprotesteerd? “Meester laten we morgen oversteken want er is storm op komst”. We lezen het niet.

Niet elke storm laat zich voorspellen, denk aan de enorme windhoos van deze week met de grote schade aan bomen, huizen, auto’s en bovendien meerdere gewonden. Het weer is onvoorspelbaar, het leven is onvoorspelbaar. Zo ben je gezond, zo ben je ziek. Het ene moment sta je op het voetbalveld, even later moet je gereanimeerd worden en beland je in het ziekenhuis.

Petrus en de andere vissers zagen deze storm niet aankomen, bovendien hebben ze vertrouwen in Jezus, Hij weet waar ze naar toe moeten. Ze hebben al zoveel bijzondere dingen meegemaakt, dat ze niet lang hoeven na te denken om alles in de boot te laden en van wal te steken. Wat doet Jezus? Hij gaat rusten, aan het achtersteven, op het kussen. De dag was intensief, aan de over van het meer heeft hij een menigte mensen onderricht gegeven. We hebben de parabels de afgelopen weken gehoord, over de zaaier, over het zaad, over het mosterdzaadje. Hij weet ook dat als ze aan de overkant komen het ook niet meteen rustig is, hij neemt nu dus zijn rust.

Maar dan. De storm steekt op, de golven worden hoger, het water wordt woester. Dat hebben ze vaker meegemaakt. Dat hoeft nog niets te betekenen, tot de golven over de boot slaan, niet een, maar ze blijven komen.

Het is als in het leven. Mensen zeggen wel: “Een ongeluk komt nooit alleen”. De ene tegenslag volgt op de ander. De profeet Amos geeft daar in de Bijbel een mooi voorbeeld van: “Zoals wanneer iemand die vlucht voor een leeuw, aangevallen wordt door een beer, en dan, als hij een huis binnenvlucht en met zijn hand tegen de muur leunt, gebeten wordt door een slang (Amos 5,19)”. de ene tegenslag na de ander. Je denkt: “Waar heb ik dat aan verdiend, is God me vergeten, heeft de tegenstander het op mij gemunt?”

Hoe vaak heeft ons gebed niet die toon, die inhoud? Overlijden in de familie, ziekte in het gezin, problemen op het werk en moeilijkheden in de buurt. Houdt het dan nooit op. De golven slaan over de boot, zodat de boot volloopt, het water staat je tot de lippen. Wat doe je dan?

Het is vreemd. Wat de leerlingen doen is eigenlijk logisch. Op zich is het het enige juiste dat ze kunnen doen. Zij kunnen de situatie niet aan, de problemen overstijgen hen dit is meer dan ze aankunnen. Ze maken Jezus wakker.

Toch klinkt er een soort verwijt van Jezus: “Waarom zijn jullie zo bang? Hoe is het mogelijk dat je nog geen geloof bezit?” Het lijkt erop dat Jezus heel anders naar de omstandigheden kijkt dan de leerlingen. Ik moet dan denken aan het moment dat Jezus over het water naar de boot van de leerlingen komt. Als Petrus dan over het water naar Jezus loopt, merkt hij ineens hoe hard de wind is en hoe woest de zee en hij begint te zinken. Dan, terwijl Jezus hem vastpakt, zegt Hij tegen Petrus: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” (Matteüs 14, 22-33).

Zelf denk ik dat dit niet zozeer een verwijt is, maar meer een uitnodiging om te groeien in geloof, je te verzetten tegen ongeloof en twijfel, Maar dat kan alleen als je vertrouwen in Jezus groot genoeg is.

Het verschil tussen Jezus en de leerlingen wordt zichtbaar in het vertrouwen. Jezus vertrouwt op zijn Vader. Hij weet dat de vader Hem naar de overkant roept. Zijn hart is gerust, ondanks de storm en de woeste zee. De leerlingen kunnen hun vertrouwen op Jezus stellen. Hij wil dat ze oversteken. Dan moet het goed zitten.

Je kunt in je leven dit soort stormen meemaken. Dan is er niets op tegen om aan te kloppen bij Jezus en te vragen dat Hij zijn Woord spreekt, zodat de storm gaat liggen. Toch blijft dit Woord van Hem ook tot ons gericht. Deze omstandigheden zijn voor ons een kans om te groeien in geloof.

Wat zo in je persoonlijk leven voorkomt, dat overkomt ook de Kerk. We hadden al een teruggang in kerkbezoek. We zitten al in een tijd waarin geloof en kerk-zijn achterhaald en overbodig lijkt. We staan er financieel niet goed voor. Dan komt ook nog een keer een corona pandemie. De golven slaan over de boot en het lijkt erop dat Jezus ligt te slapen.

Uit het Evangelie mogen we kracht putten en geloof. Jezus is bij ons in de boot. Hij wijst de richting aan en Hij bepaalt het moment dat we gaan varen. Petrus heet nu paus Franciscus, de apostelen zijn de bisschoppen en de Kerk is het bootje. Als Kerk hebben we tegenslagen te verduren, maar Hij nodigt ons uit te groeien in geloof. Hij weet wanneer de storm gaat liggen en de rust wederkeert. Laten we in dat vertrouwen ons geloof uitspreken. Amen.

Elfde zondag door het jaar

Viering zondag 13 juni 2021

Graan op de akker en een mosterdzaadje in de tuin; het Evangelie helpt ons geloven dat God uit kleine dingen iets goeds en groots kan laten groeien. Dat mogen we vieren in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Ezechiël 17, 22-24
  • Psalm: Ps. 92 (91), 2-3, 13-14, 15-16
  • Tweede lezing: 2 Korinte 5, 6-10
  • Alleluja acclamatie: Lucas 19, 38
  • Evangelie: Marcus 4, 26-34

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed. Daarmee begint de tweede lezing uit de tweede brief van Paulus aan de Christenen van Korinte: “We houden altijd goede moed”, schrijft hij. Lukt dat u, hebt u altijd goede moed, bent u altijd positief?

Waar haalt Paulus die goede moed vandaan? Die haalt hij uit het perspectief van de hemel, het eeuwig leven. Hij schrijft: “Wij weten het immers: als de tent die onze aardse woning is, wordt neergehaald, heeft God voor ons een gebouw gereed in de hemel, een onvergankelijk, niet door mensenhand vervaardigd huis. Zolang wij in dit lichaam zijn, zuchten wij dan ook, vol verlangen naar de beschutting van onze hemelse woning …” (2 Korinte 5, 1-2).

Dit mag ons aan het denken zetten. Hebben wij onze uiteindelijke hoop gevestigd op iets dat voorbij dit leven ligt, of is onze hoop gevestigd op dit aardse leven?

Een jaar of 10 geleden kwam het Humanistisch Verbond met de slogan: ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’ Het was een sneer naar gelovigen die hun hoop stellen op een leven voorbij de dood. Die houding heeft al oude papieren vanuit het atheïsme. Daarin werd geloof vaak getypeerd als opium, dat verdoofd en verlichting biedt, maar geen oplossingen. Ondertussen gaven het Humanistisch Verbond en D66 elkaar de hand in het streven naar volledige autonomie over je eigen leven. Bij hen wordt de dood een handig instrument om van problemen af te komen.

Inmiddels zie je een verschuiving optreden. Op dit moment hanteert de NPO de term “Leven voor de dood” voor een programma dat gaat over meer dan 400.000 mensen in Nederland per jaar die aan zelfdoding denken. Voor veel mensen is het kunnen praten al verlichtend en helpend, kunnen praten over de angst voor het leven en de vlucht naar de dood, geeft opluchting.

Het interessante is dat veel mensen een totaal verkeerd idee hebben op de Christelijke visie op leven voor de dood en leven na de dood. Dat heeft ermee te maken dat ons geloof voortdurend wordt gesimplificeerd, herleid tot een paar gedachten en daarmee een karikatuur wordt. Je leven voor de dood heeft alles te maken met je leven na de dood. Inderdaad, als je leven voor de dood los raakt van God en los van wat goed is, dan mag je je afvragen wat er overblijft van het leven na de dood, maar wie met Jezus leeft voor de dood, zal ook met Hem leven na de dood. Wie voor de dood met God verbonden leeft, leeft ook na de dood met God verbonden.

Paulus schrijft dus: “Broeders en zusters. Daarom houden wij altijd goede moed”. Paulus haalt uit het geloof in het leven voorbij de dood, goede moed voor het leven hier en nu.

Dat kunnen we ook vinden in het Evangelie. Jezus geeft een vergelijking over Gods Koninkrijk. Graan gezaaid in de akker en het mosterdzaadje in de tuin. Jezus neem voorbeelden uit het leven. Hij zal ook zeggen; Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. Zoals voor Jezus het sterven aan het eind van ons leven een overgaan is naar het definitieven bestaan in God, zo is voor hem het sterven tijdens het leven, dat is het sterven van alledag ook een overgaan naar een leven in God.

Dan gaat het over hert afsterven aan alle egoïsme en eigenbelang, afsterven aan agressie en heerszucht, afsterven aan geweld en hebberigheid, afsterven aan ongeduld en gebrek aan zelfbeheersing, wie daaraan durft te sterven, komt tijdens zijn leven op aarde al tot nieuw leven, die komt tot leven in liefde en dienstbaarheid, die komt tot leven vredelievendheid en behulpzaamheid, die komt tot leven in vriendelijkheid en geduld, in mildheid en gulheid.

Het graan op de akker, het mosterdzaadje in de tuin. Het zijn tekenen van hoop tegen wanhoop in. Durven we in kleine daden van goedheid Gods liefde te zaaien, durven we af te sterven aan onze eigen tekorten, durven we al onze kaarten te zetten op de navolging van Jezus? Wanneer we dat durven en daar de eerste stappen in te zetten, dan verzekert Jezus ons van een toekomst die Hij beschrijft als het Koninkrijk van God.

De discussie in de politiek over autonomie en voltooid leven, zullen doorgaan, discussies over embryoselectie en genetische manipulatie. Wanneer we technieken bedenken, willen we ze ook gebruiken. Maar misschien groeit ook de wijsheid dat er domeinen zijn waar je niet aan moet komen. Zoals het Bijbelverhaal leert dat de Mens niet aan die boom van kennis van goed en kwaad moet komen, er zijn domeinen die je aan God moet laten.

Her en der groeit het bewustzijn dat we atoombommen kunnen maken, maar dat we dat niet moeten doen en de bestaande moeten ontmantelen. Her en der groeit het bewustzijn dat we zo niet met het milieu en de natuur om moeten gaan, we kunnen nog steeds olie oppompen en verstoken, maar we moeten het niet doen.

Misschien dat ooit ook het bewustzijn groeit dat we het begin en het einde van het leven moeten respecteren en niet tot eigen domein maken. Als dat gebeurt, kan Gods Koninkrijk weer iets dichterbij komen. Amen.

Sacramentsdag

Viering zondag 6 juni 2021

Plebaan Michel Hagen

Vandaag op Sacramentsdag mogen we vieren dat God in Jezus een nieuw begin heeft gemaakt. Zijn Nieuwe Verbond overstijgt de grens van ruimte en tijd. Vandaag in deze Eucharistieviering mogen wij opnieuw Amen zeggen op zijn Nieuwe Altijddurende Verbond.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 24, 3-8
  • Psalm: Ps. 116 (115), 12-13, 15 en 16bc, 17-18
  • Tweede lezing: Hebreeën 9, 11-15
  • Alleluja acclamatie: Sequentie (fac.) + Alleluia: Johannes 6, 51-52
  • Evangelie: Marcus 14, 12-16, 22-26

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Elk jaar nodigt de Kerk ons uit om op deze dag, op Sacramentsdag, speciaal na te denken over het Nieuwe Verbond dat Jezus heeft gebracht; een nieuw Verbond. Soms wordt het ook wel het tweede Verbond genoemd, omdat nieuw een soort minachting zou kunnen betekenen tegenover het oude. Waar het echter om gaat is dat het Verbond dat Jezus ons heeft geschonken aan de ene kant een voortzetting is van het oude, het eerste Verbond, maar tegelijk ook iets nieuws, iets heel nieuws brengt, een nieuw Verbond.

Eerst iets over dat Verbond. Eigenlijk zou er geen Verbond nodig moeten zijn. God en de mens zouden een twee-eenheid moeten zijn, als Schepper en schepsel, als God en mens, als Vader en zoon. Er zou een natuurlijke relatie moeten zijn, God zou voor de mens moeten zijn als de lucht die hij ademt, als het water dat hij drinkt, als de grond waarop hij loopt. God zou in de mens zijn vreugde vinden, hoogtepunt van alles wat Hij geschapen heeft, in de mens komt alles samen, plantaardig en dierlijk leven, maar ook het besef van tijd en ruimte, van bewustzijn en begrip van beperktheid en oneindigheid. De mens overstijgt de natuur en is tegelijk deel van de natuur zoals God onafhankelijk, los en vrij, voor en boven, onder en achter de schepping staat, terwijl de schepping niet los van God kan bestaan, niet in haar oorsprong en niet in haar bestaan. Alles is met God verbonden en God is met alles verbonden.

Als God de mens schept door de weerbarstigheid van de natuur heen, voltrekt zich een wonder in de tijd. De mens is dat wonder. Tegelijk echter met dat wonder voltrekt zich ook een drama, als de mens zich afkeert van zijn Schepper, als de mens de goddelijke trekken voor zichzelf houdt, zichzelf tot god maakt. Als de mens zijn natuurlijke verbondenheid met God verliest, omdat hij meer op zichzelf gericht raakt, worden mensen ook vijand van elkaar. De oude verhalen vertellen dan over de moord van Kaïn op Abel. Het roofdier in de mens keert terug. In plaats dat de mens doorgroeit, opgroeit, verrijst, blijft de mens in de greep van de evolutie en valt terug.

Daar begint het Verbond van God met de mensen. Zolang het goed gaat, hoef je niet over een verbond te spreken. Maar het ging fout en is dit de weg die God kiest om de eenheid tussen God en de mens te herstellen. Dat Verbond krijgt dan vorm in Israël. Je hoort erover bij Noach, bij Abraham, bij Mozes, bij David. Toch blijft de dramatiek schijnbaar dezelfde. God begint met zijn Verbond. God roept en er komt een antwoord. Maar dan. Als het Verbond met Noach stand had gehouden, was er geen verbond met Abraham nodig geweest. Als dat voldoende was, was er geen nieuw Verbond met Mozes nodig geweest. Dan had God ook geen Verbond met David gesloten. In dit Verbond is God de constante factor en is de mens de onzekere factor.

Dat wordt anders in het Nieuwe verbond dat Jezus ons brengt. Jezus neemt ons op in zijn Nieuwe Verbond. Dat is een Verbond dat Hij door de dood heen haalt, een verbond dat niet meer kan sterven want het verrijst uit de dood. Jezus sluit een Verbond in zijn Vlees en Bloed, het is een Verbond dat God met zijn Zoon sluit die mens geworden is. Zo is er een Nieuw Verbond dat het oude overstijgt, dit is werkelijk een eeuwig Verbond. Dit Verbond eindigt niet meer, di verbond is kosmisch, het herstelt de mens naar zijn oorsprong, want naar het beeld van zijn Zoon heeft God de Mens geschapen.

Nog indringender gezegd, Jezus Zelf is het Levende Verbond, in Hem is de eenheid tussen God en de mens hersteld en voltooid. Ieder mens die dus leeft in verbondenheid met Jezus, deelt in dat Nieuwe Verbond en wordt opgenomen in de Drieëne relatie die God is.

Dit is niet zomaar theologie, dit zie je in de praktijk van het leven. Een heel belangrijk kenmerk van godsdiensten zijn de rolmodellen. De goden van de Romeinen, maar ook van de Perzen en de Azteken en waar dan ook, waren ideaal figuren. Hun verhalen moesten richting geven aan het leven van alledag. Hun avonturen moesten inspireren en bemoedigen. Goden en halfgoden waren rolmodellen waarop een maatschappij vorm kreeg. In het Nieuwe Verbond hebben wij een nieuw rolmodel gekregen, een die anders is, totaal anders, een die ons voorgaat in het leven, niet in verhalen door mensen bedacht, in mythen en sagen, maar concreet als mens, in vlees en bloed, heel concreet. Het Woord is Vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Wanneer wij de Eucharistie vieren en ter Communie gaan, wanneer we de Hostie ontvangen en Amen zeggen, wanneer we zijn Brood aannemen en eten, dan bevestigen wij zijn Verbond met Ons; dan bevestigen wij dat we met Hem verbonden willen leven. Dat Hij ons rolmodel is en niemand anders, dat Hij onze weg door het leven is en niemand anders. Dan vallen alle andere goden weg, dan vallen alle aardse rijkdommen weg, dan is Hij onze rijkdom.

God heeft in Jezus een Nieuw Verbond gesloten. De Sacramenten drukken stuk voor stuk iets uit van zijn Nieuwe Verbond. De bedoeling is dat heel ons leven daarvan wordt doordrongen, dat heel ons leven een leven in verbondenheid wordt, dat het herstel van Gods Verbond met ons ook een herstel wordt van onze verbondenheid met elkaar, verbondenheid als gemeenschap, als Volk van God, wereldwijde verbondenheid tussen mensen van alle volken, verbondenheid met de schepping, waarin wij dienende heersers zijn, die zo gebruik maken van de schepping, dat de schepping er beter van wordt. Van die nieuwe verbondenheid is de Eucharistie bron en hoogtepunt. Dat mogen we vandaag vieren, op Sacramentsdag. Amen.

Hoogfeest van de H. Drieëenheid

Viering zondag 30 mei 2021

Plebaan Michel Hagen

Een ondoorgrondelijk mysterie, maar tegelijk vol betekenis voor ons die geloven. Dat is het mysterie van Gods Drieëenheid. Dit vieren wij vandaag en in de Eucharistie is God met ons, God, Vader, Zoon en Heilige Gees.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 4, 32-34, 39-40
  • Psalm: 33 (32), 4-5, 6 en 9, 18-19, 20 en 22
  • Tweede lezing: Brief apostel Paulus aan de christenen van Rome 8, 14-17
  • Alleluja acclamatie: Apokalyps 1, 8
  • Evangelie: Mattheüs 28, 16-20

Klik hier voor de teksten van de lezingen van zondag 30 mei.

Homilie

“De Heer is God in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander”. Dat hoorden we in de eerste lezing uit de mond van Mozes. En … God is Vader, Zoon en Geest. Dat hoorden we zowel in de tweede lezing als in het Evangelie. In de tweede lezing zegt Paulus: “Wij hebben de Geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: ‘Abba, Vader!’. (…) als kinderen zijn wij ook erfgenamen van God, tezamen met Christus”. En in het Evangelie horen we deze opdracht van Jezus: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”.

Is er nu een verschil zoals God Zich in het Oude Testament openbaart en in het Nieuwe Testament?

Is er nu een verschil zoals God Zich in het Oude Testament openbaart en in het Nieuwe Testament? Mozes herinnert ons eraan dat God Schepper is. Wij denken daar misschien te weinig aan. Wat God was in het Oude Testament, dat is Hij ook nog steeds in het Nieuwe Testament. God is nog altijd Schepper. We spreken het straks uit in onze geloofsbelijdenis.

Het besef dat God Schepper is, was echter in het Oude Testament, bij Mozes en de profeten en bij het Joodse Volk sterker aanwezig dan bij ons. Het is prachtig uitgedrukt in het Scheppingsverhaal: Licht en donker, aarde en hemel, land en zee, dier en mens. Maar we zien het ook als Mozes Gods Volk uit Egypte leidt. Er zijn tien plagen nodig om Farao op de knieën te krijgen. De natuur keert zich tegen Farao, want God de Heer, de Schepper van de natuur keert zich tegen Farao. De tien plagen zijn natuurrampen die Egypte treffen. Bloedrood ondrinkbaar water, kikkers, muggen, steekvliegen, veepest, zweren, hagel, sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. Gods Volk kwam wonderwel door al deze plagen heen, maar hadden er natuurlijk ook last van. Al was het maar vanwege de boze reacties van de Egyptenaren die steeds meer het idee hadden dat al die ellende door hen kwam.

Maar Mozes heeft deze verhalen niet zomaar opgeschreven. Waarom werd het water bloedrood? Voor Mozes was dit een teken dat God met het water van de Nijl wraak nam op al de vermoorde kinderen van de Joden die in de Nijl waren gegooid; geofferd aan de goddelijke Nijl. Maar God is Heer van het water, dus ook van de Nijl. Het water neemt de kleur van bloed aan als een verwijzing naar al die slachtoffers die in het water van de Nijl waren gedood. Farao zal dit zeker begrepen hebben.

Alles waar Farao en heel Egypte zo prat op gingen werd aangetast. De ene ramp na de andere. Aan de ene kant moet Farao leren dat er maar één God is en dat hij God niet moet tegenwerken. Aan de andere kant moet Israël ontdekken dat ze op Gods Voorzienigheid moet vertrouwen, want God is de Schepper en Heer van heel de schepping.

In het Oude Testament wordt God ook vader genoemd. Mozes zegt het in zijn lied: “Is dat uw dank aan DE HEER, dwaas, onnozel volk? Hij is toch uw vader, Hij heeft u verwekt. Hij heeft u gemaakt, Hij heeft u het leven gegeven” (Deuteronomium 32, 6). Toch is dit vader-zijn van God vooral figuurlijk bedoeld; als Schepper is God ook onze vader.

Het vader-zijn van God krijgt door Jezus een heel nieuwe betekenis.

Het vader-zijn van God krijgt door Jezus een heel nieuwe betekenis. Jezus is de eerste op aarde die tot in het diepst van zijn wezen God als Vader kent. God is zijn oorsprong, God is niet zijn Schepper, God is zijn Vader, want Jezus deelt in het wezen van de Vader; Hij is één met de Vader. Tegelijk wil Jezus alle mensen optillen tot die relatie met God, elke mens draagt Gods beeld in zich, is hoogtepunt van de schepping; als Jezus onze relatie met God herstelt, tilt Hij ons op naar zijn niveau, Hij maakt ons kinderen van God.

Maar dat kan alleen als wij net als Hij deel krijgen aan de Geest van God. In het scheppingsverhaal blaast God de mens tot leven. Toch is dat blazen nog niet het Pinksteren zoals wij dat gevierd hebben. De mens wordt een levend wezen, maar de mens wordt nog niet door God zijn kind genoemd. Misschien was dat gebeurd met de boom van het leven, maar de beproeving met de boom van kennis van goed en kwaad verhinderde dat.

Door Pinksteren krijgen wij deel aan Gods Geest, de Heilige Geest wordt in ons hart gestort. Daarmee zo voltooit Jezus de herschepping van de mens. Die herschepping is meer dan een herstel naar de tijd van het paradijs. Wij worden meer, wij worden kinderen van God, niet figuurlijk, we krijgen niet alleen die naam, we worden niet alleen maar zo genoemd, we zijn het werkelijk, want we hebben deel aan Gods Heilige Geest, de Geest van Vader en Zoon.

Wanneer wij het feest van de Heilige Drieëenheid vieren, vieren we meteen Gods vaderschap dat door Jezus nu de hele mensheid omvat. Van Schepper wordt God in Jezus Christus Vader. Wat God vanaf het begin was, omdat de Zoon vanaf het begin bestond in God, wordt met de komst van Christus een nieuwe werkelijkheid

Met dit feest van de Heilige Drieëenheid vieren wij dus ook ons Kind van God zijn, om die reden staat dit feest een week na Pinksteren. Wij hebben deel aan Gods Heilige Geest. Paulus brengt dat onder woorden: Wij zijn erfgenamen van Gods Koninkrijk. Gods kinderen zijn immers de erfgenamen.

Hier in de Eucharistie vieren we dit mysterie. Wij zijn één in het Vlees en Bloed van Christus. Het aardse vlees krijgt deel aan het Vlees en Bloed van Gods eengeboren Zoon. Wij worden zijn Lichaam en delen in zijn Geest. Zo zijn wij onlosmakelijk verbonden met God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Heilige Maria, Moeder van de Kerk (2e Pinksterdag)

Viering maandag 24 mei 2021

Plebaan Michel Hagen

Klik hier voor de lezingen van maandag 24 mei. Voor deze viering is er geen preek beschikbaar

Hoogfeest van Pinksteren

Viering zondag 23 mei 2021

Pater M.D. Magielse

Kom, o Geest des Heren, Kom. Dat bidden en zingen we vandaag. Jezus heeft de Heilige Geest gezonden over zijn apostelen op het eerste Pinksterfeest van de Kerk. Wij gedenken deze bijzondere gebeurtenis en bidden dat de Heilige Geest ook onze harten vervult met zijn licht, dat Hij onze ziel geneest en zacht maakt wat is verstard.

Teksten van de lezingen kunt u hier vinden. De preek van plebaan Michel Hagen kunt u hier vinden.

Zevende zondag van Pasen

Viering zondag 16 mei 2021

Pastoor Ruud Gouw

Vandaag bidt Jezus om eenheid onder zijn leerlingen. Die leerlingen zijn wij. Jezus hoopt en bidt dat wij één zijn. Hier in de viering van de Eucharistie wordt de eenheid onder ons gevoed en wil Jezus de eenheid onder ons herstellen door de Heilige Geest.

Klik hier voor de preek van plebaan Michel Hagen