Eerdere vieringen

Vieringen in Kathedraal Rotterdam

Op deze pagina staan opnames van eerdere vieringen en de bijbehorende preken. Indien u meer preken en columns van plebaan Hagen wilt lezen dan kunt u terecht op hagenpreken.nl.

Via onderstaande link kunt u deelnemen aan de collecte. U kunt via de link ook deelnemen aan de jubileumprojecten en aan Actie Kerkbalans. Hartelijk dank voor uw bijdrage.

Deelnemen aan de collecte

18e Zondag door het jaar

Zondag 31 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag klinkt de vraag door: Hoe rijk zijn we op aarde en hoe rijk zijn we bij God? Wanneer heerst ijdelheid over ons hart en wanneer zijn we werkelijk vrij? In deze Eucharistie mogen we groeien in de vrijheid om goed te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Prediker 1, 2; 2, 21-23
  • Psalm: 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8
  • Tweede lezing: Kolossenzen 3, 1 -5. 9- 11
  • Alleluia: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Lucas 12, 13-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Afgelopen vrijdag vierden we het feest van Marta, Maria en Lazarus. De meesten van u kennen alleen het feest van de H. Marta, populair onder veel moeders. Maar de heilige Marta is herenigd met haar zus Maria van Betanië en haar broer Lazarus, drie vrienden van Jezus. Er was lang onduidelijkheid of Maria van Betanië dezelfde was als Maria Magdalena en misschien ook wel de zondares die Jezus voeten waste met haar tranen. Onderzoek van de laatste eeuwen heeft uitgewezen dat dit echt verschillende personen zijn.

Dus vierden we afgelopen vrijdag de drie vrienden van Jezus uit Betanië. Twee zondagen geleden gelezen gebben we dat evangelie gelezen, met het moment dat Maria bij de Heer zit te luisteren naar zijn woorden en Marta er bij komt staan en op Jezus moppert: “Heer …, zeg haar … dat ze mij moet helpen.”

Dat moment, twee zussen, de een is ontevreden met de situatie en wil dat Jezus ingrijpt. Herkent u dat? In het gebed mogen we ons hart luchten, maar het kan betekenen dat Gods antwoord anders is dan we hadden gehoopt. We hopen dat God ons gelijk geeft en er iets aan doet, maar dikwijls gaat het anders. Zo kreeg Marta als antwoord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.”

Vandaag ook zo’n situatie. Nu niet twee zussen maar twee broers. Ook hier is onenigheid en wel over iets wat je helaas maar al te vaak ziet, de erfenis: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar ook hier is het antwoord van Jezus anders dan hij had gehoopt of verwacht. Zoals Marta in beslag werd genomen door de drukte van het bedienen, zo is deze man is ook in beslag genomen. Hij kan maar aan één ding denken: hij vindt het oneerlijk dat zijn broer een groter deel van de erfenis heeft gekregen dan hij.

Talloze mensen komen naar Jezus toe. De een vraagt om de genezing van een dochtertje dat op sterven ligt, de ander is melaats, een volgende ligt al 38 jaar op een brancard, weer een ander is blind. Maar bij deze man gaat het om de erfenis. En hier heeft Jezus een heel ander antwoord. Het lijkt wel wat op die situatie waarbij een paar vrienden iemand op een brancard brengen en via het dak voor Jezus’ voeten neerleggen. Tegen die man zegt Jezus: “Je zonden zijn je vergeven”. Iedereen verwacht een genezing van zijn verlamming, maar Jezus behandelt eerst een heel andere verlamming, die veel dieper gaat en die eerst moet genezen, voordat hij lichamelijk kan genezen.

Zo is het ook bij deze man. Stel dat Jezus had gezegd: “Deel met elkaar zodat niemand tekort komt en niemand teveel heeft” (2 Kor. 8, 15). Dan was hij naar zijn broer gegaan met de zin: “Jezus heeft gezegd dat jij de erfenis met mij moet delen”. Dan zou die erfenis nog steeds in zijn hoofd zitten. Stel dat die broer het zou doen. Dan zou de man misschien wat gelukkiger zijn met dat grotere deel van de erfenis, maar nog steeds is het die erfenis die zijn leven bepaalt. Het was een obsessie geworden, hij zat erin vast, zoals die verlamde man vast zat aan zijn zonden en zijn brancard.

Ooit gaf Jezus aan de Sadduceeën en de Farizeeën dit geniale antwoord: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en geef aan God wat God toekomt”. Die gedachte klinkt vandaag in het evangelie door in de parabel van de man met zijn grotere graansilo’s en een enorm pensioen waar hij uiteindelijk maar één dag van zal kunnen genieten. De kernvraag luidt: “Ben je rijk bij God?”

Weet u nog, die rijke jongeman die Jezus wilde volgen. Hij zat ook vast aan zijn bezittingen. Toen Jezus hen zei: “Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen”. Toen ging hij bedroefd heen omdat hij rijk was.

Een schat in de hemel; dat is ook in de parabel van vandaag hetgeen wat ontbreekt. Jezus zegt daarin: “Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan’? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”

Dit mag vandaag het gewetensonderzoek zijn: “Ben ik rijk bij God?” Verzamel ik schatten op aarde of verzamel ik schatten in de hemel? Een wijs woord daarover vindt u in de eerste lezing: IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid! Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? In de tweede lezing herinnert Paulus ons daar ook aan: “Als gij met Christus ten leven zijt gewekt zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse”.

Hoever kun je daarin gaan? Moeder Teresa zei vanuit haar hartstochtelijke liefde dat geven pijn mag doen. De apostel Paulus is iets nuchterder, hij schrijft: “Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen” (2 Kor. 8, 13). Jezus heeft hierin het laatste Woord: “Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn (Lucas 12, 33-34). Amen.

17e Zondag door het jaar

Zondag 24 juli 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

In het Evangelie spoort Jezus ons aan te bidden om de Heilige Geest. Ons gebed begint in ons innerlijk, daar begint ook onze genezing en verandering ten goede. Dit mogen we vieren en beleven in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 18, 20-32
  • Psalm: 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8
  • Tweede lezing: Kolossenzen 2, 12-14
  • Alleluia: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Lucas 11, 1-13

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Wat is klimaat? Met de hoge temperaturen van de afgelopen tijd is het klimaat dagelijks onderwerp van gesprek. Maar er is ook een ander klimaat. Dan gaat het over de sfeer, de houding, de mentaliteit. Er kan op school een klimaat heersen, waardoor er gediscrimineerd en gepest wordt. Zo’n klimaat kan er ook heersen in de sport of op het werk; zelfs in gezinnen.

In onze tijd wordt volop gesproken over klimaatverandering. Met name de CO2 uitstoot moet heel drastisch omlaag. We moeten loskomen van fossiele energiebronnen en overschakelen op duurzame, herwinbare energie, zoals zon, wind en getijdenenergie. We moeten betere accu’s hebben om elektriciteit voor langere tijd op te slaan. We moeten ook warmte kunnen opslaan vanuit de zomer om in de winter te gebruiken. Het internationale wetenschappelijk onderzoek draait op volle toeren, en er zijn allerlei nieuwe ontwikkelingen op komst.

Toch is er nóg een probleem, groter dan dat. Het andere klimaat, het klimaat dat in ons hoofd en ons hart zit, in ons denken en willen; een klimaat dat zich in vele eeuwen heeft ontwikkeld en deel is van onze cultuur. Een cultuur-klimaat dat vorm heeft gekregen in onze samenleving, dat ongemerkt door alles heen loopt, in economie, media, wetgeving en onderwijs.

Dat klimaat heeft al veel eerder een klimaatverandering doorgemaakt. Dat kun je zien in de geschiedenis. In de loop van de eeuwen zagen we een cultuur van plichten gaandeweg veranderen in een cultuur van rechten. Op eenzelfde manier kun je een verandering waarnemen waarbij het maatschappelijk belang opschuift naar eigenbelang en individuele rechten. Dat liep weer parallel aan een geleidelijke verandering van leven met een hoger doel voor ogen, zoals het eeuwige leven, naar een leven dat voorrang geeft aan het genieten in het hier en nu. Zo zijn er grote lijnen te schetsen in een culturele klimaatverandering die zich vooral in het Westen heeft voorgedaan, maar die inmiddels wereldwijd aan invloed heeft gewonnen.

Waarom dit verhaal? Omdat je de klimaatverandering in de natuur niet kunt bestrijden zonder een klimaatverandering in de cultuur. Want de ene is het gevolg van de andere. Door een toenemende individualistische cultuur die gericht is op een mentaliteit van genieten en meer op rechten en minder op plichten en verantwoordelijkheid, heeft de uitbuiting van de aarde ongekende proporties aangenomen. Willen we dat stoppen, dan zullen we eerst aan dat innerlijke klimaat moeten werken. Mensenrechten zijn goed en nodig, maar geen mensenrechten zonder mensenplichten. Individuele ontwikkeling is goed, maar geen individuele ontwikkeling zonder sociale cohesie en oog voor het maatschappelijk belang.

Kijken we vanuit deze achtergrond naar de lezingen van vandaag. Abraham gaat tot het uiterste om zijn familie te redden die in de stad Sodom woont. Als er 50, 40, 30, 20, als er maar tien rechtvaardigen zijn? Maar de stad wordt verwoest. Drie familieleden van Abraham worden gered, zijn neef en twee dochters. Van de stad Sodom blijft niets over dan een rokende puinhoop.

Het verhaal laat ons weten dat als de mentaliteit van een samenleving steeds verder achteruit gaat, de ondergang onvermijdelijk dichterbij komt. Het gebed van Abraham kon dit niet voorkomen.

Ook het gebed dat Jezus ons leert, begint niet bij ons eigenbelang, het begint ook niet bij mij als individu. Het begint met ónze Vader. We zijn broers en zussen, kinderen van Gods gezin. We bidden dan ook eerst voor het grotere belang, voor dat wat ons eigenbelang overstijgt: Uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome, uw Wil geschiede.

En zelfs als we bidden voor onze belangen, voor voedsel en vergeving, dan bidden we nog steeds in de wij-vorm, niet alleen voor onszelf. Geef ons dagelijks brood, vergeef ons onze schulden, breng ons niet in beproeving.

Wanneer we nu nadenken wat de rol van ons Kerk-zijn in deze wereld en deze tijd kan zijn, dan kunnen we dat hierin vinden. In onze relatie met God vinden we kracht om boven ons eigenbelang uit te stijgen, door ons geloof houden we oog voor het geheel; voor de samenleving en het algemeen belang. Door te leven vanuit onze verbondenheid met God en elkaar, waarbij we Gods liefde ervaren die zomaar wordt geschonken, die we niet verdienen en waar we geen recht op hebben, door die ervaring zullen wij ons minder snel hard maken voor onze rechten en houden we meer oog voor onze verantwoordelijkheden en onze bijdrage aan de samenleving.

Vraagt en gij zult verkrijgen, zegt Jezus. Hij spoort ons dus aan te bidden. Maar ook Hij stelt het innerlijk klimaat voorop: Vraagt om de heilige Geest. Dan kunnen wij net als Abraham ten beste spreken en bidden voor de hele wereld die inmiddels is als een global village, een dorp, een stad. Dan mogen we God vragen die wereldstad te behoeden. Maar steeds met het bewustzijn dat eerst de innerlijke klimaatverandering moet doorzetten, waarbij niet langer individualisme de boventoon voert, niet langer het genieten hier en nu voorop staat, niet alleen onze rechten gelden maar ook onze verantwoordelijkheden. In die zin is het verhaal van Jona een opsteker. Jona was profeet tegen wil en dank. Maar de stad met haar koning bekeerde zich en bleef gespaard. Met Jezus hebben we meer dan Jona. Dat geeft vertrouwen. Amen.

16e Zondag door het jaar

Zondag 17 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Gastvrijheid is niet alleen een opdracht, het is een kans, want God zelf komt bij ons op bezoek. Dit vieren we in alle sacramenten, maar met name in de Eucharistie; ook vandaag.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 18, 1-10a
  • Psalm: 15 (14), 2-3ab, 3cd-4ab, 5
  • Tweede lezing: Kolossenzen 1, 24-28
  • Alleluia: Efeze 1, 17-18
  • Evangelie: Lucas 10, 38-42

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Drie beroemde lezingen bij elkaar. In de eerste lezing Abraham die God op bezoek krijgt. In de tweede lezing Paulus die spreekt over het aanvullen van het lijden van Christus en in het Evangelie Jezus bij Marta en Maria.

Het is duidelijk dat de eerste lezing en het Evangelie met elkaar te maken hebben. In beide situaties komt God op bezoek. Bij Abraham in de vorm van drie gasten. Bij Marta en Maria is het God die in Jezus op bezoek komt.

In beide situaties wordt ook hard gewerkt om het de gasten naar de zin te maken. In de eerste lezing bakt Sara koeken, de knecht slacht een kalf. Abraham haalt kaas en melk. De gasten genieten een heerlijk maal en Abraham houdt een oogje in het zeil. Zoiets zien we ook in het Evangelie. Er staat: “Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen”. Het mag de gasten aan niets ontbreken, dat is de Oosterse gastvrijheid.

Maar de verhalen gaan niet alleen over gastvrijheid. Door alles heen is er het mysterie van Gods aanwezigheid en Gods Verbond. Wanneer je in het boek Genesis een stukje terug leest, precies vóór dit verhaal, dan lees je dat God al eerder aan Abraham was verschenen, toen Abraham 99 werd. Symbolisch, nog net geen 100. God sloot toen een verbond met Abraham. Het teken van dit verbond was de besnijdenis. Abraham werd op zijn 99e besneden. Na zijn besnijdenis verschijnt God hem opnieuw, dat is het verhaal van vandaag, maar nu met een ander doel. God kondigt de geboorte aan van Isaak. De zoon van de belofte waar Abraham en Sara zo lang op hadden gewacht.

Die volgorde is van belang. Eerst moet Abraham besneden zijn, hij moet de man zijn van het verbond, dan zal zijn zoon ook de zoon zijn van het Verbond, de zoon die de belofte van God verder zal dragen.

Wat gebeurt er nu bij Marta en Maria. Ook hier komt God op bezoek. Niet in de persoon van drie engelen maar in Jezus. Jezus is de definitieve Man van het Verbond. Hij is de definitieve Zoon van de belofte. Hij komt niet met z’n drieën maar met de twaalf apostelen. In Hem is de belofte aan Abraham ten volle vervuld. Maar Marta reageert niet hetzelfde als Abraham. Dat doet haar zus Maria wel. Abraham bleef, terwijl zij aten, bij zijn gasten staan, onder de boom. Zo zat Maria aan de voeten van de Heer te luisterde naar zijn woorden.

Als God komt, dan heeft Hij een Boodschap voor je. In het Evangelie zien we het gevaar van onze activiteiten. Bij Abraham is er evenwicht. Sara klaagt niet dat zij koeken moet bakken, de knecht klaagt ook niet dat hij een kalf moet slachten. Allen spannen zich in voor de hemelse gasten.

Als Jezus komt, dan heeft Hij voor ons een Woord, een Boodschap, in Hem spreekt God tot ons. Steeds gaat zijn Woord vooraf. Daarna wordt schaarste tot overvloed, denk aan de wonderbare broodvermenigvuldiging, denk aan de wonderbare visvangst. Marta moet dit nog ontdekken. Zij heeft gastvrijheid hoog in het vaandel, maar is zich niet bewust Wie ze ontvangt.

Door haar reactie ontvangt ook Marta een Woord, een liefdevol Woord, maar tegelijk een correctie. Wij kunnen ons, net als Marta, enorm inzetten voor de Kerk, voor het gezin, voor het bedrijf, voor de natuur, voor de politiek, voor de sport, als vrijwilliger, als professional. We kunnen vervolgens naar de kerk komen en hier ons hart luchten, net als Marta. Want we hebben het te druk, we krijgen het niet rond en we hebben de indruk dat anderen zich niet zo inspannen als wij. Dan bidden we net als Marta: “Heer, laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.” Met andere woorden: “God, ziet U niet hoe hard ik werk? Waarom geeft U de anderen dan niet een zetje dat ze ook wat meer aanpakken?”

Denk nu niet dat Jezus onze nood niet kent, natuurlijk wel. Een andere keer zegt Hij: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten” (Lucas 10, 2). Ook heeft hij oog voor zijn medewerkers als zij hard hebben gewerkt en uitgeput raken. Dan zegt Hij: “Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.” Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten” (Marcus 6, 31).

Daar gaat het bij Marta en Maria dus niet over. Het gaat er in dit evangelie om dat we bij al onze drukke bezigheden, het belangrijkste niet vergeten. Daarover zegt Jezus: “… zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden” (Matteüs 6, 33).

Abraham herkende God in de drie bezoekers, hij beoefende de gastvrijheid en bleef luisteren. Hij maakte tijd om bij de Heer te blijven. Daarop ontving Abraham de aankondiging dat zijn zoon het volgend jaar geboren zou worden. Maria, de stille zus van Marta, van haar horen we hier geen woord, zij zat aan de voeten van de Heer en luisterde naar zijn woorden. Zij ontving het bijzondere woord dat het beste erfdeel haar niet zou worden ontnomen.

Wij worden hier in de Eucharistie, maar ook thuis in het gebed en overal in alle ontmoetingen uitgenodigd, bij de gastvrijheid en dienstbaarheid altijd open te staan voor het Mysterie van Gods aanwezigheid; om door gewone mensenwoorden heen Gods Woord te herkennen. Gods woord voor ons persoonlijk, dat de richting en het doel van ons leven openbaart. Amen.

15e Zondag door het jaar

Zondag 10 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag horen we de beroemde parabel van de barmhartige Samaritaan. Maar meer dan een mooi verhaal is het een oproep aan ons. In deze Eucharistie mogen we Gods barmhartigheid ervaren en kracht en inspiratie vinden om zelf barmhartig te zijn.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 30, 10-14
  • Psalm: 69 (68) 14 en 17, 30-31, 33-34, 36ab en 37
  • Tweede lezing: Kolossenzen 1, 15-20
  • Alleluia: Johannes 74, 23
  • Evangelie: Lucas 10, 25-37

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Als gij de stem van de Heer uw God hoort …” Daarmee begint de eerste lezing. Gods stem horen, dat is luisteren. Dan het begin van de tweede lezing: “Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God”. Met deze twee zinnen komen we meteen bij het mysterie van God, een onzichtbare God. Een God die je niet kunt zien maar blijkbaar wel kunt horen.

“Als gij de stem van de Heer uw God hoort …” Wij staan als gelovigen op de schouders van de grote gelovigen van onze geschiedenis. We denken dan aan Abraham, Mozes en de profeten. Wij hebben het geloof niet zelf bedacht, we hebben het niet uitgevonden of ontdekt. We staan in een zeer lange traditie.

Het was een belangrijke ontdekking van Abraham en van anderen, dat God onzichtbaar is. Dat accepteren, dat er een onzichtbare werkelijkheid is, dat valt niet mee. Abraham hoorde wel zijn stem en naar die stem heeft hij geluisterd, hij durfde te geloven, te vertrouwen. Wanneer God in de verhalen van het Oude Testament zichtbaar wordt, dan is het in tekenen; in een brandende struik, in bliksem en donder boven op een berg, in het suizen van een zachte bries, in een engel, in een wolk, maar God zelf blijft onzichtbaar.

Paulus zei het ook al: Het geloof komt uit het luisteren. Hij wilde daarmee benadrukken hoe belangrijk het luisteren is. Maar om te luisteren heb je voldoende stilte nodig en stilte is in deze wereld een schaars goed geworden.

Toch zijn we heel blij dat God zichtbaar geworden is in Jezus. Blijkbaar hebben wij mensen een grote behoefte om te zien, om te voelen, om te proeven en vast te houden. Paulus schrijft vandaag in de tweede lezing: “In Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare”. Jezus heeft dus een zichtbare, maar ook een onzichtbare kant, niet alles van Jezus is zichtbaar voor onze ogen. Ook al hebben we een zichtbaar idee over Jezus, die onzichtbare dimensie blijft. We mogen dan denken aan dat andere woord van Paulus: “Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben” (1 Korinte 2, 9).

Een onzichtbare God, zichtbaar geworden in Jezus, en toch blijft God een mysterie, blijft Hij verborgen voor onze ogen. Ook Jezus is terug naar de Vader, Hij is aan onze ogen onttrokken. Je loopt dan het risico toch weer je toevlucht te nemen in dat wat je kunt zien. Dat is de eeuwige bekoring, dat we steeds weer ons heil verwachten van wat we kunnen zien. Het is niet voor niets dat we bij ons gebed dikwijls de ogen sluiten. Want dat wat we zien, leidt ons gemakkelijk af van God die we niet kunnen zien.

Ook het volk van Israël kende die bekoring. Dikwijls ging het fout. Mozes herinnert hen eraan. Je moet niet zeggen dat het allemaal te moeilijk, te ongrijpbaar, te ver weg is; nee, zegt hij: “De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Zij zijn niet in de hemel en gij hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen … Ze zijn niet overzee en je hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen … Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.”

In dat licht vertelt Jezus de parabel van de barmhartige Samaritaan. Het is niet ver weg, Gods gebod is dichtbij. Je kunt God niet zien, maar zie je die man daar langs de kant van de weg? Zie je hem, of zie je hem niet. En als je het moeilijk vindt om Gods stem te verstaan, kun je Gods stem niet horen, luister dan naar het gekreun van deze man die berooft en mishandeld ligt dood te gaan. Zien wij de vluchtelingen of kijken we alleen naar televisiebeelden. Gaat ons hart voor hen open of zijn we alleen om onszelf bekommerd?

Jezus zegt het niet voor niets in zijn parabel over de priester en de leviet. Zij zagen hem, maar liepen in een boog om hem heen. Je kunt iets of iemand zien en toch niets doen. Johannes schrijft er in zijn brief dit over: “Als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien” (1 Johannes 4, 20).

Jezus heeft God concreet gemaakt, God is Mens geworden in Jezus om onze ogen te openen voor zijn aanwezigheid, maar ook om ons hart te openen voor de naaste. We hebben een prachtig geloof, we zijn verwend met veel zichtbare tekenen, met zeven sacramenten, met afbeeldingen van de heiligen, met religieuze kunst, met wierook en kaarslicht. Maar als we niet oppassen vergeten we dat God zichtbaar is geworden in Christus en dat we God moeten blijven zien in de naaste. Aan de ene kant zichtbaar in die mens die we zien en tegelijk onzichtbaar, verborgen in diezelfde mens. Heel duidelijk lezen we dit in Matteüs 25: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” (Matteüs 25, 40).

De Katholieke Kerk zou ophouden Gods Kerk te zijn als zij de diaconie zou verwaarlozen, als zij vluchtelingen niet helpt. Dit hoort bij haar wezen, dit zien wij in Jezus. Dat geldt voor de Kerk in het groot maar ook voor ieder van ons, individueel en voor ons als parochie. Jezus Zelf is de barmhartige Samaritaan bij uitstek, hij betaalt voor ons met zijn leven, Hij sterft opdat wij leven. Wij leven pas echt als die liefde, als die barmhartigheid in ons is; dan leven wij, dan kennen wij God, dan zien en horen en dienen we Hem. Amen.

14e Zondag door het jaar

Zondag 3 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Thuis in Gods huis. Dat is niet alleen iets voor de hemel, het geldt ook voor Gods huis op aarde. Het geldt voor dit gebouw, en het geldt nog meer voor onze geloofsgemeenschap. In de Eucharistie komen we allemaal thuis bij God.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 66, 10-14c
  • Psalm: 66 (65) 1-3a, 4-5, 6-7a, 16 en 20
  • Tweede lezing: Galaten 6, 14-18
  • Alleluia: Johannes 14, 6
  • Evangelie: Lucas 10, 1-12. 17-20 of 10, 1-9

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Vandaag begin ik bij de tweede lezing. Die krijgt meestal niet zoveel aandacht, maar één zin springt eruit en past mooi bij deze dag. Paulus schrijft: “Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn!”

Waar gaat dat over? Het gaat over een heftige discussie onder de eerste christenen tussen gelovigen uit het jodendom en gelovigen uit het heidendom. Vanuit het jodendom werd gezegd dat ook de heidenen zich moesten laten besnijden; voorschrift van de wet van Mozes. De heidenen konden zeggen dat je beter niet besneden kunt zijn. Op die discussie geeft Paulus dit antwoord: “Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets.

In dezelfde brief aan de Galaten zegt hij in hoofdstuk 3: “Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus” (Galaten 3, 27-28).

Afgelopen maandag was er een lezing door Bart Brandsma in de Hoflaankerk. Het was ook een ontmoeting tussen leden van het Convent van Kerken, andere religies en de politie. De lezing ging over wij-zij-denken. Wat is dat? Wij-zij? Het is: “Wij” zijn goed, “zij” zijn slecht. “Wij” doen het goed, “zij” doen het fout. “Wij” zijn de pineut, “zij” zijn de oorzaak.

Denk aan de boeren tegenover de politici in Den Haag. Maar denk ook aan politieke partijen die soms heel fel tegenover elkaar staan. Denk aan het milieudebat; milieubescherming tegenover oliieproducenten. De wereld zit vol met wij-zij-denken. Het probleem van wij-zij-denken is dat de standpunten zich steeds meer verharden en ieder op zijn eigen gelijk gaat staan.

Dat zag je dus ook bij de eerste christenen. Wij de joden-christenen tegenover zij, de heidenen-christenen. Of natuurlijk andersom: Wij, de heiden-christenen tegenover zij de joden-christenen. Paulus kende dit van binnenuit. Hij hoorde zelf ook ooit bij wij-de Joden tegenover zij-de christenen. Hij heeft ze vervolgd en in de gevangenis laten zetten, hij was getuige van de moord op Stefanus en stemde daarmee in. Zo fel, zo fanatiek was hij toen. Maar Hij heeft Christus ontmoet. Inmiddels weet hij beter dan veel anderen wat lijden voor het Evangelie betekent. Hij schrijft: “Ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam”. Dat zijn de geselslagen, de littekens van de steniging die hij heeft ondergaan, de restanten van de schipbreuk en het dobberen op zee. Zijn lichaam is gehavend, getekend omwille van Christus. Waar slaat dan zo’n discussie op, besneden of niet besneden?

De Kerk is bij uitstek de plek waar we het wij-zij-denken kunnen overwinnen. Precies daarom, om wat Paulus schrijft: “God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld”.

De Kerk is geroepen een plek te zijn waar ieder mens thuis kan komen en kan naderen tot God: “Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus”.

Maar hoe doe je dat? Maakt het dan niet uit wat je doet, hoe je leeft? Toch wel. Jezus Zelf kan heel fel zijn, zoals vandaag: “In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt: ‘Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af. Die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad’.” Een andere keer zegt Jezus: “Als iemand een van deze kleinen die geloven, aanstoot geeft, het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp”.

De Kerk kan alleen een plek zijn waar het wij-zij-denken wordt overwonnen als we inderdaad zo’n bekering hebben doorgemaakt die Paulus heeft doorgemaakt. Als je net als Paulus in je leven het lijden voor het Evangelie hebt ervaren. Dan zie je al snel hoe onbenullig vaak de ruzies zijn, hoe bekrompen het gelijk hebben, hoe onvolwassen in geloof het snel verongelijkt zijn of juist de vermoorde onschuld spelen.

De Kerk kan pas die gemeenschap zijn waar het wij-zij-denken wordt overwonnen als we dit woord van Paulus tot het onze kunnen maken: “God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld.”

In het Evangelie zendt Jezus zijn leerlingen uit. Zijn leerlingen moeten zijn als lammeren onder de wolven. Hun eerste woord moet zijn: ‘Vrede aan dit huis!’

We zijn hier al jaren met veel culturen en veel achtergronden in deze kerk. Wanneer dat goed gaat, is dat een teken dat de goede Geest aanwezig is. Het betekent ook dat we mensen van geloof zijn en dat we de betrekkelijkheid van onze eigen gewoonten inzien. Tegelijk is het mooi dat we vandaag ook iets van de rijkdom van onze wereldwijde culturen zichtbaar maken. In de loop van het jaar komen meer van zulke momenten. Het laat zien dat de Kerk een wereldkerk is. Het geeft ook hoop voor de toekomst, want als wij zelf groeien in geloof en in eenheid, dan kunnen ook wij die boodschap van vrede uitdragen en anderen welkom heten in Gods huis, in zijn Kerk. Amen.

13e Zondag door het jaar

Zondag 26 juni 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Tijden veranderen, maar als je geroepen wordt door God, kom je te allen tijde voor een keuze, toen en ook nu. In deze Eucharistieviering mogen we onze keuze voor Christus en zijn Kerk opnieuw bevestigen en be-amen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Koningen 19, 16b. 19-21
  • Psalm: 16 (15) 1-2a en 5, 7-8, 9-70, 11
  • Tweede lezing: Galaten 5, 1. 13-18
  • Alleluia: Johannes 10, 27
  • Evangelie: Lucas 9, 51-62

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Vandaag staat uw roeping centraal in de lezingen. Het gaat niet alleen over priesterschap, diaconaat, religieus of toegewijd leven, het gaat vandaag over ieder van ons. Vandaag drie antwoorden op de roepstem van Jezus, drie verschillende antwoorden. De kans is groot dat u zich hierin herkent.

Maar laten we eerst de vraag stellen: “Wat voor katholiek ben ik?” Misschien een vreemde vraag: “Wat voor katholiek ben ik?” gewoon, Rooms Katholiek, daarom ben ik hier in de Mis. Toch is dat niet mijn vraag. Ook niet of u Oud Katholiek bent of dat u een nieuwe katholiek bent, vanuit een andere christelijke kerk of een andere religie. Met de vraag: “Wat voor katholiek ben ik?” denk ik aan uw geschiedenis.

Veertig jaar geleden sprak men over kerkelijken en randkerkelijken. De ene katholiek ging met grote regelmaat, praktisch elke zondag, naar de kerk, maar anderen gingen misschien een of twee keer per jaar of nog minder. Zij werden dan vaak randkerkelijk genoemd. De vraag was dan hoe je hen weer naar de kerk kon krijgen.

Nu in onze tijd spreken we vaker over cultuurkatholieken of keuzekatholieken. Het woord cultuurkatholiek is niet heel precies, net als het woord keuzekatholiek. Bovendien is er net als met kerkelijk en randkerkelijk een groot grijs tussengebied.

Een cultuurkatholiek heeft het geloof meestal van huis-uit meegekregen. Hij of zij heeft niet heel bewust voor het geloof hoeven te kiezen. Je ouders geloofden, vroeger ging je naar een katholieke school en vereniging. Je leefde in een katholiek milieu en je nam zo ongeveer de normen en waarden over die in jouw omgeving heersten.

Maar wat gebeurt er als de cultuur verandert. In de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw ging dat is een stroomversnelling. Met de Flower-Power-tijd was er de seksuele revolutie. De cultuur waar je in leefde veranderde. De steun van je omgeving viel weg. De heersende mening werd heel anders. De nieuwe tijd was modern en geloof was ouderwets. Je moet mee met je tijd en de Kerk loopt achter. De wereld is jong en dynamisch, geloof en kerk is iets voor oude mensen. Alles moet kunnen, geen taboes, geniet van het leven en pluk de dag. Ongehuwd samenwonen werd de norm, scheiden werd gewoon, abortus werd een vorm van geboorteplanning, euthanasie een vorm van autonoom leven. In zo’n cultuur, kun je geen cultuurkatholiek meer zijn, de omgeving steunt je niet, integendeel.

Als u dit herkent, dan is de kans groot dat u van huis uit een cultuurkatholiek bent. Maar u kunt ook cultuurkatholiek zijn op een andere manier. U kunt vanuit een andere christelijke kerk of een andere religie katholiek zijn geworden, omdat u de katholieke leer interessant en solide vindt, omdat u de katholieke eredienst mooi en inspirerend vindt, omdat u de katholieke cultuur in de bouwkunst van kerken, in de muziek en in de schilderkunst van grote schoonheid vindt. Maar ook dan is je geloof kwetsbaar. Wanneer andere mooie muziek opkomst, andere schilderkunst en bouwkunst, wanneer moderne wetenschap een solide verhaal lanceert over mens en natuur, dan kan het lastig worden.

De katholieke sociologie gaat ervan uit dat een volkskerk, zoals de Katholieke Kerk dat eeuwenlang is geweest, alleen stand kan houden als er een katholieke, of op zijn minst christelijke cultuur heerst. Is die dragende cultuur er niet, dan houd een cultuurkatholicisme geen stand.

Wat blijft er dan over? De keuzekatholiek. Maar wat is dat? Bent u dat, zijn wij dat en in welke gradatie. Kan iemand zomaar veranderen van cultuurkatholiek naar keuzekatholiek? Nee, dat gaat met horten en stoten. Er komen momenten dat je moet kiezen en dat gebeurt op meerdere momenten. Als in het gezin anderen niet mee naar de kerk gaan, kinderen, broers en zussen, ja misschien zelfs je ouders, als ooms en tantes steeds minder of niet meer gaan, komt de vraag naar je toe: Zijn zij gek of ben ik het? Waarom gaan zij niet meer en ik wel. Je staat voor een keuze.

Als politieke partijen zich hard maken voor abortus als een vrouwenrecht, euthanasie als een mensenrecht en jij voelt van binnen: Dat klopt niet, zo heeft God dat niet bedoeld. Maar je omgeving roept het volop met de wereld mee. Dan kan je gaan twijfelen en denken: Zijn zij gek of ben ik het? Waarom zou ik zo moeilijk doen als de regering het toestaat. Je komt voor een keuze.

Als de liturgie in de kerk verandert, terwijl dat een van de redenen was waarom je katholiek werd. Als de sfeer verandert en jij je minder thuis voelt, als je ziet dat anderen afhaken en hun eigen gang gaan. Dan kan je gaan twijfelen en denken: Zijn zij gek of ben ik het? Je komt voor een keuze.

Een keuzekatholiek heeft zulke momenten meegemaakt en is tot een keuze gekomen. Niet een keer maar veel keer en zulke momenten blijven komen want je leeft in andere cultuur. Zo staan de mensen in het Evangelie ook voor een keuze. Drie personen, drie verschillende houdingen, maar alledrie moeten ze een keuze maken. De kern van een keuzekatholiek is dat hij of zij kiest voor Christus en zijn Kerk. Al het andere komt erbij, maar is nooit het belangrijkste. Zoals Jezus leefde, zo wil ik leven. Wat Hij zei is voor mij waarheid. Zijn voorbeeld wil ik navolgen. En de Katholieke Kerk wijst mij die weg; zijn lichaam op aarde, daar hoor ik bij. Dat is mijn keuze. Amen.

Feest van het Heilig Sacrament

Zondag 19 juni 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op Sacramentsdag willen we ons meer bewust worden wat we elke zondag vieren. De Eucharistie is het grote teken van Gods liefde voor ons in Christus. Het sacrament van zijn blijvende aanwezigheid.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 14,18-20
  • Psalm: 110 (109) 1, 2, 3, 4
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 11, 23-26
  • Alleluia: Sequentie (facultatief) – Alleluia Johannes 6, 51-52
  • Evangelie: Lucas 9, 11b-17

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Wat vieren we als we op zondag en door de week samenkomen voor de Eucharistie? In de lezingen van deze zondag zie je in de loop van de tijd een ontwikkeling van “brood en wijn” als “voedsel en drank” naar een hogere betekenis. Brood is meer dan alleen voedsel en wijn is meer dan vocht om je dorst te lessen. Later zal Jezus de Schrift citeren en zeggen: “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt (Matteüs 4, 4 – zie Deuteronomium 8, 3).

In de eerste lezing biedt Melchisédek Abram brood en wijn aan. Brood is hier al meer dan alleen voedsel en wijn is niet alleen om de dorst te lessen. Abram heeft de vijanden verslagen en is teruggekeerd van deze veldtocht. Hij is een redder en wordt als een redder geëerd. Met dit gebaar van brood en wijn wordt dit gevierd en het gaat gepaard met een zegen over Abram. Brood en wijn worden hier tekenen van vriendschap, van dankbaarheid en verbondenheid.

In het Evangelie gaat het om gewone honger want de menigte moet te eten krijgen. De leerlingen zeggen: “Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen”. Dat is voor vijfduizend man niet genoeg. Er is dus een groot tekort. Het is dan opvallend dat Jezus zegt: “Geven jullie hun maar te eten”. De hele situatie krijgt een diepere betekenis.

Jezus neemt de broden en de vissen, Hij slaat zijn ogen ten hemel, spreekt er de zegen over uit, breekt ze en geeft ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten. Op dat moment verandert het samenzijn daar in de woestijn ineens in een herhaling van de geschiedenis, de tocht door de woestijn. Het volk dat vluchtte uit Egypte had niets meer te eten. Toen was het Mozes die bad en er kwamen vogels die ze konden vangen en er kwam manna dat ze konden verzamelen en er stroomde water uit de rots. Vandaag is het Jezus die een tekort verandert in een overvloed. De hele situatie wordt een teken. Zoals God lang geleden tijdens de tocht door de woestijn zijn volk te eten gaf, zo doet God dat opnieuw in het Koninkrijk dat Jezus verkondigt. Dat Jezus aan het einde opdracht geeft de overgebleven stukken brood te verzamelen, zien we terug in de Eucharistie waarin we niets verloren laten gaan van het Brood dat Hij met ons gebroken heeft.

Brood, vis, voedsel, wijn, drank, maaltijd, we kunnen niet zonder, we gaan dood zonder eten en drinken. Dat is de lichamelijke dood. Jezus houdt ons voor ogen dat er ook een geestelijke dood is. Dat is wanneer een mens zijn verbondenheid met God en de naaste verliest. Die geestelijke dood is voor Jezus belangrijker dan de dood van het lichaam. “Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden” (Marcus 8, 35). Jezus is bereid te sterven naar het lichaam om ons de weg te wijzen van eeuwig leven voor de ziel.

Paulus schrijft in de tweede lezing over de overlevering die hijzelf heeft ontvangen: “Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij wederkomt”. Het valt op dat hij niet zegt: “… verkondigt gij de verrijzenis des Heren totdat Hij wederkomt”. Hij wil de christenen eraan herinneren dat Jezus werkelijk is gestorven, dat Hij werkelijk zijn leven heeft gegeven om een Nieuw Verbond te sluiten in zijn Bloed.

Hier vieren wij Eucharistie, Dankzegging. Dit staat in een lange traditie waarin brood en wijn meer en meer een diepere betekenis kregen. Daarom was het geen toeval dat Jezus brood en wijn nam bij het laatste avondmaal. Maar als Hij dan zegt: “Dit is mijn Lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” En: “Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed”, dan doet Hij toch iets heel nieuws, iets dat niet eerder was voorgekomen. Deze woorden vind je nergens terug, niet bij Melchisédek, niet bij Mozes, niet in de geschriften, niet in de Psalmen en niet bij de profeten. Het zijn unieke woorden en het is een uniek gebaar. Het staat in een lange traditie en toch is het volkomen nieuw.

Er verandert iets, brood en wijn veranderen niet van uiterlijk, en toch verandert er iets. De verandering van brood en wijn duiden op een verandering die in onszelf moet plaatsvinden. Zoals een mensenkind dat gedoopt wordt uiterlijk niet verandert bij de doop, verandert er wel degelijk iets in relatie met God. We zeggen dan dat het een kind van God wordt. In onze relatie met God verandert dit brood van voedsel voor de maag in voedsel voor de ziel, als teken van voorzienigheid in teken van Verbond. Wij dragen het brood aan als teken van onze dankzegging, dat is Eucharistie en het wordt teken van Christus die zijn leven voor ons geeft. De verandering begint bij Jezus zelf. Hij zal zijn geseling, zijn kruisdragen en kruisdood veranderen in een offer tot vergeving van de zonden. In zijn hart verandert Hij de werkelijkheid door zijn overgrote liefde voor God en de mensen. Hij keert het kwaad om in verlossing.

Deze nieuwe werkelijkheid gaat dieper dan wiskunde, natuurkunde, chemie, biologie, psychologie, sociologie en noem maar op. Dit gaat om ons innerlijk, om onze ziel, om eeuwig leven.

Jezus zegt niet neem dit brood, want we sluiten een verbond of dit is de wijn van het verbond. Hij gaat niet om de broodschaal of de kelk. Hij zegt: Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed van het Verbond. Hijzelf is het Verbond in Vlees en Bloed, in levende lijve. Hij geeft zichzelf opdat wij leven in zijn Verbond, leven uit zijn Verbond en door zijn Verbond eeuwig leven. Amen.

Hoogfeest van de H. Drie-eenheid

Zondag 12 juni 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

We vieren vandaag een ondoorgrondelijk mysterie. Tegelijk is dit hoogfeest vol betekenis voor hen die geloven. In de Eucharistie vieren we dat wij deelhebben aan het mysterie van Gods Drieëenheid; God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Lezingen

  • Eerste lezing: Spreuken 8, 22-31
  • Psalm: 8, 4-5, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: Romeinen 5, 1-5
  • Alleluia: Apokalyps 1, 8
  • Evangelie: Johannes 16, 12-15

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Je ziet ze weleens, die grote reclameteksten. Kom binnen in de wondere wereld van Walt Disney, van Ikea, van witgoed of computers, kom binnen in danceland en vergeet je zorgen en je werk, vergeet even alles.

Om in die wereld binnen te komen moet je natuurlijk betalen, want het zijn mensenwerelden, of je betaalt toegang, of je betaalt voor die keuken of dat droombed, of je betaalt voor de drankjes of de pillen. Op Drievuldigheids-zondag kun je zeggen: ‘Treedt binnen in de wondere driedimensionale wereld van God.” Ontdek een driedimensionale liefde, een driedimensionale grootheid, een driedimensionale barmhartigheid en een driedimensionale trouw in een driedimensionale redding. Alles aan God is driedimensionaal.

Wat zou een mens zijn zonder relaties. Wat komt er van een kind terecht zonder de band met ouders, grootouders, broertjes, zusjes, buurtkinderen, school en club? Een mens wordt pas mens in relatie met anderen. Het huwelijk is bedoeld om mensen tot ontplooiing te brengen in het meest wezenlijke dat in een mens leeft. De liefde. Natuurlijk ervaart elke mens dit anders. Maar wat herinneren kinderen als hun ouders overlijden? De tekenen van liefde. Wie van je ouders mis je het meest? Degene die het meest de liefde toonde, die dat liet merken; de liefste. Wat ben je rijk als je twee lieve ouders hebt, die je ook nog het geloof meegeven en je ook nog leren werken voor een belegde boterham.

Is het dan vreemd dat Jezus zo over God spreekt. God is geen plat vlak, geen plaatje. Paulus wenst ons toe, dat wij de liefde van Christus kennen in zijn breedte, lengte en diepte, een liefde die alle kennis te boven gaat. God is altijd groter, God is in de tijd en boven de tijd. God is ruimer dan het heelal en tegelijk aanwezig in de kleinste microbe. God is het wezen van de liefde tussen man en vrouw, de liefde tussen ouders en kinderen, de liefde van iemand voor de natuur, of het werk, of het dorp, liefde voor muziek. Mits die liefde echt is, puur en onzelfzuchtig, dan is God er de oorsprong en de kern van.

Dus is het niet vreemd dat God zich gaandeweg de tijd in zijn driedimensionale breedte, lengte en diepte openbaart. Maar we moeten niet teleurgesteld zijn als we dat niet in een wiskundig model kunnen onderbrengen. Het woord Drieëenheid is al haast teveel. Het raakt maar net aan het mysterie dat we willen benoemen. Gods drievoudige eenheid toont Hij omwille van ons mensen. Wil je God leren kennen, dan moet je Hem als Vader leren kennen. Maar dat kan alleen door de Zoon. Zonder de Zoon kun je de Vader niet kennen. Maar zonder de Geest kun je Jezus niet kennen.

‘Als Hij komt’, zegt Jezus ons vandaag, ‘de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen’. We zijn net een week na Pinksteren. Maar om te voorkomen dat we gewoon weer verder leven en terugvallen in het vlakke bestaan, de eendimensionale wereld van economie, voordat we uit de zinloosheid van deze tijd wegvluchten in vertier en vermaak; om te voorkomen dat we verder gaan alsof er geen Goede Vrijdag, geen Pasen en Pinksteren is geweest, komt ook vandaag de Geest weer nadrukkelijk aan bod.

We leven in de tijd van de Heilige Geest. En wat doet de Geest? Hij spreekt tot ons. De Geest heeft ons heel veel te zeggen. De Geest doceert en doseert, Hij onderwijst ons stapsgewijs, zoveel als we aan kunnen. De Geest wacht ook op ons, op onze bereidheid, op onze ontvankelijkheid, onze honger en dorst naar God, onze liefde. De Heilige Geest komt tot ons als wij hem welkom heten en gaat met ons aan het werk naarmate wij Hem de ruimte geven.

Wij leven in het Nieuwe Verbond, een driedimensionaal Verbond. Want God gaat met ons een Verbond aan door de Zoon, het is een Verbond met de Vader, in de Heilige Geest. We worden Kind van de Vader, leerling van de Zoon en tempel van de Heilige Geest. Alles in God is één grote liefdesrelatie, de Vader heeft de Zoon lief. De Zoon leert ons de Vader te beminnen want: ‘God is liefde’. De Heilige Geest brengt ons dit gebod van liefde in herinnering en leert ons alles wat Jezus heeft gezegd en gedaan. Een wonderlijke drieëenheid.

Treedt binnen in de wondere wereld van God. Zijn Zoon heeft de entree al betaald, met zijn leven, met zijn Bloed. Treedt binnen in zijn Nieuwe verbond en leef vanuit die drievuldige Verbondenheid. Laat zijn Lichaam en Bloed jou tot leven brengen.

Sinds Copernicus en Galilei zijn we definitief anders naar de wereld gaan kijken. Sinds de wetenschap zijn we de verschillende dimensies duidelijker gaan zien. Maar als we niet oppassen wordt deze wereld toch steeds platter. Als we alleen nog leven om te kunnen kopen, voor het plezier dat we maken of het aanzien dat we krijgen, dan verliest de aarde de hemel en wordt ze plat, dan leven we een plat leven, want de diepte raakt eruit weg. Wie zich laat binnenvoeren in de liefde van de hemelse Vader, door de Zoon, in de Geest, die treedt binnen in de waarheid van de liefde, die ziet dat het leven niet eindigt bij de horizon van de dood. Die weet dat menselijke beperktheden niet de grens bepalen van Gods goedheid en liefde.

Drievuldigheidszondag. Binnentreden in de wondere wereld van God, een driedimensionale God, die één groot netwerk van Liefde is; een feest voor wie niet tevreden is met de eendimensionale mens, een hoogfeest voor wie tot leven wil komen in de ruimte van Gods liefde. Amen.

H. Maria, Moeder van de Kerk (2e Pinksterdag)

Maandag 6 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Sinds 20 mei 2018 vieren wij wereldwijd op Tweede Pinksterdag de gedachtenis van Maria Moeder van de Kerk. Het is dus een lustrum, de vijfde keer. In deze Eucharistieviering zal zij ons dichter bij Christus brengen en mogen wij ons verheugen om haar moederlijke zorg.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 1, 12 - 14
  • Psalm: 87 (86), 1 - 2. 3 en 5. 6 - 7 ( 3)
  • Alleluia: Alleluia. O gelukkige Maagd, die de Heer ...
  • Evangelie: Johannes 19, 25 - 34

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Gisteren hebben we met de komst van de Heilige Geest ook de geboorte van de Kerk gevierd. Vandaag vieren we Maria als moeder van de Kerk.

Iedere katholiek heeft wel een besef dat Maria onze moeder in de hemel is. Je zou kunnen denken dat het daarom logisch is dat Maria ook moeder van de Kerk wordt genoemd. Toch heeft de titel Moeder van de Kerk een lange geschiedenis. In Polen en in Argentinië had Maria al een feestdag op deze titel. Sinds vier jaar wordt dit wereldwijd gevierd op deze dag, Tweede Pinksterdag.

Wanneer op Pinksteren de geboorte van de Kerk wordt gevierd dan is het niet vreemd om de dag daarop meteen Maria te gedenken als moeder van de Kerk. Als moeder van de Christus is zij op een bijzondere manier verbonden met de geboorte van de Kerk. Niet zoals een oma met haar kleinkind, we zijn geen kleinkinderen van Maria; Maria baart op een nieuwe manier het Lichaam van Christus, de Kerk. Eerst was zij vervuld van de Heilige Geest en kwam de kracht van de Heilige Geest over haar om Gods Zoon aan de mensheid te geven. Zij stond onder het kruis toen Jezus zijn leerling aan haar gaf als nieuwe zoon en haar aan zijn leerling gaf als moeder. Zij was aanwezig op het eerste Pinksterfeest. Met de apostelen en de vrouwen heeft zij in de bovenzaal gebeden om de Heilige Geest. Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.(Handelingen 1,14). Zij wordt daar apart genoemd als de moeder van Jezus. Zij maakt deel uit van de eerste kerkgemeenschap en tegelijk is zij de directe lijn naar haar Zoon die in de hemel is opgenomen.

Augustinus noemde Maria al Moeder van de Kerk. Sinds paus Paulus VI hebben we speciale gebeden in de liturgie om Maria met die titel te gedenken en in 1980 is deze titel aan de litanie van Loreto toegevoegd. Maria nu een eigen dag om onder deze titel te worden geëerd en waarop wij haar als moeder van de Kerk eren en waarop zij ons bijzonder haar moederlijke zorg kan geven, een zorg die we hard nodig hebben om als kinderen van God te kunnen leven.

Maria is dus niet alleen moeder voor ieder van ons afzonderlijk, zij is ook moeder van de Kerk. Dat betekent dat zij ons niet alleen individueel wil helpen om gelovig te leven, maar dat zij ons ook helpt om Kerk te zijn. Het lijkt mij niet toevallig dat in deze tijd van individualisme, waardoor gelovigen geneigd zijn te kijken naar de eigen relatie met God, we Maria mogen vragen ons te helpen om zorg te hebben voor de geloofsgemeenschap, te kijken naar onze plaats daarin, naar onze roeping en onze taak in de Kerk. De Kerk is groter dan wij. We zijn alleen Kerk wanneer we samen het geloof delen en werkelijk verbonden leven met Christus. De Kerk was er voordat wij werden geboren, de Kerk gaat door ook als wij al lang zijn overleden. Wij zijn individueel kleine schakels in Gods plan. Als persoon mogen wij groeien in de Verbondenheid met God en de naaste door onze dienst aan God en aan de medemens. Zoals ons individueel geloofsleven belangrijk is in de kleine kring om ons heen, thuis, in het werk, in de parochie, zo heeft de Kerk een hoogst belangrijk rol in de wereld, in de landelijke samenleving en mondiaal. Ons individueel leven is kort, de Kerk doet haar werk al vanaf het eerste Pinksterfeest en zij zal dit blijven doen tot het einde van de wereld. De Kerk overstijgt ook landen en organisaties, landen veranderen, politieke systemen en ideologieën komen en gaan, de Kerk blijft, zij is de permanente basis voor onze verbondenheid met Christus, met God, met de naaste, met de natuur en als borg van ons werkelijke menszijn naar Gods bedoeling.

Wanneer wij dus nadenken over ons Kerk zijn, dan herinnert het feest van vandaag ons eraan dat we niet moeten vergeten Maria de vragen om haar moederlijke bijstand. Zij is als moeder van de Kerk ook leermeesteres hoe wij samen Kerk kunnen zijn, hoe wij in de Kerk kunnen uitstijgen boven ons individueel belang, hoe wij samen als Kerk van groter belang kunnen zijn voor de samenleving, hoe wij door onze inzet voor de Kerk ook praktisch van belang zijn voor de volgende generatie, zodat kinderen, klein- en achterkleinkinderen en alle volgende generaties binnen de Kerk hun weg kunnen gaan en door de Kerk de rijkdom van het geloof mogen vinden, met Maria als moeder voor ieder afzonderlijk en voor de Kerk als geheel.

God is werkzaam in de wereld. De wereld ontwikkelt zich verder. Toch ontwikkelt de wereld zich niet in een rechte lijn naar een hoger niveau. Techniek is slechts een hulpmiddel. Wetenschap is slechts een instrument. Het gaat om de mensen die deze middelen hanteren, hoe zij denken, wat voor ethische waarden zij hanteren, wat voor doelen hen voor ogen staan, hoe zij omgaan met de naaste. Mensenrechten zijn een groot goed. Tegelijk zijn ze kwetsbaar voor manipulatie wanneer ze niet gefundeerd zijn in een diepere visie over hoe wij mens moeten zijn.

Zo mogen we Maria als Moeder van de Kerk ook vragen de Kerk te helpen in haar rol in deze samenleving op mondiaal vlak, als geweten voor politieke systemen, als opvoedster van de volgende generaties, als waakster over de houdingen van politici en en militairen. Dat zij niet als in een moeilijk kind in het gezin anderen buiten spel zetten en domineren. Dat ook landen hun rol in de wereldgemeenschap op een ethisch verantwoorde manier vervullen. Het feest van vandaag mag ons de rol van Maria als Moeder van de Kerk meer verduidelijken, maar vooral ons als haar kinderen meer verenigen in het Lichaam van Christus, de Kerk. Amen.

Hoogfeest van Pinksteren - Gezinsviering

Zondag 5 juni 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

We vieren Pinksteren; met de komst van de Heilige Geest is de Paastijd voltooid. Nu begint het echt voor de Kerk. Moge in deze Eucharistie de Heilige Geest ons tot nieuwe mensen maken.

Lezingen

  • Eerste lezing: Psalm 104 (103), 1ab en 24ac, 29bc-30, 31 en 34
  • Psalm: 97 (96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9
  • Tweede lezing: 1 Korinte 12, 3b-7. 12-13 / Romeinen 8, 8-17
  • Sequentie: Kom o Geest ...
  • Alleluia: Kom, heilige Geest
  • Evangelie: Johannes 14, 15-17 23b-26 / Johannes 20, 19-23

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Wat doet de Heilige Geest? Misschien denkt u bij die vraag aan de martelaren, zoals we Titus Brandsma hebben herdacht. Wat doet de Heilige Geest? De Heilige Geest doet ons getuigen van Christus, doet ons spreken, leert ons de talen van de mensen spreken om hen over Jezus te vertellen. Zoiets zien we immers in de eerste lezing. “Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf”.

Maar de Geest doet veel meer. Dat zongen we in de Sequentie van Pinksteren: Troost voor de armen, gever van gaven en licht voor de harten. Trooster die met zachtheid de ziel geneest, vrede, lafenis en rust. Licht met een geheime gloed. Die ons wast, overstroomt, verzacht, die koestert en de weg wijst. Gever van zeven gaven. Bijstand met liefde, schenker van vreugde.

Wat zijn die zeven gaven van de H. Geest? We horen het elk jaar bij de viering van het H. Vormsel: De gave van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van wetenschap en godsvrucht en van de vreze des Heren.

Stel nu dat je die gaven hebt ontvangen, waar blijkt dat dan uit? Het moet toch te merken zijn als iemand de gaven van de Geest heeft gekregen. Paulus schrijft daarover en noemt dit de vrucht van de Geest. Hij noemt een heel rijtje, hij schrijft: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid” (Galaten 5, 22).

Ik denk dat je daar nog wel meer vruchten aan toe kunt voegen, zoals eenheid en verbondenheid, eenvoud en oprechtheid, zorgzaamheid en voorzichtigheid, zelfbeheersing en aandachtigheid, vertrouwen en eerbied en noem maar op.

De Heilige Geest doet de apostelen van Jezus getuigen, maar Hij doet veel meer. Hij vervult ons met zijn gaven en die gaven dragen vrucht in ons leven. Je kunt zelf zeggen dat als je die vruchten niet ziet, het erop lijkt dat we zijn gaven tevergeefs hebben ontvangen, we laten ze dan geen vrucht dragen.

Hoe zou dat komen? Kan het dat je de gaven van de Heilige Geest ontvangt maar geen vrucht laat dragen. Ja dat kan. Paulus zegt dan dat dit te maken heeft met zelfzucht, eigenbelang, egoïsme, dan leven we voor onszelf en niet voor Christus, dan leven we niet voor God en niet voor de naaste. Wie egoïstisch leeft, draagt andere vruchten. Paulus noemt die ook. Hij schrijft: “De uitingen van zelfzucht zijn bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid; afgodendienst, toverij, vijandschap, twist, afgunst, uitbarstingen van woede, intriges, ruzies, partijschappen, jaloersheden; drinkgelagen, orgieën en dergelijke” (Galaten 5, 19-21).

Jezus zegt het nog anders. Wie kind van God is, leeft vanuit de Geest van God. Tegenover kinderen van God stelt Jezus kinderen van de boze. In gesprek met hen die Hem zoeken te doden zegt Jezus: “Als God uw vader was, zoudt gij Mij beminnen, … De vader uit wie gij zijt is de duivel, en gij verkiest te volbrengen wat uw vader verlangt” (Johannes 8, 42-44).

Dat beeld kunnen we ook verbreden: Zijn wij kinderen van de Kerk of zijn wij kinderen van de wereld? Zijn wij kinderen van de liefde of kinderen van egoïsme? Zijn wij kinderen van God, door God gewild en gezien, of zijn wij kinderen van een blinde evolutie, onbedoeld door stom toeval? Zijn wij kinderen van de dood of kinderen van het eeuwige leven?

Pinksteren is niet alleen het feest van de gaven van de Heilige Geest, het is ook het feest dat God ons tot zijn kinderen heeft gemaakt, door de uitstorting van de Heilige Geest. Maar als wij Gods kinderen zijn, dan moeten we ook de werken van Gods kinderen doen en daarvoor kijken we naar Jezus. De werken die Hij deed waren een teken van de Geest door wie Hij werkte.

Plaatsen we dat nu als een spiegel voor onszelf, dan kunnen we met de vruchten van de geest ook een soort gewetensonderzoek houden.

Hoezeer komen die vruchten van de Heilige Geest in ons leven terug en dan niet alleen in ons leven persoonlijk, maar werken ze door in onze gemeenschap, in onze huwelijken, in onze parochies, in ons werk, op school, op de sportclub, de vereniging, de handel, in onze financiën, in de media.

Hoe staat het dan met de liefde, de vreugde, de vrede, het geduld, de vriendelijkheid, de goedheid, de trouw, de zachtheid en de ingetogenheid.

Soms denk ik dat het goed zou zijn om niet alleen een Bijbel-cursus te organiseren in de parochie, maar ook een cursus: Hoe wordt ik een vriendelijk mens?. Of een cursus in geduld oefenen. Een cursus in goedheid die alle egoïsme overwint. Een cursus in trouw, niet alleen in het huwelijk, maar ook in zoveel andere relaties.. Een cursus in zachtheid waarin we onze harde kanten weten te overwinnen. Een cursus in ingetogenheid waardoor we de innerlijke vrede bewaren en Gods stem in ons innerlijk blijven verstaan. Dat zijn heel wat cursussen. Maar hier in de Eucharistie maken we daar feitelijk steeds een begin mee. Vragen we de Heilige Geest, dan komen we langzaam verder. Amen.

Zevende Zondag van Pasen

Zondag 29 mei 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Verleden, heden en toekomst, alles ligt in Gods hand. Dat klinkt door in de lezingen van vandaag. De eenheid waarvoor Jezus bidt, mogen we vieren in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 7, 55-60
  • Psalm: 97 (96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9
  • Tweede lezing: Apokalyps 22, 12-14, 16-17, 20
  • Alleluia: Johannes 14, 18
  • Evangelie: Johannes 17, 20-26

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Drie lezingen. De eerste over de moord op Stefanus. De tweede over het visioen van Johannes in de Apocalyps en het Evangelie over Jezus gebed.

Beginnen we bij Stefanus. De keuze van deze lezing heeft te maken met Hemelvaartsdag. Stefanus ziet Jezus in de hemel, hij zegt: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Dit gedenken we altijd op tweede kerstdag, de marteldood van Stefanus. Op die dag gaat het om zijn dood, om zijn vergevende houding tegenover zijn moordenaars, om zijn getuigenis voor Jezus en om Paulus die daar in zijn jonge jaren getuige van was en ermee instemde.

Maar vandaag lezen we over Stefanus vanwege het visioen, hij ziet Christus, aan Gods rechterhand. Wat betekent dat? Staande aan de rechterhand van God? In de geloofsbelijdenis zeggen we: Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Het gaat er niet om dat we de hemel voorstellen als een paleis of een rechtbank, een koningstroon met Jezus naast God de Vader. Zo mogen we het wel tekenen, omdat wij mensen nu eenmaal graag onze gedachten vorm geven. Maar het gaat om iets anders.

We kennen het verhaal van Jozef die verkocht werd door zijn broers en uiteindelijk na veel ontberingen de tweede man werd na Farao. De tweede man. Farao liet alles aan hem over. Zijn rechterhand. Dat beeld klinkt door in zo’n visioen van Stefanus. Jezus zelf zegt het zo: “Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader; en wie de Vader is tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren” (Lucas 10, 22). En bij zijn afscheid: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde” (Matteüs 28, 18). Dat is wat het Evangelie bedoelt en wat ook Stefanus bedoelt. Dat wat hij in zijn visioen ziet is hier de uitdrukking van.

De eerste lezing gaat dus over de voltooiing; door Jezus kunnen wij nu naderen tot de Vader. Jezus is voor ons gestorven, Hij is voor ons uitgegaan om een plaats voor ons te bereiden, Hij is onze hogepriester en voorspreker.

Kijken we nu naar de tweede lezing; die heeft een ander thema, die gaat over wat erna komt. Na de hemelvaart en Jezus aan Gods rechterhand volgt dat wat we in de geloofsbelijdenis uitspreken: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde”. In het visioen van Johannes klinkt die belofte vandaag duidelijk: “Ik, Johannes hoorde een stem, die tot mij sprak: “Zie, Ik kom spoedig”.” En aan het einde van het boek van de Apocalyps zegt hij het nog een keer: “Hij die dit alles waarborgt, spreekt: “Ja, Ik kom spoedig.” Amen. Kom, Heer Jezus! De genade van de Heer Jezus zij met allen”.

Maar, zo kunt u denken. Dat was toch tweeduizend jaar geleden. Bij het woord ‘spoedig’ hebben we toch een ander idee. Spoedig, dan denken we morgen, overmorgen, wanneer we dat wat uitrekken, volgend jaar, maar tweeduizend jaar, is dat nog spoedig? Met die vraag hebben de eerste Christenen ook geworsteld. Wanneer komt Hij terug? Toen Johannes zijn boek, de Apocalyps schreef, was er al een halve eeuw voorbijgegaan vanaf Jezus verrijzenis. De kans is daarom groot dat hij dit schreef voor zijn parochie, voor zijn gemeente, zijn achterban die in verdrukking leefde, die snakte naar religieuze vrijheid, een kerk die uitzag naar Gods hulp in benarde tijden. Aan hen is dan dit woord gericht: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk”.

De wederkomst van Christus gedenken we elk jaar in de Adventtijd, op weg naar Kerstmis, met de verwachting van Jezus komst. Dan spreken ook we over een drievoudige komst. Zijn komst toen, in het jaar nul, bij zijn geboorte. Toen kwam Hij in de wereld. Zijn komst hier en nu, vandaag, in de liturgie, in de Sacramenten, in de Eucharistie; hier komt Hij opnieuw in ons midden. En eens aan het einde van de tijd zal Hij wederkomen. Dat is wat we in de geloofsbelijdenis zeggen: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde”. Aan het rijk dat mensen bouwen komt altijd een einde, maar aan zijn Rijk komt geen einde. Wereldrijken storten eens in elkaar, ook dat van het Rijke Westen, ook dat van Rustland en China, maar zijn Rijk, Gods koningschap, Gods heerschappij, het Rijk Gods zal altijd dichtbij zijn, onder welke menselijke heerschappij we ook vallen en onder welk wereldrijk of welke tijd ook. Het Rijk der hemelen is nabij en aan zijn Rijk komt geen einde.

Waar gaat dan het Evangelie over, als de eerste lezing gaat over de voltooiing van Jezus Hemelvaart en de tweede lezing over zijn wederkomst? Het Evangelie gaat over de tussentijd, onze tijd, over de Kerk, over zijn leerlingen, over dat wat voor Jezus heel belangrijk is: de eenheid. “Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U”.

Jezus bidt tot de Vader. Jezus is onze voorspreker. Hier horen we waar Hij om bidt. Om eenheid. Dat is niet de eenheid die nu plotseling in de NAVO optreedt, tegen een gezamenlijke vijand. Het gaat om eenheid in Christus. De Katholieke Kerk heeft veel zwaktes en tekorten, maar dit is haar kracht, in verbondenheid met de paus. Haar eenheid. Laten we ons hier en nu inspannen om de eenheid waar Jezus voor bidt ook zelf waar te maken. Dan is daar een grote zegen aan verbonden, dan is Hijzelf in ons midden. Amen.

Hemelvaartsdag

Donderdag 26 mei 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Jezus keert terug naar de Vader. Hij spoort zijn leerlingen aan om samen te komen in gebed. Dat doen ook wij hier en nu, in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 1, 1-11
  • Psalm: 47 (46), 2-3, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: Efeziërs 1, 17-23 of Hebreeën 9, 24-28; 10, 19-23
  • Alleluia: Matteüs 28, 19-20
  • Evangelie: Lucas 24, 46-53

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Tweemaal veertig. We hebben eerst de veertigdagentijd als een tocht op weg naar Pasen afgelegd. Vanaf Pasen zijn we nu op de veertigste dag. Opnieuw een veertigdagentocht, nu niet de weg via het lijden en sterven van Jezus naar zijn verrijzenis, maar de weg met de leerlingen vanaf de verrijzenis naar zijn hemelvaart.

Gedurende deze veertig dagen hebben we gelezen uit de Handelingen van de apostelen en uit het Evangelie, met name dat van Johannes. Het begon met de verschijningsverhalen. De vrouwen, Maria Magdalena, de Emmaüsgangers, de apostelen, Thomas, Petrus met de drie vragen.

Deze tijd was voor de apostelen een intensieve tijd. Wat deden ze in die weken? Ze probeerden het gewone leven weer op te pakken, maar ze kwamen ook steeds weer bij elkaar en dan, als ze spraken over Jezus, stond Hij plotseling voor hen. Maar ook als ze gingen vissen, stond hij ineens aan de oever. Bijzonder op de zondag, de achtste dag, stond Hij ineens in hun midden. Het is de verrijzenis-dag. De dag waarop Thomas zijn Heer herkent en uitroept: Mijn Heer en mijn God. Veertig dagen van verschijningen, Hij at met hen, Hij sprak met hen, Hij brak het brood met hen, Hij onderrichte hen, Hij maakte hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. En op de veertigste dag neemt Hij afscheid, Hij keert definitief terug naar de Vader.

Misschien denkt u, waarom is Hij niet gebleven, waarom bleef Hij niet verschijnen? Er zijn steeds weer nieuwe generaties die onderricht moeten worden, er zijn nieuwe vragen die opkomen. Wat ons aangaat, had Jezus niet terug hoeven te keren. Dat dachten de leerlingen misschien ook. Bij Johannes lezen we daarover. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, … Omdat Ik u dit gezegd hebt, is uw hart vol droefheid. Toch zeg Ik u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden.(Johannes 16, 5-7).

Het doel van Jezus komst op aarde is niet om hier te blijven. Het doel van ons leven op aarde is onze opgang naar God, ons einddoel is de hemel. Dat geldt natuurlijk ook voor Jezus. De hemelvaart van Jezus is de vervulling van zijn zending. Op het kruis zegt Hij: “Het is volbracht”. Zijn kruisweg, zijn lijden, de verlossing, het offer, de verzoening, dat alles is volbracht. Nu keert Hij terug naar de Vader. Het leven op aarde is tijdelijk. Ook wij zullen eens afscheid moeten nemen, ook wij zullen eens onze taken door moeten geven en aan anderen laten. Jezus is onze weg, Hij wijst ons de weg, maar, zegt Hij: “Ik zal u niet verweesd achterlaten” (Johannes 14, 18).

Jezus is onze weg. Wij gaan dezelfde weg die Hij is gegaan. Toen Jezus door Johannes werd gedoopt, daalde de Geest neer en bleef op Hem rusten. Daarmee wees de Geest hem aan op wie de Geest rust. Tegelijk was Jezus daarmee vervuld van de Heilige Geest die Hem de kracht gaf de werken van God te verrichten.

Dat staat nu de leerlingen te wachten. Jezus belooft de Heilige Geest, de Helper, met één doel, zijn leerlingen gaan door met de zending waarmee Jezus begonnen is. Jezus keert terug naar de Vader. Het aardse leven is eindig, ook dat van Jezus. Hij geeft zijn zending daar aan zijn leerlingen. We hoorden het in de eerste lezing: “… gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.”

Na de veertig dagen vanaf Pasen, volgen nog 10 dagen tot en met Pinksteren. Pinksteren is de vijftigste dag. In die tussentijd bidden wij de Pinksternoveen. Dat is wat we aan het einde van het Evangelie van vandaag lazen: “Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en zij verheerlijkten God”. Dat had Jezus hun ook voorgehouden: “… blijft dus in de stad totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.” De leerlingen zullen uiteindelijk samen zijn, in de tempel of in een huis, ze zullen bidden, zingen, God prijzen, en de Schriften bestuderen. We hoorden in de eerste lezing: “Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods”. Dat was het onderwerp waar Hij met hen over sprak, het Rijk Gods, het koningschap van God.

Het aardse leven is eindig. Jezus heeft zijn Kerk gesticht om zijn zending voort te zetten, van generatie op generatie, eeuw na eeuw, millennium na millennium. Maar wetend dat wij zwakke mensen zijn, beperkt, zondig, sterfelijk, belooft Hij de Heilige Geest, de Helper, de voorspreker, de advocaat, de trooster.

Jezus is onze weg. Wij gaan de Pinksternoveen in. Ook wij worden uitgenodigd deze dagen van Hemelvaart tot Pinksteren met extra gebed door te brengen. Het Pinksterfeest is niet alleen bedoeld als een feestdag om te herdenken en blij te zijn dat de H. Geest toen over Maria en de apostelen kwam, het is zoals de Eucharistie, niet alleen herdenken, maar opnieuw de werkelijkheid van Christus in ons midden. Zo is ook het Pinksterfeest bedoeld, opnieuw vervuld worden van de Heilige Geest, opnieuw zijn vuur in ons hart, opnieuw zijn Kracht die in ons werkt. En dat moet dan leiden tot hetzelfde, opnieuw getuigen van Gods grote daden, opnieuw de wereld in om alle mensen van goede wil van hem te vertellen, om: “zijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Amen.

Zesde Zondag van Pasen - Eerste Communieviering

Zondag 22 mei, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze zesde zondag van Pasen spreekt Jezus opnieuw over de liefde. Zijn Nieuwe Verbond is een liefdesverbond. Dat vieren we in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 15, 1-2.22-29
  • Psalm: 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8
  • Tweede lezing: Apokalyps 21,10-14. 22-23
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 14, 23
  • Evangelie: Johannes 14, 23-29

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Verleden week hoorden we Jezus zeggen: “Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben”. Vandaag zegt Hij: “Als iemand Mij liefheeft …” Verleden week sprak ik over hoe die liefde is, dat het een ander soort liefde is, anders dan in de gewone wereld. Vandaag komt de uitnodiging om Jezus lief te hebben, wanneer Hij zegt: “Als iemand Mij liefheeft …”

Onlangs heb ik al even een voorbeeld uit mijn eigen leven genoemd, dat ik nu wil herhalen. Ik was ergens in de twintig toen ik in de Mis de tekst hoorde: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht” (Marcus 12, 30). Ik vroeg me toen af hoe dat bij mij was; of ik God inderdaad beminde: Heb ik God lief? Houd ik van Jezus? Het drong tot me door dat dit wezenlijk is. Dit is het eerste gebod. Daar begint alles mee.

Toen ik mezelf dit afvroeg, kwam ik tot de conclusie dat ik niet zomaar kon zeggen dat ik van God houd. Ik herkende wel andere gevoelens. Ik heb eerbied voor God, hoogachting, respect, bewondering. Ik voelde ook wel vertrouwen en ik twijfelde niet aan Gods goedheid of aan het bestaan van God. Maar dat is niet hetzelfde als van God of Jezus liefhebben.

Vandaag zegt Jezus dus: “Als iemand Mij liefheeft …” Die vraag komt nu naar ons toe: houd u, houd ik van Jezus? Ik ben toen zelf begonnen met een tijdlang dagelijks de Oefening van Liefde te bidden, een oud gebed dat eindigt met de bede: “Heer geef mij steeds meer liefde”. Dat heeft mij geholpen.

De liefde komt de afgelopen weken steeds terug in de lezingen. In het evangelie van Johannes, binnen twee hoofdstukken, van 13, 31 tot 15, 17 komt 22 keer het woord liefde of liefhebben voor. Zo wil Johannes aangeven waar het om gaat in het Nieuwe Verbond dat Jezus met ons sluit. Het gaat om een liefdesverbond.

Zo wordt ook duidelijk waarom Johannes in zijn Evangelie na de roeping van de apostelen begint met de bruiloft te Kana. Daar openbaart Jezus zijn heerlijkheid. Het Nieuwe Verbond wordt uitgedrukt in een bruiloft. Die nieuwe Bruiloft, het Nieuwe verbond tussen God en de mensen, begint met Jezus de Nieuw Bruidegom.

Jezus is in de wereld gekomen om het Verbond tussen God en de mensen te voltooien, dat Verbond moet een liefdesverbond zijn. Gods liefde voor ons is nooit gestopt. Nu geeft Jezus namens ons antwoord op Gods liefde. Jezus is de bemiddelaar. Hij staat voor God de Vader namens ons en staat voor ons namens God de Vader. Namens de mensheid is Hij het Lam Gods; Hij geeft zichzelf uit liefde. Namens God is Hij de Redder die ons redt uit de zonde van haat en egoïsme.

Als Petrus na zijn drievoudige verloochening de verrezen Heer ontmoet, vraagt Jezus hem driemaal: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan dezen?” “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” Het eerste gebod: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht”, wordt concreet in onze liefde voor Christus.

Dit is ook de basis voor wat we in de eerste lezing hoorden. De discussie over de heidenen, of zij ook de hele Wet van Mozes moeten onderhouden. Uiteindelijk komen zij door de Heilige Geest tot het inzicht dat Jezus onze Wet is. Dat liefde voor God en de naasten de hele Wet vervult. Daar zien we het voorbeeld van wat de Kerk deze jaren probeert te vernieuwen; het synodaal proces, samen op weg gaan met God en elkaar. Zo waren de apostelen samen op weg in dit besluit. Bidden overleggen, uitwisselen, naar elkaar luisteren en tenslotte na het woord van Petrus en Jacobus volgt dan de brief waarin zij zeggen: “De heilige Geest en wij hebben besloten …” Dat is het synodaal proces waartoe de paus ons oproept. Opnieuw leren luisteren naar elkaar en naar de Heilige Geest.

In de tweede lezing mogen we dan zien waar het toe leidt: “Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde …” “En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid”.

Het is het visioen van de hemelse bruiloft, maar dan in de voltooiing. Die voltooiing hebben wij niet inde hand, die daalt uit de hemel neer, daarin is God aan het werk, die bouwen we niet op als een toren van Babel, met eigen handen en uit eigen kracht, die Nieuwe Stad komt van God uit naar ons toe.

Moeten we dan niet meewerken, jawel, op de manier die Jezus ons voorhoudt. Want iets van die Nieuwe Stad, die Nieuwe Hemel en die Nieuwe Aarde begint hier en nu: “Maar een tempel zag ik er niet want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel zoals ook het Lam”. Zo sprak Jezus: “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen”.

God Vader en Zoon zullen verblijf bij ons nemen door de komst van de Heilige Geest in ons hart. Zo begint Gods Koninkrijk in ons hart, in ons leven. Amen.

Vijfde Zondag van Pasen

Zondag 15 mei, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze vijfde zondag van Pasen wordt pater karmeliet Titus Brandsma heilig verklaard. Liefhebben zoals Jezus; dat is je leven geven voor de naaste, voor de waarheid. Daartoe worden wij uitgenodigd en dat vieren we in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 14, 21-27
  • Psalm: 145 (144) 8-9, 10-11, 12-13ab
  • Tweede lezing: Apokalyps 7, 9. 14b-17
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 13, 34
  • Evangelie: Johannes 13, 31-33a. 34-35

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Met deze zin maakt Jezus meteen duidelijk wat Hij bedoelt. En deze zin heeft pater Titus Brandsma beter begrepen dan veel anderen. Geboren op 23 februari 1881 in Ugoklooster bij Bolsward in Friesland is hij overleden op 26 juli 1942 in het concentratiekamp Dachau. We hebben zijn foto hier geplaatst. Vandaag verklaart paus Franciscus hem heilig. Hij maakt deel uit van die grote menigte die Jezus is gevolgd met hun getuigenis tot in de dood. Hij is trouw gebleven en is niet gezwicht voor de bedreigingen van de vijand.

Volgende week vieren we hier in de kerk de Eerste Communie. Deze zaterdag heb ik met de communicanten gesproken over het laatste avondmaal. Één punt heb ik deze keer wat extra naar voren gehaald. Jezus sluit met ons een Nieuw Verbond. De huidige politieke situatie kan ons helpen dat Verbond beter te verstaan. Finland en Zweden willen aansluiten bij de NAVO, vanwege het verbond dat die landen met elkaar hebben, een voor allen en allen voor een. Die verbondenheid moet een zekere veiligheid garanderen.

Jezus sluit een Nieuw Verbond tussen God en de mensen. Jezus geeft zijn leven om ons vrij te maken en met God te verzoenen. Bij dat verbond klinkt nu de vraag door: Zijn wij ook bereid ons leven te geven voor Hem en elkaar? Het Verbond van God met de mensen dat al was begonnen bij Noach en zich ontvouwde via Abraham, Mozes en David, krijgt door Jezus een heel nieuwe laag. Onze trouw aan God wordt door Jezus volledig vervuld. In Jezus is de mensheid trouw gebleven aan God, volledig, tot in de dood. Blijven wij nu trouw aan Jezus, dan delen we met Hem in dat Nieuwe Verbond.

Dat wordt duidelijk als Jezus tijdens het laatste Avondmaal de kelk neemt en zegt: Neemt en drinkt hier allen uit, want dit is de kelk van mijn Bloed, het Bloed van het Nieuwe en Eeuwige Verbond”.

Toen pater Titus Brandsma door het land trok en redacties bezocht van allerlei katholieke kranten, probeerde hij de katholieke redacteuren te overtuigen om niet in zee te gaan met de NSB. Samenwerken met de NSB kon aantrekkelijk lijken, dan kreeg je medewerking van de bezetter en had je minder te vrezen. Maar daarmee verkoop jij je ziel wel aan de duivel. De ideologie van de Nazi’s had Titus Brandsma veel scherper door dan veel anderen. Er bestaan geen Übermenschen of untermenschen, alle mensen zijn Gods kinderen. Er bestaat geen edel Germaans ras dat superieur is aan anderen. Alle vormen van discriminatie moeten worden uitgebannen. Pater Titus Brandsma schrijft vervolgens een brief aan kardinaal de Jong. Wat hij daarin schrijft is niets anders dan wat hij al eerder had geschreven. Het wordt de basis voor een brief die de kardinaal naar alle bisdommen en parochies stuurt om voor te lezen. De Nazi’s zijn furieus. En zij beseffen dat Titus Brandsma hier achter zit.

Pater Titus Brandsma was niet naïef. Hij wist dat hij risico liep. Er waren al talloze mensen opgepakt. Hij schreef daar ook over. Maar hij leefde in die diepe verbondenheid met Jezus, die een antwoord is op de liefde van Jezus. Jezus heeft zijn leven gegeven voor ons en voor de hele wereld. Pater Titus is bereid voor Jezus zijn leven te geven. De waarheid van het Evangelie, de waarheid van Gods liefde, de waarheid over Jezus, die zal hij blijven verkondigen, wat de bezetter ook wil. Geen bedreiging houdt hem daarvan af.

Zo staat pater Titus in het Nieuwe Verbond, het Bloedverbond waarmee Jezus een nieuwe fase voor de mensheid heeft ingeluid. Elkaar liefhebben, zoals Jezus ons heeft liefgehad. Jezus zou niet zwichten voor de claims van de hogepriesters en de schriftgeleerden, de Farizeeën en de Sadduceeën, het Sanhedrin en de Herodianen. Het enige wat zij konden doen was met bedrog en list en een valse rechtspraak Hem ter dood veroordelen. Maar daarmee bezegelden zij hun eigen ondergang, want daarmee toonden zij hun eigen onrechtvaardigheid en onzuiverheid aan.

Pater Titus begreep dat hij in zekere zin voor hetzelfde stond als de apostelen. We hoorden het in de eerste lezing: “In die dagen keerden Paulus en Barnabas terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat zij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan”. Met zijn brieven en ronde langs de redacties deed pater Titus hetzelfde. Hij spoorde collega journalisten aan trouw te blijven aan de waarheid, aan Christus en zijn Kerk. En hij moedigde hen aan in het geloof te volharden en te beseffen dat ook wij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan.

Die boodschap van pater Titus was niet gemakkelijk. Want al te lang hadden wij geleefd in het idee dat het visioen van de tweede lezing al dichtbij begon te komen: “Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer.” Lang hebben we gedacht dat dit visoen de voltooiing was van onze missie als Kerk, dat wij dat konden bereiken. Nog even en de hele wereld zou katholiek zijn. Maar daarmee halen we de toekomst naar ons toe en vullen hem in naar ons idee. De heilige Stad daalt van God uit de hemel neer. Nee, wij zullen net als pater Titus, in onze tijd op moeten komen voor de waarheid van het Evangelie, trouw blijven aan het Verbod dat Jezus heeft gegeven. Ons ‘Amen’ bij de Communie mag ons antwoord zijn aan Hem, ons woord van trouw, door dik en dun, ons leven geven uit liefde voor God en de naasten. Amen.

Vierde Zondag van Pasen - Viering 100-jarig bestaan parochiekerk

Zondag 8 mei, 14:00u

Celebrant: mgr. Van den Hende

Vandaag, op roepingenzondag, vieren wij het 100-jarig bestaan van de afgebouwde parochiekerk. Wat 100 jaar geleden begon als de Sint-Elisabethkerk is uitgegroeid tot de huidige kathedraal van Rotterdam.

De pontificale Hoogmis begint om 14u. Bisschop J.H.J. van den Hende zal voorgaan. Na de viering zullen er hapjes en drankjes uit de verschillende groepen en culturen die de parochie rijk is geserveerd worden.
Volgens traditie van de parochie is er een portret geschilderd van de in 2019 overleden plebaan Chris Bergs. Vandaag zal ook dit portret onthuld worden.
Met de viering wordt een jubileumjaar afgetrapt. Gedurende het hele jaar zullen er culturele en muzikale activiteiten georganiseerd worden.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 13, 14. 43-52
  • Psalm: 100 (99), 2, 3, 5
  • Tweede lezing: Apokalyps 7, 9. 14b-17
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 10, 14
  • Evangelie: Johannes 10, 27-30

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Hieronder de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering zal mgr. Van den Hende zijn eigen preek voordragen.

Wat is roeping? Daarvoor begin ik bij de eerste mens op aarde. De Bijbel noemt hen Adam en Eva en beschrijft dat zij met God wandelen in de tuin. Het is een schets van een paradijselijk leven in volmaakte eenheid met God en elkaar. Wandelen in de tuin; samen zijn en spreken met elkaar. Tot het fout gaat. Het bekende verhaal van de slang in de boom, de bekoring, de verleiding en de val. Dan gebeurt er iets bijzonders. God zoekt de mens en roept de mens. Maar de mens heeft zich verstopt, is bang geworden door zijn zonde, is door schaamte overvallen. God roept, maar de mens verstopt zich, houdt zich schuil voor God en zoekt de duisternis in plaats van het licht.

Wat is roeping? Misschien is het meest wezenlijke wel dat iemand bij roeping toelaat dat een ander invloed krijgt in zijn of haar leven. Dat begint al in het klein. Draait het gezin om jou of mag het gezin een beroep doen op jou? Draait de school of de vereniging om jou, om mogen zij op jou een beroep doen? Draait de wereld om jou of mag de wereld een beroep doen op jou? Draait de Kerk om jou of mag de Kerk op jou een beroep doen? Draait God om jou of mag God op jou een beroep doen. Bij roeping word je geroepen. Het initiatief ligt niet bij jou maar bij degene die roept. Bij roeping in de Kerk gaat het erom dat God roept en dat de mens antwoordt. Het betekent dat je God toelaat in je leven, dat God zeggenschap krijgt over jouw levensweg, dat je God de ruimte geeft om de koers te bepalen.

Misschien is dat in onze tijd wel een van de grote belemmeringen. Onze cultuur is er op gericht dat jij jouw eigen lot bepaalt, dat jij zelf de regie over je leven neemt, dat je aan carrièreplanning doet, ja dat je uit het leven haalt wat erin zit. Als dat onze cultuur is, dan gaan onze gedachten niet uit naar God, of God misschien een plan heeft, of God mij een richting wil wijzen? Of er een koers is waarbij het niet om mijn plannen gaat, maar waarin mijn leven vruchtbaar wordt voor Gods koninkrijk?

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij”. Roeping bestaat bij de gratie van luisteren. Maar ook dat is in onze tijd lastiger geworden. Hoe meer kabaal, hoe meer drukte, hoe meer omgevingsgeluid, des te lastiger wordt het om te luisteren. Dat geldt ook voor onze innerlijke stem. Hoe meer er in ons hoofd omgaat, des te lastiger wordt het Gods stem in ons leven te herkennen. Maar altijd gaat daaraan vooraf de vraag, zijn we bereid God toe te laten in ons leven, mag Hij iets te zeggen hebben over mijn levensweg?

Wanneer we daartoe bereid zijn, begint het tweede probleem. Hoe ontdek ik Gods wil in mijn leven? Hoe kom ik er achter wat God van mij vraagt of wat God mij aanbiedt? De roepingsverhalen in het Oude Verbond kunnen ons daarbij helpen. God is onzichtbaar, je kunt hem niet vasthouden. Hij verschijnt aan Mozes in een brandend vuur, mysterieus, maar Mozes hoort wel een stem, door dat vuur heen. In het Nieuwe Verbond, als Paulus zijn bekering op weg naar Damascus doormaakt, ziet hij een licht en hoort hij een stem.

Het is dus mogelijk om Gods stem in je leven te herkennen. Dat kan heel concreet zijn, persoonlijk in een bijzondere religieuze ervaring, zoals Mozes, zoals Paulus. Maar meestal gaat het om de stemmen van mensen, om woorden in de heilige Schrift, om een oproep door de Kerk, waardoorheen Gods stem klinkt. Daarna gaat het erom, als we ervaren dat God ons roept (en God roept uiteindelijk iedere mens), dat we gaan inzien waartoe Hij ons oproept.

God zendt zijn Zoon om het ons gemakkelijker te maken de weg te vinden. Jezus, de Goede Herder roept zijn apostelen, zijn leerlingen. “Mijn schapen luisteren naar mijn stem”, zegt Hij, “en Ik ken ze en ze volgen Mij”. Roeping bij Jezus is gericht op relatie en navolging, relatie met Jezus, Hij kent ons en wij kennen Hem, en op navolging van Jezus. Zoals in het begin de mens met God wandelde in de tuin, zo is het leven in het gezelschap van Jezus. Met Hem wandelen in de tuin van het leven, daarmee keert het oorspronkelijke doel van de schepping terug, Gods Koninkrijk is het herstel van het paradijs.

Wie antwoord geeft op zijn of haar roeping, breekt uit de kleine kring van het eigen bestaan, buiten de cirkel van de eigen carrière, de eigen planning. God krijgt een bepalende stem. Niet dat God ons dwingt of forceert. Het leven zelf heeft al grote invloed, het geeft talloze mogelijkheden maar ook allerlei beperkingen, denk aan oorlog, coronavirus, milieucrisis. Toch helpt de roeping ons buiten de beperkte kring te breken. Dat hebben ook de leerlingen ervaren. Eerst beperkten zij hun zending tot de Joden, het volk van Abraham. Maar Gods plannen beperken zich niet tot één volk, ook al heeft dat een bijzondere plaats in Gods hart omwille van de roeping van Abraham en de vele profeten. Gods liefde gaat uit naar alle mensen, alle volken, over heel de wereld.

Dat zagen we in de eerste lezing: Paulus en Barnabas beseffen wat het betekent: “Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen, opdat gij redding zoudt brengen tot aan het uiteinde van de aarde.” Het klinkt ook door in het visioen over het eindresultaat: “Ik, Johannes zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand”. Dit is waar roeping toe leidt. Dat we Christus leren kennen, naar Hem gaan luisteren en verstaan, hem gaan liefhebben en navolgen, met hem wandelen in het leven en doen wat Hij ons heeft voorgedaan. Amen.

Derde Zondag van Pasen - Gezinsviering

Zondag 1 mei, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze derde zondag van Pasen horen we opnieuw over een ontmoeting met de levende Heer. Net als toen mogen ook wij nu hier het Woord van de Heer horen en verstaan en Hem herkennen bij het breken van het Brood.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 5, 27b-32 40b-41
  • Psalm: 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11. 12a en 13b
  • Tweede lezing: Apokalyps 5, 11-14
  • Vers voor het Evangelie: Lucas 24, 26
  • Evangelie: Johannes 21, 1-19

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

De Goede Week is alweer ruim twee weken voorbij. Op dinsdag in de Goede Week lazen we een tekst van de profeet Jesaja: Ik citeer een stukje: De Heer sprak tot mij: ‘Gij zijt mijn dienstknecht, Israël, door u toon Ik mijn heerlijkheid’. Toen zei ik: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt’.

Kent u dat gevoel? Vergeefs heb ik mij moe gemaakt. Mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt. De profeet Jesaja kende dat gevoel en ook de profeet Elia. Na de overwinning op de Baälprofeten moet Elia vluchten. Na een tocht van een dag in de woestijn komt hij bij een bremstruik. Hij gaat eronder zitten. Hij verlangt te sterven en zegt:’Het wordt mij te veel, HEER; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen’.” (1 koningen 19, 4).

Vruchteloos zwoegen. Dat gevoel hebben de leerlingen na een lange nacht vissen. Het zal vast niet de eerste keer in hun leven zijn dat de vangst tegenvalt, het zijn beroepsvissers, maar helemaal niets is erg weinig. Dit gebeuren kan lijken op het werken in de kerk.

Hoeveel Rotterdammers zijn de afgelopen 50 jaar gedoopt en hebben hun Eerste Communie gedaan en zijn gevormd? Hoeveel komen er nog in de Kerk of doen nog iets met hun geloof. Hoeveel is er geprobeerd in de afgelopen halve eeuw door onze voorgangers. Ik heb in mijn jonge jaren pastoor Grimbergen nog meegemaakt, hij werd de eerste plebaan van de kathedraal, maar ook plebaan Marrevee en Holland en later plebaan de Lange en plebaan Bergs. Wanneer we deze jaren vergelijken met de eerste vijftig jaren van de afgelopen 100 jaar dan is het een verschil van dag en nacht.

Er is van alles geprobeerd, van Jesus Christ Superstar tot orgelconcerten, groepsgesprekken, de vuurdoop, noem maar op. Kijk ik naar de pastoraal in ons bisdom en ons land, dan kunnen velen zeggen: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt’. Hetzelfde gevoel van Petrus en de apostelen die een nacht lang gezwoegd hebben, gewacht, netten uitgeworpen en binnengehaald, met steeds lege netten.

En dan staat daar een man aan het strand die roept: “Jongens, hebben jullie geen vis?” “Neen,” antwoorden ze. Dan zegt Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen.”

Wat er dan gebeurt is eigenlijk opmerkelijk. Het is al ochtend geworden, de tijd voor de visvangst is feitelijk al voorbij. Bovendien beseffen ze nog niet dat het Jezus is. Petrus had dus heel goed kunnen roepen: “Laat maar, het zit er vandaag niet in, we stoppen ermee”. Maar nee. De opmerking van die onbekende man aan het strand: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen”, vindt gehoor. Ze doen het. De rest is bekend, volle netten, teveel voor het bootje, ze slepen het net mee naar de kust.

Wat gebeurt er met de leerlingen? Zij waren erbij op de bruiloft van Kana. Toen raakte de wijn op, en het bruiloftsfeest raakte in de problemen. Maria zei tegen de leerlingen: “Doe maar wat Hij je zeggen zal”. Even later waren er zes grote kruiken met de beste wijn. De leerlingen hebben ook de wonderbare spijziging meegemaakt. Jezus vroeg toen aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten? ”Andreas zei daarop: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?”. Als Jezus dan het dankgebed uitspreekt, vullen ze na de maaltijd van die vijf gerstebroden twaalf manden met brokken.

Die herinneringen hebben de leerlingen, een overdaad van brood en wijn. Wanneer ze nu deze overdaad aan vis zien, zegt Johannes: “Het is de Heer!” Het is dezelfde leerling die in het graf de doeken zag liggen en geloofde.

Kun je nu voorkomen dat je vruchteloos zwoegt? Kun je voorkomen dat je samen gaat vissen en niets vangt? Ik denk het niet, het hoort erbij. Maar het gaat er wel om dat we de stem van de Heer herkennen als Hij zegt: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen.” Het is de kunst om zijn stem te herkennen en het te doen.

Wat kan dat voor de leerlingen betekend hebben? Zij hebben eerst verkondigd aan de de Joden in Galilea en Judea. Maar gaandeweg ontdekken ze dat er onder de heidenen een groot verlangen leeft naar Gods Woord, een verlangen naar eeuwig leven, een verlangen naar zingeving van dit zinloze bestaan. Maar om de koers te kunnen wijzigen hebben ze een Woord van de Heer nodig.

Dit verhaal staat wel in contrast met andere verhalen van Jezus. Hij vertelt ook over het mosterdzaadje dat heel klein begint en langzaam uitgroeit tot een boom met grote takken. Steeds moeten we zoeken welk Woord van de Heer hier en nu van toepassing is. Moeten we gewoon doorgaan zoals een boer met het land, ploegen en zaaien in het vertrouwen dat er in de toekomst een oogst zal komen. Of maak je mee dat je op zijn Woord de netten uitgooit en dat ze overvol worden? In beide gevallen gaat het erom dat we luisteren, dat we bidden, dat we zijn Woord overwegen in ons hart en Hem herkennen die tot ons spreekt. Dan zal zijn Woord vrucht dragen in ons leven, in onze Kerk en in onze wereld. Of het nu klein begint en groeit, of dat er ineens een groot resultaat is, het gaat er steeds om dat we Hem verstaan en herkennen als Hij tot ons spreekt. Amen.

Tweede Zondag van Pasen (Beloken Pasen)

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Zondag 24 april, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op de tweede zondag van Pasen vieren we de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Die barmhartigheid van God doorbreekt in het evangelie de twijfel en het ongeloof van de apostel Thomas. Dezelfde genade mogen ook wij vragen in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 5, 12-16
  • Psalm: 118 (117), 2-4, 22-24, 25-27a
  • Tweede lezing: Apokalyps 1, 9-11a. 12-13. 17-19
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 20, 29
  • Evangelie: Johannes 20, 19-31

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

Afgelopen Paaszondag vertrok ik vanuit de vraag of u wel eens gefaald hebt. De mensengeschiedenis staat bol van falen, individueel en collectief. Vandaag faalt het geloof van de apostel Thomas.

Ik wil daarom vertrekken bij de vraag waarom Thomas niet kon geloven. Zo kunnen we op het spoor komen wat Jezus belangrijk vindt in ons geloof. Ik schets u kort de geschiedenis zoals we die net hoorden. Jezus verschijnt aan zijn leerlingen. Thomas weigert dat te geloven. De zondag erna is Jezus opnieuw in hun midden. Thomas is er nu wel bij en belijdt dan zijn geloof als hij zegt: “Mijn Heer en mijn God.” Hoe vindt die ommekeer plaats?

Jezus zegt: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” Wat is nu dat geloven? De apostelen hadden gezegd: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar Thomas weigert zijn medeapostelen op hun woord te geloven. Daar doelt Jezus op als Hij vragenderwijs zegt: “Omdat ge Mij gezíen hebt gelooft ge?” Jezus wil dat Tomas en wij geloven op het woord van betrouwbare getuigen.

De apostel Paulus zal later schrijven: “Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid. (1 Kor. 1, 22-23)” Thomas moet loskomen van zijn eigen denken, of zoals Jezus in Kana tegen de hofbeambte zei: “Als gij geen wondertekenen ziet, dan gelooft gij niet.”

Hoe graag zouden we die tien plagen nog een keer zien en vervolgens de zee zien opengaan zodat een heel volk over de bodem kan trekken! Hoe graag zouden we die stenen platen zien die Mozes op de berg kreeg! Maar die hofbeambte uit het Evangelie die ik noemde, begreep het, hij zei: “Heer, kom toch eer mijn kind sterft!” Het ging hem niet om het zien van een wonder of teken, het gaat hem om de genezing van zijn zoon. Vervolgens zou blijken of hij Jezus gelooft op zijn woord. Jezus gaat niet mee, maar zegt: “Ga maar, uw zoon leeft.” De man geloofde wat Jezus hem zei en ging op weg.

Die vraag mogen wij ook aan onszelf stellen. Geloven wij op het Woord van Christus, op het woord van de Apostelen, op het woord van de Kerk? Geloven wij op basis van betrouwbare getuigen? Of willen wij, zoals de Joden in Jezus' tijd, eerst tekenen en wonderen zien? Of zijn wij Westerlingen eerder net als de Grieken, als de heidenen, en verlangen wij een vorm van wijsheid, van kennis, van wetenschap, van filosofie, van theologie, van dogmatiek, willen we redeneringen en redevoeringen, willen we taalspel met mooie verhalen of mooie muziek, wat willen we? Willen we een overtuigend verhaal dat past in de tijdgeest, willen we troostvolle woorden, als ze maar niet botsen met het politiek correcte denken van onze tijd?

Waarom kon Tomas niet geloven en wat kon hij niet geloven? Ik vermoed dat dit kwam door de Joodse dogmatiek van die tijd, die zegt dat God het goede loont en het kwade straft. Iemand die aan het kruis sterft dus moet dus een zondaar zijn, anders zou God het verhoeden. Wat de apostelen gezien hebben, kan dan nooit Dezelfde zijn als Degene die aan het kruis hing en stief en werd begraven. Dus zegt Tomas: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Daarom zegt Jezus tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Degene die aan het kruis stierf is dezelfde die hier voor je staat.

Paulus schrijft: “Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid.

Tomas kon zich niet voorstellen dat Gods goedheid, Gods barmhartigheid zich zou openbaren via de weg van het kruis. Hij kon zich niet voorstellen dat het lijden en sterven van een rechtvaardige ten goede kon komen aan heel het volk. Maar hij had het kunnen weten, als hij Jesaja goed had gelezen. Zijn denken was geblokkeerd door de tijdgeest van toen.

Hoe zouden wij hebben gereageerd? Misschien net zoals Tomas, maar met wat andere vragen: Ik zal niet geloven als Jezus niet uitlegt hoe God al die ellende in de wereld kan toestaan. Ik geloof niet als Jezus niet uitlegt waarom rechtvaardige mensen zoveel ellende meemaken. Ik geloof niet in God als Jezus niet uitlegt waarom wij God niet kunnen zien. Ook wij kunnen in deze vragen blijven hangen, net als Tomas die niet geloofde, … tot hij Jezus zag.

Vandaag op Beloken Pasen, op de zondag van de goddelijke barhartigheid mogen we ons bewust worden dat de barmhartigheid van God geen goedkope barmhartigheid is. Wij zien niet de plagen van Egypte, maar we zien dat Jezus mensen geneest en hoe zijn Kerk die dit werk voortzet. Wij zien geen stenen platen met Gods geboden erop, maar wij zien dat in Jezus, Gods Woord Vlees is geworden, Jezus doet Gods Woord, brengt het in praktijk, Hij draagt en verdraagt, hij volbrengt de waarheid en de wijsheid, Hij toont Gods liefde tot het uiterste toe. Jezus roept ook ons op om te geloven, omdat betrouwbare getuigen ons de waarheid over Jezus, over God en over onszelf hebben doorgegeven, opdat ook wij geloven en leven. Amen. Alleluia. Zalig Pasen.

Tweede Paasdag

Maandag 18 april 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen, 2, 14. 22-32
  • Psalm: 16 (15), 1-2a. 5. 7-8. 9-10. 11
  • Alleluia: psalm 118 (117), 24
  • Vers voor het Evangelie: 1 Korinte 5, 7b-8a
  • Evangelie: Matteüs, 28, 8-15

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Voor deze viering is helaas geen preek van plebaan Hagen beschikbaar

Hoogfeest van Pasen

Zondag 17 april 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Wij vieren Pasen, het verrijzenisfeest. Maar wordt dit in onze tijd nog wel zo gevoeld. Deze ochtend worden wij uitgenodigd zijn verijzenis innerlijk mee te maken, want daarvoor zijn we hier. De verrezen Heer brengt ons samen.

Het geluid bij de livestream kan slecht zijn. Wij werken hard aan het oplossen ervan en vragen hiervoor uw geduld. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 10, 34a. 37-43
  • Psalm: 118 (117), 1-2, 16ab-17, 22-23
  • Tweede lezing: Kolossenzen 3, 1-4
  • Vers voor het Evangelie: 1 Korinte 5, 7b-8a
  • Evangelie: Johannes 20, 1 -9

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Hebt u weleens gefaald? Kent u dat gevoel? Anderen zijn geslaagd, jij niet. Je schaamt je, je hebt het gevoel dat je gefaald hebt.

Of dat karwei op je werk. Jij moet het aansturen, maar het lukt niet, verkeerd ingeschat, tegenslagen. Iedereen kijkt jouw kant op. Je hebt gefaald.

Je kinderen gaan een weg die jouw weg niet is, je denkt dat je hebt gefaald hebt al moeder, als vader.

Mensen kunnen last hebben van faalangst. Sommige verlammen dan, anderen herinneren zich plotseling niets meer van alles wat ze erin gestampt hebben, weer een ander wordt overactief in een soort paniek. De angst om te falen kan heel je leven meespelen, veel mensen hebben er last van. Het beïnvloedt je doen en laten en het geeft stress. Maar wat heeft dat met Pasen te maken?

We vieren de verrijzenis, maar hoeveel falen is daaraan vooraf gegaan? Adam en Eva hebben gefaald. Het was een simpele test. Het scheppingsverhaal vertelt het ons, dié boom daar wel en dié boom daar niet. Maar de mens uit de evolutie kan moeilijk weerstand bieden aan de bekoring.

Het volk van Abraham heeft gefaald. Het begon met de broers van Jozef die hem in de put stopten en verkochten aan handelaars uit Egypte. Mozes heeft gefaald, hij vermoordde een Egyptenaar en moest vluchten. Tijdens de uittocht hield Hij Gods eer onvoldoende hoog, zo mocht hijzelf het volk niet het Beloofde Land binnen brengen.

Maar ook daarna, het Volk Israël kent een lange reeks van falen. Steeds opnieuw moest God rechters en profeten sturen omdat ze zich niet hielden aan Gods Verbond.

Tijdens de kruisdood van Jezus hangen twee moordenaars naast Hem. Ook zij hebben gefaald. Toch krijgt een van hen te horen dat hij binnen mag in het Paradijs. Ik heb u er eerder aan herinnerd dat alle mensen zondaars zijn. Maar er zijn globaal twee soorten zondaars, zij die met berouw hun zonden erkennen en zij die dat niet doen.

Zo zijn er ook twee manieren van falen. Je kunt falen in de ogen van de wereld, of falen in de ogen van God. De hogepriesters, de Farizeeën en de Schriftgeleerden lijken niet te falen in de ogen van de wereld. Zij weten hun gezag en positie en hun eigen gelijk in stand te houden. Maar zij falen in de ogen van God door Gods Zoon af te wijzen.

Jezus faalt in de ogen van de wereld. Hij kan zichzelf niet redden, Hij grijpt niet naar het zwaard en Hij weerhoudt zijn leerlingen om het zwaard op te pakken. Heel zijn werk, zijn aanzien, zijn positie, alles wat Hij heeft opgebouwd wordt in een klap neergeslagen. In de ogen van de wereld faalt Hij als koning, als messias, als redder. Maar in de ogen van God faalt Hij niet.

Het is zelfs zo dat wanneer wij wel falen in de ogen van God, zoals Petrus die zijn Heer verloochende door te ontkennen dat hij leerling van Jezus was, God ons uitnodigt om met ons falen, ons tekort, onze beperking, naar Hem terug te keren, met berouw en het verlangen ons te verbeteren. Dan falen we ineens niet meer in zijn ogen, maar brengt Hij ons van dood naar leven.

Het is Pasen, we vieren dat Hij van wie ze zeiden dat Hij gefaald had, dat Hij mislukt was, dat Hij die achteloos was weggeworpen als een afgekeurde steen, tot hoeksteen van Gods Nieuwe Schepping is geworden.

Wat mag de verrijzenis zo voor ons betekenen? Uw keuze voor God, voor zijn Kerk, voor zijn Volk, kan door de wereld worden gezien als zwakte, als dwaasheid. Sommigen noemen geloof een vlucht uit de werkelijkheid, iets voor loosers, voor beklagenswaardige verliezers die het aan zichzelf te danken hebben, iets voor mensen die de harde werkelijkheid niet aan kunnen. Anderen denken dat geloof achterhaald is, iets voor mensen die niet mee kunnen met de wetenschappelijke ontwikkeling. Het is dwaasheid in de ogen van de wereld.

Maar uw keus voor God en zijn Kerk, voor zijn Volk, voor zijn mensen, is in Gods ogen wijsheid. Want u erkent dat u zondaar bent, u erkent dat u fouten maakt, u erkent dat u tekort schiet, u erkent dat u niet aan alle eisen van de wereld kunt voldoen en ook niet aan de eisen waarvan we denken dat God ons die stelt. Daarmee hoort u in Gods ogen bij Jezus die de winnaar blijkt te zijn.

Jezus verlost ons van faalangst, Hij verlost ons van de angst om te sterven. Sterven is het grote falen, het is alles verliezen, sterven is de laatste strijd die we niet kunnen winnen. Jezus verrijst uit de dood. Wie is nog bang om te sterven, wie is nog bang om te falen? We horen bij Hem die werd vernederd, die werd afgewezen, bespot, mishandeld, gegeseld en vermoord, maar die heeft laten zien dat zijn weg de enige weg is die de dood overwint.

Wat een vrijheid, daarom zingen we alleluja, verlossing uit de boeien van de wereld die ons gevangen wil houden in het idee dat we aan haar eisen moeten beantwoorden, want anders falen we. Bevrijding uit een wereld die ons faalangst inprent, zodat we doen wat de wereld van ons verwacht. Deze nacht verrijzen we mee met Hem die de dood heeft overwonnen, die ons vrijmaakt, die ons verlost en redt. Amen. Alleluia. Zalig Pasen.

6e Zondag van de Veertigdagentijd - Palm- en Passiezondag

Zondag 10 april 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Met de viering van Palm- en Passiezondag begint de Goede week. We horen vandaag het Evangelie van de feestelijke intocht in Jeruzalem en het Evangelie van het lijden en sterven van Christus. “Hosanna” en “Kruisig Hem” staan dicht bij elkaar.

Het geluid bij de livestream is op dit moment erg slecht. Ondanks meerdere pogingen is het probleem nog niet opgelost. Wij werken hard aan het oplossen ervan en vragen hiervoor uw geduld. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 50, 4-7
  • Tussenzang: Psalm 22 (21), 8-9, 17-18a, 19-20, 23-24
  • Tweede lezing: Filippenzen 2, 6-11
  • Vers voor het Evangelie: Filippenzen 2, 8-9
  • Evangelie: Lucas 22, 14-71 + 23, 1-56

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Als u bij de avondplechtigheden van komende Goede Vrijdag kunt zijn, dan hoort u deze week twee keer het lijdensverhaal. Vandaag op Palmzondag van het lijden van de Heer hoort u het passieverhaal volgens Lucas. Aanstaande vrijdag het passieverhaal volgens Johannes.

U begrijpt dat het in grote lijnen dezelfde gebeurtenis is, toch legt Johannes de nadruk op andere dingen. In het Evangelie volgens Johannes is Jezus Heer en Meester van de hele situatie. Hij gaat bewust door lijden en sterven heen. Zijn neergang is tegelijkertijd zijn verheffing. Dat begint al in de Hof van Olijven als de soldaten terugdeinzen en op de grond vallen. Bij Johannes draagt Jezus Zelf het kruis en zijn kruiswoorden zijn gericht tot zijn moeder en zijn leerling.

Vandaag Bij Lucas vind je andere kruiswoorden. We hoorden een gesprek tussen twee moordenaars, de ene links en de andere rechts van Jezus. De ene moordenaar zegt tegen Jezus: “Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.” De ander zegt: “Heb zelfs jij geen vrees voor God terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? En wij ondergaan dat vonnis terecht, want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.”

Bij Lucas ligt de nadruk op de houding van Jezus tegenover de zondaar die berouw heeft. Tegen hem zegt Jezus: “Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”

De apostel Paulus zegt dat we allemaal zondaars zijn. Maar er zijn verschillen. Er zijn globaal twee soorten zondaars. De ene zondaar weet dat hij of zij zondaar is en erkent dat. Maar het lukt niet om er los van te komen, ook al willen ze dat diep in hun hart wel. De andere soort zondaar negeert zijn of haar eigen zonden en wil alleen onder de straf uitkomen.

De afgelopen zondagen konden we horen dat Jezus zei: Ik ben gekomen om te redden wat verloren was. De jongste zoon in de parabel was dood, maar nu leeft hij weer. Jezus ging het huis binnen van Zacheüs en deze tollenaar weer tot leven. De vrouw die ze wilden stenigen kreeg vergeving en mocht leven.

Toch zullen zij allemaal eens moeten sterven. Het aardse leven is eindig en vergeleken met de eeuwigheid maar kort. Dat het uiteindelijk om het andere leven gaat, klinkt door in het antwoord van Jezus aan de moordenaar die berouw had.

Die woorden bieden troost en hoop. Jezus noemt zichzelf de dokter die niet gekomen is voor de gezonden maar voor de zieken. De zondaars zijn voor Hem de zieken die Hem als dokter nodig hebben. Wie dus zijn of haar schuld erkent en daarmee naar deze dokter Jezus gaat, vindt genezing voor de ziel en die krijgt uiteindelijk op het moment van sterven ook dit antwoord: “Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs.” Amen.

5e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 3 april 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Jezus wil redden wat verloren dreigt te gaan. Hij weet een vrouw te redden van de dood door steniging. Zo biedt Hij ook ieder van ons een nieuw begin, juist nu in deze veertigdagentijd.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 43, 16-21
  • Tussenzang: Psalm 126 (125) 1 -2ab, 2cd-3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Filippenzen 3, 8-14
  • Vers voor het Evangelie: Ezechiël 33, 11
  • Evangelie: Johannes 8, 1-11

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Verleden week hadden we de beroemde parabel van de verloren zoon. Maar het Evangelie van vandaag is minstens zo beroemd. De overeenkomst met verleden week is opnieuw de barmhartigheid. Gods barmhartigheid overstijgt onze menselijke ideeën over rechtvaardigheid.

Jezus zit daar zoals leraren in de tempel zitten. Hij geeft onderricht. Maar als de schriftgeleerden en Farizeeën bij Hem komen spreken ze Hem eigenlijk niet aan als leraar, maar als rechter. Ze zeggen: “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef”.

U hoeft niet veel voorstellingsvermogen te hebben om te snappen wat voor toestand dat was. Maar vreemd. Bij overspel zijn er toch minstens twee? Waar is dan die man? Hoeft die man die met haar overspel bedreef niet voor de rechter te verschijnen? En hebben ze deze vrouw ook gehoord? Heeft zij zich mogen verdedigen? Heeft zij de kans gekregen haar versie van het verhaal te vertellen? In onze tijd van MeToo is dat hoogst actueel. Het lijkt er in dit geval niet op. Je krijgt de indruk dat ze dat ook niet nodig vinden, want het staat zo in de wet. Mozes heeft ons bevolen zulke vrouwen te stenigen. De doodstraf dus. Wat valt daar tegen te verdedigen of uit te leggen?

Jezus zegt niet: “Ach, het valt wel mee.” Of: “Zo erg is deze zonde niet.” Jezus zwijgt en dan buigt Hij zich voorover vanuit zijn stoel en schrijft met zijn vinger op de grond. Waar kennen we dat gebaar van? Ooit verklaarde Daniël aan koning Belsassar, die een schrijvende hand op de muur had gezien, wat daar geschreven was: “Mene, tekel, ufarsin”. Je dagen zijn geteld. Je bent te licht bevonden. Je koninkrijk wordt ingenomen. En kijk je bij de profeet Jeremia, dan lees je daar: “Allen die U verloochenen, staan beschaamd; die zich van U afkeren, worden in de aarde geschreven, want de Heer hebben zij verlaten, de bron van levend water” (Jeremia 17, 13).

Schrijft Jezus nu deze woorden van Daniël of van Jeremia in de aarde? Of schrijft Hij dat wat Hij gaat zeggen: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen”.

Het is allemaal mogelijk. De schriftgeleerden en Farizeeën worden te licht bevonden want veertig jaar later, in het jaar 70, wordt Jerusalem ingenomen en inclusief de tempel verwoest. Wat schreef Jezus? We weten het niet precies. Maar de schriftgeleerden en Farizeeën die deze vrouw voor Hem hadden gebracht, begrepen het wel en verstonden wat Hij zei. Zij dropen af.

Maar die vrouw. Het gaat om overspel, ze is dus getrouwd en ze is fout. Of is ze in de val gelokt, zoals ze Jezus in de val wilden lokken? In ieder geval staat zij daar nu heel alleen voor Jezus. Jezus bukte zich eerst voorover van zijn stoel. Maar nu richt Hij zich op. Er ontstaat een gesprek. Voor het eerst horen we nu de vrouw. Jezus zegt: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld ?” Zij antwoordde: “Niemand, Heer.”

Maar de slotzin is hierin nog het belangrijkst: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” Jezus geeft haar nieuw leven, Hij redt haar van de dood. Heel letterlijk, ze wordt niet gestenigd. Hij redt ook haar ziel, ze ontvangt vergeving. Maar die nieuwe kans, dat nieuwe leven is niet eenvoudig. Het overspel was in zekere zin eenvoudiger. Een escape uit haar situatie. Een vlucht in woorden en liefkozingen van een minnaar. Maar nu moet ze terug naar haar man. Ze moet opnieuw beginnen. Hoe zal haar man hier tegenover staan? Kent hij haar? Begrijpt Hij haar? Heeft hij zichzelf misschien ook iets te verwijten, of niet? Is hij zonder zonden? Is hij bereid tot vergeving en verzoening? En zal de buurt er ook zo over denken, of hadden de buren het allang door? Had deze vrouw zelf een houding aangenomen van het interesseert me niet meer wat ze denken? Wat er ook op de achtergrond heeft gespeeld, het doet er eigenlijk niet meer toe. Deze vrouw was op een haar na dood en mag nu leven, zoals verleden week de jongste zoon die dood was en weer leefde.

Jezus zegt: “Ga heen en zondig van nu af niet meer.” Kan deze vrouw dat beloven? Wanneer God je een nieuwe kans geeft, wordt het er op zich niet gemakkelijker op. De wereld wijst ons de makkelijke wegen, Jezus wijst ons de weg ten leven. Deze vrouw beseft dat ze heel dicht bij de dood stond. Het had op een steniging uit kunnen draaien. En dat dit werkelijkheid is weten we omdat de diaken Stefanus gestenigd werd, maar ook de apostel Paulus werd gestenigd. Wanneer de dood zo dichtbij is gekomen, krijgt de nieuwe kans plotseling een heel nieuwe dimensie.

Kent u de oefening van berouw nog. Er is een nieuwe vertaling en die eindigt zo: Het is mijn vaste voornemen, mij met de hulp van uw genade te bekeren, niet meer te zondigen en te vermijden wat tot zonde kan leiden. Heer, wees mij genadig, omwille van het lijden van onze Verlosser, Jezus Christus. Die zin:

“niet meer te zondigen”, komt uit dit evangelie. De Kerk heeft daaraan toegevoegd: “… en te vermijden wat tot zonde kan leiden”. Dat is belangrijk. Het Nederlands gezegde luidt: je moet de kat niet op het spek binden. Ben je gevoelig voor alcoholverslaving, ga dan niet boven een slijterij of een café wonen.

Het is de vijfde week van de veertigdagentijd. We oefenen ons in het vermijden wat tot zonde kan leiden, een gezonde soberheid en onthechting om vrij te worden, op weg naar Pasen, het feest van de verrijzenis. Amen.

4e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 27 maart 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag horen we de beroemde parabel van de verloren zoon. Wie van ons moet niet erkennen soms afgedwaald te zijn, weg van de Vader? Wie dat erkent wordt door de Goede Herder welkom geheten in Gods huis.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jozua 5, 9a.10-12
  • Tussenzang: Psalm 34 (33) 2-3, 4-5, 6-7
  • Tweede lezing: 2 Korinte 5,17-21
  • Vers voor het Evangelie: Lucas 15,18
  • Evangelie: Lucas 15,1-3.11-32

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

U kent de gelijkenissen waarbij Jezus zegt: “Het Rijk der hemelen gelijkt op ...” “een schat, verborgen in een akker”, of “een mosterdzaadje”, of “ Het Rijk der hemelen gelijkt op een koopman, op zoek naar mooie parels”. Maar vandaag een gelijkenis waarbij Jezus niet vooraf zegt dat deze gaat over het Rijk der hemelen. Je moet daarom eerst kijken wat aan deze gelijkenis vooraf gaat. Daar staat eerst de gelijkenis over het verloren schaap. Dat eindigt met: “Zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben”. Dan volgt de vrouw die een muntstuk kwijt is. Daar eindigt Jezus met: “Zo, zeg ik u, is er vreugde bij de engelen van God over een zondaar die zich bekeert.”

Die twee korte gelijkenissen zou je kunnen zien als een inleiding op deze lange gelijkenis van de verloren zoon en de barmhartige vader. Het gaat hierbij dus om vreugde in het Rijk Gods wanneer een zondaar zich bekeert. Zo’n gelijkenis is bedoeld als een spiegel. Herken ik iets of iemand in dit verhaal. Wie is die jongste zoon? Ben ik dat? Wie is die oudste zoon? Ben ik dat? Wie is die vader? Ben ik dat? En dat huis van de vader dat hij verlaat, en dat land waar de jongste zoon een losbandig leven leidt, is dat hier, is dat mijn leven?

De kracht van een gelijkenis is natuurlijk dat je hem op meer situaties en tijden kunt toepassen. In dit geval is de eerste interpretatie duidelijk, Jezus spreekt tot Farizeeën en schriftgeleerden. Dat is overigens niet zonder risico dat Hij dat doet. Iets verderop bij Lucas lezen we na een gelijkenis: “De schriftgeleerden en de hogepriesters zochten op dat ogenblik de hand op Hem te leggen, want ze begrepen dat de gelijkenis die Hij vertelde op henzelf sloeg, maar ze waren bang voor het volk” (Lucas 20, 19).

De gelijkenis van de verloren zoon is ook wel toegepast op Israël en de heidenen. De heidenen als de verloren zoon en Israël als de oudste zoon. De gelijkenis is ook wel toegepast op iemand die zich aan het eind van zijn leven bekeert en bij God genade vindt. Maar hoe je het ook toepast, er wringt altijd iets bij ons. Het roept al snel een gevoel van onrechtvaardigheid op. De een heeft een leuk leven geleid en liet de problemen door anderen opknappen, maar wordt toch met open armen en feest ontvangen.

Kent u de gelijkenis van de werkers van het eerste uur en die van het laatste uur. De laatste hadden de hele dag staan te wachten op werk. Zij kregen op de valreep toch nog één uur werk; maar ze ontvingen een vol dagloon, net zoveel als de anderen die de hele dag hadden staan ploeteren. Ook bij die gelijkenis bekruipt je al snel een gevoel van onrechtvaardigheid.

En een heel andere situatie, dat is geen parabel, maar bij Marta en Maria kan dat gevoel ook opkomen. Maria zit lekker te luisteren naar Jezus terwijl Marta druk rondloopt om iedereen te bedienen. Als Marta daar iets van zegt, trekt Jezus partij voor Maria. Ook dat kan een gevoel van onrechtvaardigheid geven.

De hemelse rechtvaardigheid is de rechtvaardigheid van de liefde die de juridische rechtvaardigheid overstijgt. Het is de rechtvaardigheid van Gods barmhartigheid die onze menselijke rechtvaardigheid ver overstijgt.

Er is in dit verhaal nog een derde zoon, die eigenlijk de eerste zoon is. Die Zoon is Jezus zelf. Jezus staat voor de liefde van de Vader, Hij is Zelf de Goede Herder die op zoek gaat naar het verloren schaap. Jezus kent de vreugde als iemand zich bekeert. Zo zei Jezus toen Zacheüs hem ontving en zijn leven veranderde: “Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was” (Lucas 19, 9-10).

Er is een oorlog aan de rand van Europa. Als president Poetin, zo verstandig is de oorlog te stoppen en zich terug te trekken, krijgen we een nieuwe fase. Die is ingewikkeld. Laat je hem wegkomen met winst? Blijf je gas kopen? Ga je de overige handel weer herstellen? Ga je de geldstroom weer op gang brengen? Doen we dat dan uit menslievendheid voor de Russische bevolking of vanwege onze eigen economie. En hoe doen we het met Oekraïne? Hoe lang blijven we gastvrij voor de vluchtelingen? Zijn we bereid een recessie te dragen om hen hier langer op te kunnen vangen? Allerlei vragen zullen opkomen.

In de Tweede Wereldoorlog hebben de Nazi’s de oorlog verloren. Duitsland was bankroet en gebombardeerd. De Marshallhulp heeft het land er weer bovenop geholpen en Duitsland is nu de grootste economie van Europa. Toen is de gedachte gegroeid voor Europese samenwerking, met wederzijdse afhankelijkheid en betrokkenheid, met een gezamenlijke defensie. Dat zou een goede waarborg zijn om oorlog te voorkomen. Maar …, zo schreef Paus Franciscus afgelopen vrijdag in de Akte van toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria: “Wij hebben de verbintenissen die wij als gemeenschap van naties zijn aangegaan, veronachtzaamd. Wij hebben de vredesdromen van de volkeren en de hoop van de jongeren verraden. Wij werden ziek van hebzucht, wij dachten alleen aan onze eigen naties en hun belangen, wij werden onverschillig en verstrikt in onze zelfzuchtige behoeften en zorgen”.

Jezus nodigt ieder van ons uit een houding van onzelfzuchtige liefde en barmhartigheid aan te nemen, niet benepen en jaloers te zijn, maar vreugde te ervaren wanneer anderen de weg naar God en elkaar terugvinden. Amen.

3e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 20 maart 2022

Celebrant: pater M.R. Hoogland

In deze Eucharistieviering zijn we getuigen van Mozes die God ontmoet. We horen de apostel Paulus die zegt: Wie meent te staan moet oppassen dat hij niet valt. Zo roept ook Jezus ons op tot bekering opdat ons leven vrucht draagt.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 3,1-8a.13-15
  • Tussenzang: Psalm 103 (102) 1-2, 3-4, 6-7, 8 en 11
  • Tweede lezing: 1 Korinte 10, 1-6. 10-12
  • Vers voor het Evangelie: Matteüs 4, 17
  • Evangelie: Lucas 13,1-9

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pater Hoogland zijn eigen preek voorgedragen.

Waar houdt u deze dagen bezig? Oekraïne? Laten de beelden u niet los. Mij in ieder geval niet. Of zijn er problemen in de familie, bij vrienden, kennissen collega’s of medeparochianen? Wat betekent de laatste verkiezingsuitslag? Maakt u zich misschien zorgen om de Kerk, hoe houden al die miljoenen vervolgde christenen stand? Bent u bezorgd over de natuurrampen wat gaat deze zomer doen met de hitte? Of gaan u gedachten uit naar andere zaken? Houdt het klimaat u bezig? De nieuwszenders overladen ons met talloze onderwerpen, zijn al die geluiden en tegengeluiden waar of niet waar, is het nieuws of nep-nieuws? Wat houdt u bezig?

Er is veel ellende in de wereld. Soms roepen mensen daarom dat er dus geen God kan bestaan, want een goede en almachtige god zou dat allemaal wel voorkomen. Dit soort uitroepen zijn minder verstandig dan ze lijken. Het enige wat met zo’n opmerking duidelijk wordt is wat zij van God verwachten. Deze mensen schaffen een god af zoals zij zich die god voorstellen. Is het de schuld van God dat deze oorlog in Oekraïne woest? Of heeft dat toch vooral te maken met het verlangen naar macht die mensen hiertoe drijft. De eigenlijke vraag is daarom: Wie is God en hoe is God?

Hoe zou het Joodse volk over God gedacht hebben, na vierhonderd jaar verblijf in Egypte? Na eeuwen onderdrukking en slavernij, de moord op de jongetjes en het tweederangs leven? Zij zeiden niet: God bestaat niet. Zij stuurden hun jammerklachten juist naar boven, schreeuwden naar God zodat Hij het wel moest horen, riepen zijn hulp in, hielden niet op tot Hij hen zou verhoren. En dat gebeurde ook. Alleen gaat het altijd anders dan mensen vaak denken.

Wat voor redding hadden de Joden verwacht? Een goddelijk ingrijpen? Omkering van de macht, dat zij de machtigen werden en de Egyptenaren hun slaven? Dachten zij terug aan de verhalen over Jozef die onderkoning was geworden, de tijd dat zij privileges hadden en beschermd werden? Verlangden zij naar een vertrek, weg uit Egypte, op weg naar een eigen land, die herinnering was nog ouder dan de verhalen over Jozef. Als God je vrijmaakt, wat kost je dat dan? Ben je bereid die prijs voor de vrijheid te betalen?

God roept Mozes, in de woestijn. De geleerde en bekwame Mozes, opgevoed aan het Egyptische hof met alle deskundigheid van zijn tijd. Maar denken alleen doet hem God niet kennen. Je leert God slechts kennen als Hij zich aan je openbaart. De wetenschapper Mozes onderzoekt een vreemd verschijnsel. Een struik die brandt en niet verbrandt. Tijdens zijn onderzoek klinkt een Stem. Hoe klonk die Stem? In zijn oren, in zijn geest, in zijn hart? Hij hoort zijn naam: “Mozes.” Heel persoonlijk, zo persoonlijk dat hij zegt: “Hier ben ik”. Deze oproep klinkt nog iedere keer wanneer een diaken, priester of bisschop gewijd wordt. “Doe je schoenen uit, dit is heilige grond”. “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”

God leer je pas kennen als je Hem ontmoet, als Hij je noemt bij je naam, als Hij je duidelijk maakt dat Hij de God is van heel de geschiedenis, van je voorouders, van verleden, heden en toekomst.

“Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte.” “Ik daal af” zegt God. Zou het dan toch gebeuren? God komt, Hij daalt af, Hij grijpt in. Maar dan gaat God verder: “Ik heb ook gezien hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken. Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao. Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden”.

Als God afdaalt, komt Hij om ons te redden. Maar hoe doet Hij dat? Als God ingrijpt, stuurt Hij zijn gezant. God grijpt in door Mozes te zenden. God brengt verlossing door zijn gezant, steeds weer. Of dit Mozes is of Elia, of David, of een van de andere profeten. God grijpt in door zijn gezant te zenden. Roeping en zending maken deel uit van Gods reddende handelen in de geschiedenis. Het hoogtepunt daarin is Jezus. Jezus is een gezant, een gezondene, iemand met een zending. Jezus is tegelijk ook letterlijk God die afdaalt om zijn volk te bezoeken en hen te redden uit de verdrukking. Zijn naam betekent: Redding.

In onze tijd willen mensen soms een vadertje-staat-god, een multinational-god, een supercomputer-god, een god die alles naar onze wens bestuurt, die onze problemen oplost en ons een luilekkerleven bezorgt. Maar die god bestaat niet. Zo’n god is een afgod. Die scheppen we zelf, met alle desastreuze gevolgen van dien. Jezus waarschuwt zijn tijdgenoten dat redding alleen optreedt door bekering, jijzelf moet je bekeren.

De parabel van de vijgenboom die geen vrucht droeg was een verwijzing naar het Israël van zijn tijd. Gods Volk droeg geen vruchten van eerbied voor God en van naastenliefde. Veertig jaar later is Jeruzalem verwoest, de vijgenboom werd uiteindelijk toch omgehakt. Zij hadden de tijd niet erkend dat God genadig op hen had neergezien; dat God was afgedaald en was gekomen in zijn Zoon, zijn ultieme gezant. Wil je deel krijgen aan de redding die God biedt, dan is er maar één weg: Luisteren naar zijn Zoon en dat betekent voor onze tijd ook luisteren naar zijn Kerk. Want zo maakt Hij je los uit de greep van de huidige Farao’s. Maar dat kost je wel wat. Bekering betekent dat je daartoe bereid bent en dat je de stappen zet die nodig zijn om Hem te volgen. Amen.

2e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 13 maart 2022

Celebrant: pastoor R. Gouw

Vandaag voelen de leerlingen zich op de berg even in de hemel. Daar is het goed. Maar op aarde is het nog niet veranderd, daar moeten ze aan de slag. Dit geldt ook voor ons. In deze Eucharistieviering vragen we God om kracht en inspiratie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 15, 5-12.17-18
  • Tussenzang: Psalm 27 (26) 1, 7-8a, 8b-9abc, 13-14
  • Tweede lezing: Filippenzen 3, 17-4, 1 of 3, 20-4.1
  • Vers voor het Evangelie: Vanuit een schitterende wolk ...
  • Evangelie: Lucas 9, 28b-36

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

We leefden met ons hoofd in de wolken, na de Tweede Wereldoorlog riepen we: “Dat nooit meer”. Maar daar dacht het Communisme van de Sovjet Unie anders over. We hebben een koude oorlog gehad met constante dreiging van een kernoorlog. Maar ondertussen liepen we gaandeweg toch steeds meer met ons hoofd in de wolken, de economie groeide, de techniek ontwikkelde zich razendsnel, gezondheidszorg werd beter, er kwam meer luxe, we konden gaan reizen, trein, auto, vliegtuig, we konden contact houden, telegraaf, telefoon, mobieltje. We konden uitgaan, dansen, feesten, een nieuwe wereld … we liepen met ons hoofd in de wolken.

Daar moest ik aan denken met het Evangelie van vandaag. De apostelen zijn ook even in de wolken. Maar de wolk op de berg bij de apostelen is anders dan de wolken van welvaart en luxe waar wij in liepen. De wolk op de berg is een wolk die ons uit die andere wolken weghaalt. Uit die wolk klinkt Gods stem. De wolkennevel van de wereld houdt ons gevangen in een roes en verhindert een heldere kijk op de dingen. In de wolk van God klinkt Gods stem die ons verlost en vrijmaakt uit de roes van de wereld.

Maar daaraan vooraf was een moment dat Petrus op een andere manier in de wolken was, een stralende Jezus, twee groten uit de geschiedenis, Mozes en Elia, de grote mannen van de Wet en de profeten. Laten we hier drie tenten bouwen, roept Petrus, “maar hij wist niet wat hij zei”. Ze zijn daar niet om hun tent op te slaan, maar om een nieuwe blik te krijgen, om opnieuw te leren luisteren, om te ontdekken wie Jezus is. Ze zijn daar niet om Jezus tussen Mozes en Elia te zien, met ieder een eigen tent. Die twee verdwijnen meteen naar de achtergrond als de stem van de Vader klinkt. Mozes en Elis verdwijnen. De Vader zegt: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.” Terwijl de stem weerklonk bemerkten zij dat Jezus alleen was.

Dit gebeurde bovenop de berg. De volgende dag dalen ze van de berg af en staan meteen in een probleem. De wereld is niet veranderd. Een vader met een zoon met een ernstige vorm van epilepsie en nog andere problemen, heeft de hulp van de leerlingen gevraagd. Maar zij slagen er niet in de jongen te genezen. Het is de rauwe werkelijkheid. Het lukt ons als kerk niet om deze wereld werkelijk ten goede te keren. We slagen er amper in om onze eigen Kerk zuiver en gezond te houden. Nu Jezus er is, kunnen ze een beroep doen op Hem. Dan lukt het wel. “Jezus gaf een streng bevel aan de onreine geest, genas de jongen en gaf hem aan zijn vader terug”.

Langzaam aan zijn we ons bewust geworden van het probleem van de klimaatverandering. Maar we hebben veel te lang geaarzeld, getwijfeld, maatregelen uitgesteld. De onderzoeken waren allang duidelijk, maar het ging geld kosten, dus toch maar geen maatregelen. Totdat we werkelijk geen kant meer op konden, maar de schade als gevolg van de klimaatverandering is ook steeds groter geworden.

We hebben de Q-koorts gehad en allerlei andere virussen die uit de dierenwereld in de mensenwereld binnenkomen. Er waren al meerdere wetenschappelijke rapporten die waarschuwden voor een pandemie als we zo zouden doorgaan. Maar maatregelen werden niet genomen, die kosten geld. Totdat de Corona-pandemie uitbrak die ons nog veel en veel meer geld en mensenlevens heeft gekost en nog niet over is.

We wilden graag goedkoop gas en steenkool en hout, en vrije handel en geld verdienen. We wisten dat Poetin niet terugschrikt om geweld toe te passen. Toen acht jaar geleden Rusland de Krim annexeerde, terwijl er vier keer zoveel Oekraïeners wonen dan Russen, werd er weinig ondernomen en bleven we economisch uiteindelijk toch wel vriendjes met Poetin, want we wilden goedkoop gas en kolen en hout en andere producten. We spekten zo de oorlogskas van Poetin steeds meer en hielden hem in het zadel.

Hier in de kerk is een andere wolk, niet de wolk van de wereld die verblindt en in een roes houdt, maar de wolk van Gods Woord, Gods sacramenten, een wolk die je de oren en de ogen opent, zodat we ontdekken wie Jezus is, zodat we naar hem luisteren, zodat we zien wat Hij doet en hem volgen.

Hier in de Eucharistie mogen we even met ons hoofd in de wolken zijn, maar dan in wel de goede wolk, niet de verdovende wolk van de wereld. Daarna dalen we van de berg af en komen weer terug in de wereld, maar dan samen met Christus. Als Hij in ons midden is, als we luisteren naar zijn Woord, als we doen wat Hij zegt, als we Hem navolgen in zijn wijsheid, zijn goedheid en zijn liefde, als we hem vragen om zijn Geestkracht die ook verrijzeniskracht is, dan durven we het aan om sober te leven, om niet terug te vallen in de roes van welvaart en luxe, van verdienen en feesten. Dan krijgen we weer oog voor onze naasten, vluchtelingen, niet alleen uit Oekraïne, maar ook uit Afrika, Syrië en zoveel andere gebieden waar mensen niet in vrede kunnen leven.

We zijn op de tweede zondag van de veertigdagentijd. We hebben nog wat weken te gaan op weg naar de Goede Week. We zullen in de liturgie Jezus volgen vanaf Witte Donderdag met het Laatste Avondmaal naar Goede Vrijdag, zijn kruisdood en dan naar Pasen, zijn verrijzenis. Die weg mag ons helpen ook in het dagelijks leven hem te volgen en mensen te dienen die nu ook een kruisweg meemaken zodat zij en ook wij komen tot verrijzenis. Amen.

1e Zondag van de Veertigdagentijd - Gezinsviering

Zondag 6 maart 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd zien we hoe Jezus ons voorgaat met zijn veertig dagen in de woestijn. Hij overwint de bekoringen en wijst ons de weg de bekoringen van deze tijd te overwinnen. In de Eucharistie ontvangen we voedsel voor onze veertigdagentocht.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 26, 4-10
  • Tussenzang: Psalm 91 (90) 1-2, 10-11, 12-13, 14-15
  • Tweede lezing: Romeinen 10, 8-13
  • Vers voor het Evangelie: Matteüs 4, 4b
  • Evangelie: Lucas 4, 1-13

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

Soms lijkt het erop dat Jezus de problemen opzoekt. Zijn tocht naar Jerusalem zal een confrontatie worden met de religieuze leiders van zijn tijd. Zijn scherpe woorden gericht aan Farizeeën en Schriftgeleerden vragen om problemen. Maar ook vandaag. Hij trekt de woestijn in en we lezen daarbij: “Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld”. Jezus kiest niet de makkelijke weg. Maar er staat duidelijk: “Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd”. Meteen na de doop door Johannes de Doper, als de Geest op Hem blijft rusten, stuurt dezelfde Geest Hem de woestijn in. Jezus maakt in veertig dagen de woestijntocht van het Joodse Volk van veertig jaar mee. Zij hadden gebrek aan gewoon brood en kwamen in opstand. Jezus eet niet, Hij vast. Het Joodse Volk werd bekoord om afgoden te dienen en maakten een gouden kalf. Jezus wijst de duivel met al zijn verleidingen af. Het volk in de woestijn stelde God op de proef en eiste vlees in de woestijn. Jezus weigert God op de proef te stellen.

Zo maakt Jezus de woestijnbekoringen door, Hij overwint ze stuk voor stuk en zoals de rest van het Volk dat na veertig jaar was overgebleven eindelijk het Beloofde Land binnen trok, zo keert Jezus in de kracht van de Geest terug naar Galilea, daar begint zijn verkondiging; nu is het Rijk Gods werkelijk nabij. Hij zal ieder die Hem wil volgen het definitieve Beloofde Land binnenleiden.

Drie bekoringen maakt Jezus mee, daar in de woestijn. Drie is een heiig getal, een symbolisch getal, het duidt op de volheid. Jezus heeft daar de volheid van de bekoringen doorgemaakt.

Honger, daar begint het mee. Niet meteen, maar aan het einde, als de vasten al een hele tijd heeft geduurd. Jezus is zich bewust van zijn krachten, Hij is zich bewust van zijn bijzondere relatie met de Vader, met God de Schepper. Ja hij kan tegen de steen zeggen om brood te worden. Maar het gaat niet alleen om brood, het gaat om alle behoeften van het lichaam. Uiteindelijk zal Hij zijn Lichaam tot Brood maken voor ons. Bekoring: Waar heb je trek in, waar heb je zin in, wat heb je nodig om je goed te voelen, waar verlang je heel erg naar? Gebruik je jouw kracht, jouw intelligentie, jouw invloed om dat te nemen? Denk aan Me-Too, denk aan The Voice en zoveel andere situaties, denk aan het misbruik in de politiek en binnen de Kerken. Pak je wat je pakken kan?

De tweede bekoring heeft met macht te maken. Voor welke macht kies je? De duivel zegt: “Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil”. Hier is de leugenaar aan het werk. Zoals hij loog tegen Eva, toen hij zei: “Je zult helemaal niet sterven”, zo liegt hij nu tegen Jezus: “Deze heerlijke gebieden zijn mij geschonken”. Ze zijn hem niet geschonken, hij neemt, vernielt, verkracht, bedriegt. En zij die daartoe bereid zijn zullen namens hem heersen. Niets wordt hem geschonken.

De derde bekoring is eigenmachtigheid, iets waar deze wereld met haar mythe van maakbaarheid bol van staat. De duivel wil Jezus verleiden het geloof, de Bijbel, Gods Woord te verdraaien en te interpreteren naar eigen willekeur en daarmee God voor het blok te zetten: “Werp je naar beneden. Je kent toch de Psalm: “Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen”.” Jezus doorziet het en herkent de poging God op de proef te stellen en Hij weigert. Hij is gekomen om de wil van de Vader te vervullen, niet om zijn eigen wil te doen en daarmee de Vader voor het blok te zetten.

Achter elke bekoring kan je een zee van omstandigheden zien, die op een of andere manier iets van deze bekoring weergeeft. Nu in deze tijd worden we door de oorlog in Oekraïne geconfronteerd met de zucht naar macht. We horen het regelmatig, de autocratie van Poetin tegenover de democratie van Europa. Maar het is ingewikkelder. Zowel in Rusland als in Europa begint de macht in de media. Poetin en consorten hebben dit goed begrepen. Ze hebben een compleet apparaat ingericht om de wereld van nepnieuws te voorzien, om cyberaanvallen te bewerken, om de verkiezingen en de politiek te beïnvloeden, te infiltreren via Facebook, Twitter, Instagram en waar nog meer. De strategie is de morele mentaliteit van de Europeanen omlaag halen, en Europa te verdelen en zwak te maken, tot het een makkelijke prooi is voor een Rusland dat zich de afgelopen decennia alleen maar meer heeft bewapend.

Maar ook in Europa gaat de strijd om de macht via de media. Wij hebben vrije media, maar dat betekent dat iedereen ook de grootste onzin kan verkopen. En ook de overheid kan besluiten sommige dingen niet te zeggen, of zo te buigen dat ze zelf buiten schot blijft. Dat hebben we gezien in de mediastrategie rond de coronapandemie. Dat alles wreekt zich steeds meer. Het idee in Europa is dat de media deel van het marktmechanisme is en dat de markt er wel voor zal zorgen dat de beste bovenkomt. Maar daar zit een grote denkfout. Het is hier beter dan in Rusland, veel beter zelfs, maar ook hier zijn we kwetsbaar voor een meningsvorming die over ons wordt uitgestort als de enige grote waarheid die iedere Europeaan moet aannemen.

De Veertigdagentijd nodigt ons uit om ons weer tot God te keren. Als Jezus op de berg van gedaante verandert, zegt de Vader uit de hemel: “Luistert naar Hem”. Op de bruiloft van Kana zegt zijn moeder tot de dienaren: “Doet wat Hij jullie zal zeggen.” En Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. De Veertigdagentijd mag een woestijntocht zijn, Hem achterna, om de Goede Weg te gaan, de waarheid te kennen en opnieuw tot Leven te komen. Amen.

Zevende Zondag door het Jaar

Zondag 20 februari 2022

Celebrant: pater M.R. Hoogland

Vandaag wijst Jezus ons de weg naar een beschaving van liefde, Gods Koninkrijk. Maar zijn we bereid die weg te gaan? In deze Eucharistieviering mogen we Hem vragen ons te hulp te komen.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Samuël 26, 2. 7-9. 12-13. 22-23
  • Tussenzang: Psalm 103 (102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13
  • Tweede lezing:1 Korinte 15, 45-49
  • Alleluja: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Lucas 6, 27-38

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal zal pastoor Hoogland zijn eigen preek voordragen.

Bent u een optimist, of bent u een pessimist? Sommige zeggen, ik ben een realist. Hoe kijkt u naar de wereld? Gaat het goed met de wereld? Hoe kijkt u naar de Kerk? Gaat het goed met de Kerk?

Het is natuurlijk maar net hoe je ergens naar kijkt, is het glas half vol of is het half leeg? Sommigen zullen zeggen dat het de goede kant opgaat, want de coronamaatregelen gaan grotendeels verdwijnen. Een ander kijkt naar de stormen van deze week en zegt, het gaat niet goed, want met de klimaatverandering zullen er vaker zulke en nog zwaardere stormen komen.

Hoe kijk je naar de wereld en hoe kijk je naar de Kerk? Sommigen zeggen dat het slecht gaat met de Kerk, want het kerkbezoek daalt nog steeds en het geloof neemt verder af. Anderen zeggen, het gaat goed met de Kerk wereldwijd. Eind 2019 waren er wereldwijd meer dan 1,34 miljard katholieken, wat nog steeds ongeveer 17,7% van de wereldbevolking is. Het betekende een toename van 16 miljoen katholieken ten opzichte van 2018. De toename bedroeg 1,12%, terwijl de wereldbevolking met 1,08% groeide. Dus er is groei. Het gaat goed met de Kerk.

Je kunt op veel manieren kijken, maar kijk je naar Europa, dan gaat het hier niet goed met de Kerk. Onze bisschop zei laatst: “We zijn niet voor de krimp gemaakt, maar voor de bloei”. Toch is er nog steeds krimp. Hoe komt dat? En waarom zijn er weer oorlogsdreigingen in de wereld aan de grenzen van Europa; hoe komt dat?

Vandaag horen we hoe Jezus ons het levensprogramma van een christen voorhoudt: “… bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen”.

In Europa hebben we de christelijke idealen omgeruild voor economische samenwerking en christelijke principes omgeruild voor de normen van de autonome mens. In 1996 schreef Geert Mak zijn boek: “Hoe God verdween uit Jorwerd”. Dat boek ging meer over de boeren en over het het dorp dan over God, maar in onze tijd zouden we een boek kunnen schrijven: “Hoe God verdween uit Europa.”

Maar we kunnen ook de vraag stellen of Europa zich ooit wel echt heeft bekeerd? Kijken we naar de vroege en late Middeleeuwen, hoe keizers zich bemoeiden met het geloof, uit politiek belang, hoe later katholieke hertogen en vorsten elkaar bestreden om een stukje grond of om de eer, dan had dat weinig of niets met een christelijke houding te maken.

Het is goed om de dingen te zien in een groter perspectief. Ook Israël had in het Oude Testament periodes van bloei in het geloof en periodes van afval. De periodes waarin ze God en Gods Wetten vergaten, waren steeds periodes van welvaart. Het lijkt er dan ook op dat wij mensen niet goed met welvaart om kunnen gaan. Het maakt ons arrogant en eigenwijs, we gaan ons als goden gedragen en willen geen verantwoordelijkheid aan God afleggen. We maken onze eigen wetten waarbij de laagste moraal het dikwijls wint. Dan wordt de vreemdeling een bedreiging van onze welvaart. Dan wordt een niet gepland kind in de moederschoot een vijand voor mijn vrijheid. Dan wordt ouderdom en aftakeling een ongewenst bijproduct van het leven. Maar zonder dat wij er erg in hebben worden juist wijzelf de vijand van de vreemdeling, worden wijzelf de vijand van het ongeboren kind en worden wij met onze ideeën een bedreiging voor de ouder wordende mens die er niet meer mag zijn.

Gaat het goed met de wereld of niet? Gaat het goed met de Kerk of niet? Misschien is deze vraag niet zo belangrijk. Het is duidelijk dat als we vooruit willen gaan, er maar één Weg is, en dat is de Weg van Christus. De enige Weg die toekomst biedt. Misschien hebben we te lang geleund op onze omgeving, hebben we teveel meegedacht met de samenleving in de veronderstelling dat de meerderheid toch wel gelijk zou hebben. Misschien hebben we ons ook wel laten leiden door ons verlangen naar welvaart, bezit en vrijheid.

Het Evangelie van vandaag is een leidraad voor het leven en tegelijk een spiegel, een gewetensonderzoek: “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. Geef aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort eis het niet terug.”

Hoe zou het zijn als wij allemaal dat zouden doen. Als we de houding van David zouden hebben die zijn vijand kan doden, maar dat niet doet. David laat de wraak aan God over, Gods wetten staan boven zijn politieke voordeel. Hoe zou het zijn als wij het woord van Paulus zouden waarmaken: “Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij. Houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient. En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd, en wat gij van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn (Filippenzen 4, 5-9). Hoe zou het zijn als wij doen wat Jezus ons in het Evangelie voorhoudt: “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen”? Doen we dat, dan gaat het goed met de Kerk en daarna ook met de wereld. Amen.

Zesde Zondag door het Jaar

Zondag 13 februari 2022

Celebrant: pastoor R. Gouw

Jezus prijs hen zalig die in de wereld niet in aanzien staan. Horen wij daarbij, kunnen we ons daarin herkennen? Dan zullen we met groter vreugde kunnen deelnemen aan de Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 17, 5-8
  • Tussenzang: Psalm 1, 1-2, 3, 4 en 6
  • Tweede lezing: 1 Korinte 15, 12. 16-20
  • Alleluja: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Lucas 6, 17. 20-26

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Ontbreekt er iets in uw leven? Is er iets waarvan u denkt: Ik wou dat ik daarin beter was? Waarom ben ik daar of daar niet goed in? Het kan van alles zijn. Je broer kan goed sleutelen, heeft gouden handen. Je zus kan heerlijk koken. Een ander is in staat het huis altijd pico bello in orde te houden. Weer een ander heeft een mooi figuur, die heeft werkelijk alles mee. U kent het gezegde: “buurmans gras is altijd groener”. Maar daartegenover staat: “ieder huisje heeft zijn kruisje”.

Ik moet hierbij denken aan de Ark-gemeenschappen. Daar leven en werken mensen met en zonder verstandelijke beperking samen. In deze gemeenschappen van “Geloof en Licht” beleven mensen met een verstandelijke beperking, hun families en anderen samen hun geloof. Een gedachte daarbij is dat iedere mens zijn of haar beperking heeft en kent. Samenleven met mensen met een verstandelijke beperking geeft nieuw zicht op je eigen kwetsbaarheid en innerlijke wonden.

Onze wereld is niet volmaakt, onze Kerk is niet volmaakt, u en ik en onze naasten, zijn niet volmaakt. Christelijke volmaaktheid betekent dat je met de onvolmaakte werkelijkheid van de ander en van jezelf kunt omgaan.

Jezus wijst daarin een spirituele weg. De spiritualiteit van de zaligsprekingen wijst ons een weg door ons onvolmaakte bestaan heen. Je kan, als je niet oppast, je verliezen in vragen hoe het komt dat de schepping, dat de mens en de samenleving, zoveel onvolmaaktheden heeft. Met die vraag kom je bij de verhalen zoals de Bijbel die geeft met de val van de eerste mens. Het is een gelovige poging om een antwoord te vinden op die vraag hoe het bestaat dat God de aarde heeft geschapen, met de dieren en de mens. En dat er toch zoveel fout gaat.

Jezus gaat niet in op die vraag hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Hij vindt de oude verhalen voldoende. Jezus wijs ons een weg om met die onvolmaakte werkelijkheid in onszelf en om ons heen, om te gaan.

“Zalig gij die arm zijt, … Zalig die nu honger lijdt, … Zalig die nu weent … Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks …

Ontbreekt er iets in je leven, heb je ADHD, Bordeline, autisme spectrum, Asperger, ben je werkloos, is er iets in je leven waardoor de wereld je meewarig aankijkt, vind je zelf dat je er niet bijhoort? Hoe kan je dan met de zaligsprekingen in gedachten daar anders mee omgaan?

Je moet erdoorheen. “Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods”. In de armoede ligt een kans je rijkdom bij God te vinden. Vind je die, dan heb je een rijkdom die de aarde niet kan geven en die bovendien blijft voorbij je dood in het eeuwige leven. Maar je moet erdoorheen.

Je verliest je man of je vrouw. Hoe ga je daarmee om? Je gezondheid wordt minder. Hoe ga je daarmee om? Op je werk loopt het niet goed en je moet inleveren. Hoe ga je daarmee om? Je bent een paar jaar getrouwd en er komt maar geen kind. Hoe ga je daarmee om?

Nu kan je zeggen: Ja, dat is makkelijk, die houding; met zo’n advies hoef je de ander niet te helpen, dan laat je hem zitten in zijn armoede en je zegt: “Maak er een mooie spirituele weg van”. Wie dat denkt of zegt, die kent Christus en de Kerk niet. Je hoeft het Evangelie maar op te slaan en je ziet hoe Jezus zich ontfermt over zieken, gebrekkigen, gehandicapten, mensen met een of andere beperking. Kijk je in de kerkgeschiedenis, dan zie je dat de Kerk vanaf het begin van haar bestaan al tweeduizend jaar lang een groot netwerk is van diaconie, van zorg voor zieken en hulp aan weduwen en wezen, vluchtelingen en mensen die het moeilijk hebben.

Maar ook als je wel hulp krijgt, kan het zijn dat je tegen je beperking blijft aanlopen. Je haalt eten bij de voedselbank, je hebt schuldsanering, thuis is alles tot op het soberste toe beperkt. Je gezondheid laat je in de steek. Kan je dan in zo’n situatie naar de zaligsprekingen luisteren zonder bitterheid, zonder opstandigheid, zonder dat de onrechtvaardigheid van deze wereld je naar de keel grijpt?

Jezus leert ons nooit iets dat Hij niet zelf voordoet. Hij zegt niet louter mooie woorden, hij is een geestelijk leidsman die zelf de weg van de armoede gaat, die door de gezagsdragers wordt uitgestoten, die weent bij het graf van Lazarus en die weent over Jeruzalem. Jezus maakt de doodsangst door in de Hof van Olijven en sterft aan het kruis. Wanneer we dat voor ogen houden, krijgen de woorden van de zaligsprekingen nog meer kracht.

De Kerk is mensen praktisch nabij. Maar in het oplossen van de problemen alleen ligt onze toekomst niet. Pas als we de problemen oppakken naar de geest van Jezus, worden ze een weg tot volmaaktheid, geestelijke en gelovige volwassenheid, rijpheid, mildheid, zachtheid en kracht tegelijk. Amen.

Vijfde Zondag door het Jaar

Zondag 6 februari 2022

Celebrant: Mgr. Van den Hende

Vandaag zijn we in het Evangelie getuigen van een wonderbare visvangst. Maar er gebeurt meer dan dat. Het Woord van Jezus heeft een bijzondere kracht, ook in ons leven. Dat mogen we vieren in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 6,1-2a.3-8
  • Tussenzang: Psalm 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8
  • Tweede lezing: 1 Kor. 15, 1-11 of 15, 3-8. 11
  • Alleluja: Johannes 8, 72
  • Evangelie: Lucas 5, 1-11

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Bisschop J.H. van den Hende

Broeders en zusters,

Drie schriftlezingen en in elke lezing is er iemand die ontzettend negatief over zichzelf is. In de eerste lezing is het Jeremia die zegt: “Ik ben een onrein mens met onreine lippen en ik leef temidden van een onrein volk”. In de tweede lezing Paulus die zegt: “Ik ben de misgeboorte, de laagste de kleinste van allen”. En in het Evangelie zegt Petrus tegen Jezus: “Ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”. Drie keer een negatief zelfbeeld, zou je kunnen zeggen. Drie keer een negatieve conclusie over de eigen persoon: onreine lippen, een misgeboorte, een zondaar. En toch, broeders en zusters, en dat is verheugend, trekt God zich niet terug. Hij zegt niet tegen Jeremia: “Als ik dat geweten had, was Ik niet langsgekomen”. En Hij zegt niet tegen Paulus: “O, maar dan heb Ik jou niet nodig”. En Hij zegt evenmin tegen Petrus: “Dan zoek Ik iemand anders”.

Broeders en zusters, wat is het geweldig dat God niet gelijk naar perfectie kijkt. Zo hebben wij ook nog een kans, zoals wij hier in de kerk zijn. Aan het begin van de viering hebben wij onze zonden beleden, we hebben ons klein gemaakt voor God, in het vertrouwen dat Hij niet wegkijkt, ons niet afschrijft en ons niet wegstuurt. Want de Heer is gekomen om zijn barmhartigheid te laten zien. Jezus zegt in het Evangelie: “Ik ben niet gekomen als een dokter voor gezonde mensen, maar om zieken te genezen”. Broeders en zusters, en zo durft Jeremia het aan en zegt hij: “Zend mij”, zodra de Heer hem vergeven heeft. En Paulus blijft niet stilstaan bij dat hij een misgeboorte is, die allerlei mensen heeft vervolgd en ter dood laten brengen. Hij gaat enorm gedreven te werk om het Evangelie te verkondigen. En Petrus, die zegt: “Blijf weg van mij”, blijkt uiteindelijk een echte visser van mensen te zijn. Want in het boek Handelingen is hij de eerste die maar liefst op één dag 3000 mensen voor Christus weet te winnen. Drie mensen, mensen zoals wij, die Gods barmhartigheid ondervinden; een profeet, de apostel Paulus en Petrus.

Broeders en zusters, dit is een grote bemoediging voor ons en het betekent ook dat we met de Heer op weg mogen gaan als er nog veel aan ons te verbeteren valt; dat we bij de Heer mogen aankomen ook als we onderuitgaan of tekortschieten. Want de Heer is erop uit om met zijn liefde ons sterker te maken. En misschien, broeders en zusters, is het nog wel het belangrijkst dat als je beseft dat je klein bent, als je beseft dat je tekortschiet, dat je dan juist ruimte in je hart hebt voor de Heer. Als mensen zeggen: “Nou, ik weet alles al, ik kan alles al, ik heb overal een tien voor gekregen”; met alle permissie, dat is een erg vol en overladen hart, daar kan niets meer bij. Zo’n hart is vol van zichzelf. Maar een hart dat zegt: “Heer, ik ben onrein, ik ben een misgeboorte, ik ben een zondaar”, in die harten kan de Heer ruimte krijgen voor zijn liefde en barmhartigheid. In die harten is het mogelijk om werkelijk ook met de hulp van de Heer te groeien in liefde, geloof en hoop.

En dat wordt ons vandaag toch maar mooi gezegd. En niet alleen dat, broeders en zusters, er wordt ons meer gezegd. Want als Jezus daar aan het meer de mensen heeft toegesproken en Hij in de boot, wat verder van de kust af zit te dobberen, waar de mensen Hem goed kunnen zien. Vraagt Hij daarna om nog eens een keer te gaan vissen. Dan moet u zich voorstellen; ze hebben de hele nacht gevist in laag water, daar kun je de netten goed sluiten en kun je de vissen bij je houden. Maar in diep water, zo heeft een visser mij verteld, is het veel moeilijker, want dan kunnen de vissen altijd ontsnappen omdat het diep genoeg is om onder de netten door te zwemmen. En juist dat vraagt Jezus: Vaar naar het diepe en gooi de netten uit. En wat zegt Petrus: “Wie is hier de visser? Dat ben ik, maar toch vertrouw ik op uw Woord en doe ik wat U mij gevraagd heeft”. En zo komt het bijzondere wonder tot stand, die enorme visvangst waarbij zelfs twee boten nodig zijn. De Heer stelt een teken van overvloed. Maar het is zo dat het voorafgegaan wordt door het vertrouwen van Petrus.

In onze tijd, broeders en zusters, hebben veel mensen het vertrouwen in hun geloof verloren. Veel mensen zoeken niet langer naar God, of denken: ik vul mijn dagen wel met leuke dingen die pijn verzachten en de ernstige vragen wat dempen. Maar, broeders en zusters, het is niet de bedoeling om oppervlakkig te leven of te schuilen als we denken: We doen het niet goed. Juist dan zegt de Heer: “Komt tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken”. En daarom is het goed dat u hier bent. En ik hoop de komende weken, nu het weer mag, dat meer mensen die stap zetten om weer te komen. En ik weet dat veel mensen luisteren en meebidden via de livestream. Ook dat is een mogelijkheid zolang het nog niet veilig is of u misschien nog zover niet kunt lopen, een goede gelegenheid om samen te komen om te vieren. En Hij wijst ons niet af, Hij moedigt ons aan.

Als Kerk, broeders en zusters, hebben wij ook een weg te volbrengen. Al lijken we kleiner te worden en zijn er veel mensen die als het ware aftellen; ‘hoe lang zullen ze er nog zijn, die gelovigen’, is het niet aan ons om de stekker eruit te trekken, maar vraagt de Heer van ons om moed te houden, zoals Petrus naar het diepe vaart en gaat vissen. En tegen alle verwachting in bereikt hij dat veel vis gevangen wordt en de netten bijna scheuren. Zouden wij ook niet dat vertrouwen moeten hebben in die weg zo in geloof met elkaar als Kerk? We zijn niet voor de krimp gemaakt, maar voor de bloei. En als we kleiner worden, dan moet het niet zijn uit angst of onverschilligheid en zeker niet uit het besef dat we zondige mensen zijn. Want de Heer vraagt juist om ons hart te vernieuwen, om zijn Kerk te vernieuwen, want Hij heeft geduld met ons.

Mogen wij in deze Eucharistie bidden dat wij trouw blijven aan de Heer. Dat wij ons steeds weer laten vangen, of beter gezegd, laten uitnodigen om zijn Woord in ons hart te bewaren en ook andere mensen aanspreken om dat te doen. Ook wij zijn vissers van mensen. Het is niet gek om te zeggen: Ga je mee, deze zondag. Ga je mee en bid met ons en houd je geloof warm, want het is een rijkdom voor heel je leven.

Mogen wij in deze Eucharistie, bemoedigd door de Heer, verder gaan op zijn weg. En moge Hij de wonderen verrichten die nodig zijn in ons leven, in onze Kerk, in onze wereld. Amen.

Vierde Zondag door het Jaar

Zondag 30 januari 2022

Celebrant: Plebaan M. Hagen

De lofzang op de liefde in de tweede lezing van de apostel Paulus is beroemd. In het evangelie spreekt Jezus woorden van genade en waarheid, maar die worden niet door iedereen goed ontvangen. In deze Eucharistie mogen we Christus ontmoeten met de volle rijkdom van zijn Woord en Sacrament.

In de livestream is het geluid op sommige momenten zeer slecht. Het is in onderzoek. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 1,4-5.17-19
  • Tussenzang: Psalm 71 (70), 1-2, 3-4a, 5-6ab, 15ab en 77
  • Tweede lezing: 1 Korinte 12,31 - 13,13 of 13, 4-13
  • Alleluja: Johannes 1, 14 en 12b
  • Evangelie: Lucas 4, 21-30

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

Als ik de liefde niet heb ben ik een galmend bekken. Als ik de liefde niet heb ben ik niets. Als ik de liefde niet heb baat het mij niets. Nu blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.

Deze woorden had Paulus nooit kunnen opschrijven als hij Jezus niet had leren kennen. Paulus gebruikt hier het woord agapè. Als ik de agapè niet heb ben ik een galmend bekken. Als ik de agapè niet heb ben ik niets. Als ik de agapè niet heb baat het mij niets. Nu blijven geloof, hoop en agapè de grote drie; maar de agapè is de grootste.

Wat is die liefde, die agapè? Het is de liefde die Christus ons heeft geleerd. Een andere keer zegt Paulus het zo: “Ik leef in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad (agapèsantos) en zichzelf heeft overgeleverd voor mij” (Galaten 2, 20b). Aan de Christenen van Efese schrijft hij: “Moogt gij in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en diepte is, en te kennen de liefde (de agapè) van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van God zelf is” (Efese 3, 18-19).

Paulus is totaal ondersteboven van de liefde van Christus. Dat Gods Zoon zichzelf heeft prijsgegeven tot in het lijden en tot in de dood, als een liefdesdaad tot verlossing van de wereld en tot verlossing van mij persoonlijk, dat heeft Paulus ervaren en de rest van zijn leven getuigt hij daarvan.

In de tweede lezing probeert Paulus de diepte van die liefde te peilen en te omschrijven. “De agapè is lankmoedig en goedertieren; de agapè is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij Iaat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De agapè vergaat nimmer.

In de eerste brief van Johannes lezen we: “God is liefde – God is agapè” (1 Johannes 4, 16). Het is jammer dat we in Nederland maar één woord hebben, “liefde”, omdat de agapè meer is dan de gewone liefde. Het is een liefde die zichzelf vergeet, zichzelf prijsgeeft voor de ander, die zelfs de vijand liefheeft.

Die liefde leren we kennen door Christus. Toch kunnen we hiermee nog een verkeerd beeld hebben van de liefde. Dat zien we in het Evangelie. Daarbij kunnen we denken aan wat Paulus zojuist schreef: “De liefde vindt haar vreugde in de waarheid”.

Als Jezus in de synagoge van Nazaret de waarheid spreekt, wordt Hij ontvangen met hoongelach en boosheid, zo erg dat ze Hem de stad uitwerken en van de heuvel af willen duwen. Waar zit het probleem. Het zit in de houding van zijn dorpsgenoten.

Wanneer de waarheid in liefde wordt gesproken en in liefde wordt ontvangen, dan is de waarheid heilzaam, genezend, bevrijdend. Maar wanneer de waarheid niet in liefde wordt ontvangen, maar botst met de eigenliefde, dan is het antwoord haat.

Jezus heeft kritiek op zijn tijd, op zijn dorpsgenoten, op zijn tijdgenoten. Hij vergelijkt zijn tijd met de tijd van Elia en Elisa. Maar niet alleen zijn tijd, Hij houdt daarmee zijn toehoorders een spiegel voor, zoals profeten dat doen. En dat pikken ze niet. Zijn dorpsgenoten accepteren niet dat Hij hen vergelijkt met de tijd van Elia en Elisa die bol stond van ongeloof en afdwaling. Ze worden woest.

Maar waarom? Het is de kracht van zijn Woord. Zijn Woord dringt binnen, het brengt aan het licht wat er aan goeds en wat er aan kwaads in een mensenhart schuilt. Aanvaard je het Woord, dan zal het je tot bekering en genezing brengen. Wijs je het af in boosheid en gekwetste trots, kan je niet accepteren dat Jezus ons rekent onder de zondaars, dat we niet volmaakt zijn en ons moeten inspannen het beter te doen met zijn hulp, weigeren we dat, dan zal de boosheid ons hart in de greep krijgen en wijzen we Jezus af.

Wat Jezus hier meemaakt is niet anders dan wat de profeten al eerder meemaakten. Iedere gezant van God, iedere boodschapper loopt dit risico. Wordt het aanvaard of niet? Heel wat profeten werden mishandeld en gedood. Maar dat mag een profeet niet van zijn taak afhouden. Dat hoorden we in de eerste lezing: “Sta op en zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken; anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land”.

Dat zagen we ook aan het einde van het Evangelie: “Ze sprongen overeind, joegen Jezus de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok”.

Wanneer wij hier in de Eucharistie luisteren naar zijn Woord, dan hangt het van de gesteldheid van ons hart af of dat Woord ons redding en genezing brengt. Is er ware liefde, agapè, in ons hart, dan ontvangen we het met liefde en zal de liefde in ons groeien. Tot de volle maat van Christus. Amen.

Derde Zondag door het Jaar

Zondag 23 januari 2022

Celebrant: Pastoor R. Gouw

Vandaag citeert Jezus de profeet Jesaja: “De Geest des Heren heeft Mij gezalfd”. Ook wij zijn gezalfd met de Heilige Geest en als lidmaten van zijn Lichaam zijn we samengekomen om Gods Woord te horen en de Eucharistie te vieren. Straks worden we opnieuw de wereld in gezonden als Christenen, als gezalfden.

Lezingen

  • Eerste lezing: Nehemia 8,2-4a, 5-6. 8-10
  • Tussenzang: Psalm 19 (18) 8, 9, 10, 15
  • Tweede lezing: 1 Korinte 12, 12-30 of 12-14
  • Alleluja: Lucas 4, 18-19
  • Evangelie: Lucas 1, 1-4; 4, 14-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Pastoor R. Gouw heeft tijdens de viering zijn eigen preek voorgedragen.

Hoe dikwijls bent u gezalfd? Ik bedoel nu niet een zalfje van de dokter of een crème voor de huid. Daar is een enorme handel in. Ik denk nu aan het Evangelie waarin Jezus zegt: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft”. De Geest van God heeft Jezus gezalfd.

Die zalving zien we terug in de Sacramenten waar we dit jaar extra aandacht aan geven. Bij het Doopsel, bij het Vormsel en bij de wijdingen. Er is wel een verschil tussen de zalving van Jezus en die van ons. We lezen niet dat Jezus toen Hij in de woestijn verbleef of kort erna letterlijk door iemand gezalfd is. Later zal Hij gezalfd worden door Maria van Bethanië. Zij zalfde Jezus’ voeten. Jezus duidt dat als een zalving met het oog op zijn begrafenis.

Voor zover we weten is Jezus niet gezalfd voordat Hij naar de woestijn ging of kort daarna? Toch past Jezus vandaag deze tekst van Jesaja op zichzelf toe. “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft”. Wanneer en waar was dan die zalving door de Heilige Geest?

Deze tekst betrekt Jezus op zijn doop door Johannes de Doper. Bij zijn doop hoorden we dat de Geest als een duif op Hem neerdaalde en op Hem bleef rusten. Die nederdaling van de H. Geest op Jezus is de zalving die Hij bedoelt. Het gaat dus niet in de eerste plaats om de letterlijke zalving, maar om de Heilige Geest die op Jezus blijft rusten.

Bij ons is het net even anders, maar toch ook soortgelijk. Met name de zalving na het Doopsel met het Chrisma, de zalving bij het Heilig Vormsel en de zalvingen bij de heilige wijdingen verwijzen naar dat wat de echte zalving is, de zalving door de Heilige Geest.

Het woord ‘zalven’ in het Grieks is Chrioo. En van dat werkwoord komt het woord Gezalfde, Christus. Het is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord Messias, gezalfde. Wij worden Christenen genoemd, wij zijn dus gezalfden. We worden letterlijk gezalfd, bij ons doopsel, bij ons vormsel of bij de heilige wijdingen, maar we worden vooral innerlijk gezalfd omdat God zijn Heilige Geest aan ons geeft. Zo zegt Johannes de Doper over Jezus: “Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

Wat doet nu die zalving? Die zalving met de Heilige Geest heeft altijd met een zending te maken. Je wordt toegerust met kracht voor je zending. Bij zijn doop hoort Jezus de stem van de hemelse Vader: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in jou heb Ik mijn welbehagen”. In de doop wordt Jezus bevestigd als Gods Zoon. Zo worden wij in het heilig Doopsel aangenomen tot kinderen van God. De zalving na het Doopsel is dan het teken dat wij in het Doopsel gezalfd zijn met de Heilige Geest en een zending ontvangen als gezalfden.

Die zending zien we terug in het Evangelie, waar Jezus de profeet Jesaja citeert: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden …” En wat is die zending? “... om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”.

Dat is zijn zending, daarover zegt Hij dat dit woord in vervulling is gegaan. Die zending heeft Hij vervuld, die zending heeft Hij volbracht, zodat Hij stervend aan het kruis kon zeggen: “Het is volbracht”. Als Jezus later aan zijn leerlingen verschijnt en over hen blaast, zegt Hij: Ontvang de Heilige Geest. Zo worden ook zij gezalfden. En meteen geeft Hij hen een zending: “Wier zonden gij vergeeft hun zijn ze vergeven ...” (Johannes 20, 22-23). En natuurlijk bij zijn hemelvaart: “Ga uit over de hele wereld en verkondig het Evangelie aan heel de schepping” (Marcus 16, 15).

Zo mogen we in het Evangelie ook onze eigen zending zien. Wij zijn aangenomen als kinderen van God, Hij heeft ons zijn Heilige Geest geschonken, zo zijn wij gezalfden, Christenen, zo hebben ook wij een zending ontvangen. Gezonden zijn geldt dus niet alleen voor de gewijden, het geldt voor iedere gedoopte.

Paulus geeft daarin nog iets belangrijks aan: Wij horen door ons Doopsel bij elkaar. Door ons Doopsel horen wij bij het Lichaam van Christus, zijn Kerk. Hij zegt het zo: “Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest”. En daarna zegt hij: “Welnu, gij zijt het Lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit Lichaam”.

Als lid van het Lichaam van Christus delen wij allemaal in de zending van de Kerk, ieder op een eigen manier, en die zending ligt in het verlengde van de zending van Jezus. Want zijn lichaam gaat op aarde door met zijn zending: “De Geest des Heren … heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid …”

We vieren het jaar van de Sacramenten. Bij deze schriftlezingen mogen we ons bewust worden dat wij gezalfden zijn, kinderen van God, dat we lidmaten zijn van het Lichaam van Christus, zijn Kerk en dat we gezonden zijn om het Goede dat Hij begonnen is in deze tijd en deze wereld voort te zetten. Amen.

Tweede Zondag door het Jaar

Zondag 16 januari 2022

Celebrant: Plebaan M. Hagen

Ondanks de coronatijd met alle beperkingen, neemt de liturgie ons vandaag mee naar een feest. De bruiloft van Kana doet ons beseffen dat we door geloof en doopsel reeds deelnemen aan de bruiloft van het Lam. In deze Eucharistie mogen we reeds de feestvreugde van Gods Verbond met ons ervaren.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 62, 1-5
  • Tussenzang: Psalm 96 (95) 7-2a, 2b-3, 7-8a, 9-10a en c
  • Tweede lezing: 1 Korinthe 12, 4-11
  • Alleluja: Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Johannes 2, 1-12

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Dit weekend zijn er horecagelegenheden die open gaan als protestactie tegen de corona-maatregelen. Mensen hebben behoefte om uit te gaan, feest te vieren, om uit de sleur en de beperking van het corona-regiem te breken. Dat zouden we als kerken natuurlijk ook kunnen doen. Maar we doen het niet, want het zou ook een heel verkeerd signaal zijn, het past niet bij onze geloofsweg. Wel zou het Evangelie van vandaag ons een heel mooie aanleiding daartoe geven, een bruiloft. Dus keek ik of er voor bruiloften misschien wel verruimingen zijn, maar nee, helaas, ook daar gelden maximaal 50 personen.

Een bruiloft; ik denk dat niet veel mensen de Eucharistie spontaan met een bruiloft vergelijken. De Eucharistie als een feest. Meer nog, ons leven als gelovige, als een christen, als een volgeling van Jezus, leven als een kind van God, zo’n leven zien als een feest. Wie zou dat zo zien? Toch is dat de boodschap van het Evangelie van vandaag. Ons leven met God is als een bruiloftsfeest. En op dat feest zien we de moeder van Jezus, we zien Jezus en zijn leerlingen, we zien de broeders van Jezus en nog meer mensen.

Misschien, komen er, wanneer ik deze vergelijking doortrek, gedachten in u op die helemaal niet zo feestelijk zijn. Niet alleen door de coronabeperkingen, maar gewoon, door de tegenslagen die in elk leven voorkomen, pech, ziekte, verlies, geestelijke vermoeidheid omdat het allemaal zo lang duurt. Zou dat het symbool zijn van die wijn die opraakte op de bruiloft? We hoorden het net: Toen de wijn opraakte zei de moeder van Jezus tot Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” De wijn, die het feest zo vrolijk maakt, die de stemming erin brengt, de wijn, symbool van het feest, het is op. Sommigen betrekken dit op de liefde tussen man en vrouw. Die kan opdrogen. Of de sfeer in een gezin, daar kan alle blijdschap uit verdwijnen. De wijn raakt op of is misschien al op.

Is het niet mooi dat Maria op deze bruiloft initiatief neemt? Maria heeft oog voor onze noden. Misschien is een van de bedienaren naar haar toe gegaan om het probleem te melden, zoals wij naar haar toegaan als we een kaarsje aansteken en een weesgegroet bidden. Misschien was Maria er gewoon bij en zag za dat de laatste wijnzak werd aangebroken. Maria heeft oog en oor voor onze noden en ze weet naar wie ze toe moet gaan. Maria gaat niet naar de ceremoniemeester, ze gaat niet naar de bruidegom of naar de ouders van de bruidegom of naar nog iemand anders, nee ze gaat naar Jezus.

Maria heeft een bijzondere rol op dit feest en dat is wat wij in onze kerken ook ervaren, Maria brengt onze nood bij Jezus. Zij is niet zelf de oplossing, maar met haar komt de nood op het juiste adres en komt de oplossing sneller dichterbij. We mogen ons dus afvragen of we ons leven nog zien als een feest, niet zomaar een feest, maar als een bruiloftsfeest. Daarvoor kijken we nog even naar de eerste lezing: “Gij zult niet meer heten ‘de Verlatene’, uw land niet meer ‘Woestenij’, maar gij zult heten ‘Mijn Welbehagen’, uw land ‘Gehuwde’. Want in u heeft de Heer zijn behagen gesteld en uw land wordt Hem ten huwelijk gegeven.”

Weet u nog wat de Vader verleden week bij de doop sprak tot Jezus: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld.” In Jezus is Gods welbehagen in ons midden, in Hem is het Rijk Gods midden onder ons.

De eerste lezing eindigde met deze zin van Jesaja: “Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zal Hij die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u.” Dat is het feest van de bruiloft in ons leven. God verheugt zich in ons. Kunt u zich dat voorstellen? Doordat wij geloven, op God vertrouwen, doordat wij gedoopt zijn en gevormd zijn en natuurlijk doordat wij proberen Jezus na te volgen, verheugt God zich in ons. Er is vreugde in de hemel omwille van ons.

Nu moeten we daarmee niet op onszelf gaan roemen alsof het onze verdienste is dat God zich in ons verheugt. Jezus zegt ook: “Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben. (Lucas 15, 7). De vreugde in de hemel is een heel andere vreugde dan wat in de wereld meestal als vreugde wordt gezien. God verheugt zich in zijn Verbond met ons, God wil werkelijk volledig met ons verbonden zijn.

Met Jezus is de schepping, een nieuwe fase ingegaan. De nieuwe wijn op de bruiloft van Kana is daarvan het symbool. Maria doet wat haar moederhart en wat haar geloof haar ingeeft en zo wordt zij hier model van de Kerk als bruid. Maria doet hier op haar manier, wat God de Vader doet als Jezus op de berg van gedaante verandert, zodat zijn heerlijkheid als de bruidegom zichtbaar wordt. Dan zegt de Vader vanuit een wolk: Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem. Zo zegt Maria vandaag tegen de dienaren, de diakens: “Doet maar wat Hij u zeggen zal”. Dat is onze weg. Zo wordt ons leven een deelname aan de hemelse bruiloft, door te doen wat Jezus ons zegt. Met dat woord van de Vader in gedachte en de aansporing van Maria erbij, moet dat steeds beter lukken, gewoon doen wat Hij ons leert en wat Hij ons heeft voorgedaan. Misschien is de coronatijd wel bij uitstek de gelegenheid om ons daarin te oefenen, zonder protestacties, maar met de vindingrijkheid van de Heilige Geest. Hier in de Eucharistie vieren we die bruiloft, we ervaren dat God ons menselijk tekort verandert in een overvloed van geestelijke wijn. Amen.

Hoogfeest Doop van de Heer

Zondag 9 januari 2022

Celebrant: Pastoor B. Bosma

Op het feest van de Doop van de Heer mogen we denken aan ons eigen doopsel. Door Jezus mogen ook wij God ‘onze Vader’ noemen en zijn wij kinderen geworden van het Nieuwe Verbond.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 40, 1-5. 9-1
  • Tussenzang: Psalm 29 (28), 1a en 2. 3ac-4. 3b en 9b-10
  • Tweede lezing: Titus 2, 11-14; 3, 4-7
  • Alleluja: Marcus 9, 6
  • Evangelie: Lucas, 3, 15-16. 21-22

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Bosma zijn eigen preek voorgedragen.

“Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Dit is wat Jezus hoort als Hij uit het water opstaat. En er kwam een stem uit de hemel die dit zei; de stem van de Vader.

We zijn getuige van een heel persoonlijk moment. Zo schetst de evangelist Marcus het. De hemelse Vader zegt tegen Jezus: “Jij bent mijn Zoon; in jou heb ik welbehagen”. Mocht iemand hebben gedacht dat Johannes de Doper de Messias zou zijn, mocht Jezus dat in alle bescheidenheid ook hebben overwogen, dan breekt hier de hemel open. Johannes had het al gezegd: “Na mij komt die sterker is dan ik, en ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.”

Waarom laat Jezus zich dopen en waarom klinkt nu, precies op dat moment de stem van de Vader? Eerst moeten we ons bewust zijn wat de doop van Johannes betekende. Bij de doop in de Jordaan ging je helemaal onder in het water. Johannes nodigde je uit om daarbij je zonden te belijden. Er is een hele rij mensen die een voor een in de rivier afdaalt om kopje onder te gaan, de zonden te belijden en als nieuw geboren uit het water op te rijzen. Jezus gaat in die rij staan. Hij voegt zich in de lange rij van mensen in onze geschiedenis en generaties. Hij gaat de weg van alle mensen, in eenvoud, bescheidenheid, nederigheid. Hij die geen zonde heeft gedaan, voegt zich in de rij van de zondaars.

Deze gang naar het doopsel van Johannes is een voorafbeelding van zijn kruisdood, als Jezus letterlijk de dood van de zondaars sterft. Op het kruis zal Hij uitroepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Marcus 15, 34). De tegenhanger vinden we hier als de Vader Hem zijn nabijheid toont en zijn bevestiging: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen.”

Jezus gaat de weg van Israël, van Gods Volk en daarmee gaat Hij de weg van alle mensen. Daarbij zijn momenten van intense godsverbondenheid en ook van godsverlatenheid. Die verbondenheid staat aan het begin van zijn openbaar leven. Die verbondenheid is nodig om later in de momenten van Godsverlatenheid stand te kunnen houden. Bij Jezus was het moment van de godsverlatenheid zijn moment in de Hof van Olijven en daarna stervend aan het kruis. Maar die godsverlatenheid kan in een mensenleven op verschillende momenten zijn. Er zijn heiligen die juist in hun sterven intens verbonden waren met God en tijdens hun leven diepe godsverlatenheid hebben ervaren.

Vandaag, bij zijn doopsel, ervaart Jezus een intense bevestiging van zijn hemelse Vader. Die bevestiging heeft Hij nodig als mens, want Hij maakt ook tegenslagen en beproevingen mee. Meteen na zijn doopsel door Johannes de Doper, zal Jezus de woestijn ingaan en de beproevingen van de Duivel ervaren. Hij kan dan teren op deze ervaring bij zijn Doopsel. Wetend dat de vader in Hem zijn welbehagen heeft.

Maar waar slaat die bevestiging van God de Vader op? Waarin weet Jezus zich nu bevestigd? Het is omdat Hij bereid is de weg te gaan zij aan zij met de zondaars. Dat Hij zich niet schaamt voor zondaar te worden aangezien. Dat Hij de zondaars niet ziet als afgeschreven, maar als mensen die een dokter nodig hebben, een heelmeester. Dat is een andere mentaliteit dat je bij de Farizeeën en veel schriftgeleerden tegenkomt. Een houding die je ook gemakkelijk in de Psalmen en in andere teksten bevestigd kan zien. Op het moment dat Jezus zich voegt in de stroom mensen die naderen tot Johannes in de Jordaan, heeft Hij zijn keuze voor de zondaars gemaakt. Daarmee heeft Hij meteen ook zijn kruisdood aanvaard, want dat is de weg die daarmee zal gaan. In het water ondergaan is symbolisch sterven. Uit het water opstaan is symbolisch verrijzen. Deze ervaring gaat vooraf aan wat drie jaar later zal gebeuren, als Jezus opstaat uit het graf. Dan zegt de Vader opnieuw: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen” en staat Jezus op uit het graf.

Wij zijn hier samen als gedoopten, ook wij zijn door het water gegaan. Over ons is daarbij de Naam van de Drie–ene God afgeroepen. Daarmee heeft God ook tot ieder van ons gezegd: “Jij bent mijn kind, mijn veelgeliefd kind; in jou heb Ik welbehagen.” Ook voor ons is het doopsel een afleggen van het oude leven, de oude mens en een opstaan tot nieuw leven als een opnieuw geboren kind van God. Ons doopsel helpt ons in de momenten van Godsverlatenheid, om vol te houden. Weten dat je Gods kind bent, ook als je dat op sommige momenten niet kunt ervaren is een grote kracht, het is de kracht van het geloof, juist dan wanneer het gevoel, de beleving, de godservaring ontbreekt.

Het zou mooi zijn geweest wanneer we aan het begin van de viering rond hadden kunnen gaan met de besprenkeling met het doopwater. Daarbij zou dan het oude gezang Asperges Me, hebben kunnen klinken of een lied dat verwijst naar het doopsel. Dat kan nu niet vanwege de coronapandemie. Maar thuis kunt u wel een kruisteken maken met het doopwater, het wijwater. Als u dan een kruissteken maakt, herhaalt u de Naam van de Drie-ene God waarin u bent gedoopt, in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Weet dat God de vader u aanziet als zijn kind. Dat mag u helpen om alle mensen als kinderen van God te zien en de liefde te bewaren. Amen.

Hoogfeest van de Openbaring des Heren, Driekoningen

Zondag 2 januari 2022

Celebrant: mgr. Van den Hende

We vieren Driekoningen, de openbaring van de Heer. Christus is het licht voor alle volken. De drie wijzen uit het Oosten vertegenwoordigen samen alle volkeren van de hele wereld. Zij komen tot Christus om Hem hulde te brengen. Wat toen gebeurde in het verleden is tegelijk een visioen over de toekomst. In deze Eucharistieviering bidden wij dat ooit alle volken Christus zullen eren en erkennen als Zoon van God en Redder van de wereld.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 60, 1-6
  • Tussenzang: Psalm 72 (71), 2, 7-8, 10-11, 12-13
  • Tweede lezing: Efeziërs 3, 2-3a. 5-6
  • Alleluja: Matteüs 2, 2
  • Evangelie: Matteüs 2, 1-12

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft de bisschop zijn eigen preek voorgedragen.

Drie wijzen uit het Oosten hebben een bijzondere ster gezien. Maar wie gelooft vandaag de dag nog in sterren? Er zijn mensen die graag en dikwijls een horoscoop raadplegen, maar vanuit gelovig standpunt hechten we er geen waarde aan en sinds Copernicus en Gallilei speelt de horoscoop geen rol in de wetenschap. Is het dan niet vreemd dat zij een ster volgen, in de sterren zoeken naar een teken? Ze zeggen: “... wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” Dan lezen we: “En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond stil bleef staan”.

Een ster die verschijnt en weer verdwijnt, die zich beweegt en die dan stil blijft staan. Dat is geen gewone ster. Moderne wetenschappers hebben er allerlei theorieën op los gelaten, was het een komeet, een supernova, of was het een samenstel van verschillende sterren die even in elkaars verlengde stonden. Deze tekst in het Evangelie weerspiegelt een verhaal dat Matteüs heeft gehoord. Het is niet mogelijk om te achterhalen wat die ster nu echt was.

Het gevaar bestaat ook dat we teveel met die ster bezig zijn. Want wat betekent die ster? Een ster staat symbool voor licht in de nacht. Deze wijzen zijn niet zomaar astronomen of astrologen, het zijn mannen die zoeken naar betekenis, ze verwachten iets. Ze zien in de ster het symbool van een koning. Als de ster verdwijnt gaan ze naar het hof van koning Herodes. Maar dan ontdekken ze dat ze daar niet moeten zijn. Ze ontdekken wel iets anders.

Daar aan het hof van Herodes maken ze kennis met de Bijbel, met hogepriesters en schriftgeleerden. Ze maken er kennis met de profeten van Israël. Daarna gaan ze op weg naar Bethlehem, niet omdat de ster hen daarheen heeft gebracht, maar omdat de schriftgeleerden Bethlehem genoemd hebben als de plaats van waaruit een leidsman tevoorschijn zal treden, een die herder zal zijn over het volk Israël. Ze gaan naar Bethlehem omdat Herodes hen daarheen stuurt met de opdracht een grondig onderzoek in te stellen.

Wanneer ze weer op weg gaan, dan zien ze opnieuw de ster. Maar de ster verandert. Eerst zagen ze zijn ster in het oosten. Nu wordt het een ster die zich richting Bethlehem beweegt en die op een goed moment stil blijft staan. De ster bevestigt zo het woord uit de Bijbel. Dan zien ze het Kind en zijn moeder Maria. Ze brengen het hun hulde en bieden hun geschenken aan.

Veel theologen hebben zich afgevraagd hoe historisch deze beschrijving is. Het is duidelijk dat in die tijd er een verwachting onder de mensen leefde dat er een messias zou optreden. Een aantal jaren voor Jezus trad een zekere Teudas op (Handelingen 5, 36) en aan Johannes de Doper vroegen ze of hij de messias was (Johannes 1, 19-21). Daar was Herodes bang voor, bewegingen rondom messiassen, vooral uit het geslacht van David zijn, oude adel met aspiraties voor de troon, broeinesten van onlusten en verzet. Herodes mag van de Romeinen heersen in het land, als hij de rust weet te bewaren.

In Jeruzalem ontstaat tumult door het verhaal van deze drie wijzen. Je kunt je voorstellen hoe dat gaat, een verhaal over een ster in het Oosten, over de geboorte van een koning. Profetieën, oude dromen, angst voor onlusten. Dat is niet verzonnen door Matteüs, dat is wat er gebeurde.

Toch is dit allemaal nog maar de buitenkant, want die wijzen maken een verandering door. Ze volgden het licht van een ster, maar ontdekken een ander Licht. Jezus zal later zeggen: “Ik ben het Licht der wereld” (Johannes 8, 12). De wijzen zochten een aardse koning en een aards koningschap, maar ze ontdekken een ander Koningschap dat niet van Herodes en de Romeinen is. Jezus zal later zeggen: “Mijn koningschap is niet van deze wereld” (Johannes 18, 36). Door de Schriftgeleerden aan het hof van Herodes leren ze het Woord van de Schrift kennen; Gods Woord. Nu ontdekken ze dat het Woord Vlees geworden is (Johannes 1, 14). De wijzen uit het Oosten maken zo zelf een verandering door. Zij hebben een ander licht ontdekt en een ander koningschap. Door het Woord in de Schrift gaan zij open voor het Woord dat God zelf spreekt, Gods Woord is waarheid en net als Jozef gaan zij open voor het woord van de engel die hen in een droom verschijnt. Zij gaan niet terug naar Herodes maar volgen nu een andere weg, Christus is hun weg geworden.

De weg die de wijzen uit het Oosten hebben afgelegd begon als een aardse weg, het werd een geestelijke weg. Het begon als een wetenschappelijke expeditie, vanuit hun kennis van astrologie, een expeditie met politieke implicaties. Zo kwamen ze aan het hof van Herodes. Hun tocht veranderde. De expeditie werd een pelgrimage waarin zij ontdekten dat God Mens geworden was. Zij hadden gaven bij zich, goud, wierook en mirre,het werden symbolen voor Het nieuwe koningschap van Gods Zoon die zou lijden voor ons. Daarna vertrokken zij met een nog grotere schat, die andere rijkdom, want aardse wetenschap had plaats gemaakt voor geloof en het luisteren naar aardse stemmen had plaats gemaakt voor het innerlijk luisteren naar Gods Stem.

Het verhaal van de wijzen uit het Oosten is opgeschreven opdat onze aardse levensweg een pelgrimage wordt naar Gods Koninkrijk. Als wij onze aardse rijkdom kunnen loslaten en als gave aanbieden aan God, ontvangen we een God Zelf. Wanneer we door het aardse licht van de wetenschap komen tot Christus, ontdekken we nieuw licht dat heel ons leven verlicht en komen we van aards leven tot eeuwig leven. Amen.

Hoogfeest van Maria, Moeder van God

Zaterdag 1 januari 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Zalig Nieuwjaar. We beginnen 2022 met een feestdag ter ere van Maria de Moeder van God. De liturgie biedt ons de zegen van Aäron aan en met de herders gaan we op bezoek in de stal. Zo zijn we samen op weg met de Heilige Familie en met de herders in Gods Kerk. Dat doen we in deze Eucharistieviering om dit nieuwe jaar goed te beginnen.

Van deze viering is helaas geen livestream beschikbaar. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Numeri 6, 22-27
  • Tussenzang: Psalm 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8
  • Tweede lezing: Galaten 4, 4-7
  • Alleluja: Hebreeën 1, 1-2
  • Evangelie: Lucas 2, 16-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot”. Dat zei Elisabeth toen Maria bij haar kwam. Gezegend zijn. De eerste lezing van vandaag toont ons de zegen van Aäron. Elke Mis eindigen we met de zegen. Door de week zegenen we na de aanbidding met het H. Sacrament, we zegenen rozenkransen en beeldjes, we zegenen huizen om in te wonen en auto’s om in te reizen, we vragen soms om een persoonlijke zegen bij een verjaardag of voor een examen, ouders zegenen hun kinderen met een kruisje voor het slapen gaan.

Op dit hoogfeest van Maria Moeder van God, vragen wij God om zijn zegen over dit nieuwe jaar. Misschien maakt u plannen en hebt u voornemens gemaakt. Wanneer we daar de zegen op betrekken worden we ons bewust dat alles aan Gods zegen gelegen is. Er is zoveel dat we niet in de hand hebben, dat we ons bewust worden dat we Gods zegen hard nodig hebben.

Vandaag bidden we bijzonder op voorspraak van Maria. Zij is de gezegende onder de vrouwen. In haar zijn wij gezegend. Gezegend is de vrucht van haar schoot, Jezus de Christus. Zo is ook de Kerk gezegend en al haar kinderen, dat zijn ook wij.

Dit jaar mag zo een jaar zijn waarin we in de leer gaan bij Maria. God zegent, de kunst is dat we ontvankelijk zijn voor die zegen, dat we meewerken met zijn zegen, dat we zien waarin Hij ons zegent, wat Hij zegent, zodat we niet verkeerde keuzes maken die Hij niet kan zegenen.

In de leer gaan bij Maria betekent ook haar navolgen, zoals we vandaag in het Evangelie lezen, dat zij al deze woorden in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog. Maria mediteerde, bad, dacht na, zij was een wijze vrouw, een wijze moeder. Wij mogen leren van haar wijsheid.

We ezen ook dat zij verwonderd stonden, zij, Maria en Jozef. Niets is vanzelfsprekend, op onze weg met God mogen we steeds verwonderd staan, ook al weet je van Gods grootheid en Voorzienigheid, toch steeds weer die verwondering om alles wat Hij doet in ons leven.

Maar vandaag mogen we ook leren van de herders. Zij haastten zich naar Bethlehem. Nu zeggen wij: Haastige spoed is zelden goed, maar soms moet je je wel haasten, wanneer God heeft gesproken. Dat doen de herders, als zij de Blijde Boodschap vernemen, haasten ze zich. Zo mogen wij leren te luisteren naar Gods ingevingen, Gods Woord in ons hart, om ons daarna te haasten te doen wat God ons ingeeft.

Maar ook van Sint Jozef mogen we leren. Hij is erbij en toch ook steeds op de achtergrond, we horen hem niet spreken, maar zonder zijn aanwezigheid zou alles niet zo gaan als het moet. Hij is ook gehoorzaam aan Gods Woord, zo noemen zij het Kind Jezus, zoals het door de engel was genoemd.

We beginnen het nieuwe jaar met dit hoogfeest van Maria, Moeder van God. Haar moederschap omvat de hele schepping omdat uit haar de Heer van de schepping mens is geworden. Zo mag zij ook moeder zijn voor onze parochie en onze gezinnen, we mogen bij haar te raden gaan met onze plannen. We mogen bij haar tot rust komen met onze zorgen. We mogen onze kinderen en kleinkinderen bij haar brengen en aan haar toevertrouwen, opdat ook kinderen en kleinkinderen gezegend zijn.

Als we dan met de zegen van Aäron bidden dat de Heer de glans van zijn gelaat naar ons mag keren, dan denken wij aan het Kind van Maria, aan Christus, onze Heer. Op de berg werd zijn gelaat glanzend. Wij vragen dat het licht van Christus gelaat onze dagen en onze wegen mag verlichten. En als we bidden dat de Heer zijn gelaat naar ons mag keren, dan zijn we ons bewust dat God in Christus ons zijn gelaat toont, maar dat we hem ook steeds mogen herkennen in de naaste, dat God ons in de naaste ook zijn gelaat naar ons keert.

Dit jaar wordt ook een voorbereidingsjaar voor de Synode van 2023. Daarover willen we ook Gods zegen vragen, dat we weer meer en meer leren samen te werken, samen als gemeenschap – Communio – samen als actieve gelovigen die deelnemen aan het keven van de Kerk – participatio – en samen erop uit trekkend om het Evangelie te verkondigen en goede werken te verrichten – Missio.

Over dat alles vragen wij Gods zegen, op voorspraak van de Moeder Gods Maria. Amen

Feest van de Heilige Familie

Zondag 26 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Omdat Kerstmis op zaterdag viel, vervalt dit jaar tweede kerstdag en vieren we deze zondag meteen het feest van het Heilig Huisgezin. Dit feest valt bovendien samen met het ‘Jaar van het Gezin’ dat nog doorloopt tot half volgend jaar. Vandaag mogen we daarom nadenken over dit gezin van Nazareth, dat tegelijk zo bijzonder en toch ook heel gewoon was. Zoals ook deze Eucharistie heel gewoon maar toch ook altijd heel bijzonder is.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Samuël 1, 20-22. 24-28
  • Tussenzang: Psalm 84 (83), 2-3, 5-6, 9-10
  • Tweede lezing: 1 Johannes 3, 1-2. 21-24
  • Alleluja: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Lucas 2, 41-52

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Precies een jaar geleden, op het feest van de H. Familie in 2020 kondigde Paus Franciscus een jaar van het gezin aan. Dat begon afgelopen jaar op 19 maart, op het feest van Sint Jozef. Het was tegelijk ook een Jozefjaar. Het Jozefjaar is deze maand vrij geruisloos geëindigd op 8 december. Het jaar van het gezin loopt nog door tot de viering van de tiende Wereldgezinsdag, op 26 juni 2022 in Rome. Mochten er hier gezinnen zijn die nog niet weten wat ze deze zomer eind juni willen doen, dan kunnen ze overwegen om mee te doen met de wereldgezinsdagen in Rome.

Paus Franciscus kondigde dit jaar van het gezin aan vijf jaar na het verschijnen van de exhortatie Amoris Laetitia en dat is niet toevallig. Paus Franciscus herinnerde eraan dat het verschijnen van de Exhortatie Amoris Laetitia in 2016 werd overschaduwd door allerlei discussies in de media die van het eigenlijke onderwerp afleidden. Belangrijk hierin is hoofdstuk 9 van deze exhortatie over de spiritualiteit van Huwelijk en Gezin.

Dit is een opmerkelijk hoofdstuk. We zijn gewend te spreken over de spiritualiteit van de Franciscanen of de Jezuiten of de Benedictijnen of van de zusters van Moeder Teresa of van de Clarissen en nog veel meer. Maar altijd gaat het dan om een orde, een congregatie of een beweging in de Kerk. In deze Exhortatie spreekt de paus voor het eerst zo uitgebreid over de spiritualiteit van het Huwelijk en het Gezin. Daarbij gaat dan over gewone parochianen, gewone gezinnen die uitgenodigd worden de weg van het gezin tot een weg met God te maken.

In deze exhortatie spreekt Paus Franciscus heel realistisch, hij is zich zeer bewust van de weerbarstigheden van het gezinsleven. Zo schrijft de paus, dat geen enkel gezin “een volmaakte en voor eens en altijd pasklare werkelijkheid is, maar dat het een geleidelijke ontwikkeling van het eigen vermogen om lief te hebben vergt”. De paus wijst er ook op, dat het in onze gezinnen niet is als in de hemel. Hij zegt, dat we er mee moeten op houden om “van de onderlinge menselijke relaties een volmaaktheid, zuiverheid van intenties en een coherentie te verwachten die wij alleen in de hemel zullen kunnen vinden”.

De paus heeft dus oog voor de hobbels van het gezinsleven, daarbij wijst de paus op de weg van geloof, hoop en liefde en van geestelijke groei als gezin. Als gelovigen zijn we allemaal op weg, en dat zijn we ook als gezin. De Kerk is synodaal en het gezin is bij uitstek synodaal. Je bent samen op weg als echtpaar, als gezin, samen met God en elkaar, samen met de Heilige Geest die ons samenhoudt.

De spiritualiteit van het gezin is een spiritualiteit van het omgaan met onvolmaaktheden. Wie wat langer meedraait in deze wereld is zich ongetwijfeld bewust geworden van de eigen tekorten en die van anderen. Spiritualiteit moet daarom met beide voeten in deze werkelijkheid staan. Paus Franciscus gaat in op de houding tegenover de ander vanuit onze relatie met God. Hij spreekt over een belangrijk keerpunt in de liefde van het echtpaar: “wanneer ieder ontdekt dat de ander niet van hem is, maar een veel belangrijkere eigenaar heeft, zijn enige Heer”. Hij noemt dit “spiritueel realisme”, waarbij “de partner niet pretendeert dat de ander volledig voldoet aan zijn wensen”. Hij wijst erop dat het goed is om een bepaalde “desillusie te ervaren betreffende de ander, waardoor we ophouden om van de ander te verwachten wat alleen maar eigen is aan de liefde van God”. Het gaat hierbij dus om het besef dat de ander niet volmaakt is.

We leven nog steeds in coronatijd, dat hindert ons om gemakkelijk bijeenkomsten te organiseren. Maar we hebben niet willen wachten en zijn begonnen met gezinscatechese. Kleinschalig, het mag langzaam groeien. We gaan daarin ook zoeken naar mogelijkheden om hoofdstuk 9 van Amoris Laetitia uit te diepen. We willen als parochie met de gezinnen op weg gaan. Hoever we volgend jaar komen is nog niet duidelijk, maar to eind juni is er nog dit jaar van het gezin en dat stimuleert ons om samen aan de slag te gaan, zodat er iets kan groeien dat ook de komende jaren verder kan.

Vandaag op het feest van de Heilige Familie mogen we ons in ieder geval bewust zijn van het feit dat God zijn Zoon deed mens worden in een gezin. Daarmee bevestigt God het scheppingsverhaal, de natuurlijke setting van een vader en een moeder. En wat de maatschappij ook bedenkt, of welke alternatieve vormen er ook worden erkend in de wet. Voor de Kerk zal dit steeds het uitgangspunt zijn. Toch moeten we niet alleen daar onze aandacht op vestigen. Een gezonde natuurlijke setting bevordert de kansen van kinderen om op te groeien tot evenwichtige volwassenen. Maar dat Jezus zich kon ontplooien tot onze Verlosser heeft ook alles te maken met het gelovige klimaat in het gezin van Nazareth.

We weten dat aanleg en opvoeding beide voor 50% van invloed zijn op de ontwikkeling van een persoon. Ook voor Jezus was zijn opvoeding belangrijk. De gelovige sfeer bij Jozef en Maria thuis heeft Hem geholpen zijn bijzondere relatie met God de Vader te ontwikkelen, maar ook zijn houding tegenover armen, zieken en zondaars, zijn vergevende houding, zijn bereidheid mensen aan te raken die genezing nodig hadden. De spiritualiteit van het gezin van Nazareth mag ons helpen een gezonde spiritualiteit van het gezin te ontwikkelen. We bidden dat daar zegen op mag rusten. Amen

Kerstmis - Hoogfeest van de geboorte van onze Heer

Zaterdag 25 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Het is Kerstmis. Dat lieflijke feest draagt een diep mysterie in zich. Johannes speurt daarnaar als hij zijn Evangelie schrijft. In het begin was het Woord en het Woord is Vlees geworden. Dat Woord gaan we opnieuw beluisteren en tegelijk ontvangen als Hij in deze Eucharistie opnieuw in ons midden komt met de gave van zijn Lichaam en Bloed.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 52, 7-10
  • Tussenzang: Psalm 98 (97), 1, 2-3ab, 3cd-4, 5-6
  • Tweede lezing: Hebreeën 1, 1-6
  • Alleluja: Wij staan in het volle licht van …
  • Evangelie: Johannes 1, 1-18 of 1-5. 9-14

Klik hier en scroll naar 'Dageraadsmis' voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. De Evangelist Johannes heeft niets geschreven over Kerstmis, niets over de engel bij Maria, niets over de engel in de droom bij Jozef, niets over de herders of de koningen. Waarom niet? Misschien vond hij het niet nodig omdat Matteüs en Lucas hier al over hadden geschreven. Johannes wordt vergeleken met een adelaar, hoog in de lucht overziet hij het geheel, terwijl hij met een scherpe blik het kleinste detail op aarde waarneemt. Zo overziet hij het leven van Jezus en kijkt terug naar het allereerste begin.

Wie is Jezus? Wie is Hij van wie we vandaag de geboorte herdenken? Kunnen wij de diepte van zijn persoon peilen? Waar komt Hij vandaan? Waar ligt zijn oorsprong? Dat mensenkind dat in die kribbe ligt, zo gewoon, een baby, welk geheim schuilt daar diep van binnen?

Johannes zegt het zo: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid.” Het Woord waarmee God het heelal geschapen heeft, zoals we lezen in het boek Genesis, dat woord, want God sprak en het was er. God sprak en er was licht, God sprak en er was leven. Dat Woord, waardoor God alles heeft geschapen, dat Woord dat vervuld is van goedheid en liefde, dat Woord dat kracht heeft en tijd schept, dat Woord dat genezing brengt en vergeving, dat Woord van wijsheid en waarheid; dat Woord is vlees geworden, is Mens geworden, is onder ons komen wonen; Hij heeft zijn tent in ons midden opgeslagen om met ons door de woestijn van ons bestaan mee te trekken, dat Woord is God, dat Woord is de Zoon, dat Woord is Jezus, het Woord is Vlees geworden.

Vanuit dat inzicht zijn de mozaïeken in de koepels van kerken gemaakt, als een eer aan Hem die zetelt aan God rechterhand. Vanuit dat besef over wie Hij is, kozen keizers voor Christus en werd het Christendom de godsdienst van heel het Westen. Jezus. Wie is Hij, van wie we vandaag de geboorte vieren, dat feest dat over heel de aarde wordt gevierd, ondanks corona, ondanks politieke spanningen, ondanks economische problemen. Wie is Hij?

Het is in ieder geval duidelijk dat Jezus van zichzelf wist wie Hij was. Hij is één met de Vader. God is zijn Vader. Alles in Hem ademt God. Heel zijn wezen is één met de Vader. Gods Geest is zijn Geest, God is zijn denken en doen, zijn spreken, zijn zitten en staan, zijn rusten en op weg gaan, alles is uit God en met God en in God. Niets in Hem is zonder God. En dat weet Hij. En dat was ook precies wat wij nodig hadden.

Want al ons denken over God, is en blijft mensenwerk. Kijk naar al die godsdiensten, al die godenbeelden uit het verleden, Zeus en Jupiter, Wodan, Thor en Freija, Astarte, of Tawaret en Hathor. Die eindeloze rij van kleine en grote goden en mythische verhalen, allemaal menselijke pogingen om iets van God in de wereld te beschrijven, om iets van een band met God op te bouwen, maar allemaal tevergeefs. Dat is God niet, zo is God niet.

En onze tijd. Is het moedeloosheid of arrogantie, dat het atheïsme zoveel invloed heeft? Het atheïsme zet al die menselijke bedenksels opzij, maar gaat ineens een stuk verder, schiet door, zelfs die intuïtie over God die je in alle tijden en culturen tegenkomt, zetten ze opzij. ‘God bestaat niet’, is de stelling en daarmee kan je niet alleen alle goden en afgoden in het museum plaatsen. Zo kan je ook alle discussies en ruzies over godsdiensten beëindigen. God bestaat niet. Niet dat die stelling de diepste vragen beantwoordt, maar het kan aantrekkelijk lijken als een makkelijke en radicale oplossing.

Wij hebben een wonderlijk geloof. En ik ben ervan overtuigd dat inderdaad op de lange duur alle godsdiensten met al die verschillende godenbeelden gaandeweg in de musea belanden, dat ze eens allemaal deel worden van een cultuurgeschiedenis als stappen in de evolutie van ons denken. Wat zal er dan op de duur van godsdienst overblijven, als als die ideeën over God, al die beelden, achterhaald blijken, want je kunt God niet zien. Daarmee eindigt ook het Evangelie van vandaag: “Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.”

Onze toekomst is dit: Alleen God met een menselijk gezicht, alleen God die onder ons komt wonen, alleen God die ons leven en ons lijden deelt, alleen God die niet slechts voor en boven de tijd is, maar die ook in de tijd God met ons is. Alleen die God zal standhouden in de toekomst, alle andere goden verliezen hun bestaansrecht, ja alleen die God zal ook atheïsme overwinnen.

Johannes en de Eerste Christenen hebben dit beseft. En zij hebben het gezien en gehoord, ze hebben het ervaren en begrepen. God is echt mens geworden in Jezus. Niet de god van de Perzen of de Grieken of de Romeinen, of de Azteken, of van India, of waar dan ook. Alleen God die zich al had laten kennen aan Abraham en aan de profeten in Israël. Die God, die je niet kunt zien, God die barmhartig is, die wijsheid is, God die liefde is, de enige die de naam God waardig is, die God is mens geworden. Wij kunnen Jezus niet hoog genoeg schatten. Maar tegelijk moeten we beseffen dat God ook in ons zijn beeltenis heeft neergelegd. Onze roeping is om net als Jezus beeld van God te zijn. Zijn geboorte die wij nu vieren, moet ons nieuw leven schenken. In Hem mogen we zien hoe God de mens, ons, heeft bedoeld. Dat is onze toekomst. Hij is onze toekomst. Er is geen andere. Amen.

Vierde zondag van de Advent

Viering zondag 19 december 2021

Celebrant: pater M.R. Hoogland cp

De vierde week van de Advent is begonnen. De geboorte van de Redder kondigt zich aan en ondanks de voortgaande pandemie en de landelijke lockdown, bereiden we ons voor op het Kerstfeest. In alle noden is God ons nabij en Hij brengt zijn belofte tot vervulling. Dat vieren we hier en nu in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Micha, 5, 1-4a
  • Tussenzang: Psalm 80 (79), 2ac en 3b. 15-16. 18-19
  • Tweede lezing: Brief heilige apostel Paulus aan de Hebreeën, 10, 5-10
  • Alleluja: Lc. 1, 38
  • Evangelie: Lucas, 1, 39-45

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Derde zondag van de Advent

Viering zondag 12 december 2021

Celebrant: pastoor R. Gouw

De derde zondag van de Advent wordt zondag Gaudete genoemd. We horen het in de tweede lezing: “Verheug u in de Heer”. Die vreugde blijft ook doorklinken als Johannes ons oproept tot bekering, want de Heer is nabij. Dat mogen we vieren in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Sefanja 3, 14-18a
  • Tussenzang: Jesaja 12, 2-3, 4 bcd, 5-6
  • Tweede lezing: Filippenzen 4, 4-7
  • Alleluja: Jes. 61, 1 (cf. Lc. 4, 18)
  • Evangelie: Lucas 3, 10-18

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Tijdens de viering heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

“Verheug u” schrijft Paulus in de tweede lezing; “verheug u altijd”. Waarover moeten we ons verheugen? We hoorden het in de eerste lezing: “Het vonnis dat op u drukte, werd door de Heer vernietigd. Hij heeft uw vijand verjaagd”. Maar wie is die vijand? Hebben wij nog vijanden? En welk vonnis drukt op ons? We zijn toch vrije mensen? “Vrees niet, Sion” hoorden we, “en laat uw handen niet verslappen. De Heer, uw God, is bij u als een reddende held”. Is er nog iets dat wij vrezen? Zijn onze handen verslapt? Moet God ons nog redden?

Deze vragen kunnen opkomen in onze tijd. Maar ik kan me goed voorstellen dat iemand in Nigeria op de vlucht voor Boko Haram bij deze woorden iets anders ervaart dan wij in Nederland. Het klinkt ook anders in Afghanistan waar de Taliban de macht hebben gegrepen. Zo klinkt het helaas op veel plaatsen in de wereld. Het klonk ook anders tijdens de Tweede Wereldoorlog hier in ons land. Maar nu, anno 2021. Wie is die vijand? Of denken we dan aan Corona? Is er nog een vonnis dat op ons drukt? Waar zouden we bang voor moeten zijn? Hebben wij nog redding nodig? Of denken we dan aan klimaatverandering?

Deze zondag heet “Zondag Gaudete”; “Verheug u”. Toch spreekt het Evangelie vooral over bekering. Zo vrolijk klinkt het ook niet wat Johannes zegt: “Er komt iemand die sterker is dan ik; … De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer grondig te zuiveren …”. Het gaat dus ook over zuivering.

Wat is dan de vreugde van Kerstmis? Want daar gaat het hier over. Wat is die bevrijding van Kerstmis die hier al aangekondigd wordt? Wat is de Blijde Boodschap? Het vonnis dat op ons drukt is de last van een wereld die niet Gods wegen gaat en die daarom ook niet vooruit gaat. Alle vooruitgang zonder God is schijn en leidt uiteindelijk tot een nieuwe catastrofe.

Maar wat kan je daar als kleine mens tegen doen? Weinig of niets! De geschiedenis houdt geen rekening met u en mij. Wat is dan die Blijde Boodschap? Die komt aan het licht in de woorden van Johannes de Doper.

Het zijn gewone mensen die bij Johannes aankloppen. De Blijde Boodschap betekent dat er voor kleine mensen, gewone mensen, een weg is te gaan met God, een weg die niet afhankelijk is van regeringen, van politieke pressiegroepen, van economische grootmachten of van multinationals en media monopolisten. De Kerk is er om mensen die weg te wijzen en vandaag luisteren we daarom naar Johannes de Doper.

“Wat moeten wij doen?” De tijdgenoten van Johannes beseffen dat het niet alleen om een leer gaat, niet alleen om erkenning van een waarheid. Het gaat ook over doen. “Wat moeten wij doen?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen”. Hoe zit dat met ons? Wij ruimen van tijd tot tijd de kledingkast op, soms gaat het naar de recycling of naar een derdewereldland. We geven regelmatig iets voor de voedselbank. Je zou dus kunnen zeggen dat we al doen wat Johannes ons voorhoudt. Dat geldt ook voor wat hij tegen de tollenaars en de soldaten zegt: “Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld”. “Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij”. Tevreden zijn met wat je toekomt. Niet iets opeisen dat uiteindelijk ten koste gaat van anderen. En misschien zegt u, ja dat lukt ook aardig. Ik plunder niemand uit, ik pers niemand af, ik vraag niet meer dan me toekomt.

Dan is het goed om de woorden van Jezus als uitleg erbij te nemen. “Keer je andere wang toe” zegt Hij. “Ga twee mijl als iemand een mijl van je vraagt”. “Geef niet alleen je bovenkleed, maar ook je onderkleed” (Matteüs 5, 38-42). Wij zien in de Advent uit uit naar de geboorte van Hem die uiteindelijk zichzelf zal geven aan het kruis, die zijn leven zal geven; alles; die zelfs zijn eigen moeder nog weggeeft aan zijn leerlingen. We mogen ons dus afvragen of wat wij doen niet wat aan de magere kant is, of we niet slechts iets van onze overdaad geven, de kruimels die van de tafel van de rijken vallen. De overdaad die uit onze kasten loopt.

Als parochiefederatie steunen wij de Adventsactie. We willen iets extra’s doen. Toch lopen we het gevaar dat slechts te doen door wat te bedelen bij onze vaste kerkgangers. Dat bent u. Maar zouden we ons voor de AdventsActie en volgend jaar de VastenActie, niet net zoveel inspanning moeten getroosten als wat we aan inspanning leveren voor onze vereniging of ons kerstdiner?

Voor de sportvereniging bezorgen sommigen bij alle leden een brief in de bus. En dat is goed en nodig. Er komen soms collectanten aan de deur. Zoiets doen we niet snel voor de AdventsActie of de VastenActie. Wie heeft al bij zoon of dochter gevraagd om aan de AdventsActie mee te doen, of aan de bakker om de hoek, of bij de werkgever of collega’s of op de sportclub? “Wat moeten wij doen?” Dat vragen de mensen aan Johannes de Doper. We hoorden vandaag het antwoord. Toch gaat Jezus nog een stapje verder dan Johannes. Hij zegt: “Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten” (Matteüs 7, 12). Dus als u die moeder was, daar in Zimbabwe, zou u dan niet willen dat iemand in het Rijke Westen zich voor haar zou inspannen. Advent betekent dat wij ons voorbereiden op de geboorte van Hem die werkelijk alles voor ons heeft overgehad. Amen.

Tweede zondag van de Advent

Viering zondag 5 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Het is de tweede zondag van Advent, de tweede kaars wordt ontstoken, Kerstmis komt al dichterbij. Johannes de Doper roept ons in het Evangelie op de weg voor de Heer te bereiden. In deze dagen is er ook, met name voor de kinderen, veel aandacht Sint Nicolaas. Deze heilige bisschop bracht de liefde van Jezus in de praktijk. Die liefde mogen wij vieren in deze Eucharistie.

Door omstandigheden is de uitzending van de eucharistieviering in tweeën gesplitst. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Baruch 5, 1-9
  • Tussenzang: Psalm 126 (125) 1-2 ab, 2 cd-3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Filippenzen I, 3-6.8-11
  • Alleluja: Lucas 3, 4 en 6
  • Evangelie: Lucas 3, 1-6

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Bij alle ellende als gevolg van de corona-pandemie, is er soms ineens iets goeds. Zo hoorde ik laatst op het nieuws dat we in Nederland meer zijn gaan wandelen. De winkels voor wandelattributen zagen de omzet ineens stijgen. Zodra het weer het toelaat even naar buiten, dat is goed voor het hoofd en voor het lichaam. Van weer een Netflix film wordt je niet beter. Er kan dus uit de coronapandemie soms iets goeds komen, als we dat zelf maar zoeken en oppakken. Vandaag hebben we een voorbeeld in Johannes de Doper.

Waarom was Johannes naar de woestijn getrokken, waarom had hij de wereld verlaten en ingeruild voor de eenzaamheid met God? Johannes was niet getrouwd en leefde in afzondering. Nu was Johannes niet de enige in zijn tijd die andere keuzes maakte. Er waren allerlei religieuze stromingen. Je had religieus politiek georiënteerde groepen zoals de Herodianen en de zeloten, er waren groepen met een eigen theologie en reinheidsopvatting zoals de Essenen en de Farizeeën. Er worden meer bewegingen genoemd in de Bijbel.

Toch is het christendom niet ontstaan vanuit een van die bewegingen. Johannes hoorde bij het gewone, het gangbare Jodendom, hij hoorde niet bij een afsplitsing, niet bij een sekte of een aparte beweging. Sommige idealen en ideeën zal hij misschien gedeeld hebben, maar Johannes staat helemaal in de gewone traditie van de rechters en de profeten uit het Oude Testament. Hij leeft in de afzondering omdat hij luistert naar de Stem die hem zal zenden, de Stem die door hem wil spreken, zoals dat eigen is aan profeten.

We hoorden het in het Evangelie: “Toen kwam het woord van God over Johannes, zoon van Zacharias die in de woestijn verbleef. Hij begon op te treden in heel de Jordaanstreek en een doopsel van bekering te preken tot vergeving van zonden …”. Johannes had de stilte nodig om te kunnen luisteren, om het onderscheid te kunnen maken tussen zijn eigen gedachten en het Woord dat God tot hem sprak. Wat voor Johannes gold, dat geldt nog steeds, voor ieder van ons. Ook Jezus trok zich terug in de woestijn voordat Hij aan zijn zending begon. De geboorte van het Joodse Volk gebeurde feitelijk in de woestijn, gedurende die tocht van veertig jaar. Die lange tijd, een hele generatie, was nodig, om van slavenvolk in Egypte uit te groeien tot een vrij volk, dat in vrijheid kiest om Volk van God te zijn.

Vandaag op de tweede zondag van de Advent stelt de Kerk ons Johannes de Doper voor ogen, niet alleen omdat hij de komst van Christus aankondigt, niet alleen omdat hij een voorloper is, een wegbereider, maar ook om hem als voorbeeld te stellen hoe je de komst van Christus voorbereidt.

Ik noemde het al aan het begin. Meer mensen zijn gaan wandelen, kiezen vaker voor de natuur, voor de rust. Wie weet komt er ook weer een moment dat meer mensen kiezen voor bezinning, voor het Evangelie, voor Christus. Maar om dat te kunnen moet er eerst iets gebeuren, waardoor we los komen van die veelheid van dingen die de wereld biedt.

Ik moest laatst denken aan vroeger, thuis. In een gezin van 8 kinderen, waren er heel wat sokken te stoppen. De huidige sokken laten zich minder makkelijk stoppen, we zijn geneigd ze weg te gooien als er een gaatje in komt. In die zin waren we vroeger, door armoede gedwongen, veel milieubewuster. Er was geen televisie of internet en geld voor de bioscoop was er niet. Dus werden er boeken gelezen, een spelletje gedaan en … gebreid en sokken gestopt.

Onze wereld heeft de vrije tijd gekaapt en gemaakt tot een grote economische factor, iets waaraan goed verdiend kan worden. Vrije tijd heb je om te genieten, om filmseries te bekijken, om uit te gaan, als het kan nog een keer op vakantie, vrije tijd is een enorme sector geworden waaraan verdiend kan worden. Er is concurrentie in onze besteding van de vrije tijd, er is zoveel mogelijk dat we keuzestress krijgen. En toen kwam de corona-pandemie. Ons economisch systeem van produceren en consumeren, waarvan ook gezondheid en vrije tijd onderdeel zijn, begon te wankelen. Misschien kan de corona-pandemie ons helpen onze vrije tijd terug te krijgen. Los te komen van dat enorme aanbod en de schijnbare verplichtingen om daar iets mee te doen.

Johannes de Doper heeft zijn vrijheid behouden. Hij durfde de stilte aan, eenzaamheid met God. Hij had in Jeruzalem kunnen gaan wonen, hij had een vooraanstaand Farizeeër kunnen worden, misschien ooit hogepriester. Maar Johannes koos voor de eenzaamheid, voor het ongehuwd zijn, om volledig vrij te zijn voor God. Zo had hij geen enkele verplichting naar de wereld; zo alleen kon hij Gods stem verstaan en voorloper van de Messias worden.

Wanneer je een gezin hebt, kinderen, kleinkinderen, dan heb je minder ruimte om keuzes te maken zoals Johannes, je hebt daarvoor teveel verantwoordelijkheden. Toch kunnen wij leren van Johannes om meer vrij te worden voor God. Wij hebben veel minder verplichtingen tegenover de wereld dan we vaak denken of voelen. De meeste dingen worden ons aangepraat door de reclame. Johannes kan ons helpen iets van die vrijheid terug te vinden. En of we dan ook sokken stoppen zoals vroeger in plaats van naar nog een film kijken, dat mag ieder zelf bedenken. We worden uitgenodigd tijd te maken en stilte te zoeken om Gods stem te kunnen verstaan. Die stem zal ons wijzen naar Christus, de Zoon. Zijn komst gaan we vieren met Kerstmis. Amen.

Eerste zondag van de Advent

Viering zondag 28 november 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Het is de tweede keer dat de Advent begint met meer problemen door de coronapandemie. We weten niet wat we met Kerstavond kunnen doen, maar dit weten we wel, het wordt Kerstmis en daar bereiden we ons op voor.

De eerste kaars op de Adventskrans wordt aangestoken, het licht begint te dagen als voorbereiding op de geboorte van het Licht van de wereld. In deze Eucharistie komt de Heer reeds in ons midden.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia, 33, 14-16
  • Tussenzang: Psalm 25 (24), 4bc-5ab. 8-9. 10 en 14
  • Tweede lezing: Eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica, 3, 12 – 4, 2
  • Alleluja: Psalm 85 (84), 8
  • Evangelie: Lucas, 21, 25-28. 34-36

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen van Tessalonica, die we zonet lazen: “ … dat gij de overlevering over een levenswandel die God welgevallig is, nog trouwer naleeft dan gij al doet.” Dit is een mooi en bemoedigend woord om de Advent mee te beginnen. Geen strafrede over wat we allemaal fout doen, geen kritiek op wat er is misgegaan, maar bemoediging: Dat we die overlevering nog trouwer naleven dan wij al doen.

Paulus heeft gehoord hoe het in Tessalonica gaat. Hij is dankbaar hoe daar de gemeenschap van christenen groeit en wat zij daar doen aan diaconie en hoe zij de woorden van Jezus tot zich nemen en in de praktijk brengen. Er gebeurt daar veel goeds. Nu spoort hij hen aan die overlevering nog trouwer na te leven. Met andere woorden: “Doe er nog een schepje bovenop”.

Wat is nu die overlevering waar Paulus het over heeft? Wat moeten de mensen proberen nog trouwer na te leven? Daarvoor moeten we teruggaan naar Jezus en zijn verkondiging. Paulus heeft ontdekt dat Jezus op een andere manier omging met de Wet van Mozes. Waren de Farizeeën in zijn tijd sterk gericht op de wet van Mozes, op het trouw vervullen van alle geboden, zeg maar zo’n 365 geboden, voor elke dag één. Jezus kiest de kant van de kleine mensen, degenen die al die geboden niet uit elkaar kunnen houden, die niet geschoold zijn in synagogale jurisprudentie over hoe al die geboden zich met elkaar verhouden. Jezus heeft de Wet van Mozes samengevat in het dubbelgebod van de liefde: Liefde voor God en liefde voor de naaste. De apostel Paulus heeft dat goed begrepen. Het gaat om deze overlevering van Jezus: Bemin God en bemin de naaste als jezelf, daarmee vervul je de gehele Wet.

In Tessalonica hebben ze dat begrepen en wij ook. We komen hier samen om opnieuw herinnerd te worden aan hoe Jezus ons de weg wijst naar Gods Koninkrijk, naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wij willen Gods Woord horen, het overwegen en proberen toe te passen in ons dagelijks leven.

Bij de Adventstijd als een tijd van voorbereiden op Kerstmis past deze bemoediging van Paulus heel goed. Doe het goede dat je al doet, maar doe het nog trouwer, met nog wat meer inzet. Het mag je nog iets meer kosten.

Toch moet je met zo’n bemoediging ook oppassen. De meesten van ons kunnen wel iets met deze gedachte. Maar ik denk dat je het niet moet zeggen tegen mensen die al op hun tandvlees lopen. Je moet het nu niet zeggen tegen de werkers in de ziekenhuizen, of tegen de gemiddelde politieman die de zoveelste keer overwerkt vanwege weer een rel. Dan kan je alleen zeggen, hou vol, er komt ooit een ommekeer ten goede. Ook dat is Advent; durven verwachten en durven hopen dat het beter wordt.

Volhouden, vertrouwen, een stapje extra. Jezus roept in het Evangelie op tot waakzaamheid. Hoe bedoelt Hij dat? Gaat het erom dat we niet laten inbreken in ons huis, dat we uit de buurt blijven van relletjes, of dat we ons bij de corona-pandemie nog wat secuurder aan de regels houden? Dat is natuurlijk allemaal prima en dat mogen we best bij die waakzaamheid insluiten, maar in de eerste plaats gaat het Hem erom dat we waakzaam zijn in het grote dubbelgebod van de liefde: Bemin God en bemin je naaste als jezelf.

Dat is een heel speciale waakzaamheid en dat is uiteindelijk ook waar het Paulus om gaat als hij oproept om je nog wat meer ervoor in te zetten, om het nog trouwer na te leven. Daar sluit ook het Evangelie op aan, waar Jezus zegt: “Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon”.

Dat is waar het uiteindelijk om gaat, dat we Jezus oprecht in de ogen kunnen kijken en kunnen zeggen dat we werkelijk hebben geprobeerd God en de naaste te beminnen; dat we kunnen zeggen dat we niet voor onszelf hebben geleefd, dat we God op de eerste plaats hebben gezet en niet de wereld, dat we minstens net zoveel voor anderen hebben gedaan als voor onszelf.

Die naaste willen we als parochie ook samen steunen en omdat we niet heel de wereld kunnen helpen, richten we ons op bepaalde doelen. Voor de Adventsactie hebben we als federatie aan de Rechter Maasoever gekozen voor een project van vrouwen die gaan bevallen. In Zimbabwe wonen ze vaak te ver van een ziekenhuis om bij complicaties snel te kunnen handelen. Daarom moet er een opvanghuis zijn in de buurt van een hospitaal, zodat deze vrouwen eerder daarheen kunnen komen om de laatste weken en dagen voor de bevalling goed te worden begeleid en opgevangen.

Zo scheppen we een veilige omgeving voor moeder en kind, maar weten ook de vaders dat ze veilig zijn en worden opgevangen. In het parochieblad dat volgende week uitkomt, kunt u er meer over lezen en natuurlijk ook op onze website. Maar we willen het doneren ook gemakkelijk maken. Met de QR-code op de bank komt u bij een doneerhulp waar ook een plaatje met een link in zit voor de Adventsactie. Daarmee kunt u rechtstreeks dit doel steunen. Het gaat om iets extra’s in liefde voor God en de naaste, jezelf iets ontzeggen waar een ander beter van wordt. Dat is een goede voorbereiding op Kerstmis. Amen.

Christus Koning

Viering zondag 21 november 2021

Celebrant: Pater M.R. Hoogland

Op het feest van Christus Koning worden we uitgenodigd om na te denken over de manier waarop Christus koning is. Wat zegt dat over Hem en wat zegt dat over ons? In deze Eucharistie vieren we dat onze Koning ons uitnodigt aan zijn gastmaal.

Lezingen

  • Eerste lezing: Daniël 7, 13-14
  • Tussenzang: Psalm 93 (92), 1 ab, 1c-2, 5
  • Tweede lezing: Apokalyps 1, 5-8
  • Alleluja: Marcus 11, 10
  • Evangelie: Johannes 18, 33b-37

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Pater M.R. Hoogland heeft tijdens de viering in de kathedraal zijn eigen preek voordragen.

Op het feest van Christus Koning lezen we een tekst vanuit de rechtbank, vanuit de rechtspraak. Pilatus is hier de rechter en hij vraagt Jezus: “Zijt gij de koning der Joden?” Blijkbaar heeft dit iets met de beschuldiging te maken en is het strafbaar om jezelf koning van de Joden te noemen. De tegenstanders uit Judea gebruiken dat argument ook als ze roepen: “Als ge die man vrijlaat, zijt ge geen vriend van de keizer. Wie zich voor koning uitgeeft, komt in verzet tegen de keizer.” Jezus antwoordt op de vraag van Pilatus: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus moet rechtspreken, maar hij staat in een dilemma. Hij vindt geen schuld in Jezus maar voelt zich klemgezet door de opgehitste menigte: “Zal ik dan uw koning kruisigen?” roept hij. Dan is het extra opvallend wat de hogepriesters dan antwoorden: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”

“Wij hebben geen andere koning dan de keizer!” Wat moet je van die uitspraak denken. Sommige exegeten stellen dat dit nooit zo gezegd kan zijn. Andere stellen dat dit anders zo niet zou zijn opgeschreven. Om hier iets meer van te begrijpen moeten we terug naar de eerste officiële koning in Israël. Koning Saul. Het is de profeet Samuel die onder druk van de bevolking worstelt met deze vraag, ze willen een koning. Hij legt deze vraag aan God voor en krijgt dan het bijzondere antwoord: “Geef gehoor aan het volk, wat zij u ook vragen, want ze verwerpen niet u, maar Mij; Mij willen ze niet langer als koning”.

God spreekt bij monde van Samuel: “Ze verwerpen niet u, maar Mij; Mij willen ze niet langer als koning”. In Psalm 93 werd het nog gezongen: “Koning is onze God” en nu klinkt: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”

Jezus staat voor de rechter: “Zijt gij de koning der Joden?” Jezus wil niet een veroordeling vanwege politieke spanningen. Zijn dood zal er zijn vanwege het ongeloof van Gods Volk. Daarom provoceert Hij Pilatus niet: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.”

“Mijn koningschap is niet van hier”, als Pilatus dit hoort, denkt hij: “Nu heb ik je toch” want Jezus spreekt over “mijn koningschap”. “Gij zijt dus toch koning?” Dan pas volgen die bijzonder woorden van Jezus: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Koning van de waarheid. Dat is het koningschap waarvan Hij getuigt tegenover Pilatus: “Ik ben in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid.” Hij is Koning van de waarheid. En Jezus zegt meteen daarna: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Daarin hoor je een ander Woord van Hem doorklinken: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij” (Johannes 10, 27). Dat gaat over ons.

Van de opgehitste menigte die meebeweegt met de demagogie van de hogepriesters, die de keizer als hun koning erkennen en Jezus als koning afwijzen, gaan we nu naar onszelf. Wie erkennen wij als koning? Zijn wij degenen die luisteren naar zijn stem? Jezus zegt: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Zijn wij uit de waarheid? Zijn wij op zoek naar de waarheid, of wuiven wij het weg zoals Pilatus, met de opmerking: “Wat is waarheid?”

Die vraag is overigens tekenend voor heel de situatie, want Pilatus wacht niet op een antwoord. Het is zoiets als discussiëren over God. “Wat is God?” Zoals discussies in onze tijd over God meestal verlopen: “Iedereen heeft zijn eigen God.” “Je kunt God niet bewijzen”, dus je kunt net zo makkelijk zeggen: “God bestaat niet.” Zo lijkt Pilatus te denken over waarheid. Ieder zijn eigen waarheid, of: “De waarheid bestaat niet”.

Maar voor wie gelooft, bestaat God wel, en voor wie gelooft bestaat de waarheid ook. Daarvoor gaan wij deze keer niet te rade bij filosofen, al kunnen zij heel zinnige dingen over het bestaan van God zeggen en over waarheid filosoferen, maar wij gaan te rade bij Christus. Zo zegt Jezus op een goed moment: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.” “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij” (Johannes 14, 1.6). En vandaag zegt Hij daarbij: “Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Hij die de waarheid is, getuigt van de waarheid. Pilatus staat tegenover de waarheid in levende lijve, maar hij herkent en erkent de waarheid niet omdat hij gevangen zit in zijn politieke belangen. Maar zij die uit de waarheid zijn, luisteren naar de stem van de waarheid, de stem van Christus, de stem van de Goede Herder. Daarvoor zijn we hier in de kerk. Om zijn stem te horen, om te luisteren en te verstaan. Dan wordt elk aards koningschap onbelangrijk, het is dan niet meer dan een functie in een maatschappelijk systeem. Het gaat om een totaal ander koningschap. Dat Hij Heer is van ons leven, ons denken, ons willen en doen. Ofwel God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht en uw naaste beminnen als uzelf. Dat is de waarheid en dan is Christus waarachtig koning in ons leven. Amen.

1e Mis van kapelaan Sander Verschuur

Viering zondag 14 november 2021

Celebrant: Kapelaan Sander Verschuur

Het is de een na laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week is het de laatste zondag met het hoogfeest van Christus Koning. Daarna begint de Advent. In de laatste dagen van het kerkelijk jaar, klinken ook lezingen over de laatste dagen. God is Heer van tijd en eeuwigheid. Dat vieren we in deze Eucharistie.

Bekijk op deze pagina een video waarin Sander vertelt over zijn weg naar het priesterschap.

Lezingen

  • Eerste lezing: Daniël 12, 1-3
  • Tussenzang: Psalm 16 (15), 5 en 8, 9-10, 11
  • Tweede lezing: Hebreeën 10, 11-14. 18
  • Alleluja: Matteüs 24, 42a en 44
  • Evangelie: Marcus 13, 24-32

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Kapelaan A. Verschuur heeft tijdens de viering zijn eigen preek voordragen. Die is helaas niet als tekst beschikbaar.

Twee weken scheiden ons van de Advent. Maar voor we aan een nieuw kerkelijk jaar beginnen, staan we eerst stil bij het einde; niet alleen bij het einde van dat jaar, maar ook het einde in het algemeen. Volgende week vieren we Christus Koning. God is begin en eindpunt en Christus is Heer van deze Schepping. Paulus beschrijft het zo: In Christus is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem” (Kolossenzen 1, 16-17).

Vandaag spreekt Jezus over het einde. Om de lezing van vandaag te begrijpen, moet u eigenlijk heel hoofdstuk 13 van Marcus lezen. Jezus zegt dan: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen aardbevingen zijn en hongersnood, nu hier, dan daar: dit is het begin van de weeën”.

Wat is die strijd van volk tegen volk, van koninkrijk tegen koninkrijk. Dat volkeren oorlogen voeren, is zo oud als de mensheid. Hier gaat het over het Volk van God dat een strijd te voeren heeft tegen het volk dat niet God wil toebehoren. Het gaat om het Koninkrijk van God dat belaagd wordt door het koninkrijk van de wereld. Jezus zegt daarover: “Gij zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, zal gered worden” (vers 12-13).

Dan gaat Hij verder: “Bidt, dat het niet in de winter valt. Want die dagen zullen dagen van verschrikking zijn zoals er niet zijn geweest vanaf het begin toen God de wereld schiep, tot nu toe, noch ooit komen zullen” (vers 18 en 19).

Daarna komt in vers 24 de lezing van vandaag: “ … na die verschrikkingen in die dagen zal de zon verduisteren en de maan zal geen licht meer geven …”

Wat betekent het als de zon zal verduisteren. Is dat letterlijk? Zoveel vulkaanuitbarstingen dat een as-wolk wereldwijd de aarde is het donker en in de kou hult? Gaat dat over klimaatveranderering? Dat kan. Maar we moeten ook de figuurlijke uitleg niet vergeten. Als God de zon is van ons bestaan, en de zon verduistert, dan is er een Godsverduistering. Dan zijn het de aswolken van de menselijke arrogantie en het ongeloof die God aan onze blik onttrekt.

Al tweeduizend jaar wordt over deze woorden nagedacht. Toen de barbaren in 476 de stad Rome aanvielen en daarna gaandeweg het hele Romeinse Rijk verder instortte, dacht men dat het einde gekomen was dat Jezus hier beschrijft.

Toen de terreur van de Franse revolutie uitbrak en priesters en religieuzen onder de Guillotine kwamen, dachten de gelovigen in Frankrijk dat dit het einde was. En wat te denken van de opkomst van het Communisme en het Nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog.

Aan de ene kant zijn er altijd die menselijke oorlogen, onverdraagzaamheid, oud zeer, wij-zij-denken, machtsongelijkheid, haat, wapenindustrie, opgeklopte stemmingen, complottheorieën, leugens, egoïsme, noem maar op. Wanneer we dat niet bestrijden, zullen oorlogen steeds het resultaat zijn. Maar bestrijden we het op de verkeerde manier, dan zijn oorlogen ook het resultaat.

Jezus zegt vandaag: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Van die dag of dat uur weet niemand af, zelfs niet de engelen in de hemel, zelfs niet de Zoon, maar de Vader alleen.”

Blijkbaar is Jezus daar ook niet nieuwsgierig naar. Hij laat dit aan de Vader. Wat Jezus ons laat weten is dat er altijd een strijd is en dat die strijd pas ophoudt als deze wereld aan zijn einde is. Dat betekent dat wij ons niet in slaap moeten laten sussen door welvaart, door beloften van de wetenschap, door mooie woorden van de politiek of door reclames van de commercie.

Die strijd was er bij de Eerste Christenen, die strijd is er nu en die zal blijven. Het gaat erom dat wij die strijd niet voeren met aardse wapens, niet met geweld, gedreven door haat, maar met hemelse wapenen, met zachtmoedigheid, gedreven door de liefde. Niet doden, maar tot leven brengen, geen cultuur van de dood, maar een cultuur van leven, niet een netwerk van list en bedrog, maar een netwerk van liefde tot opbouw van een beschaving van liefde.

Die strijd is ook niet in de eerste plaats een strijd aan de buitenkant, die strijd begint in ons eigen hart, pas als Christus daar Koning is, kunnen we met zijn zachtmoedigheid standhouden in de strijd van alle tijden.

Jezus heeft daarbij nog een wonderlijke vergelijking als Hij zegt: “Trekt uit de vergelijking met de vijgenboom deze les: wanneer zijn twijgen al zacht worden en beginnen uit te botten, weet ge dat de zomer in aantocht is. Zo ook, wanneer gij al deze dingen ziet, weet dan dat het einde nabij is, ja voor de deur staat”. Dat einde zal dus zijn als het einde van een strenge winter met een dodelijk kou. De moeilijkheden zijn dan als barensweeën van een nieuwe wereld waarvan we de lente als mogen gaan zien. Het is deze hoop die Jezus ons meegeeft. Amen.

Priesterwijding Sander Verschuur

Viering zaterdag 13 november 2021

Celebrant: Mgr. Van den Hende

  • Klik hier om het liturgieboekje voor de viering te downloaden (pdf).
  • Ter gelegenheid van de priesterwijding is een video gemaakt waarin Sander vertelt over zijn weg hier naartoe. U kunt deze video hier bekijken.

32e zondag door het jaar

Willibrord-zondag

Viering zondag 7 november 2021

Celebrant: Plebaan M. Hagen

Op deze zondag gedenken we de H. Willibrord. Hij heeft in onze streken het geloof verkondigd. Hij deed dat niet alleen, maar velen mét hem – velen vóór hem – en velen ná hem. Mede dank zij die verkondiging vieren wij nu de Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 52, 7-10
  • Tussenzang: Psalm 96 (95), 1-2a.2b-3.7-8a.10
  • Tweede lezing: Hebreeën 13, 7-9a.15-17a
  • Alleluja: Matteüs 28, 19a en 20b
  • Evangelie: Marcus 16, 15-20

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag en voor informatie over Heilige Willibrord.

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Hoe de eerste christenen het geloof hebben verkondigd, heeft Marcus opgeschreven. We zien wat de leerlingen van Jezus als leidraad meekregen: “Deze tekenen zullen jullie begeleiden: in mijn Naam zullen jullie duivels uitdrijven, jullie zullen nieuwe talen spreken, jullie zullen slangen opnemen; zelfs als jullie dodelijk vergif drinken zal het je geen kwaad doen; en als jullie aan zieken de handen opleggen zullen dezen genezen zijn.”

En inderdaad, zulke gebeurtenissen zijn opgetekend. Van Paulus weten we dat hij door een slang gebeten werd. Het was kort na een schipbreuk. De bevolking dacht dat de goden wel erg tegen hem waren, dat hij na een schipbreuk ook nog door een slang gebeten werd. Maar toen er niets met hem gebeurde, sloeg de stemming positief om, dit was een goddelijk ingrijpen.

Zo zijn er verhalen bekend over genezingen en het verdrijven van demonen. De leerlingen waaierden uit over de hele wereld. Ze hebben nieuwe talen geleerd en de Heilige Geest kwam hen daarbij te hulp.

Die sfeer, dat je de wereld intrekt om over Christus te vertellen, dat je elk moment gebruikt om van Hem te getuigen, zowel bij tegenslag als bij voorspoed, zowel wanneer je bij eenvoudige mensen te gast bent of als je voor de rechtbank of voor de keizer staat.

Willibrord kreeg het verlangen in zijn hart om aan de overkant van de zee het geloof te verkondigen. Hij was al vroeg aan de school van de monniken toevertrouwd en kwam in contact met het ideaal van de missie onder de Friezen.

Wat was Willibrord voor type? Hij was een ander type dan Bonifatius die ook zo’n groot verkondiger was en bovendien een martelaar. Bonifatius was meer een Paulus-type, hij was meer iemand van de radicale aanpak. Willibrord was eerder een Petrus-type, een man van beleid en samenwerking. Hij zocht contact met de koning en met degene die in het gebied rond Utrecht de leiding kreeg, dat was Pepijn. Willibrord zocht steun bij de paus, hij wilde zijn zegen hebben. Die kreeg hij, en zo werd Willibrord bisschop van Utrecht.

Er zijn veel overeenkomsten met onze tijd. In de tijd vóór Willibrord was het geloof hier ook al verkondigd. Het was al begonnen met Romeinse soldaten. De bevolking werd in de eeuwen daarna min of meer heen en weer geslingerd tussen de goden van de koningen die er aan de macht waren. Dan weer de heidense goden, dan weer de God van de christenen.

De meesten lieten dat maar over zich heengaan, want kleine mensen hadden geen macht. Toch was het christendom voor velen wel aantrekkelijker, met de vergeving van zonden en uitzicht op het eeuwige leven. Ook brachten de monniken kennis mee over landbouw en veeteelt, over inpoldering en andere technieken. Ze zetten scholen op waar kinderen konden leren.

Het is interessant om het verschil tussen Bonifatius en Willibrord nog wat te verdiepen. Willibrord kreeg in die tijd het gelijk aan zijn zijde. Maar op een dieper niveau had Bonifatius het gelijk aan zijn zijde. Bonifatius zette in op echte bekering, op een echte keuze voor Christus. Geen compromissen, geen afspraken met koningen, geen toegeeflijkheid, ook koningen moeten zich aan de wetten van de Kerk houden en er is maar één echte koning, dat is Christus. Bonifatius zetten in op een radicale lijn. Waarschijnlijk zag hij hoe het grootste deel van de bevolking christelijk werd, gewoon omdat de koning dat zo wilde. Hij beseft waarschijnlijk dat zo’n overgang naar het christelijk geloof weinig te betekenen had. Dat zou niet leiden tot navolging van Christus.

Tegelijk zag Willibrord aan de andere kant dat je met de methode van Bonifatius slechts kleine groepen mensen kon bereiken, dat veel mensen helemaal niet in staat zijn om het Evangelie zelfstandig te lezen, om zich in Christus te verdiepen en zo te komen tot een persoonlijke keuze en navolging van Christus. Willibrord was bekommerd om de grote massa, de brede bevolking. Hij nam het voor een deel op de koop toe dat het maar halve bekeringen waren, hij was blij dat ze in iedere geval werden gedoopt, dat hun kinderen werden gedoopt en dat ze aan de minimale eisen konden voldoen, een Onze vader en de geloofsbelijdenis kennen. Met steun van Pepijn en de paus nam hij de sommige dingen op de koop toe. Want de overheid maakte ook graag gebruik van het grote aanzien dat Willibrord gaandeweg kreeg.

Dit zien we in onze tijd ook. De cultuurkerk met grote massa’s, volle kerken en honderden dopelingen per jaar, ligt alweer een halve eeuw achter ons. Onze tijd lijkt meer te vragen om de aanpak van Bonifatius, toch hebben we ook volop te maken met christenen die nog niet heel bewust hebben gekozen. Zo staan we ook in de traditie van Willibrord. Aan ons is het om in wijsheid beide sporen te volgen, opdat zoveel mogelijk mensen Christus leren kennen. Dat ze als het kan komen tot een persoonlijke keuze voor Christus en zijn Kerk. In het besef dat dit niet aan iedereen gegeven is, zodat er ook ruimte moet zijn voor christenen die steun van andere nodig hebben om staande te blijven.

Op voorspraak van Willibrord, maar ook van Bonifatius en zoveel andere geloofsverkondigers, mogen we God vragen om zijn Heilige Geest, zodat wij in onze tijd op de weg van Christus vooruit gaan, vol goede moed, flexibel, met oog voor iedere mens, vertrouwend op Christus die met ons is. Amen.

31e zondag door het jaar

Viering zondag 31 oktober 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus geeft ons een prioriteitenlijstje. Dat is anders dan wat de samenleving doorgaans hanteert. In deze Eucharistie worden we uitgenodigd met zijn blik naar ons eigen prioriteitenlijstje te kijken.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 6, 2-6
  • Tussenzang: Psalm 18 (17), 2-3a, 3bc-4, 47 en 51ab
  • Tweede lezing: Hebreeën 7, 23-28
  • Alleluja: Johannes 14, 6
  • Evangelie: Marcus 12, 28b-34

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Prioriteiten. Als u wel eens iets opzoekt op het internet is het aardig om een keer te googelen op het woord prioriteiten. Talrijke organisaties bieden programma’s aan om zicht te krijgen op je prioriteiten: Time-management, beter leren doelen stellen en plannen, effectiever werken en agendabeheer. Ik las ergens ook: “Zet jezelf bovenaan je prioriteitenlijst!”.

Toch is dit niet iets van onze tijd alleen. De schriftgeleerde in het evangelie van vandaag heeft een soortgelijke vraag: “Wat is het allereerste gebod?” Hij is een schriftgeleerde. Hij kent de discussies in zijn tijd over de honderden wetten die je in de Bijbel kunt vinden. Het lijkt erop dat deze schriftgeleerde niet is gekomen om Jezus klem te zetten, het is geen strikvraag, hij zoekt oprecht naar een antwoord. Dat antwoord krijgt hij ook en hij is er blij mee.

Hoe staat dat met ons en hoe staat dat met onze samenleving. Deze schriftgeleerde stemt van harte in met het antwoord van Jezus; “Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd: Hij is de enige, en er bestaat geen andere buiten Hem; en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf, dat gaat boven alle brand- en slachtoffers”.

In de wereld kun je gemakkelijk een tekst vinden zoals ik al noemde: “Zet jezelf bovenaan je prioriteitenlijst!”. Het weerspiegelt de tendens van onze cultuur; ik-gericht; individualistisch. Wat staat in onze samenleving bovenaan de prioriteitenlijst. Dat hangt er vanaf aan wie je het vraagt. Wat zou minister president Mark Rutte antwoorden? Coronabestrijding, meer vaccinatie? Of toch herstel van de economie? Of staat het klimaat nu bovenaan zijn agenda? Of begint hij in te zien dat het liberale politieke erfgoed en aansturing van het ambtenarenapparaat een tragedie heeft geschapen binnen de belastingdienst? Komt dat langzaam naar boven op zijn prioriteitenlijst?

Wat zal bovenaan de prioriteitenlijst bij NetFlix staan, of bij Google, of bij Facebook? Facebook die een Meta-organisatie wil worden. Hoe voorkomen zij dat zij een metastase worden in het levende orgaan van de mensheid? Misschien moet hij eerst nadenken over metanoia, bekering, omdenken in plaats van zo verder gaan. Het is goed om over dit alles na te denken, want we worden omringd door allerlei organisaties die allemaal hun eigen prioriteiten hebben, soms openlijk, meestal verhuld, vaak mooi gemaakt om goed te kunnen verkopen.

Hier in de Kerk hebben we ook prioriteiten. Maar het Evangelie van vandaag helpt ons die prioriteiten regelmatig te toetsen. Je kunt denken dat vanwege de teruggang in de coronapandemie de financiën prioriteit moeten geven. Of je kunt denken dat het kerkbezoek prioriteit moet krijgen. Je kunt ook denken dat de jeugd prioriteit moet krijgen. Maar ook wij moeten terug naar de eerste prioriteit en daar hopen aan toe te komen voorde synode in 2023.

Het lijkt een beetje op de vraag van de schriftgeleerde die van de Bijbelse wetten wil weten welke nu prioriteit heeft. Vandaag geeft Jezus een helder antwoord, Hij citeert de tekst uit de eerste lezing van vandaag en voegt er de zorg voor de naaste aan toe: “Hoor, Israël ! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”. In Deuteronomium gaat de tekst nog iets verder, daar staat: “7 Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat. 8 Bind ze als een teken op uw hand en als een band op uw voorhoofd. 9 Grif ze in de deurposten van uw huis en op de poorten van uw stad”.

Het mooie aan deze woorden is dat ze duidelijk maken hoe groot die prioriteit is. Want waar praat je met je kinderen over? Over school, sport, vriendjes, vriendinnetjes, over liefde en seks, een feestje, beroepskeuze, of ze hun kamer opruimen, … waar praat je over? De Bijbel zegt over die opdracht om God te beminnen: Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat.

In het jaar van het gezin is dat belangrijk om aan herinnerd te worden, want waar je over spreekt, dat blijft leven; het blijft leven in je gedachten en in je doen en laten. Praat je ergens niet meer over dan kan het wegzinken en kracht verliezen. In de katholieke gezinnen van vroeger was het niet de gewoonte om regelmatig over geloof te spreken. We hadden vaak rituelen, een doe-geloof. Dat heeft zo zijn kracht, maar ook zijn zwakte. Als we in Deuteronomium lezen: “Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat.” dan kreeg dat vroeger vooral vorm in een morgengebed bij het opstaan en een avondgebed bij het slapengaan een gebed bij de maaltijd thuis en een reisgebed voor de vakantie. Dat is goed, maar praten over je geloof, dat gebeurde niet veel.

We moeten dat weer oppakken, om samen de liefde als prioriteit van ons leven goed voor ogen te krijgen: “Bemin God en je naaste”. Jezus probeert het ons gemakkelijk te maken door zijn voorbeeld. Het komt steeds terug, in zijn manier van leven en in zijn uitspraken: “Zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.” (Matteüs 6,33). Liefde voor God en de naaste als hoogste prioriteit; dat is Christen-zijn. Amen.

30e zondag door het jaar

Viering zondag 24 oktober 2021

Wereldmissiedag en Herdenkingsviering Plebaan Chris Bergs

Celebranten: Plebaan Michel Hagen, pastoor W. Bakker en Diaken A. Verschuur (Sander)

Jezus geneest de blinde Bartimeüs. Met het geloof kun je meer zien dan met je ogen.Dat vieren we in deze Eucharistieviering opdat onze ogen opengaan en wij Hem herkennen bij het breken van het Brood.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 31, 7-9
  • Tussenzang: Psalm 126 (125), 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Hebreeën 5, 1-6
  • Alleluja: Johannes 14, 23
  • Evangelie: Marcus 10, 46-52

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Blind. Wanneer ben je blind? Laatst las ik een artikel over oogartsen die een tijd in gebieden werkten waar weinig of geen medische zorg was. Ook van missieposten hoor je zulke ervaringen. Kinderen die daar voor het eerst een bril kregen,wisten niet wat ze zagen. Ze zagen scherp, ze zagen details, ze konden hun geluk niet op. Maar ik maakte ook zoiets mee bij een tante van me, ze woonde in de Bellevoystraat. Een oog was al heel slecht. Maar het andere werd steeds slechter. Artsen durfden het echter niet te opereren, totdat het uiteindelijk zo slecht was dat het risico aanvaardbaar werd. De operatie slaagde en ze zag weer.

We zijn blij met de vooruitgang in de medische wetenschap. Wat we Jezus in het Evangelie zien doen vanuit zijn bijzondere gave voor blinde mensen, proberen we nu vanuit wetenschappelijke kennis in de medische zorg te doen.

Toch gaat het in dit evangelie niet alleen maar over genezing van de ogen. In dat geval zou het evangelie inmiddels wel achterhaald zijn. Het gaat om veel meer;zoals de vraag: “Wanneer ben je blind?”

Opeen goed moment zegt Jezus over Farizeeën en Schriftgeleerden: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil” (Matteüs 15, 14). De Farizeeën en Schriftgeleerden hadden goede ogen. Jezus sprak over een andere blindheid.

Weet u nog hoe er vroeger gerookt werd? Op een verjaardag stond de kamer blauw van de rook, we zetten een kaars neer als rookvanger. Maar er stonden naast de borrelnootjes ook glazen met daarin sigaretten. We waren blind voor de gevolgen. En hoe blind zijn we geweest met het dumpen van plastic in de rivieren, waardoor er nu een plastic soep in de oceanen drijft. Hoe blind waren we met het gebruik van olie en steenkool, we riepen luid dat de uitstoot van de mens niets betekende in onze grote dampkring. Maar inmiddels zitten we met de gevolgen van de klimaatverandering.

Wanneer ben je blind. De ergste blindheid is misschien wel als je hoogmoedig bent en beweert en overtuigd bent dat je ziet, terwijl je het niet ziet. Zoiets zegt Jezus ook tegen de Farizeeën. In het Evangelie van Johannes geneest Hij een blindgeborenen. In het gesprek daarna zegt Hij: “Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.”Enkele Farizeeën die bij Hem stonden, hoorden dit en zeiden tot Hem: “Zijn ook wij soms blind?” Jezus antwoordde: “Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: wij zien,blijft uw zonde” (Johannes 9, 39-42)”

Vandaag Bartimeüs, de blinde bedelaar. Omdat hij zo slecht ziet, zijn zijn oren extra scherp. Wat hoort hij nu en wat heeft hij al gehoord over Jezus? Dat hij eerder iets over Jezus gehoord heeft, blijkt uit zijn reactie. Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was, begon hij luidkeels te roepen: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Is dat niet vreemd? Hij hoort dat het Jezus uit Nazaret is, want Jezus de Nazarener komt voorbij, maar Hij roept iets heel anders, hij roept: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” “Jezus uit Nazaret” betekent echt iets anders dan “Jezus, Zoon van David”.

Het verschil is het geloof. De Zoon van David is de vervulling van de belofte waar gelovigen naar uitzien. Bartimeüs ziet met de ogen van zijn geloof verder dan de omstanders met hun gezonde ogen kunnen zien. Dit heeft ermee te maken dat Bartimeüs beter luistert. Door te luisteren is zijn geloof gegroeid en zo kan hij meer zien dan de anderen, hij ziet door de ogen van zijn geloof.

De omstanders zijn op dat punt blind. Daarom reageren ze ook zo fel. Velen snauwden hem toe te zwijgen, maar hij riep nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij!” Ze kunnen me wat, moet hij gedacht hebben. Ze snauwden hem af en proberen hem de mond te snoeren? Het kan te maken hebben met angst voor de Romeinen. Ze weten dat Zoon van David een naam is die al snel wordt gekoppeld aan opstand tegen de Romeinen. Dan liever politiek correct, hou het maar bij Jezus van Nazaret, dan zitten we wel veilig.

De volhardende houding van Bartimeüs werkt. Jezus laat hem bij zich komen en vraagt: “Wat wilt u dat Ik voor u doe?” Bartimeüs antwoordde: “Rabboeni, maak dat ik zien kan!” En Jezus sprak tot hem: “Ga, uw geloof heeft u genezen.”

Zijn geloof in Jezus heeft hem genezing gebracht. Hij zag reeds door de ogen van zijn geloof en dat werd de weg naar volledige genezing. Dat blijkt omdat er staat: “Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht”. Hij zag nu niet alleen waar hij liep, zijn geloof was bevestigd, Jezus is de Zoon van David, Hij is de vervulling van Gods belofte. Bartimeüs aarzelt geen moment, Hij volgt Jezus. Hoe reageerden de omstanders? Hun politiek correcte houding wordt hier onderuit gehaald. Zij hielden liever hun mond toen het op geloven aankwam. Ze vonden het leuk om met Jezus mee te gaan, maar liepen liever geen risico. Maar dan kom je ook niet verder, dan blijf je blind in je geloof.

Vandaag worden wij opgeroepen ons geloof te belijden. Hier in de kerk, om het later ook te belijden thuis en in onze omgeving, opdat Hij onze wereld mag genezen en ons weer leert zien. Amen.

29e zondag door het jaar

Viering zondag 17 oktober 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Zoals het er in de wereld aan toegaat, zo moet het niet gaan in de Kerk. Dat horen we vandaag in het Evangelie. Helaas gaat het ook in de Kerk vaak fout. Daarom vieren wij de Eucharistie, om bij Christus kracht en inspiratie op te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 53, 10-11
  • Tussenzang: Psalm 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22
  • Tweede lezing: Hebreeën 4, 14-16
  • Alleluja: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Marcus 10, 35-45 of 42-45

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Afgelopen vrijdag hoorden we Jezus in het Evangelie volgens Lucas zeggen: “Wacht u voor het zuurdeeg, dat wil zeggen, voor de huichelarij van de Farizeeën. Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden. Want alles wat gij in het donker gezegd hebt, zal gehoord worden in het licht; en wat gij binnenkamers in het oor gefluisterd hebt, zal van de daken verkondigd worden” (Lucas 12 1b-3).

Een zuurdesem doet het hele brood rijzen. Een bedorven zuurdesem doet ook het hele brood rijzen, maar daarna is het brood niet meer te eten. Jezus waarschuwde zijn leerlingen voor de houding van de Farizeeën, omdat zij spreken met een dubbele tong. Van buiten lijken ze de fatsoenlijkheid zelve, maar binnenskamers maken ze plannen om Jezus aan het kruis te nagelen. Jezus weet wat ze van plan zijn en zegt daarom: “Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden.”

Deze dagen zijn wij opnieuw geschokt door het seksueel misbruik in kerkelijke kringen, en nu in Frankrijk. Details heb ik er niet van, maar het gaat opnieuw om grote aantallen; misbruik door kerkelijke bedienaren en door leken. Het misbruik in Nederland hebben we nog niet verwerkt, maar intussen horen we over Ierland, Duitsland, Australië, Canada en nu Frankrijk.

Wat was er mis met de Kerk van de vorige eeuw en zijn we daar nu van verlost of niet. In ieder geval is dit Woord van Jezus waarheid geworden: “Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden.” De Kerk moet heilig zijn. Dat is niet alleen haar roeping, het is een must.

We hebben in Nederland de commissie Samson gehad. We hebben wereldwijd Me Too gehad. Er is onlangs, naar aanleiding van overschrijdend gedrag in de turnwereld, een grootschalig onderzoek in de sportkoepel aangekondigd. Ook is er inmiddels veel bekend over grootschalig seksueel misbruik in familieverband. Toch heeft in de media niets er zo sterk ingehakt als het seksueel misbruik binnen de Kerk. En dat is logisch. Jezus zegt: “Laat de kinderen tot Mij komen”, maar wat blijft er over van dat Woord als ze in de Kerk niet veilig zijn. De Kerk is op dit terrein in de afgelopen eeuw niet trouw geweest aan haar eigen zending en haar eigen leer. Wat zonde is moet ook als zonde aangepakt worden, niet verdoezeld of vergoelijkt. Het gaat hierbij immers niet over een verkeerde bestuurlijke inschatting, over een theologisch meningsverschil of liturgische discussies en nuances, het gaat direct over Gods kinderen, de kleinen; zoals Jezus zei: “Maar als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee” (Matteüs 18, 6). Dat is iets anders dan overplaatsen of toedekken. De Kerk moet heilig zijn, dat is een must, dat is een heilig moeten. Dat het misgaat in de wereld, daar is iedereen helaas wel aan gewend, maar de Kerk moet heilig zijn, het is het Lichaam van Christus.

Echter … … … Gods kinderen zijn niet heilig, wij, u en ik, wij gedoopten, gevormden, wij kerkgangers die deelnemen aan de Eucharistie, wij allen zijn zondaars, wij schieten allemaal te kort. Hoe zit dat dan met “Een heilige Katholieke en apostolische Kerk? Is het aan de ene kant een geloofspunt, maar tegelijk een onmogelijke opgaaf? Is het bij voorbaat gedoemd te mislukken?

Bij de Kerk hoort transparantie, openheid. Het begon al met de doop door Johannes de Doper. Bij die doop beleden de mensen hun zonden, daar in het openbaar, dat was bekering; iedereen mag het weten, ik neem er afstand van, ik ga een andere weg. Het tegendeel is precies dat waar Jezus in het Evangelie voor waarschuwt met verwijzing naar de Farizeeën, geen binnenskamers gekonkel, geen machtsspelletjes, geen winstbejag, geen kerkpolitiek, geen streberigheid en ambities voor steeds hogerop.

Jakobus en Johannes vragen aan Jezus: “Meester, … “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten.” “Toen de tien anderen dit hoorden werden ze kwaad op Jakobus en Johannes”. Het is een verkeerde ambitie van de twee broers en de reactie bij de tien anderen is jaloezie. Het is de sfeer van de wereld die niet thuishoort in de Kerk.

Wij hebben een Heer die dienaar geworden is. Zijn voorbeeld moet onze ambitie, ons streven zijn. Als de Kerk groot en invloedrijk is, dan neemt het gevaar toe dat het in de Kerk gaat zoals in de wereld, in plaats van zoals in de hemel; gebrek aan transparantie en dienstbaarheid en dan machtsmisbruik. Jezus zegt vandaag: “Gij weet … dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn.” Jezus heeft toen al voor machtsmisbruik gewaarschuwd. “Dit mag ‘in zijn Kerk’ niet het geval zijn.”

Jezus is duidelijk, het Evangelie is duidelijk. Eigenlijk mogen we blij zijn dat we als Kerk kleiner worden. Want dan belanden we minder snel in de valkuilen van macht en misbruik. Ook moeten we God dankbaar zijn dat het misbruik van de afgelopen eeuw nu openbaar is geworden, want nu kunnen we ons als Kerk bekeren. Het was ook onvermijdelijk, Jezus had het al voorzegd: “Niets is bedekt of het zal onthuld, en niets is verborgen of het zal geweten worden.” Maar het is ook noodzakelijk, deze zuivering is nodig; want de Kerk moet heilig zijn, niet doordat we nooit meer zondigen, maar doordat we onze zonden erkennen en steeds weer de weg van bekering opgaan. Dan pas kan de Kerk weer een teken en een voorbeeld zijn voor de wereld. Amen.

28e zondag door het jaar

Viering zondag 10 oktober 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Rijk zijn heeft zo zijn voordelen, maar de gevaren zijn groter. Dat zien we vandaag bij de rijke jongeling. Omdat Jezus arm is geworden voor ons, kunnen wij nu delen in zijn geestelijke rijkdom. Dat vieren we in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid 7, 7-11
  • Tussenzang: Psalm 190 (89), 12-13, 14-15, 16-17
  • Tweede lezing: Hebreeën 4, 12-13
  • Alleluja: Johannes 10, 27
  • Evangelie: Marcus 10, 17-30 of 17-27

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Het evangelie van vandaag kun je niet goed begrijpen als je niet weet hoe in het verleden over rijkdom werd gedacht. Is rijkdom nu een zegen of juist niet? Is rijkdom nu een gave van God of juist niet?

In het Oude Testament gaat de zegen van God vaak gepaard met voorspoed. Grote kudde, groene weiden, overvloedige oogsten. God heeft het goed met je voor. In dat licht moeten we opmerking van de apostelen in het gesprek met Jezus: “Kinderen, wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.” Toen waren ze nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar: “Wie kan dan nog gered worden?”

De leerlingen zien bij de armen waarschijnlijk weinig kennis van de Wet van Mozes en meer criminaliteit, prostitutie en opstandigheid. Ze zijn dan ook verbijsterd: “Wie kan dan nog gered worden?” Dit is de sfeer van die tijd.

Voordat we naar de rijke jongeman kijken is het goed eerst een enkele gelijkenis van Jezus in gedachten te nemen. Bij Matteüs en Lucas spreekt Jezus vaker over rijk zijn. Zoals bij de rijke man in Lucas 12. Hij had een overvloedige oogst. Die wilde hij opslaan in grotere schuren. Hij zei bij zichzelf: “Man, je hebt een grote rijkdom, eet en drink en geniet ervan”. Maar die nacht komt de dood hem halen. Jezus zegt dan: Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God: de man is niet rijk bij God. Of in Matteüs 6, waar Jezus zegt: “Verzamelt u geen schatten op aarde waar ze door mot en worm vergaan …” Schatten op aarde of een schat in de hemel.

Vandaag dan die ontmoeting met de rijke jongeman. Jezus herinnert hem aan de tien geboden. De jongeman antwoordt daarop: “Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.” Dan staat er: “Toen keek Jezus hem liefdevol aan …” Eigenlijk is daar het begin van een schat in de hemel. De jongeman kan gaan behoren bij de geliefde vrienden van Jezus. Jezus bevestigt dat met deze opmerking: “Eén ding ontbreekt u; ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.”

Hij nodigt de jongeman uit om een schat op te bouwen in de hemel, om zijn aardse schat in te zetten voor de hemelse schat, om aardse rijkdom prijs te geven voor een hemelse rijkdom. Want dat is dat ene wat hem ontbreekt, hij is nog niet rijk bij God. Hij heeft Gods geboden onderhouden, dat klopt, maar dit reikt niet verder dan het Oude Verbond. Nu kan hij een stap zetten naar het Nieuwe Verbond, hij kan gaan horen bij Gods vrienden, daarom keek Jezus hem liefdevol aan.

We kennen Jezus uitspraak in de bergrede bij Lucas (6, 20): “Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk der Hemelen”. Jezus zegt dit niet in het algemeen maar tegen zijn leerlingen die alles hebben achtergelaten, dat betreft een zelfgekozen armoede, dat is niet een armoede als gevolg van een foute houding van de overheid met de belasting en de toeslagenaffaire, of dat mensen door een maffia worden kaalgeplukt, of dat ze door eigen hebberigheid verkeerd gegokt hebben. Het gaat Jezus om een zelfgekozen armoede. Komen de leerlingen dan iets te kort? Zijn ze dan werkelijk arm?

Jezus antwoordde: “Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.” Armoede met Christus is geen armoede als ziet de wereld dat misschien wel zo, het is wijsheid.

Het is de wijsheid waar de eerste lezing over sprak. Daar worden ook dingen genoemd die de wijze achterlaat en prijs geeft om de wijsheid te winnen: rijkdom, de kostbaarste steen, alle goud en zilver, gezondheid en schoonheid, het licht in je ogen. Alles waar het in de wereld om gaat, gezondheid, schoonheid, alles kunnen zien en meemaken, rijkdom en bezit, dat alles is niets vergeleken met de wijsheid. Die wijsheid is Vlees en Bloed geworden in Christus. Hem volgen is de ware wijsheid. De jongeman miste een schat in de hemel; ondanks zijn trouw aan de tien geboden was hij toch niet rijk bij God, hij was niet vrij, hij was de gevangene van zijn bezit.

Kijken we nu naar de wereld in onze tijd. Dankzij technologie, wetenschap, kennis, olie en andere delfstoffen, is de welvaart wereldwijd enorm toegenomen. Wij wonen hier in het Rijke Westen. Wij horen bij de rijken op aarde, zelfs als we onszelf zo niet zien. Maar deze rijkdom is ten koste gegaan van schepping en samenleving: Klimaatcrisis, stikstofcrisis, coronacrisis, huizencrisis, demografische crisis met de Europese vergrijzing, geloofscrisis door een nihilistische cultuur.

Het Tweede Vaticaans Concilie zegt dat wij de tekenen van de tijd moeten verstaan. Wij zijn nu, hier, in het Westen, die Rijke Jongeling die bedroefd is heengegaan omdat hij vele goederen bezat. Wij worden door Jezus uitgenodigd vrijwillig de stap naar soberheid te zetten door consequent te kiezen voor de navolging van Christus. Dan verwerven we Gods Koninkrijk en leert Jezus ons dat al het overige ons erbij gegeven wordt. Amen.

27e zondag door het jaar

Viering zondag 3 oktober 2021

Celebrant: Mgr. J.H.J. van den Hende

Vandaag spreekt Jezus in het Evangelie over het huwelijk, hoe uniek en kostbaar het is. Om het te verstaan gaat Jezus helemaal terug naar het begin van de schepping. Jezus weet ook wat huwelijkstrouw en huwelijksliefde kan kosten aan pijn en lijden; Hijzelf is de bruidegom die zijn leven geeft voor zijn bruid, de Kerk. Dat gedenken we in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 2, 18-24
  • Tussenzang: Psalm 128 (127), 1-2, 3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Hebreeën 2, 9-11
  • Alleluja: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Marcus 10, 2-16 of 2-12

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

Er bestaat al een paar jaar een Marriage week die meestal in de maand februari wordt gehouden. Daardoor bestaat er ook zoiets als een huwelijkszondag. Kijk ik nu naar de lezingen van vandaag, dan zou ik geneigd zijn deze zondag ook tot huwelijkszondag te bestempelen. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat het huwelijk in onze tijd flink in de knel zit. Je kunt het met elkaar treffen, waardoor het min of meer vanzelf gaat, maar over het algemeen hebben huwelijken met regelmaat problemen te overwinnen.

Vandaag wordt Jezus bevraagd over het huwelijk en met name over scheiding. We lezen dit jaar uit Marcus en Marcus schrijft dat de leerlingen Jezus thuis daar nogmaals over ondervroegen”. Kijk je nu bij Matteüs, dan kunnen we daar lezen wat de leerlingen zeiden: “Als de verhouding tussen man en vrouw zo is, kan men beter niet trouwen.” Jezus antwoordde: “Niet iedereen kan dit begrijpen, maar alleen zij aan wie het gegeven is” (Matteüs 19, 10-11).

Blijkbaar zagen de leerlingen in de samenleving en mogelijk ook in hun eigen leven huwelijksproblemen genoeg, en wel zo dat ze zeggen: “Als je niet kan scheiden, kan je beter niet trouwen”. In het Jodendom van die tijd, was scheiden wel degelijk mogelijk, officieel zelf, met de Wet van Mozes in de hand. Daar werd wel over gediscussieerd, maar het was mogelijk. Het valt daarom op dat Jezus hier zo’n duidelijk en ook wel ferm standpunt inneemt: “Wat God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden”.

Hierover is natuurlijk veel gediscussieerd. Want het leven is vaak grillig. Wat nu als er sprake is van geweld, wat dan? Of als een van de twee is weggelopen en jij blijft achter, wat dan? Je kunt het haast niet verzinnen of er is wel een omstandigheid waarbij je denkt, kan dit standpunt van Jezus hierbij wel standhouden?

Ik zou nu een uiteenzetting kunnen geven over het kerkelijk proces van nietigverklaring, wat wel eens verkeerd wordt aangeduid als kerkelijke scheiding, maar dat doe ik niet. Inderdaad, soms zegt de Kerk na een grondig onderzoek dat een kerkelijk huwelijk, bij nader inzien, niet aan de fundamentele eisen heeft voldaan en dus al vanaf het begin geen kerkelijk, sacramenteel, onontbindbaar huwelijk is geweest. Zo’n procedure van nietigverklaring is bovendien door paus Franciscus vereenvoudigd zodat het proces niet meer zo lang hoeft te duren. Maar daar wil ik nu niet op ingaan omdat Jezus er verder niet op ingaat. Jezus legt eenvoudig uit hoe God het huwelijk heeft bedoeld. Met andere woorden, wil je leven naar Gods bedoeling, en dat is de Weg van Jezus, dan hoort scheiden daar niet bij.

Is dit nu alles? Is het alleen maar zijn stelling? Zeker niet. Het huwelijk zoals Jezus het ziet, staat niet op zich. Jezus pleit voor een volledige levenshouding; hoe leef je? Hoe gedraag je jezelf? Wat doe je als christen? Daarom spreekt Hij de zaligsprekingen. Daarover schrijft Paulus in de tweede lezing: “ … was het dan niet passend dat Hij de aanvoerder die hen redt niet dan door lijden tot de voleinding bracht?” Jezus weet heel goed wat het dragen van een kruis betekent.

Zijn antwoord op de vraag van scheiding is “heel zijn Evangelie”. Vandaag vertelt Hij eenvoudig hoe God het huwelijk heeft bedoeld en dat wij mensen daar niet aan moeten tornen. In de rest van het Evangelie leert Hij ons hoe wij mensen kunnen worden naar Gods hart, mensen die in staat zijn te dienen, lief te hebben ook als het pijn doet, geduld te hebben met de ander omdat die ook een kwetsbaar mens is, vriendelijk te blijven wanneer het spannend wordt, trouw te bijven als we het op willen geven. Dit alles heeft Hij Zelf voorgeleefd.

Alle mensen zijn kwetsbare mensen. Wanneer je geen noemenswaardige jeugdtrauma’s hebt opgelopen, heb je het getroffen. Inmiddels is het geen schande meer om te erkennen wanneer je een angststoornis hebt of depressiviteit. Je hoeft je niet meer te schamen als je PDD-NOS hebt, borderline, verslaving, autistische stoornis, asperger, ADHD, narcisme, psychoses, persoonlijkheidsstoornis en nog meer. Je kunt ook een te kort been hebben of een kromme rug, een niet volgroeide hand of flaporen. De natuur is kwetsbaar en ieder mens heeft wel iets.

Lastig wordt het wanneer we een volmaakte partner verwachten en die ander verwacht ook een volmaakte partner. Of als we denken dat we die ander wel kunnen vormen en opvoeden naar onze wensen. Of als we denken dat wij geen tegenslagen zullen krijgen en alles altijd rozengeur en maneschijn zal zijn.

Als iemand priester wordt, krijgt hij minstens één psychologische test maar soms ook meer. Hij krijgt een vorming van zes tot zeven jaar. Veel daarvan betreft de persoonlijkheidsvorming. Een priester moet als een echte christen kunnen leven, want het gaat om navolging van Jezus. Soms denk ik dat iedere mens, gewoon als onderdeel van de lagere school en nog een keer op de middelbare school en nog een keer bij het hoger onderwijs, standaard een goede psychologische test moet kunnen krijgen. Niet om een etiket te plakken, maar om jezelf te leren kennen. Want in een huwelijk waar twee partners kwetsbaarheden hebben die ze niet bij elkaar kunnen opvangen, groeien onvermijdelijk en soms onoverkomelijke problemen. Bovendien: Je trouwt niet voor je lol. Het huwelijk betreft de familie en heel de samenleving. Jezus wijst ons een weg om als mens te groeien, en wie die weg gaat, zal ook geholpen worden om het huwelijk tot een gezegende verbintenis te maken. Amen.

26e zondag door het jaar

Viering zondag 26 september 2021

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

Voor de viering van 26 september is helaas geen preek beschikbaar.

25e zondag door het jaar

Viering zondag 19 september 2021

Celebrant: Pastoor K. Dernee

In verband met de vakantie van plebaan Michel Hagen, is er voor deze viering geen preek beschikbaar.

24e zondag door het jaar

Viering zondag 12 september 2021

Celebrant: Pastoor Ruud Gouw

In verband met de vakantie van plebaan Michel Hagen, is er voor deze viering geen preek beschikbaar.

23e zondag door het jaar

Viering zondag 5 september 2021

Celebrant: Plebaan Michel Hagen

Jezus geneest een doofstomme. Het is een teken dat Gods Koningschap met Jezus een heel nieuwe fase is ingegaan. Wij zijn hier genodigd om in deze Eucharistie deel te nemen aan zijn Bruiloftsmaal en ook zelf meer en meer het goede te zien, te horen, te zeggen en te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 35, 4-7a
  • Psalm: Ps. 146 (145), 7, 8-9a, 9bc-10
  • Tweede lezing: Jakobus 2, 1-5
  • Alleluja acclamatie: Johannes 1, 14 en 12b
  • Evangelie: Marcus 7, 31-37

Klik hier voor de teksten van de lezingen van vandaag

Homilie

Plebaan Michel Hagen

“Vat moed en vreest niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden”.

Zo spreekt Jesaja het volk moed in. Hoofdstuk 35 van Jesaja wordt wel de kleine apocalyps genoemd, een toekomstvisioen, een openbaring over wat er komen gaat. Het hoofdstuk is kort; ze hadden net zo goed de drie overige verzen erbij kunnen nemen. Die luiden: 7b. Op de plaats waar jakhalzen lagen, groeien dan riet en papyrus. 8 Daar komt een gebaande weg die de heilige weg zal heten. Geen onreine zal die betreden - die gaat zijn eigen weg -, geen dwazen dwalen er rond. 9 Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen er niet gaan, die zijn er niet meer te vinden. Alleen verlosten gaan erover; 10 de verlosten van DE HEER keren erover terug; en met gejubel bereiken zij Sion, met een kroon van eeuwige vreugde getooid. Blijdschap en vreugde zullen terugkeren, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Het is vrijwel zeker dat Jezus deze tekst van Jesaja heel goed heeft gekend, dat deze tekst als het ware een deel van de agenda van zijn leven was. Toen Jezus in Nazaret in de synagoge opstond om voor te lezen, was het ook een tekst van Jesaja die Hij voorlas: “De geest van DE HEER, mijn Heer, rust op mij, want DE HEER heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een genadejaar van DE HEER aan te kondigen” (Jesaja 61, 1-2a).

Woorden van hoop: Vat moed – Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme – een heilige weg en de verlosten zullen hem volgen – blijdschap en vreugde – het goede nieuws voor de armen – genezing voor gebroken harten – vrijheid voor gevangen – een genadejaar van de Heer.

Dit alles moeten de mensen in de tijd van Jezus hebben herkend, toen Jezus een doofstomme genas; Effeta, ga open. Hij laat doven horen en stommen spreken. Hij doet blinden zien en laat lammen lopen. Maar dat zijn toch de tekenen van Gods Koninkrijk dat gekomen is. Wie is Hij dan, dat Hij dit doet?

In de wereldliteratuur zijn dierenverhalen dikwijls gebruikt om kritiek te uiten op de samenleving, zoals bijvoorbeeld Reinaart de Vos en Animal Farm. Ik denk dat we zo ook naar deze teksten van Jesaja kunnen kijken. Waar jakhalzen lagen, groeit dan riet en papyrus – geen dwazen dwalen er rond. Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen er niet gaan. Dit gaat niet alleen over dieren, het gaat ook over mensen die zijn als jakhalzen, als leeuwen, als wilde dieren. Die mensen zullen die Nieuwe Weg niet vinden en niet volgen.

Zo kan je ook beeldspraak zien wat betreft de doven, de stommen, de blinden en de lammen. Over de Farizeeën zegt Jezus op een goed moment: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil” (Matteüs 15, 14).

Als je zo naar de wereld kijkt, naar de Nieuwe Weg die Jezus ons wijst en die Hij Zelf is, opdat wij hem navolgen; dan vinden we een nieuwe betekenis. Die Weg blijft onzichtbaar voor hen die bewust geestelijk blind zijn; die Weg is niet te volgen voor hen die zich laten verlammen door hun gebondenheid aan de wereld; die Weg is niet te verstaan voor hen die doof blijven voor Gods Woord en die Weg wordt verzwegen door hen die hun stem niet lenen aan God.

Wat betekent het dan als Jezus doven doet horen, stommen doet spreken, blinden doet zien en lammen doet lopen? Het betekent dat zij die onmachtig zijn en door het geschreeuw van anderen doof worden, door anderen met stomheid worden geslagen, door deze wereld verblind en door deze cultuur vastgebonden; dat als zij hun heil zoeken bij Jezus, zij bevrijding vinden, dat ze verbonden met Hem gaan zien wat ze nooit zagen, horen wat ze nooit verstonden, dat ze zijn Weg kunnen volgen en God loven met nieuwe woorden.

Wat is dan het verschil tussen de blinde Farizeeën, waarvan Jezus zegt: “Laat ze maar begaan: Zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil”, tegenover de blinden die wel genezing vinden. Het verschil is de arrogantie, de weigering om in Jezus Gods Redder te erkennen, de hoogmoed van het eigen gelijk door de eigen intelligentie, waardoor ze zich steeds vaster nestelen op de dwaalweg die zij volgen. De belangen waaraan zij gehecht zijn en die ze weigeren prijs te geven. Door dat alles gaan zij niet naar de geneesheer van de ziel en blijven zij blind, stom, doof en verlamd en zullen ze de Nieuwe Weg niet volgen.

Het is een spiegel voor onszelf en voor de wereld. Want hoe zal het gaan met de wereld? Klimaatverandering eist steeds meer zijn tol. De coronapandemie is nog niet over, de economie lijkt zich te herstellen, maar veel vooruitgang is kunstmatig. Toen Israël het in Egypte steeds moeilijker kreeg, hoorde God de weeklachten van zijn Volk. Zolang de wereld niet aanklopt bij God, vanwege hoogmoed en eigengereidheid, vanwege de weigering te geloven en te gehoorzamen, zolang zullen de problemen blijven toenemen. Totdat, ja totdat de blinden gaan zien en de doven gaan horen en de stommen gaan spreken en de lammen gaan lopen en de wereld zal erkennen dat er maar één Weg is, één Redder, één Heer, één God boven allen en met allen en in allen. Amen.