Eerdere vieringen

Vieringen in Kathedraal Rotterdam

Op deze pagina staan opnames van eerdere vieringen en de bijbehorende preken. Indien u meer preken en columns van plebaan Hagen wilt lezen dan kunt u terecht op hagenpreken.nl.

Via onderstaande link kunt u deelnemen aan de collecte. U kunt via de link ook deelnemen aan de jubileumprojecten en aan Actie Kerkbalans. Hartelijk dank voor uw bijdrage.

Deelnemen aan de collecte

Christus Koning van het Heelal

Zondag 20 november 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op het feest van Christus Koning horen we wat zijn koningschap Hem gekost heeft. In de Eucharistie worden we herinnerd aan zijn lijden, zijn dood en verrijzenis en ontvangen we kracht en inspiratie om Hem na te volgen.

Lezingen

  • Eerste lezing: 2 Samuël 5, 1-3
  • Psalm: 122 (121) 1-2, 3-4a, 4b-5
  • Tweede lezing: Kolossenzen 1, 12-20
  • Alleluia: Marcus 11, 10
  • Evangelie: Lucas 23, 35-43

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Komende woensdag is het Red Wednesday, Rode Woensdag. U kent natuurlijk allemaal Black Friday, een koopjesfestijn, tenminste als de kortingen die worden aangeprezen ook echt kortingen zijn en niet een maand geleden plotseling allemaal eerst in prijs zijn verhoogd. Black Friday is populair, Red Wednesday niet zo, maar we gaan eraan meedoen.

Red Wednesday, Rode Woensdag is begonnen door de wereldwijde hulporganisatie Kerk in Nood. In november 2016 lanceerde ACN (AID to the CHURCH in NEED) in het Verenigd Koninkrijk ter promotie van het laatste rapport over vrijheid van religie in de wereld, haar allereerste Red Wednesday-campagne. Belangrijke gebouwen, kerken en scholen werden rood verlicht, waaronder Westminster Abbey, Westminster Cathedral, Houses of Parliament en de Universiteit van Oxford.

Gebouwen die in de afgelopen jaren van de campagne in het rood zijn verlicht, zijn onder meer het Colosseum, de Sacre Coeur-basiliek in Parijs, de Trevi-fontein in Rome, het Christusbeeld op de Corcovado in Rio de Janeiro, het Oostenrijkse parlementsgebouw en de kathedraal van Frankfurt. Ook vonden in veel kerken "Avonden van Getuigenis" plaats, waarop christenen verslag deden van de vervolging in hun thuislanden.

Hier in onze Westerse samenleving bestaat er zoiets als selectieve verontwaardiging en selectieve aandacht. Op dit moment staan de kranten vol over het WK voetbal in Qatar. Er is aandacht voor de mensenrechten daar en terecht, er wordt gediscussieerd over het wel of niet dragen van een regenboogband, er is gediscussieerd over de delegatie van de Nederlandse regering, maar het lijkt erop dat de handelsbelangen het zwaarst wegen.

Alle aandacht voor minderheidsgroeperingen, voor mensen die gediscrimineerd worden, mensen en groepen die onderdrukt worden zijn belangrijk en vragen onze inzet en solidariteit. Maar er is een groep die stelselmatig uit de media verdwijnt. Soms is er een kort bericht, maar het bereikt amper het journaal, en zeker niet de praatprogramma’s als we het aantal minuten vergelijken met andere groepen en onderwerpen.

De vrijheid van Godsdienst staat onder grote druk wereldwijd. Fanatieke, militante en extreme groepen trekken de aandacht. Religieus gemotiveerd geweld werpt een schaduw over alle religies. Maar weet u wat de grootste groep religieus vervolgden is, wereldwijd? Dat zijn de christenen. Misschien is dat logisch omdat de christenen met 2,2 miljard de grootste religie in de wereld is, maar kijken we naar de aandacht die daarvoor is, dan is dat bedroevend weinig. Welke regeringsdelegatie vraagt in een bezoek aan een land aandacht voor de vervolging van christenen. We lezen er nauwelijks iets over. Selectieve aandacht en selectieve verontwaardiging.

Het is vandaag Christus Koning en dit jaar lezen we niet uit Matteüs 25, met de bekende lezing wie aan zijn linker- of rechterhand komt te staan; ook niet uit Marcus met de vraag van Pilatus en het antwoord van Jezus: ́Zijt gij de koning der Joden?” “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” Dit jaar volgen we Lucas met Jezus die sterft aan het kruis. Dat roept de vraag op: “Wat hebben wij voor koning?” Een koning die zichzelf niet redt. Maar daarvoor is Hij ook niet gekomen. Hij is gekomen om ons te redden, zichzelf hoeft Hij niet te redden.

Hij is de Goede Herder die zijn leven geeft voor zijn schapen. Maar er is iets vreemds. Hij komt de schapen te redden, maar zijn schapen in de wereld lijden onder vervolging, uitsluiting en geweld. Hiermee zit je midden in het mysterie van het Christen zijn. Wie zich door Jezus laat redden, wordt door Hem uitgezonden met een opdracht of wordt meteen uitgenodigd om Hem te volgen. Wie zijn reddende hand voelt, hoort ook zijn stem: “Kon volg Mij”.

Amen.

33e Zondag door het jaar

Zondag 13 november 2022, 11:00u

Celebrant: rector H. Eggink

Volgende week vieren we Christus koning. De lezingen van deze zondag geven beelden van de eindtijd en klinken bijzonder actueel. Toch is er hoop, maar die vraagt bekering. Dat is waarvoor we hier zijn, om met Jezus een nieuwe weg op te gaan. De Eucharistieviering is daarvan het teken.

Lezingen

  • Eerste lezing: Maleachi 3, 19-20a
  • Psalm: 98 (97) 5-6, 7-8, 9
  • Tweede lezing: 2 Tessalonicenzen 3, 7-12 of 7-14
  • Alleluia: Matteüs 24, 42a en 44
  • Evangelie: Lucas 21, 5-19

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal, zal rector Eggink zijn eigen preek voordragen.

Een hoop ellende, dat is wat we horen in de lezingen van vandaag. Aan die lezingen kun je merken dat we naar het einde van het kerkelijk jaar gaan. Ze hebben alles te maken met het einde, het einde van een tijdperk, het einde van een samenleving, het einde van de wereld. Hoe ga je om met die ellende?

De tweede lezing heeft een ander onderwerp: “Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten”. Bij de Eerste Christenen ging het ook niet vanzelf. Een gemeenschap die alles hartelijk deelt met elkaar, zo’n gemeenschap trekt ook profiteurs aan. Paulus is dan streng. Christus heeft nooit arbeid geschuwd, Hij ging door tot het bittere eind. Ook Paulus heeft dag en nacht gewerkt, als apostel en als tentenmaker. Hij verdiende zijn eigen boterham, en was niemand tot last. Dat voorbeeld houdt hij zijn medechristenen voor.

De andere lezingen zijn zwaarder: Maleachi zegt namens God: “Zie: de dag gaat komen die brandt als een oven. Al de hoogmoedigen, al wie boosheid bedrijven, worden in brand gezet door de dag die gaat komen.” Je zou dit woord gemakkelijk kunnen toepassen op de huidige tijd. Klimaatverandering veroorzaakt steeds grotere bosbranden wereldwijd. Mensen die daar wonen ervaren een klimaat dat brandt als een oven met temperaturen van boven de 50 graden en wat het over tien en twintig jaar zal zijn, kunnen we raden.

Toch bedoelt Maleachi iets anders: “Allen wie boosheid bedrijven, worden in brand gezet door die dag.” Dat zien we níet wereldwijd. Het zijn niet alleen slechte mensen, niet alleen degenen die het kwaad hebben veroorzaakt die in brand raken en worden gestraft. Wereldwijd zijn het vooral zij die er niets aan kunnen doen, juist de armen krijgen te maken met enorme overstromingen, met hittegolven, branden en heftige stormen. Gerechtigheid vind je niet in deze wereld. Die zal van God komen. Klimaatverandering raakt ook vooral de meest kwetsbaren en de veroorzakers komen er nu nog redelijk vanaf. Jezus zegt het op een andere manier. “Nog vóór dit alles geschiedt, zullen zij ú vastgrijpen en vervolgen; zij zullen ú overleveren aan de synagogen en gevangen zetten, zij zullen ú voor koningen en stadhouders voeren omwille van mijn Naam. Het zal voor ú uitlopen op het geven van getuigenis”. Jezus waarschuwt zijn volgelingen, de rechtvaardigen, voor de ellende die komt.

Het zijn geen leuke teksten vandaag, een week voor Christus Koning. Volgende week zondag is het ook niet leuk, dan horen we hoe Jezus aan het kruis hangt. Hoe ze Hem bespotten en zeggen: “Anderen heeft Hij gered; laat Hij zichzelf eens redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!”. Die ellende begint dus al bij Hem dat Hij al de ellende over zich heen krijgt, dat Hij de schuld krijgt en dat Hij dat accepteert. Dit overkwam de Eerste Christenen. Zij werden inderdaad voor de keizer gebracht en gedood. Jezus zelf was hun voorbeeld. Hij werd eerder al voor Pilatus gebracht en veroordeeld. De wereld wijst een zondebok aan om de schuld niet bij zichzelf te hoeven zoeken

De lezingen zijn herkenbaar in onze tijd en dwingen ons tot nadenken. Het gaat niet alleen over klimaatverandering of een energiecrisis, een woningcrisis of volksverhuizingen. De ellende is vaak nog dichterbij. Hoe ga je om met de concrete ellende in je eigen leven? De heiligen kunnen ons daarbij helpen. Hoe hebben zij Jezus nagevolgd? Een goed voorbeeld is Liduina van Schiedam.

Als Liduina nu had geleefd, dan was haar al twintig keer het voorstel gedaan door artsen, psychologen of buurtgenoten om te kiezen voor Euthanasie. Maar Liduina had geleerd het lijden op te pakken op de manier van Jezus. De ellende is haar niet bespaard gebleven. Als jong meisje werd ze bedlegering. Ze zag vriendinnen trouwen en kinderen krijgen. Zij kon niet eens al te fel daglicht verdragen. Liduina werd net zo opstandig met net zoveel weerstand als ieder van ons, als wij ziek zijn, als wij moeten inleveren, ouder worden, als onze energierekening te hoog wordt en het te koud is in huis om lekker te zitten. Liduina mopperde ook. Tot pastoor Jan Pot haar leerde om het lijden van Jezus te overwegen. Dat lukte niet meteen, maar toen het haar eenmaal lukte kon ze jaren later zeggen, dat ze het lijden niet prijs wilde geven, zelfs als ze het met één weesgegroetje kwijt kon zijn. Met die mentaliteit, met dat geloof, zou Liduina ook in onze tijd niet kiezen voor euthanasie, ze wilde het leven, het lijden en sterven met Jezus meemaken en zo met hem tot overwinning komen.

Als Jezus over de tempel in Jerusalem zegt: “Wat ge daar ziet: er zal een tijd komen dat er geen steen op de andere gelaten zal worden: alles zal verwoest worden”, dan zien we dat ook in onze tijd gebeuren. We zijn trots op deze mooie kerk. Maar hoeveel kerken zijn er al afgebroken of omgebouwd tot woningen of een boekhandel. En dat gaat verder, zolang de wereld zwelgt in zelfgenoegzame autonomie en God en Gods gebod ontkent, zolang de wereld kwaad spreekt over de kerk en over anderen, maar haar eigen kwaad niet onder ogen ziet, zolang de wereld kiest voor egoïstisch eigenbelang, maakt ze het gezegde waar: Homo homini lupus. De ene mens is een wolf voor de ander.

Willen wij de wereld redden, dan zullen we Jezus moeten navolgen. Dat is méér dan naar de kerk gaan en bidden bij de maaltijden. Jezus navolgen betekent ook getuigen door zijn manier van leven te volgen, zijn Woord te verkondigen. Wat het gevolg van zo’n getuigenis is, zien we in het Evangelie van vandaag. Het vraagt echte moed om die ellende te trotseren. Maar ook is er zijn belofte: “Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.” Amen.

32e Zondag door het jaar - Willibrordzondag

Zondag 6 november 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Wij vieren hier de Eucharistie dankzij velen die lang geleden de moeite hebben genomen het geloof te verkondigen. De H. Willibrord was een van hen. Hem willen we deze zondag gedenken.

Lezingen

  • Eerste lezing: Makkabeeën, 7, 1-2. 9-14
  • Psalm: 17 (16), 1. 5-6. 8b en 15
  • Tweede lezing: 2 Tessalonicenzen 2, 16 – 3, 5
  • Alleluia: Apok. 2, 10c
  • Evangelie: Lucas, 20, 27-38

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Willibrord. Elk jaar worden we aan hem herinnerd, aan zijn missiewerk in onze streken, zijn geloof, zijn inzet, zijn vuur, zijn wijsheid, zijn geduld, zijn tact en zijn volharding.

Er zijn twee manieren waarop het Christendom zich kan vestigen. Een manier is er vanaf het eerste begin, vanaf Christus. Dan gaat het om persoonlijke bekering. Eerst binnen het Jodendom, zij die Christus aanvaardden als de Messias, zijn Woord aanvaardden en Hem probeerden na te volgen in het dagelijks leven. We zien het bij de apostelen en de eerste Christenen tot de vierde eeuw toe. Dit is de oudste manier, de persoonlijke individuele bekering.

De tweede is de bekering als groepsproces. Dat zien we vanaf de vierde eeuw. Als het Christendom niet langer verboden is en aan het eind van de vierde eeuw zelfs verplicht wordt gesteld en het heidendom wordt verboden. Dan gaat het om gebieden, steden, groepen. Er is weinig of geen keuze en de persoonlijke motivatie om christen te worden is beperkt.

Twee bewegingen, een op persoonlijke keuze en een via de groep, de grote beweging, de staatsgodsdienst.

Willibrord zag dat die persoonlijke keuze in zijn tijd niet makkelijk werd gemaakt. Er was een maatschappelijke druk vanuit de heidense koningen, die liever een sterke en stoere god hadden, een Wodan, een Donar, een Freia, et hun verhalen. Daar kwamen strijders vandaan, die goden hadden zij als machthebbers liever dan een God die sterft aan een kruis, een weerloze God die zichzelf niet redt en een redding alleen van de ziel. Daar win je geen oorlog mee.

In zo’n maatschappij is er moeilijk een echte vrije keuze te maken voor Christus en de Kerk, voor het Evangelie en de navolging. Willibrord zag die onvrijheid en besloot te overleggen met de Christelijke vorst, Pepijn. Alleen als de koning een andere maatschappelijke sfeer zou bewerken, zou het Christendom hier kans krijgen. Dat is de weg van Willibrord die hij met succes heeft gevolgd.

Daar zitten voor en nadelen aan. Wanneer bekeert een heidense koning zich? Als hij gedwongen wordt? Als hij niet anders kan? Als hij verslagen wordt en tot de conclusie komt dat Christus, de God aan het kruis die verrezen is, sterker is dan de goden die ze tot dan toe hadden vereerd?

Kijkend naar de geschiedenis, dan is het heden niet heel verschillend. Al sinds de Verlichting in e 17e en 18e eeuw is de moderne wereld in ontwikkeling. Maar heel oude menselijke trekjes veranderen niet. Tijdens de verlichting werd gepromoot dat het verstand het belangrijkste was, daarna werd gepromoot dat wetenschappelijk onderzoek het belangrijkste was. Maar mensen gedragen zich lang niet altijd verstandig en er gaan heel veel ideeën rond van dingen die helemaal niet wetenschappelijk zijn vastgesteld.

Oude ondeugden als egoïsme, jaloersheid, bedrog, diefstal, eigengereidheid, valsheid, wellust, hoogmoed en gewelddadigheid, laten zich niet wegredeneren of zo verklaren dat ze kunnen worden beteugeld.

Het geloof in Christus zou ideaal gezien een heel persoonlijke en vrije keuze moeten zijn. Maar dan is het nodig dat we inderdaad innerlijk vrij zijn om voor Hem te kiezen. Onze samenleving is post christelijk, en ze beweegt zich steeds verder weg van het Christelijk ideaal. Dat betekent dat zij die voor Christus en zijn Kerk willen kiezen, vaker alleen staan.

Willibrord kwam tot de conclusie dat dit voor een groot deel van de bevolking niet lukt, dus koos hij ervoor de heersende macht hulp te vragen.

De heilige Bonifatius koos de andere weg. Hij vond dat de heersen macht zich wel christelijk noemde, maar zich heel vaak niet christelijk gedroeg. Hen wilde hij niet om hulp vragen. Hij ging voor de persoonlijke bekering, radicale navolging van Jezus.

In onze tijd zal het lang duren voordat de overheid het geloof in Christus positief zal steunen. De scheiding van kerk en staat zal daarin een hoge muur vormen. Dat geeft de Kerk haar vrijheid terug, maar tegelijk zal de grote massa het moeilijk krijgen om gelovig te blijven en betrokken bij de Kerk en de navolging van Christus.

Op deze Willibrordzondag worden we uitgenodigd om zelf na te denken over ons geloof en ons gelovig zijn. Gaan we in grote lijnen mee met de heersende cultuur, leunen we op wat algemeen gangbaar is? Dan kan het zijn dat we gaandeweg toch verder van het Evangelie verwijderd raken.

Komen we tot een persoonlijke keuze, dan kunnen we ons inspannen zelf een omgeving te scheppen waardoor we geholpen worden om Jezus na te volgen. Doen we dat, dan vinden we inspiratie bij zowel Wiilibrord als Bonifatius. Dan zijn we als gelovigen, als Christenen in de wereld en toch niet van de wereld. Dam kunnen we op onze eigen manier stappen zetten in de navolging van Christus. Amen.

31e Zondag door het jaar

Zondag 30 oktober 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Wat heeft de tollenaar Zacheüs te maken met de evolutie en met nepnieuws? In de lezingen van vandaag komen we dit alles tegen. De Eucharistie helpt ons de waarheid te kennen en daaruit te leven.

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid 11, 23 - 12, 2
  • Psalm: 145 (144) 1-2, 8-9, 10-11, 13cd-14
  • Tweede lezing: 2 Tessalonicenzen 1, 11-2,2
  • Alleluia: Lucas 21, 36
  • Evangelie: Lucas 19, 1-10

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Wat hebben de evolutie, nepnieuws en Zacheüs met elkaar te maken? De lezingen van vandaag brengen ze bij elkaar. De eerste lezing uit het boek wijsheid zegt: “Heer, heel de aarde is voor U als een stofje op de weegschaal, als een vroege dauwdruppel die neervalt op aarde. Maar Gij ontfermt u over allen, want Gij vermoogt alles; en Gij let niet op de zonden van de mensen, opdat ze tot inkeer komen”. De aarde als een stofje op de weegschaal. Onlangs kwamen er nieuwe foto’s van het heelal in het nieuws. De James Webb-ruimtetelescoop toont een 'babyperiode van het heelal. Wetenschappers willen graag terugkijken in de tijd. Dat kan op deze manier.

De theorie van de oerknal, is bedacht of ontdekt door de Belgische katholieke priester, astronoom, kosmoloog, wiskundige en natuurkundige Georges Lemaître (1894 – 1966). Toen hij zijn berekeningen aan Einstein stuurde, gaf deze als antwoord dat de berekening perfect klopte, maar dat een uitdijend heelal een absurde gedachte is. Later gaf Einstein toe dat dit in zijn hele carrière zijn grootste blunder is geweest. Lemaître had gelijk, onderzoekers na hem bevestigden steeds opnieuw dat de theorie klopt.

“Heer, heel de aarde is voor U als een stofje op de weegschaal”. Teksten uit de Bijbel kun je zo interpreteren, maar je loopt een risico. Je zou kunnen denken dat de Bijbel eigenlijk de Big Beng beschrijft. De paus in de tijd van Lemaître wilde dat ook doen. Waarop Lemaître hem beleefd maar dringend vroeg dat niet te doen. Geloof en verstand horen bij elkaar, maar de Bijbel is geen wetenschappelijke boek. De paus heeft dat toen goed in zijn oren geknoopt.

Voor Lemaître waren geloof en wetenschap niet met elkaar in strijd, integendeel, zijn geloof inspireerde hem om met een frisse blik nieuwe mogelijkheden te zien. Hij zei ooit dat hij in het weekend zijn werk als priester deed met de verkondiging in de liturgie en door de week zijn werk als wetenschapper en professor. De evolutie kan ons op een nieuwe manier naar God laten kijken. God heeft de tijd, Hij heeft de eeuwigheid. God laat de natuur zijn gang gaan, maar niet ongecontroleerd. De krachten en de relaties die vanaf de oerknal aanwezig zijn, leidt en begeleidt Hij. Zo is deze schepping het wonder dat ze is en staan wij mensen in verwondering dat wij bewustzijn hebben, dat we kunnen nadenken en studeren en het heelal doorvorsen.

Zoals God met de schepping op weg is en haar begeleidt, zo is God met elke mens op weg. We hebben vrijheid, we hebben onze eigen wil, onze natuurlijke en biologische wetten en structuren, God heeft ze zo gewild. We hebben ook onze beperkingen en onze valkuilen. God kent ze. De tollenaar Zacheüs kende ze ook. Voor hem was geld een valkuil, maar ook de bescherming die hij kreeg van het Romeinse Rijk. Dat was ook de reden dat de bevolking hem met de nek aankeek. Geld innen voor de Romeinen en daaruit zelf je zakken vullen ten koste van de bevolking.

Zijn stadsgenoten hebben hun oordeel klaar, hij was veroordeeld en kansloos. Voor mensen wel, voor God niet. Dat is wat Jezus laat zien. Jezus kijkt met andere ogen, hij kijkt met de liefde van de Vader. Hij zegt het zo: “De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was.” Onmiddellijk komt de gelijkenis van het verloren schaap naar boven en de parabel van de verloren zoon. Die verhalen worden hier ineens werkelijkheid. Hier is een verloren schaap, hier is een verloren zoon. Zo zegt Jezus: “Want ook deze man is een zoon van Abraham”.

Wat voor roddels, wat voor verhalen gingen rond over Zacheüs? Wat voor kwaadsprekerij en nepnieuws. Wanneer wij ons gelijk willen halen of houden, dan is dit onze grote valkuil. We geloven maar al te graag datgene wat past bij onze mening, bij onze oordelen en veroordelen. Zo worden we blind voor de onwaarheid, blind voor nepnieuws. Ook nemen we dan soms de onwaarheid of onrecht op de koop toe omdat we geen alternatief zien. Jezus biedt dit alternatief. Hij gaat het huis van Zacheüs binnen en daarmee verandert de omstandigheid van deze tollenaar, hij verandert, zijn leven verandert erdoor.

Paulus in de tweede lezing waarschuwt ook tegen nepnieuws, tegen gemanipuleerde berichten die tot doel hebben de boel te ontwrichten en de gemeenschap uit elkaar te drijven. Hij schrijft: “Laat u toch niet opschrikken door profetieën of uitspraken of een brief die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren dat de dag van de Heer is aangebroken”. Paulus verwachtte wel de wederkomst van Christus binnen een paar generaties. Maar hij besefte ook dat voor God één dag is als duizend jaar. Hij houdt voor ogen dat God ons de tijd geeft om die weg van Jezus te leren.

Ook in het geloof bestaat dus nepnieuws. Het is aan de Kerk om waarheid van onwaarheid te blijven onderscheiden. Onze tijd staat overigens bol van nepnieuws, het internet staat er vol mee. Helaas is de klimaatverandering geen nepnieuws maar bittere realiteit. Paus Franciscus heeft niet voor niets de schitterende encycliek geschreven Laudato ‘Si, over hoe wij met de schepping om moeten gaan. Wat ook geen nepnieuws is, dat is dat we als Kerk terug moeten naar de oorspronkelijke inspiratie van Christus, de navolging van Christus, met een radicale liefde en inzet voor de naasten.

Evolutie, God neemt de tijd om zijn plan te voltooien. Nepnieuws, alsof het einde der tijden is aangebroken en Zacheüs die van Jezus een nieuwe kans krijgt die hij met beide handen aangrijpt. Het Evangelie gaat over hier en nu, over u en mij. Amen.

30e Zondag door het jaar

Zondag 23 oktober 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

Vandaag horen we de interessante gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. Wat kunnen we van hen leren wij naderen tot God en deelnemen aan de Eucharistie?

Lezingen

  • Eerste lezing: Ecclesiasticus (Jezus Sirach) 35, 15b-17; 20-22a
  • Psalm: 34 (33) 2-3, 17-18, 19 en 23
  • Tweede lezing: 2 Timóteus 4, 6-8. 16-18
  • Alleluia: Handelingen 16, 146
  • Evangelie: Lucas 18, 9-14

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Tijdens de viering in de kathedraal, zal pastoor Gouw zijn eigen preek voordragen. Hieronder volgt de preek van plebaan M. Hagen

Het evangelie van vandaag ligt in het verlengde van het evangelie van verleden week. Afgelopen zondag ging het over bidden en voortdurend gebed. Een weduwe die bleef aankloppen bij een onrechtvaardige rechter en die uiteindelijk haar zijn kreeg. Zo spoort Jezus ons aan te bidden, volhardend, vertrouwvol. God is een goede Vader, Hij zal geven wat we nodig hebben. In die sfeer van gebed, spreekt Jezus nu over de farizeeër en de tollenaar. Jezus spreekt hierbij tot mensen die overtuigd zijn van eigen gerechtigheid en die anderen minachting. Twee dingen dus: Eigen gerechtigheid en minachting.

Wij kennen in de Kerk de traditie van het gewetensonderzoek. Daarbij probeer je in je ziel te kijken en je eigen gedrag te onderzoeken. Dat is iets wat ontbreekt bij de farizeeër. Hij is overtuigd van eigen gerechtigheid. Dat zien we in zijn gebed: “God, ik dank U dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten’.”

Waar zit nu de fout bij de farizeeër? Hij dankt God. Dat is prima. Hij is blij dat zijn leven op orde is. Ook dat is niet verkeerd. Hij vast regelmatig. Dat is goed. Hij geeft tienden van al zijn inkomsten. Als iedereen dat zou doen, zou onze Actie Kerkbalans geen probleem meer zijn. Wat zit er dan fout?

Hij is niet alleen blij dat zijn leven op orde is, maar hij vergelijkt dit met andere mensen. Hij ziet neer op anderen. Hij verheft zich ten koste van anderen: “Ik dank U dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar.”

Hij is zich niet bewust van deze valkuil. Zijn vreugde ontstaat door neer te kijken op anderen. Dat is narcistisch, hoogmoedig, arrogant.

In gesprekken over de sacramenten, komt natuurlijk de Biecht ter sprake, het sacrament van boete en verzoening. Mensen zeggen dan soms dat ze niet weten wat ze zouden moeten biechten. Het betekent dat het gewetensonderzoek niet dagelijks wordt beoefend.

Er zijn daarvoor biechtspiegels beschikbaar. In gebedenboeken staan dan een aantal vragen die je voor jezelf kunt beantwoorden. Soms zijn die vragen opgebouwd vanuit de tien geboden en de vijf geboden van de Kerk. Soms op een andere manier. Ze zijn bedoeld als een hulp om na te gaan hoe het met jezelf staat. Ze zijn ook bedoeld om de valkuil te voorkomen waar de farizeeër van vandaag in is gelopen, dat je je eigen fouten niet ziet.

Op de website van de Lambertuskerk staat een biechtspiegel met handige tips en vragen om te kijken naar jezelf, naar je relaties en naar je doen en laten.

Onze samenleving heeft haar eigen gewetensonderzoek, maar die wordt bepaald door de trend van de tijd, door wat in zwang of in de mode is. Door wat politiek correct is. In onze tijd zou de biechtspiegel van de samenleving er waarschijnlijk zo uitzien: Draag ik een regenboogband? Heb ik een regenboogvlag. Die je dat niet, dan moet je je verantwoorden. Over een paar jaar zal dit alweer anders klinken. Er is ook een ander gewetensonderzoek in de samenleving: Is mijn huis al geïsoleerd? Heb ik al zonnepanelen? Staat de thermostaat al een op een paar graden lager? Verwarm ik geen kamers die ik niet gebruik? Douche ik minder lang of minder vaak? Ga ik met de trein in plaats van het vliegtuig? Pak ik de fiets in plaats van de auto? Neem ik een elektrische auto bij de volgende aanschaf? Het lijstje kan nog langer zijn. Dit gewetensonderzoek kan over tien jaar alweer anders klinken. Het gewetensonderzoek van de Kerk gaat veel langer mee.

Terug naar de tollenaar? Jezus zegt dat hij gerechtvaardigd is: “De tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig’.” Met die laatste woorden eindigt ook de oefening van berouw: “Heer, wees mij zondaar genadig.”

De tollenaar doet meerdere dingen. Hij blijft op afstand, hij vindt het niet gepast om in de tempel naar voren te lopen. Hij slaat zijn ogen neer. Hij durft niet omhoog te kijken. Zo drukt hij schaamte uit, hij is zich bewust van zijn tekortschieten. Hij klopt zich op de borst. U kent dit gebaar. Wij hebben dat bij de oude schuldbelijdenis aan het begin van de Mis. Driemaal een klop op de borst bij: “Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld”.

Hiermee komt nog een verschil tussen de tollenaar en de farizeeër aan het licht. Bij de farizeeër staat niet God centraal. De man dankt en bidt, maar in feite staat hij op te scheppen over zichzelf. Bij de tollenaar staat God centraal. De man houdt afstand, slaat zijn ogen niet op naar de hemel, hij is zich bewust van Gods aanwezigheid, Gods heiligheid, Gods grootheid, en daartegenover zijn eigen kleinheid en tekorten. Bij hem staat God centraal in zijn gebed.

Hoe zou die farizeeër dan wel goed kunnen bidden? Misschien zo: “God, ik dank u. U hebt mij veel gegeven, ik heb niets te klagen. Maar ik merk dat ik neerkijk op anderen, dat ik tevreden ben met mezelf, dat het leven om mijzelf draait. God wilt U mij helpen de anderen te zien als uw kinderen, hen lief te hebben en te helpen in plaats van weg te zetten? Heer ontferm U over mij; God, wees mij zondaar genadig. Amen.

29e Zondag door het jaar

Zondag 16 oktober 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor M. Hagen

Jezus spoort ons aan met volharding te bidden. Daarom zijn we hier samen en vieren we de Eucharistie, zo groeit ons geloof en ons vertrouwen en houden we stand.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 17, 8-13
  • Psalm: 121 (120) 1-2, 3-4, 5-6, 7-8
  • Tweede lezing: 2 Timóteus 3, 14 - 4, 2
  • Alleluia: Efese 1, 17-18
  • Evangelie: Lucas 18, 1-8

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Jezus is een realist. In de parabels, de gelijkenissen en de voorbeelden gebruikt Hij reële situaties. Dat mag een antwoord zijn op een vraag die mensen soms stellen: “Waarom overkomt mij dit of dat, waarom is er zoveel kwaad in de wereld?”. Twee weken geleden sprak ik daarover. Jezus beschrijft de werkelijkheid; dit is de gebroken wereld waarin we leven.

Een reiziger wordt overvallen door rovers. Jezus spreekt dan over de barmhartige Samaritaan, Hij gaat niet in op die rovers. Hij spreekt in een gelijkenis over een onrechtvaardige rentmeester. Jezus hoopt dat wij net zo slim zijn in de goede dingen. Vandaag een onrechtvaardige rechter. Jezus gaat niet in op de rechtspraak, over het feit dat een rechter geen recht spreekt, dat deze man geen respect heeft voor God of Gods gebod en dat zijn functie voor hem louter een bron van inkomsten is, net als die onrechtvaardige rentmeester.

Het lijkt erop dat Jezus in zijn parabels wil laten weten: Dit is de wereld waar we in leven, dit is de werkelijkheid. Mooier kunnen we het niet maken. En dit was toen de werkelijkheid en dit is nog steeds de werkelijkheid. Het Evangelie is vandaag de dag net zo actueel als toen. De optimist zal zeggen: Ja, maar de wereld is toch beter geworden. Kijk maar naar de mensenrechten, slavernij is uitgebannen, er is minder armoede in de wereld en veel landen hebben de doodstraf afgeschaft. De pessimist zal zeggen: O, is het zoveel beter? Kijk naar de overstromingen in Pakistan, klimaatverandering omdat wij de aarde uitbuiten, kinderarbeid in mijnen omdat wij kobalt nodig hebben in onze accu’s, lage lonen landen met slechte arbeidsomstandigheden maken dat wij goedkope kleding hebben, nieuwe slavernij, kijk naar de nieuwe oorlogen, de derde wereldoorlog is al een poosje bezig, wij hebben oogkleppen op.

Het is maar hoe je kijkt. Het Evangelie laat ons de werkelijkheid zien, de wereld is nog hetzelfde omdat de mens nog hetzelfde is. Waren alle ambtenaren bij de belastingdienst slechte mensen? Waren de rechters van de Rechtbanken en van de Raad van State slechte rechters zoals de rechter van vandaag in het Evangelie? Vast niet. Maar wie niet oppast raakt gevangen in de cultuur waarin hij of zij zit, gevangen in een denkstramien, gevangen in wederzijdse belangen.

Hoe ga je daar dan als gewone burger mee om. De slachtoffers van de toeslagenaffaire met het ongekend onrecht van de belastingdienst, hoe gaan zij daarmee om? Soms ben je onmachtig. Dan is het mooi als politici zich er wel om bekommeren en rechters wel een goede uitspraak doen. Maar het leed is vaak al geschied en kan niet zomaar ongedaan worden gemaakt.

Zo ook de weduwe van vandaag. Als weduwe hoort zij bij de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Niemand die voor haar opkomt, ze staat overal alleen voor. Wie heeft ze nog? Wat kan ze nog doen? Volhouden, aankloppen, aandringen, niet opgeven. Het is die houding van geduld, vertrouwen en volharding die Jezus aanprijst als het om gebed gaat. Die weduwe hoopte dat als ze bleef aandringen deze rechter uiteindelijk wel recht zou spreken.

Zo zegt Jezus een andere keer: “Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan” (Lucas 11, 9). Krijgen we dan altijd alles wat we vragen, ook alle domme en egoïstische dingen? Wie dat denkt is naïef. Jezus is niet naïef, Hij is realist. Maar Hij wil dat wij beseffen en erop vertrouwen dat God goed is; God is barmhartig, God is rechtvaardig en God is almachtig. Dat betekent dat Hij wegen ziet die wij niet kennen, dat Hij mogelijkheden heeft die wij niet hebben, dat Hij oplossingen weet die wij niet weten. God is Schepper, Hij schept een nieuwe werkelijkheid. Daarom stimuleert Jezus ons om met volharding te bidden en het niet op te geven.

Ook in zijn relatie met God de ?ader is Jezus dus realist. God is geen automaat waar je vijftig cent voor een kaarsje in gooit, waarna er een gebedsverhoring uit rolt. Gods plannen gaan ver uit boven de onze, Gods tijd is eindeloos veel groter dan onze tijd. Dat betekent dat wij geduld moeten hebben.

Welk mysterie zit daarachter? Waarom verhoort God ons niet meteen? Waarom laat God toe dat er kwaad is, dat een onrechtvaardige rechter op zijn stoel blijft zitten, dat machthebbers mensen uitbuiten, waarom moet een weduwe eindeloos zeuren om een beetje gerechtigheid?

Dit is een kernvraag waar we over moeten blijven nadenken. In ieder geval wil God dat we deze werkelijkheid als werkelijkheid accepteren en daarin proberen Gods wil te vervullen. Doen we dat, en leven we net als Jezus in een hechte relatie met God als hemelse Vader, dan verandert onze eigen houding, ons eigen innerlijk, dan groeien wij als mens tot gelovige volwassenheid naar de volle maat van Christus en dan verandert ook de werkelijkheid. Geven wij onze binnenkant aan God, dan wordt gaandeweg alles rein (vgl: Lucas 11, 39-41).

Jezus spoort ons aan tot gebed, vertrouwvol, geduldig, eenvoudig, bescheiden, maar ook trouw, volhardend en realistisch, zoals kinderen tot God de Vader. De heiligen hebben ons laten zien hoe God dan door ons en anderen heen werkt en dingen ten goede keert. Hier in de Eucharistie zeggen we God dank voor al het goede en kloppen we tegelijk aan voor al de noden in Kerk en wereld, in parochie en gezin, in stad en land. Ondertussen proberen we realistisch in deze wereld te staan en goed te doen zoals Hij, zodat de wereld hier en nu ook door onze inzet een stukje beter wordt. Amen.

28e Zondag door het jaar

Zondag 9 oktober 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor M. Hagen

Dankbaarheid, geloof, genezing en redding. Dit alles komen we tegen bij de Samaritaan die terugkeert naar Jezus. In deze Eucharistie keren ook wij terug naar Hem die ons redding brengt.

Lezingen

  • Eerste lezing: 2 Koningen 5, 14-17
  • Psalm: 98 (97) 1, 2-3ab, 3cd-4
  • Tweede lezing: 2 Timóteus 2, 8-13
  • Alleluia: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Lucas 17, 11-19

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Vandaag gaat het over 1 op de 10, 1 Samaritaan en 9 Judeërs. Dat is 10% van de groep. Weet u hoe groot het Christendom was zo rond het jaar 300? Ruim tweeënhalve eeuw had het Christendom er over gedaan om te groeien tot 10 procent van de bevolking van het Romeinse Rijk. Dat lijkt misschien weinig, maar het is feitelijk een enorme ontwikkeling. Ook al waren er christenen die niet zo sterk bleken tijdens de vervolgingen; toch, tegen alle verdrukkingen, gevangenname en beperkingen in, bleef het Christendom langzaam groeien. Vergeving, zorg voor armen en zieken, uitzicht op eeuwig leven, dat was aantrekkelijker, zinvoller en mooier dan alles wat de oude goden hadden geboden. Berekeningen geven aan dat in het Romeinse rijk zo rond het jaar 300 een van de tien inwoners christen was.

Vandaag ook een op de tien. Een van de tien keert terug naar Jezus; 10 procent. Ooit las ik een onderzoek over ideologische stromingen. De conclusie van dat onderzoek was dat als 10 procent van de bevolking een sterke ideologie heeft en als ze die met overtuiging, inzet en kracht verspreiden, dat die 10 procent dan genoeg is om een echte verandering teweeg te brengen. 10 procent is genoeg. Hoe is dat vandaag de dag? Het verhaal van deze dankbare Samaritaan mag een spiegel zijn voor onze tijd en ook voor onze Kerk.

Die negen mannen uit het evangelie, die genezen en gereinigd werden door het Woord van Jezus, die op weg gingen zoals Jezus had opgedragen, die naar de priester in de tempel gingen om de genezing vast te stellen, die de verplichte offers brachten en de reinigingsriten, zouden die niet dankbaar zijn geweest, blij om hun genezing? Hoe komt het dan dat zij niet naar Jezus terugkeren om die dankbaarheid te uiten?

Als Kerk mogen we goed werk doen in navolging van Jezus, zijn werk voortzetten. Bijvoorbeeld zo rond een uitvaart. Na een goed gesprek en een mooie liturgie van de uitvaart, zijn nabestaanden dikwijls dankbaar en geven ze dat ook aan. Sommigen zeggen dan opnieuw geïnspireerd te zijn om de kerk te bezoeken. Maar kijken we naar de werkelijkheid, dan heb ik sterk de indruk dat van degenen die dat zeggen, hooguit een op de tien ook daadwerkelijk de weg naar de kerk opnieuw oppakt.

In de eerste lezing zien we hoe Naäman wel naar Elisa terugkeert om hem te bedanken. Elisa wil niets aannemen, terecht, want het is Gods werk, niet zijn werk. Naäman komt tot geloof in God, zijn genezing verandert zijn leven.

Hoe is dat bij deze negen in het evangelie en bij ons? Wanneer wij alle wonderlijke dingen uit ons leven op een rij zouden zetten, kleine en grote gebedsverhoringen, dan zou dat ongetwijfeld een flinke lijst worden. Maar de kans is groot dat we de meeste dingen alweer vergeten zijn. Gods Voorzienigheid, Gods goedheid, Gods hulp, Gods nabijheid zijn dan gewoon worden, zo gewoon dat ze ons eigenlijk niet meer opvallen.

Die negen die niet terugkwamen, waren dat nu slechte mensen, egoïstisch, nonchalant, geen fatsoen? Ik betwijfel het. Ik ga ervan uit dat dit gewone Israëlische mannen waren die netjes deden wat de Wet van Mozes voorschreef. Wat maakt dan het verschil tussen hen en de Samaritaanse man? Dat is het verschil dat Jezus uitdrukt met parabel van het zaad op de akker. Een deel valt op de weg, een deel op ondiepe grond, een deel tussen de distels en een deel op goede grond. Jezus is realist. Zijn Woord komt binnen bij veel oren, maar dringt vaak niet door tot in de harten.

Kent u de wet van de remmende voorsprong? In de economie is die bekend. Als je flink hebt geïnvesteerd en een groot machinepark hebt en goede productie, dan kan het gebeuren dat je na een aantal jaar achter loopt. De aanschaf heb je nog niet terugverdiend, maar de concurrent heeft nieuwere machines en produceert sneller en beter. Je had een voorsprong met jouw machinepark, maar diezelfde machines worden nu een rem op de ontwikkeling.

Zo zegt Jezus tegen de schriftgeleerden en farizeeën: “Niemand die oude wijn gedronken heeft wenst jonge: hij zal zeggen: de oude is best” (Lucas 5, 39). De gesettelde godsdienst van de Joden maakte dat deze mannen niet door hadden wat er werkelijk gebeurde. Niet door de tempelpriesters, niet door de tempel, niet door de offers hadden ze genezing en reiniging gevonden, maar door het Woord van Christus. Negen van de tien hadden dit niet door. Die ene vreemdeling wel. Godsdienstig had hij een achterstand op de negen anderen, maar dat tekort werd zijn voordeel. Hij besefte dat het Woord van Jezus hem genezing had gebracht en net als Naäman in de eerste lezing besefte hij wat dit woord van de profeet bewerkt, wat gehoorzaamheid aan dit woord betekent, dat er maar één God is die op die manier genezing brengt.

Wat is de toekomst van de Kerk? Wat is de toekomst van religie in het algemeen? Het kan zijn dat hooguit tien procent van de bevolking tegen de heersende cultuur in durft te gaan. Tegelijk geldt dat als die 10 procent overtuigd is en doet waar ze voor staat, Jezus navolgen, er ook een ommekeer kan komen. Het kan zijn dat op de duur meer niet-gelovigen de weg naar Christus vinden dan zij die vroeger gedoopt werden, maar voor wie alles zo gewoon is geworden. Wij worden hier en nu uitgenodigd bij die tien procent te horen, net als de Samaritaan, en staande te blijven in geloof en dankbaarheid. Dan mogen we delen in de redding die Jezus ons biedt. Amen.

27e Zondag door het jaar

Zondag 2 oktober 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor M. Hagen

Een geloof zo krachtig als een mosterdzaadje kan bergen verzetten. Dat horen we vandaag in het Evangelie. In deze eucharistie mogen we net als de leerlingen bidden om een sterk geloof.

Lezingen

  • Eerste lezing: Habakuk 1, 2-3; 2, 2-4
  • Psalm: 95 (94) 1-2, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: 2 Timóteus 1, 6-8. 13-14
  • Alleluia: Johannes 17, 17b en a
  • Evangelie: Lucas 17, 5-10

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Kent u de waarom-fase van kinderen? Die kan zo rond het derde jaar beginnen. Het kind zet dan stappen in het begrijpen van de wereld om zich heen. Het is een uitdagende fase, want tien keer ‘waarom’ kan ook vermoeiend zijn. Soms krijgen kinderen door dat waarom best ingewikkeld kan zijn voor de ouders. Dan zeggen ze bij de maaltijd als moeder zegt dat ze het eten moeten opeten: Waarom? Omdat je het nodig hebt. Waarom? Omdat je anders niet kan groeien? Waarom? Omdat je anders straks honger hebt. Waarom? Ja, daarom, nu je bord leeg eten.

Vandaag horen we in de eerste lezing de profeet Habakuk twee keer zeggen: Hoe lang …? En drie keer waarom …? In dit geval is het een verzuchting. Zoals mensen kunnen verzuchten als een dierbare jong overlijdt: Waarom zo vroeg? Of bij oorlogen: Waarom overkomt ons dit?

Soms wordt er gezegd dat waarom-vragen niet zo zinvol zijn, want meestal is er geen antwoord op. Waarom word je ziek? Waarom ben jij de pineut met een energiecrisis? De waarom-vraag betekent meestal eigenlijk iets anders. Het is een soort uiterste poging om met een moeilijke, trieste, ellendige situatie om te kunnen gaan. Want ‘waarom’ zeg je tegen iemand, tegen een ander, daardoor deel je je nood met die ander, je maakt de ander deelgenoot met jouw situatie. Eigenlijk vraag je geen antwoord, dat waarom is geen vraag om een intelligente uitleg, maar een verzoek om betrokkenheid en mededogen.

Hoe gaat God hiermee om in de eerste lezing? De profeet Habakuk zit er helemaal doorheen. Dat maken profeten wel vaker mee. Hij heeft het gevoel dat God niet luistert, hoezeer hij ook bidt en smeekt en de hemel geweld aandoet. Habakuk lijdt onder geweld, verdrukking, ruzie, tweedracht en er komt maar geen einde aan.

Ook hier zien we dat er geen letterlijk antwoord komt op de waarom vraag. God legt niet uit waar dat geweld en die ruzie vandaan komen en waarom dat zo is. God geeft geen antwoord waarom er verdrukking is. Dan zou Hij een uitleg moeten geven over de geschiedenis, over onverdraagzaamheid, over angst en afgunst. Op die manier geeft God geen antwoord. Maar Hij geeft wel antwoord, en wel zo dat Habakuk weer verder kan. “Schrijf het visioen op, zet het duidelijk op schrift, zodat men het vlot kan lezen. Want dit visioen, al wacht het de vastgestelde tijd nog af, hunkert niettemin naar zijn vervulling: het vertelt geen leugen. AI blijft het ook uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te Iaat”.

God geeft antwoord: “Houd vol Habakuk, houd vol. Niet opgeven. Het komt. Jouw visioen is geen leugen, is geen bedrog, twijfel niet. Jouw visioen komt van Mij, de vervulling komt. Durf te wachten, durf te geloven”. God bemoedigt Habakuk en zo bemoedigt Hij ons ook. Want er zijn veel momenten waarop wij net als Habakuk kunnen verzuchten: “Hoe lang nog?” en “Waarom?”.

Habakuk moet durven geloven in zijn visioen. God heeft hem laten zien dat er een nieuwe tijd komt. Net als Abraham en Sara die maar geen zoon kregen. Ook zij moesten erin blijven geloven. Gods tijd is anders dan onze tijd.

In het Evangelie zien we dat ook Jezus niet letterlijk antwoord geeft op deze vraag van de apostelen: “Geef ons meer geloof.” Het zou wel makkelijk zijn geweest als Jezus had gezegd: “Jullie willen meer geloof? Oké. Kom maar”. Dat Hij hen de handen had opgelegd en daarbij had gezegd: “Ontvang meer geloof. Ik versterk jouw geloof”. Dat dan de leerlingen hadden geantwoord: “Amen”. En dat zij vervolgens een geloof hadden dat zo sterk was dat ze bergen konden verzetten.

Dat hadden ze misschien gewild, maar dat deed Jezus niet. Misschien was hun vraag wel net zo’n soort verzuchting als het gebed van Habakuk. Niet bedoeld als een letterlijke vraag, maar meer een verzuchting dat hun geloof maar klein was, dat ze zich zo onmachtig voelden en klein vergeleken met Jezus.

Jezus geeft antwoord, net zoals God antwoord geeft aan Habakuk. Zijn antwoord is ook een aansporing: “Als jullie een geloof hadden als een mosterdzaadje, zou je tot die moerbeiboom zeggen: ‘Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee’ en hij zou je gehoorzamen”. Jezus spoort hen en dus ook ons aan om te durven geloven.

Wij zeggen wel eens: “Geloof is een gave. Geloof kan ik je niet geven”. Maar hoe is het geloof van de leerlingen uiteindelijk dan toch gegroeid. Hoe is het uiteindelijk zo sterk geworden, sterker dan een mosterdzaadje. Zo sterk dat zij het geloof de wereld in gedragen hebben, zodat het kon uitgroeien in alle werelddelen? Ze hebben Jezus nagevolgd. Ze hebben zijn ontluistering, zijn lijden en kruisdood gezien. Ze hebben hun eigen angst en onmacht ervaren. Hun angst voor de dood, hun angst voor verlies, hun angst voor de reactie van de wereld die hen verlamde. Maar zijn verrijzenis, zijn woorden van vrede, zijn vergeving doorbrak dit alles. Nu konden zij geloven en kreeg de angst geen grip meer op hen.

Zo bemoedigt God ook ons. Hier vieren we dat Jezus de dood heeft overwonnen. Hier delen we in zijn maaltijd. Hier ontvangen wij kracht om vol te houden, om door te gaan, om te blijven geloven in zijn visioen, zijn belofte, de komst van Gods Koninkrijk. Amen.

26e Zondag door het jaar

Zondag 25 september 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor M. Hagen

Jezus verkondigt Gods Koninkrijk in parabels. In deze Eucharistie mogen we onze oren en ons hart openen om zijn Boodschap te verstaan. We mogen kracht vragen om zijn voorbeeld in de praktijk te brengen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Amos 6, 1 a. 4-7
  • Psalm: 146 (145) 7, 8-9a, 9bc-10
  • Tweede lezing: 1 Timóteus 6, 11-16
  • Alleluia: Johannes 6, 64b en 69b
  • Evangelie: Lucas 16, 19-31

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Hoe preekte Jezus? We hebben geen bandopnames, videobeelden of foto’s, we hebben het Evangelie. Jezus preekte in de traditie van zijn tijd. De profeten gebruikten reeds parabels, maar Jezus heeft er een echte kunst van gemaakt.

Met een parabel wordt de preek voor de toehoorder niet makkelijker, want over een parabel moet je nadenken. Dat is ook precies de bedoeling van Jezus. Alleen mensen die echt geïnteresseerd zijn, die ogen hebben om te zien en oren om te horen, die bereid zijn moeite te doen, zullen zijn Boodschap vinden. Zij die zich er makkelijk van af willen maken, bij hen gaat het het ene oor in en het andere oor uit. Daarover had Jezus ook een parabel, u kent hem, vast, het is de parabel met het zaad op de weg, op rotsgrond, tussen distels en doornen en zaad op de goede grond. Bij parabels gaat het erom hoe je luistert.

Vandaag de parabel van de rijke man en de arme Lazarus. In een parabel gaat het vaak om meer dingen, meerdere boodschappen in één verhaal. Laten we eens kijken.

  • Het gaat om de verhouding tussen arm en rijk.
  • Het gaat om nood dichtbij die je niet opmerkt.
  • Het gaat om een mooie buitenkant en die niets betekent voor de hemel.
  • Het gaat om de eenmaligheid van het leven, geen reïncarnatie.
  • Het gaat om Gods rechtvaardigheid die het evenwicht herstelt.
  • Het gaat om de verkondiging door Mozes en door Jezus.
  • Het gaat om de gevolgen van je levensstijl voor het leven na de dood.
  • Het gaat om de naaste die dichtbij is en niet alleen om je familie.

Het is maar een korte schets, maar er zit al heel veel in: “Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feest vierde, terwijl een arme, die Lazarus heette, met zweren overdekt voor de poort lag. Hij verlangde er naar zijn honger te stillen met wat bij de rijkaard van de tafel viel, maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten.

Jezus schetst expres die situatie. Het is vlakbij, bij de poort, bij de drempel van jouw deur. Laatst was er een dakloze die hier een schuilplek zocht bij de poort naast de kerk. Die zag ik daar maar even, maar toch. Deze parabel van Jezus is uit het leven gegrepen. We hebben als katholieke Kerk bijna geen daklozen opvang meer. Sommige vrouwen met kinderen vonden tijdelijke opvang bij de zusters van Moeder Teresa. Ik ken ook een katholiek project in Leiden met wat slaapplekken. Verder zou ik het eigenlijk niet weten. De rijke man in de parabel had uitbundige maaltijden, de arme Lazarus had altijd honger. Ook wat het eten betreft, hebben we als Kerk een taak. De zusters van Moeder Teresa delen maaltijden uit aan mensen die op een of andere manier moeilijk een goede maaltijd kunnen krijgen. De eerst verantwoordelijke voor die opvang is de overheid, de gemeente. Toch blijft het een taak voor de kerken om hierin actief te zijn. Deze parabel van Jezus herinnert ons daaraan.

De parabel gaat over de verhouding tussen arm en rijk en over de nood dichtbij die je niet opmerkt. Het gaat ook over de mooie buitenkant. De rijke man was in purper en fijn linnen gekleed. Purper is kardinaalsrood. Fijn linnen betekent dure en verfijnde kleding. Die mooie buitenkant en de rijkdom leiden uiteindelijk tot een heel sjieke, een eervolle begrafenis. We hebben deze week daarvan een voorbeeld gehad met de begrafenis van koningin Elisabeth. Eervoller kun je je haast niet voorstellen. Maar we hebben in de kerk ook begrafenissen gehad waarbij slechts een handjevol mensen aanwezig was, waarbij de overheid iets van de kosten moest vergoeden. In zijn parabel laat Jezus weten dat die buitenkant helemaal niets zegt. God kijkt totaal anders.

En dan die eenmaligheid van het leven. Jezus leert ons dat reïncarnatie niet bestaat. Jezus verkondigde vooral onder de Joden. Bij hen speelde de gedachte aan reïncarnatie geen rol. Daarom is reïncarnatie in het Evangelie geen onderwerp. Maar in sommige teksten kom je zijn visie toch op het spoor. Dat is in deze parabel en ook in de brief aan de Hebreeën. Daar staat: “Het is het lot van de mens eenmaal te sterven, en daarna komt het oordeel” (Hebreeën 9, 27). Jezus schetst ons de loop van het leven. Je leeft maar één keer, in dit leven moet je het doen, van dit leven leg je verantwoording af.

De rijke denkt dat de verhoudingen uit dit leven ook later gelden: “Laat Lazarus de top van zijn vinger in water dopen en mijn tong verfrissen”. Maar in Gods Koninkrijk zijn de rollen omgekeerd. Beter gezegd, God herstelt het evenwicht. In deze parabel laat Jezus zien dat in deze wereld het recht niet in evenwicht is. Deze wereld is niet rechtvaardig, daar moeten we aan werken, maar we kunnen het niet verwachten. Het echte evenwicht zal God geven. In het tweede deel van de parabel volgt een heel gesprek tussen de rijke man en Abraham. Daarin blijkt dat de rijke geen medelijden heeft met arme mensen, maar alleen bekommerd om zijn familie. Jezus wijst ons op onze naaste.

Zo houdt Jezus zijn tijdgenoten en ons voor ogen dat jouw stijl van leven niet alleen consequenties heeft hier op aarde, zoals op het klimaat, het werkt door in het eeuwige leven. Zoals we Hem verleden week hoorden zeggen: “Gij kunt niet God dienen en de mammon”. Dat zien we hier in beeld gebracht.

Een parabel is iets om over na te denken. De beeldspraak is krachtig. Aan ons is het om de arme Lazarus te herkennen in alle gedaanten en omstandigheden waarmee hij in deze tijd verschijnt. Ook moeten we zien hoe rijk we zelf zijn. Dan weten we meteen waartoe Jezus ons oproept. Amen.

25e Zondag door het jaar

Zondag 18 september 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor M. Hagen

Het evangelie van vandaag is hoogst actueel. Hoe gaan we om met de dingen die God ons toevertrouwt, zijn we betrouwbare rentmeesters? De Eucharistie die we vieren mag ons daarbij helpen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Amos 8, 4-7
  • Psalm: 113 (112) 1-2, 4-6, 7-8
  • Tweede lezing: 1 Timóteus 2, 1-8
  • Alleluia: 1 Samuël 3, 9; Johannes 6, 69b
  • Evangelie: Lucas 16, 1-13 (of Lucas 10-13)

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Een jaar of wat geleden was het begrip rentmeesterschap ineens weer in de aandacht. Bij veel mensen heeft het begrip rentmeester niet zoveel betekenis. Een rentmeester is iemand die met een zekere bevoegdheid om andermans zaken te beheren, een soort zaakwaarnemer die ook moet zorgen dat de zaken rederen, dus niet alleen bewaren, maar zorgen dat er vruchten geplukt kunnen worden.

De meeste mensen hebben geen rentmeester nodig, aangezien hun vermogen te klein is om door een ander te laten beheren. Zou u wel een groot vermogen bezitten en wilt u dat laten beheren, geld of gebouwen of landgoederen of andere bezittingen, dan hoop je dat de rentmeester betrouwbaar is, dat het iemand is die integer is, met hoge morele waarden, niet alleen voor het uiterlijk, met een mooi masker, maar echt, consequent, iemand die niet uit is op zelfverrijking maar die zorgvuldig en goed jouw zaken behartigt. Het evangelie van vandaag herinnert ons eraan dat ieder van ons, man en vrouw, rijk en arm, dat we allemaal rentmeester zijn. God heeft ons iets toevertrouwd

Wat zijn de bekoringen van een rentmeester? Zucht naar geld en aanzien, naar invloed en macht. Het is bekend, hoe meer je bezit, deze te meer je wilt hebben. Een rentmeester die er betrouwbaar uitziet en met mooie praatjes argeloze burgers weet in te palmen, kan zichzelf makkelijk verrijken. Het vak van rentmeester kent veel bekoringen. Als een rentmeester de vrije hand krijgt en de indruk heeft dat de eigenaar het aan helemaal aan hem overlaat, dan kan dat een grote bekoring worden.

Vandaag komen we twee rentmeesters tegen. De eerste is een onbetrouwbare, de persoon in de gelijkenis die Jezus vertelt. De tweede noem ik straks. Jezus heeft het over een rentmeester die gezwicht is voor de bekoring. Er staat: “Hij had een rentmeester die bij hem werd aangeklaagd omdat hij zijn bezit verkwistte. Hij riep hem dus en vroeg: ‘Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven’.”

Waar is hij voor gezwicht? Hij verkwistte het bezit van zijn heer. Het lijkt op de verloren zoon van verleden week die met zijn erfenis op zak feest ging vieren in het buitenland. “Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven”. U kent het gezegde: Overdaad schaadt.

Op 24 mei 2015 publiceerde het Vaticaan de encycliek van paus Franciscus: Laudato Si'; een encycliek over hoe wij omgaan met de aarde, ook wel de milieu-encycliek genoemd. Daarin gaat het om de houding van een goede rentmeester, een die betrouwbaar is, een die het eigendom van zijn heer niet ziet als een kans om zelf rijk te worden, maar die het als een heilige plicht ziet daar goed voor te zorgen.

In het Evangelie van vandaag zit een bijzonder aspect, die rentmeester is niet betrouwbaar, maar wel slim. Hij kijkt vooruit. Jezus betreurt het dat kinderen van het licht zo weinig met hun toekomst bezig zijn en zo weinig samenwerken voor Gods koninkrijk.

Wij zijn rentmeesters. God vertrouwt ons het leven toe, Hij vertrouwt ons elkaar toe, het Evangelie, de Kerk, de aarde, de natuur, de zee en de lucht, de kennis en de talloze mogelijkheden, God vertrouwt ons dit alles toe.

Jezus gebruikt dit thema vaker, zoals bij de parabel over de talenten of die van de tien ponden. In deze parabels, net als die van vandaag bij de rentmeester komt er altijd een moment van verantwoording, er komt een ogenblik dat je moet laten zien wat je met je leven hebt gedaan, met je talenten, je mogelijkheden, de natuur, de schepping, je geloof, de mensen om je heen.

In het evangelie van vandaag lopen meerdere gedachten door elkaar, een rentmeester die het bezit van zijn heer heeft verkwist, maar die daarna slim handelt om zijn toekomst veilig te stellen. Jezus opmerking dat de kinderen van de duisternis beter over hun toekomst nadenken dan de kinderen van het licht. Ook dat de kinderen van het licht onvoldoende samenwerken, de kinderen van de duisternis doen dat vaak beter. Maar het gaat ook over ons eigen toekomstperspectief als Jezus zegt: “Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen?” Dat gaat over ons eeuwig leven.

Hoe stelt u zich het eeuwig leven voor? Hoe meer ik deze gelijkenissen van Jezus lees, des te duidelijker wordt het dat we in Gods eeuwige Rijk niet zitten te luieren maar een taak krijgen. Echter, als je in dit leven, waarin we rentmeesters zijn, als we in dit tijdelijke aardse leven niet betrouwbaar waren in dat wat God ons toevertrouwt, dan kan Hij ons geen nieuwe taak toevertrouwen. Misschien denkt u, ja, maar op zo’n hemel zit ik niet te wachten, dan is dat misschien juist het punt om over na te denken.

Een goede rentmeester handelt uit liefde, uit liefde voor zijn heer, hij of zij is betrouwbaar uit liefde. Ontbreekt die liefde, dan ontbreekt ook het verlangen om in eeuwigheid onze Heer te dienen. Misschien is dat wel het euvel van deze wereld, waardoor we de bodemschatten hebben verkwist, zodat we nu met een milieuramp te maken hebben. Gebrek aan liefde voor God en de naaste, gebrek aan liefde voor deze schepping als Gods eigendom die wij goed moeten beheren. Deze gedachte is een gewetensonderzoek waard, want het gaat hierbij om onze toekomst, ons eeuwig leven. Amen.

24e Zondag door het jaar

Zondag 11 september 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

Vandaag horen we de mooie parabel van het verloren schaap. Zo groot is de liefde van God voor ons dat Hij ons blijft zoeken. Daarom mogen we Hem van onze kant zoeken en vinden in deze Eucharistieviering.

Vanwege schade aan apparatuur geen livestream van deze viering beschikbaar

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 32, 7-11.13-14
  • Psalm: 51 (50)
  • Tweede lezing: 1 Timoteüs 1, 12-17
  • Alleluia: Johannes 10, 27
  • Evangelie: Lucas 15, 1-32 (of: Lucas 15:1-10)

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Hieronder de preek van plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Misschien vraagt u zich wel eens af hoeveel God van ons houdt. Je kunt dagen hebben dat het tegenzit, dagen dat je moedeloos bent of dat de puf eruit is. Je kunt soms je nood klagen in het gebed, waarbij je denkt, geeft God nu echt om ons, om mij?

Vandaag vertelt Jezus de gelijkenis van het verloren schaap. Dat is wat anders dan de bio-industrie met de plofkippen. Daar is in onze tijd veel aandacht voor. Ooit zei een moraal theoloog: De manier waarop mensen met dieren omgaan weerspiegelt op de duur de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Zorg en aandacht voor de dieren bouwt een mentaliteit op van zorg en aandacht voor elkaar.

Maar het kan ook een vlucht zijn, een boer die veel aandacht heeft voor zijn dieren en stallen en werk, maar geen tijd heeft voor vrouw en kinderen en aan het eind van zijn leven teleurgesteld is in zichzelf, omdat de band met de kinderen niet best is, of omdat een van de zonen losgeslagen de wereld in is gevlucht.

Vandaag een mentaliteit van zorg voor het verloren schaap, maar meer dan om het dierenwelzijn gaat het Jezus om ons welzijn. Niet lang geleden maakte iemand de opmerking dat in onze tijd de rollen zijn omgekeerd. De 99 lopen verloren, terwijl de ene nog in de kerk zit. Wat is dan dat verloren lopen.

Daarover gaat de eerste lezing. Daar zien we niet een lieve en geduldige God, een barmhartige Vader die uitziet naar de terugkomst van zijn zoon, maar een God die het zat is, die tegen Mozes zegt, ik geef er de brui aan. Wat zijn dat voor mensen die van de ene zonde in de ander lopen en dan ook nog Mij ter verantwoording roepen. Geen vrolijke God. Toch lijkt het er meer op dat Mozes hier beproefd wordt dan dat God er de brui aan geeft. Mozes wordt beproefd op het punt waarop hij later alsnog zal zwichten. Denken dat Gods geduld niet eindeloos is en dat Gods barmhartigheid zijn grenzen heeft. Aan het einde van zijn leven komt nog zo'n moment. Dat zal voor de schrijver aangevoerd worden als reden dat Mozes uiteindelijk het volk niet zelf het beloofde land in zal leiden. Hoe barmhartig is God? Hoeveel geduld heeft God.

Maar het gaat in de eerste lezing ook om de zonden van het volk. Dit is wat Mozes hoort in zijn ontmoeting met God: “Zij zijn nu al afgeweken van de weg die Ik hun had voorgeschreven; ze hebben een stierenbeeld gemaakt, ze buigen zich daarvoor neer, ze dragen er offers voor op en schreeuwen: ‘Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.” “Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is”. Een ontmoeting met God kan op veel manieren vorm krijgen. Bij Mozes begon dat bij een brandende struik die niet verbrandde. Maar na die tijd gaat hij geregeld in gesprek met God. In zo’n gesprek brengt God aan het licht wat leeft in ons eigen hart, onze hoop, onze twijfel, ons verlangen, onze angst. Dat is hier ook zichtbaar.

Mozes vraagt zich af of God wel zo eindeloos barmhartig zal blijven. Mozes vraagt zich af of die hele operatie, die tocht door de woestijn wel enig kans van slagen heeft. Mozes vraagt zich af of dit kleine volk dat nu met hem meetrekt door de woestijn wel ooit echt tot geloof in God kan komen. Mozes vraagt zich af of hij de mensen wel ooit van die gewoonte om afgodsbeelden te maken weg kan krijgen. Mozes vraagt zich af of God de loop van de geschiedenis echt wil beïnvloeden. Dit en nog meer klinkt door in zijn gesprek met God. Zijn eigen vragen, angsten, hoop en twijfel.

In dit gebed moet hij ook zichzelf overwinnen. Zijn deze mensen hem dierbaar, heeft hij het er voor over om zijn vermoeidheid, het gezeur, het geklaag, de problemen, de ruzies, de rechtspraak, het ongeduld, de honger en de dorst, de vragen en de weerstand te verdragen, houdt hij van dit kleine volk, houdt hij van zijn mensen en kan hij geloven dat God van hen houdt?

Wanneer wij bidden tot God moet er ook ruimte zijn voor al onze gevoelens, onze twijfels, hoop en angsten. Bij Mozes is het antwoord verrassend. Heel het gebed heeft de teneur van hopeloosheid, eigenlijk denkt Mozes dat God het helemaal zat is en ermee wil kappen. Dan gaat Hij wel door met Mozes alleen. Maar in het gebed ontstaat een ommekeer. Dat is wat het gebed bewerkt, daarin klinkt Gods antwoord en breekt het door in het innerlijk van Mozes.

Mozes pleit voor het volk en daarmee overwint hij zijn eigen weerstand, hij overwint de afkeer die hij heeft tegen alle problemen. God laat zich verzoenen. Als hij bidt tot God, dan overwint hij met zijn gebed de negatieve loop van de geschiedenis. Op het moment dat God zich laat verzoenen, verzoent God Mozes met zichzelf. Als er staat: “Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd”. Staat er tussen de regels dat Mozes in zijn gebed zichzelf heeft overwonnen en dat God hem dat duidelijk heeft gemaakt.

In zijn parabel laat Jezus op een nieuwe manier Gods barmhartigheid zien. God is bekommerd om al wie verloren loopt, in het bijzonder de kleinen, de mensen die het zonder hulp van anderen niet redden. Maar ook is God bekommerd om hen die door eigen fouten in de problemen zijn geraakt en een weg terug zoeken. Daar mogen we onszelf ook in herkennen. In ons gebed kunnen wij steeds terugkeren naar God, in het gebed mogen we met Gods genade onszelf overwinnen en ons hart openen voor alle verloren schapen. Amen.

23e Zondag door het jaar

Jubileumviering met Surinaamse gemeenschap

Zondag 4 september 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Wij zijn geroepen tot vrijheid in Christus. In deze Eucharistieviering mogen we bidden dat heel de wereld mag delen in die vrijheid.

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid 9, 13-18b
  • Psalm: 90 (89) 3-4, 5-6, 72-73, 74 en 77
  • Tweede lezing: Filémon 9b-10. 12-17
  • Alleluia: Johannes 8, 12
  • Evangelie: Lucas 14, 25-33

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Deze zondag begin ik met de tweede lezing. Voor velen is dit misschien een wat onbekende lezing over Onésimus. Wie was Onésimus. Eigenlijk weten we niet veel méér dan wat hier geschreven wordt door de apostel Paulus. Onésimus is hoogstwaarschijnlijk een slaaf, waarschijnlijk een intelligent e jonge man, een schrijver misschien of boekhouder; maar hij is weggelopen bij Filémon. Waarom, dat schrijft Paulus niet. Het zou kunnen zijn dat toen Onésimus door Filémon als slaaf werd gekocht, Onésimus de onuitgesproken gedachte koesterde dat hij vrijgelaten zou worden aangezien Filémon een christen was. Dat deden Christenen vaker. Toen dat niet gebeurde is Onésimus weggelopen. Daarmee was Filémon het geld kwijt dat hij betaald had, maar miste bovendien het werk dat Onésimus moest doen.

Onésimus reist dan naar Paulus die waarschijnlijk in Efese in de gevangenis zit. Paulus ontvangt hem en maakt hem duidelijk dat wat hij gedaan heeft niet goed is, want de vrijheid in Christus heeft niets te maken met de vrijheid die hij nu als slaaf zoekt. Onésimus bekeert zich, hij wordt christen en vanaf die tijd helpt hij Paulus in zijn gevangenschap. Paulus raakt zeer op hem gesteld, maar hij wil dat het conflict met Filémon opgelost wordt, Paulus wil bovendien niet zelf in dit conflict betrokken worden. Filémon is de leider van een christengemeenschap in Kolosse, hij is welgesteld en de gemeenschap komt samen in zijn huis. Paulus wil dat Filémon nu Onésimus aanneemt als een broeder in Christus, dat hij hem niet straft, maar zich verheugt in zijn bekering tot Christus. Paulus wil dus dat Filémon, als leider van de geloofsgemeenschap, deze stap zet, niet vanwege het gezag van Paulus, maar uit liefde, aangesien liefde werkelijk vrijmaakt en een daad ui liefde een vrije daad is.

Later duikt Onésimus nog een keer op in de brief aan de christenen van Kolosse. Volgens de traditie heeft Onésimus uiteindelijk de apostel Timótheus opgevolgd als bisschop van de stad Efese en is onder keizer Trajanus de marteldood gestorven.

Waarom vandaag zo uitgebreid over Onésimus? Niet alleen omdat anders die tweede lezing onbesproken blijft, maar omdat juist nu in deze tijd Nederland zich meer bewust is geworden van haar slavernijverleden.

Slavernij. Waarom heeft de Kerk niet vanaf het jaar nul zich fel verzet tegen slavernij? Waarom heeft dat zoveel eeuwen geduurd? Soms was het zelfs een tegendeel, christenen probeerden met de Bijbel in de hand slavernij goed te praten. Uiteindelijk hebben de tegenstanders van slavernij het gewonnen. Hoe kwam het dat Jezus niet meteen in het Evangelie al fel tegen slavernij opkwam? Als Hij dat duidelijk had gedaan, was het toch veel gemakkelijker geweest om slavernij af te schaffen?

Bij Jezus zie je duidelijk de voorrang van het geestelijke boven het lichamelijke. “Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt kan hij mijn leerling niet zijn”. Het gaat om vrijheid in Christus, vrijheid tegenover de wereld, tegenover de cultuur, tegenover de heersende mening in de media, tegenover de politiek, de kranten, ja zelfs tegenover familieleden en vrienden, als je aan hun mening en visie meer aan gehecht bent dan aan Christus, dan zul je Christus niet kunnen volgen. Het gaat zelfs verder.

Het heeft er deels mee te maken dat de wederkomst van Christus en het eindoordeel eigenlijk binnen een tot twee generaties werd verwacht. Waar moet je je nog druk om maken, alleen om het heil van je ziel, want als Christus terugkomt, is alleen dat belangrijk, niet het lichaam. Als dat je overtuiging is, dan wordt al het andere onbelangrijk. Die vrijheid in Christus, die innerlijke vrijheid is veel belangrijker. We zien dat terug bij Paulus. In de eerste brief aan de Christenen van Korinte schrijft hij.

“Laat iedereen in de staat blijven waarin hij geroepen werd. Zijt gij als slaaf geroepen, laat het u niet verdrieten; en zelfs als gij vrij kunt worden, blijf dan toch liever slaaf. Want de christenslaaf is een vrijgelatene van de Heer; en hij die als vrij man geroepen werd, is een slaaf van Christus. Gij zijt allen gekocht en de prijs is betaald. Wordt geen slaven van mensen” (1 Korinte 7, 20-23).

“Laten daarom zij die een vrouw hebben, zijn als hadden zij ze niet; zij die wenen, als weenden zij niet; zij die zich verheugen, als waren zij niet verheugd; zij die kopen, als werden zij geen eigenaar” (1 Korinte 7, 29-30).

Maar met die gedacht had je net zo goed slavernij kunnen afschaffen in de eerste of tweede of derde eeuw. Want waarom een slaaf houden, waarom gehecht zijn aan dat bezit en gemak, doe alles weg en wees vrij.

Pas aan het einde van zijn leven dringt het bij Paulus door dat de wederkomst van Christus wel eens langer of zelfs veel langer kon duren. God heeft geduld met ons, het geloof moet over de hele wereld verkondigd worden. Dat kost tijd. De gevolgen daarvan op zijn eerdere uitspraken kon hij niet meer zien. Bovendien waren de Christenen tot de vierde eeuw een kleine minderheid. Na de vierde eeuw werd de kerk staatskerk en had de keizer en de staat zoveel invloed dat het besef niet doordrong dat slavernij een misdaad is tegenover de menselijkheid. Het geloof ontwikkelt zich maar langzaam, economische belangen overheersen meestal het denken, ook de theologie, en zeker ook de wetenschap en de rechtspraak. We hebben nog een lange weg te gaan. Amen.

22e Zondag door het jaar

Zondag 28 augustus 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Waar doe je het voor? Dat zou je naar aanleiding van het Evangelie van deze zondag kunnen denken. Jezus leert ons te vertrouwen op Gods goedheid. Hij zal ons een mooie plek geven in zijn koninkrijk. Dat vieren we in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Ecclesiasticus 3, 17-18. 20. 28-29
  • Psalm: 68 (67) 4-5ac, 6- 7ab, 10-11
  • Tweede lezing: Hebreeën 12, 18-19. 22-24a
  • Alleluia: Johannes 1, 14 en 12b
  • Evangelie: Lucas 14, 1. 7-14
Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Er is een oud verwijt naar gelovigen, een verwijt dat in onze tijd minder vaak klinkt, maar zeker in het verleden, in het Sovjet-communisme erg populair was. Dat verwijt klonk zo ongeveer: Die goede werken van jullie, die doen jullie niet uit liefde, jullie doen niet aardig omdat jullie van de mensen houden, jullie doen dat alleen om in de hemel te komen. Een verwijt. Is dat zo? Doen wij goed, helpen wij anderen, schenken wij vergeving, geven we iets van onze bezittingen prijs, dragen we het lijden, alleen om zo in de hemel te komen? Is dat ons katholieke geloof?

Je zou het evangelie van vandaag wel een beetje zo kunnen lezen. Het hangt ervan af hoe je leest: “’Vriend, ga wat hoger op’. Zo zal u eer te beurt vallen in het oog van allen die met u aanliggen.” Je zou deze gelijkenis van Jezus zo kunne opvatte. Je gaat expres wat bescheiden aan tafel zitten tot je door de gastheer een mooie plek wordt geboden waarna iedereen denkt, zo die is belangrijk zeg? Of die andere zin uit het evangelie: “Als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.” Dus … je nodigt arme sloebers uit, want dan krijg je een beloning bij de opstanding van de rechtvaardigen.

Dit is wat men noemt de redenering “do ut des”. Die houding komt uit de godsdienst van de oude Romeinen. Ik geef, met de bedoeling iets terug te krijgen. Zou Jezus dát echt bedoelen? Is geloof een soort economie, handjeklap, hoe investeer ik het slimst, hoe krijg ik het beste rendement Hiermee sluiten we aan bij de lezingen van de vorige zondagen. “Ben ik rijk bij God?” Verzamel ik schatten op aarde of verzamel ik schatten in de hemel? Ben je dan niet toch, hoe dan ook, schatten aan het verzamelen.

Ik ga hier nog even op door. Ik moet daarbij ook denken aan de vraag van Petrus aan Jezus: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” (Matteüs 19, 27-29). Het is interessant hoe Jezus dan reageert; Hij gaat mee in die vraag. Hij zegt niet: “Wat is dát nu voor vraag? Wat ben jij hebberig!” Dat had Hij wel kúnnen zeggen, want een andere keer zegt Hij: “Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven” (Matteüs 10, 8). Maar Jezus gaat mee met die vraag van Petrus. Hij zegt: “Ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.” Maar …, is het dan toch “do ut des”? Ik geef iets prijs en ik krijg het hier al honderdvoudig terug en straks ook nog eeuwig leven!? Gaat het in het Evangelie dan toch om de investering met het hoogste rendement?

Ja en nee. Gods werkelijkheid is omgekeerd aan de onze. Als Jezus zegt: “Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven” Dan begint het geschenk bij God. God geeft, God schenkt ons zijn liefde en vergeving. God biedt ons een nieuwe kans. Het leven, onze talenten, alles hebben wij gekregen. Zelfs dat wat we ermee gedaan hebben is grotendeels een gave, want we kregen de mogelijkheid ertoe. Het begint bij God, bij Gods goedheid, bij Gods liefde. Daar is zelfs dit heelal begonnen met de oerknal als een mosterdzaadje dat uitgroeide tot een universum. Alles wat wij doen, alles wat wij kunnen is antwoorden, zijn liefde wekt liefde in ons hart. Zijn gulheid maakt ons gul. Zijn vergeving leert ons anderen te vergeven. Zijn trouw helpt ons trouw te blijven. Alles begint bij God en werkt door in ons. Onze liefde en onze goedheid is een antwoord op zijn liefde en goedheid.

Waarom gebruikt Jezus dan toch zo’n vergelijkingen: Verzamel een schat in de hemel. Wees blij omdat de armen het jou niet kunnen teruggeven. Het zal u ruimschoots vergoed worden bij de opstanding van de rechtvaardigen. Dat doet Hij omdat Hij ons wil helpen niet in de valkuil van de korte-termijn-winst te stappen. Dat is de grote valkuil van mensen. Dat zit in onze genen. Het komt vanuit de evolutie. Jezus houdt daar rekening mee, Hij houdt er rekening mee hoe wij in elkaar zitten. Wij kiezen zo makkelijk voor de korte-termijn-winst. Maar heel dikwijls blijkt dat je daardoor de winst op de lange termijn verliest. Hoeveel winst hebben we gemaakt met olie en gas en steenkool. Maar wat is de schade die inmiddels is ontstaan aan de hele schepping?

Er is nog een onderliggende vraag die voorafgaat aan dit alles. Die luidt: “Wat is het doel van je leven?” “Wie ben jij?” “Waar gaat het om?” Zet je in op een prettig leven hier en nu? Gaat het daarbij vooral om jouzelf? Zie je egoïsme toch wel als slim? Is graaien naar bonussen de ultieme status? Dan zegt Jezus: “… wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden”. En: “Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?” (Matteüs 16, 25-26).

Voor Jezus is het leven op aarde pas echt leven als we leven zoals God ons heeft bedoeld. Dat is een leven waarin God zelf leeft in het diepst van je ziel, waardoor je God liefhebt en je naast als jezelf. Zo wordt je een mens die reeds hier op aarde, door lijden en vermoeienis heen, met het eeuwige leven begint.

Het vraagt geloof en durf om het korte termijn geluk opzij te zetten voor een dieper geluk, om werkelijk te worden wie je kunt zijn. Niet vanuit egoïsme, maar omdat je nu al Gods liefde ervaart, Gods goedheid en Gods vergeving en je intens verlangt die liefde van God te beantwoorden. Amen.

21e Zondag door het jaar

Zondag 21 augustus 2022, 11:00u

Celebrant: pater M.R. Hoogland cp

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja, 66, 18-21
  • Psalm: 117 (116), 1. 2
  • Tweede lezing: Hebreeën, 12, 5-7. 11-13
  • Alleluia: Joh. 14, 6
  • Evangelie: Lucas, 13, 22-30

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Vanwege vakantie is voor deze viering helaas geen preek van plebaan M. Hagen beschikbaar.

20e Zondag door het jaar

Zondag 14 augustus 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia, 38, 4-6. 8-10
  • Psalm: 40 (39), 2. 3. 4. 18
  • Tweede lezing: Hebreeën, 12, 1-4
  • Alleluia: Hand. 16, 14b
  • Evangelie: Lucas, 12, 49-53

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Vanwege vakantie is er voor deze viering helaas geen preek van plebaan M. Hagen beschikbaar.

19e Zondag door het jaar

Zondag 7 augustus 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag spreek Jezus over waakzaamheid. De waakzaamheid waar Hij over spreekt, maakt dat we beter luisteren en beter kijken. In deze Eucharistie worden we uitgenodigd Gods Woord te horen en te begrijpen, zodat het vrucht draagt in ons leven.

Lezingen

  • Eerste lezing: Wijsheid, 18, 6-9
  • Psalm: 33 (32) 1 en 12. 18-19. 20 en 22
  • Tweede lezing: Hebreeën, 11, 1-2, 8-19 of 11, 1-2. 8-12
  • Alleluia: Lucas 19, 38
  • Evangelie: Lucas, 12, 32-48 of 35-40

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Mijn preek vandaag gaat over luisteren. Zaterdag, op het feest van de gedaanteverandering van de Heer, klonk op de berg vanuit een wolk de stem van de Vader: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.” De opdracht van de Vader aan ons is: “Luister naar Jezus”, luister naar Gods Zoon. Dat Woord is al heel oud, want binnen het Jodendom is “Luister Israël” van fundamentele betekenis.

De eerste lezing van vandaag begint zo: “De nacht van de uittocht uit Egypte was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd”. Die nacht werd aangekondigd aan Mozes. Mozes heeft geluisterd naar Gods Boodschap en die doorgegeven aan het Volk. Het volk heeft geluisterd naar Mozes en is op weg gegaan. Als Mozes niet geluisterd, of als het volk niet geluisterd had, dan was dit moment van de uittocht voorbij gegaan en hadden zij hun kans gemist.

In de tweede lezing komt dit ook naar voren. Daar lezen we: “Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God, en ging hij op weg …” Abraham gaf gehoor aan de roepstem van God. Abraham luisterde naar God, hij hoorde zijn stem en gaf gehoor aan die oproep, zijn roeping. Daar begint het geloof van Abraham; hij vertrouwt op dat Woord, hij aanvaard dat Woord van God, hij erkent het als iets dat hij niet kan en mag afwijzen. Hij gelooft dat dit Woord het licht is op zijn pad, de wegwijzer voor zijn leven, zijn weg naar de toekomst. Het begint allemaal met luisteren.

Maar, hoor ik u denken, hoe kan je nu luisteren? Hoe kan je God verstaan? Is het mogelijk dat wij net als Abraham die stem van God zo verstaan dat we op weg durven gaan, stappen zetten naar de toekomst die God ons wijst? Is het mogelijk dat we net als Mozes Gods stem zo verstaan dat we door de woestijn durven trekken op weg naar het Rijk Gods? Of anders gezegd, kunnen we leren luisteren?

Ja, dat kan, en u begrijpt natuurlijk dat ik het dan niet zozeer heb over het luisteren met onze oren, hoe belangrijk die ook zijn, maar over het echte luisteren, dat gebeurt in ons hart, in onze ziel. Dit luisteren is ook een soort zoeken, je afvragen wat een woord of een gebeurtenis betekent. Luisteren en zien. Jezus zegt over hen die niet gericht zijn op Gods Koninkrijk: “Als ik tot hen spreek in gelijkenissen, dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben, niet zien en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen (Matteüs 13, 13).

Je kunt met andere woorden ziende blind zijn en horende doof. Dus klinkt toch de vraag: kunnen wij leren luisteren? Ja dat kan, maar er is een voorwaarde aan, het kost moeite, het vraagt inspanning. Het is nodig dat je niet blijft steken in oppervlakkigheid, dat je niet zomaar tevreden bent met vluchtig vermaak of een snelle bevrediging.

Daarover gaat de bekende parabel van Jezus over de zaaier. Daar zegt Jezus: “Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart; dat is hij die op de weg is gezaaid” (Matteüs 13, 19).

Luisteren en zien, vraagt dat we willen begrijpen wat een woord of gebeurtenis betekent. Daarvoor is het nodig dat je op de woorden kauwt, zoals je kauwt om het voedsel te kunnen verwerken, je moet op Gods Woord kauwen.

Maria, de Moeder van Jezus is daarin onze leermeesteres. Van haar staat geschreven bij Lucas: “Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf” (Lucas 2, 19). Welke woorden overwoog Maria? Het waren de woorden van de herders. De herders vertelden wat ze gezien en gehoord hadden. Ook zij hadden gehoor gegeven aan het woord van de engelen, ze waren op weg gegaan naar de stal en alles daar aangetroffen zoals de engel hen had gezegd. Niet iedereen reageerde toen op die woorden op dezelfde manier. Er staat: “Allen die het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden”. De mensen waren verwonderd, verbaasd. Maar van Maria staat geschreven: “Zij bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf”.

Luisteren is niet alleen een woord horen of lezen. Luisteren vraagt dat we net als Maria de woorden die iets zeggen over God, over Jezus, over ons leven, dat we die woorden opnemen in ons hart en overwegen bij onszelf.

Abraham kwam tot geloof omdat hij het Woord aanvaardde. Maria geloofde de engel op zijn Woord. De herders geloofden de engelen. De apostelen hoorden Jezus roepstem: “Kom volg mij”. Ze hebben dat woord aanvaard en hebben Hem gevolgd.

In het evangelie van vandaag komt daar nog iets bij aan het licht. Dat luisteren heeft met waakzaamheid te maken; hoor ik de Heer daar komen? Is dat de Heer die iets tegen mij zegt? Ben ik bereid om op zijn woord te reageren en met Hem mee te gaan? En voor waakzaamheid is liefde nodig, dat ik verlang om zijn Woord te horen, dat ik uit liefde bereid ben op zijn Woord in te gaan. Waakzaam luisteren, zoals Abraham, zoals Mozes, zoals Maria, de apostelen en de heiligen. Laten we bij hen in de leer gaan, dan zullen wij Gods Woord steeds beter gaan verstaan en begrijpen en steeds duidelijker de weg zien die Hij wijst. Amen.

18e Zondag door het jaar

Zondag 31 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag klinkt de vraag door: Hoe rijk zijn we op aarde en hoe rijk zijn we bij God? Wanneer heerst ijdelheid over ons hart en wanneer zijn we werkelijk vrij? In deze Eucharistie mogen we groeien in de vrijheid om goed te doen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Prediker 1, 2; 2, 21-23
  • Psalm: 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8
  • Tweede lezing: Kolossenzen 3, 1 -5. 9- 11
  • Alleluia: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Lucas 12, 13-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Afgelopen vrijdag vierden we het feest van Marta, Maria en Lazarus. De meesten van u kennen alleen het feest van de H. Marta, populair onder veel moeders. Maar de heilige Marta is herenigd met haar zus Maria van Betanië en haar broer Lazarus, drie vrienden van Jezus. Er was lang onduidelijkheid of Maria van Betanië dezelfde was als Maria Magdalena en misschien ook wel de zondares die Jezus voeten waste met haar tranen. Onderzoek van de laatste eeuwen heeft uitgewezen dat dit echt verschillende personen zijn.

Dus vierden we afgelopen vrijdag de drie vrienden van Jezus uit Betanië. Twee zondagen geleden gelezen gebben we dat evangelie gelezen, met het moment dat Maria bij de Heer zit te luisteren naar zijn woorden en Marta er bij komt staan en op Jezus moppert: “Heer …, zeg haar … dat ze mij moet helpen.”

Dat moment, twee zussen, de een is ontevreden met de situatie en wil dat Jezus ingrijpt. Herkent u dat? In het gebed mogen we ons hart luchten, maar het kan betekenen dat Gods antwoord anders is dan we hadden gehoopt. We hopen dat God ons gelijk geeft en er iets aan doet, maar dikwijls gaat het anders. Zo kreeg Marta als antwoord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.”

Vandaag ook zo’n situatie. Nu niet twee zussen maar twee broers. Ook hier is onenigheid en wel over iets wat je helaas maar al te vaak ziet, de erfenis: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar ook hier is het antwoord van Jezus anders dan hij had gehoopt of verwacht. Zoals Marta in beslag werd genomen door de drukte van het bedienen, zo is deze man is ook in beslag genomen. Hij kan maar aan één ding denken: hij vindt het oneerlijk dat zijn broer een groter deel van de erfenis heeft gekregen dan hij.

Talloze mensen komen naar Jezus toe. De een vraagt om de genezing van een dochtertje dat op sterven ligt, de ander is melaats, een volgende ligt al 38 jaar op een brancard, weer een ander is blind. Maar bij deze man gaat het om de erfenis. En hier heeft Jezus een heel ander antwoord. Het lijkt wel wat op die situatie waarbij een paar vrienden iemand op een brancard brengen en via het dak voor Jezus’ voeten neerleggen. Tegen die man zegt Jezus: “Je zonden zijn je vergeven”. Iedereen verwacht een genezing van zijn verlamming, maar Jezus behandelt eerst een heel andere verlamming, die veel dieper gaat en die eerst moet genezen, voordat hij lichamelijk kan genezen.

Zo is het ook bij deze man. Stel dat Jezus had gezegd: “Deel met elkaar zodat niemand tekort komt en niemand teveel heeft” (2 Kor. 8, 15). Dan was hij naar zijn broer gegaan met de zin: “Jezus heeft gezegd dat jij de erfenis met mij moet delen”. Dan zou die erfenis nog steeds in zijn hoofd zitten. Stel dat die broer het zou doen. Dan zou de man misschien wat gelukkiger zijn met dat grotere deel van de erfenis, maar nog steeds is het die erfenis die zijn leven bepaalt. Het was een obsessie geworden, hij zat erin vast, zoals die verlamde man vast zat aan zijn zonden en zijn brancard.

Ooit gaf Jezus aan de Sadduceeën en de Farizeeën dit geniale antwoord: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en geef aan God wat God toekomt”. Die gedachte klinkt vandaag in het evangelie door in de parabel van de man met zijn grotere graansilo’s en een enorm pensioen waar hij uiteindelijk maar één dag van zal kunnen genieten. De kernvraag luidt: “Ben je rijk bij God?”

Weet u nog, die rijke jongeman die Jezus wilde volgen. Hij zat ook vast aan zijn bezittingen. Toen Jezus hen zei: “Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen”. Toen ging hij bedroefd heen omdat hij rijk was.

Een schat in de hemel; dat is ook in de parabel van vandaag hetgeen wat ontbreekt. Jezus zegt daarin: “Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan’? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”

Dit mag vandaag het gewetensonderzoek zijn: “Ben ik rijk bij God?” Verzamel ik schatten op aarde of verzamel ik schatten in de hemel? Een wijs woord daarover vindt u in de eerste lezing: IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid! Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? In de tweede lezing herinnert Paulus ons daar ook aan: “Als gij met Christus ten leven zijt gewekt zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse”.

Hoever kun je daarin gaan? Moeder Teresa zei vanuit haar hartstochtelijke liefde dat geven pijn mag doen. De apostel Paulus is iets nuchterder, hij schrijft: “Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen” (2 Kor. 8, 13). Jezus heeft hierin het laatste Woord: “Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn (Lucas 12, 33-34). Amen.

17e Zondag door het jaar

Zondag 24 juli 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

In het Evangelie spoort Jezus ons aan te bidden om de Heilige Geest. Ons gebed begint in ons innerlijk, daar begint ook onze genezing en verandering ten goede. Dit mogen we vieren en beleven in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 18, 20-32
  • Psalm: 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8
  • Tweede lezing: Kolossenzen 2, 12-14
  • Alleluia: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Lucas 11, 1-13

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Wat is klimaat? Met de hoge temperaturen van de afgelopen tijd is het klimaat dagelijks onderwerp van gesprek. Maar er is ook een ander klimaat. Dan gaat het over de sfeer, de houding, de mentaliteit. Er kan op school een klimaat heersen, waardoor er gediscrimineerd en gepest wordt. Zo’n klimaat kan er ook heersen in de sport of op het werk; zelfs in gezinnen.

In onze tijd wordt volop gesproken over klimaatverandering. Met name de CO2 uitstoot moet heel drastisch omlaag. We moeten loskomen van fossiele energiebronnen en overschakelen op duurzame, herwinbare energie, zoals zon, wind en getijdenenergie. We moeten betere accu’s hebben om elektriciteit voor langere tijd op te slaan. We moeten ook warmte kunnen opslaan vanuit de zomer om in de winter te gebruiken. Het internationale wetenschappelijk onderzoek draait op volle toeren, en er zijn allerlei nieuwe ontwikkelingen op komst.

Toch is er nóg een probleem, groter dan dat. Het andere klimaat, het klimaat dat in ons hoofd en ons hart zit, in ons denken en willen; een klimaat dat zich in vele eeuwen heeft ontwikkeld en deel is van onze cultuur. Een cultuur-klimaat dat vorm heeft gekregen in onze samenleving, dat ongemerkt door alles heen loopt, in economie, media, wetgeving en onderwijs.

Dat klimaat heeft al veel eerder een klimaatverandering doorgemaakt. Dat kun je zien in de geschiedenis. In de loop van de eeuwen zagen we een cultuur van plichten gaandeweg veranderen in een cultuur van rechten. Op eenzelfde manier kun je een verandering waarnemen waarbij het maatschappelijk belang opschuift naar eigenbelang en individuele rechten. Dat liep weer parallel aan een geleidelijke verandering van leven met een hoger doel voor ogen, zoals het eeuwige leven, naar een leven dat voorrang geeft aan het genieten in het hier en nu. Zo zijn er grote lijnen te schetsen in een culturele klimaatverandering die zich vooral in het Westen heeft voorgedaan, maar die inmiddels wereldwijd aan invloed heeft gewonnen.

Waarom dit verhaal? Omdat je de klimaatverandering in de natuur niet kunt bestrijden zonder een klimaatverandering in de cultuur. Want de ene is het gevolg van de andere. Door een toenemende individualistische cultuur die gericht is op een mentaliteit van genieten en meer op rechten en minder op plichten en verantwoordelijkheid, heeft de uitbuiting van de aarde ongekende proporties aangenomen. Willen we dat stoppen, dan zullen we eerst aan dat innerlijke klimaat moeten werken. Mensenrechten zijn goed en nodig, maar geen mensenrechten zonder mensenplichten. Individuele ontwikkeling is goed, maar geen individuele ontwikkeling zonder sociale cohesie en oog voor het maatschappelijk belang.

Kijken we vanuit deze achtergrond naar de lezingen van vandaag. Abraham gaat tot het uiterste om zijn familie te redden die in de stad Sodom woont. Als er 50, 40, 30, 20, als er maar tien rechtvaardigen zijn? Maar de stad wordt verwoest. Drie familieleden van Abraham worden gered, zijn neef en twee dochters. Van de stad Sodom blijft niets over dan een rokende puinhoop.

Het verhaal laat ons weten dat als de mentaliteit van een samenleving steeds verder achteruit gaat, de ondergang onvermijdelijk dichterbij komt. Het gebed van Abraham kon dit niet voorkomen.

Ook het gebed dat Jezus ons leert, begint niet bij ons eigenbelang, het begint ook niet bij mij als individu. Het begint met ónze Vader. We zijn broers en zussen, kinderen van Gods gezin. We bidden dan ook eerst voor het grotere belang, voor dat wat ons eigenbelang overstijgt: Uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome, uw Wil geschiede.

En zelfs als we bidden voor onze belangen, voor voedsel en vergeving, dan bidden we nog steeds in de wij-vorm, niet alleen voor onszelf. Geef ons dagelijks brood, vergeef ons onze schulden, breng ons niet in beproeving.

Wanneer we nu nadenken wat de rol van ons Kerk-zijn in deze wereld en deze tijd kan zijn, dan kunnen we dat hierin vinden. In onze relatie met God vinden we kracht om boven ons eigenbelang uit te stijgen, door ons geloof houden we oog voor het geheel; voor de samenleving en het algemeen belang. Door te leven vanuit onze verbondenheid met God en elkaar, waarbij we Gods liefde ervaren die zomaar wordt geschonken, die we niet verdienen en waar we geen recht op hebben, door die ervaring zullen wij ons minder snel hard maken voor onze rechten en houden we meer oog voor onze verantwoordelijkheden en onze bijdrage aan de samenleving.

Vraagt en gij zult verkrijgen, zegt Jezus. Hij spoort ons dus aan te bidden. Maar ook Hij stelt het innerlijk klimaat voorop: Vraagt om de heilige Geest. Dan kunnen wij net als Abraham ten beste spreken en bidden voor de hele wereld die inmiddels is als een global village, een dorp, een stad. Dan mogen we God vragen die wereldstad te behoeden. Maar steeds met het bewustzijn dat eerst de innerlijke klimaatverandering moet doorzetten, waarbij niet langer individualisme de boventoon voert, niet langer het genieten hier en nu voorop staat, niet alleen onze rechten gelden maar ook onze verantwoordelijkheden. In die zin is het verhaal van Jona een opsteker. Jona was profeet tegen wil en dank. Maar de stad met haar koning bekeerde zich en bleef gespaard. Met Jezus hebben we meer dan Jona. Dat geeft vertrouwen. Amen.

16e Zondag door het jaar

Zondag 17 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Gastvrijheid is niet alleen een opdracht, het is een kans, want God zelf komt bij ons op bezoek. Dit vieren we in alle sacramenten, maar met name in de Eucharistie; ook vandaag.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 18, 1-10a
  • Psalm: 15 (14), 2-3ab, 3cd-4ab, 5
  • Tweede lezing: Kolossenzen 1, 24-28
  • Alleluia: Efeze 1, 17-18
  • Evangelie: Lucas 10, 38-42

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Drie beroemde lezingen bij elkaar. In de eerste lezing Abraham die God op bezoek krijgt. In de tweede lezing Paulus die spreekt over het aanvullen van het lijden van Christus en in het Evangelie Jezus bij Marta en Maria.

Het is duidelijk dat de eerste lezing en het Evangelie met elkaar te maken hebben. In beide situaties komt God op bezoek. Bij Abraham in de vorm van drie gasten. Bij Marta en Maria is het God die in Jezus op bezoek komt.

In beide situaties wordt ook hard gewerkt om het de gasten naar de zin te maken. In de eerste lezing bakt Sara koeken, de knecht slacht een kalf. Abraham haalt kaas en melk. De gasten genieten een heerlijk maal en Abraham houdt een oogje in het zeil. Zoiets zien we ook in het Evangelie. Er staat: “Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen”. Het mag de gasten aan niets ontbreken, dat is de Oosterse gastvrijheid.

Maar de verhalen gaan niet alleen over gastvrijheid. Door alles heen is er het mysterie van Gods aanwezigheid en Gods Verbond. Wanneer je in het boek Genesis een stukje terug leest, precies vóór dit verhaal, dan lees je dat God al eerder aan Abraham was verschenen, toen Abraham 99 werd. Symbolisch, nog net geen 100. God sloot toen een verbond met Abraham. Het teken van dit verbond was de besnijdenis. Abraham werd op zijn 99e besneden. Na zijn besnijdenis verschijnt God hem opnieuw, dat is het verhaal van vandaag, maar nu met een ander doel. God kondigt de geboorte aan van Isaak. De zoon van de belofte waar Abraham en Sara zo lang op hadden gewacht.

Die volgorde is van belang. Eerst moet Abraham besneden zijn, hij moet de man zijn van het verbond, dan zal zijn zoon ook de zoon zijn van het Verbond, de zoon die de belofte van God verder zal dragen.

Wat gebeurt er nu bij Marta en Maria. Ook hier komt God op bezoek. Niet in de persoon van drie engelen maar in Jezus. Jezus is de definitieve Man van het Verbond. Hij is de definitieve Zoon van de belofte. Hij komt niet met z’n drieën maar met de twaalf apostelen. In Hem is de belofte aan Abraham ten volle vervuld. Maar Marta reageert niet hetzelfde als Abraham. Dat doet haar zus Maria wel. Abraham bleef, terwijl zij aten, bij zijn gasten staan, onder de boom. Zo zat Maria aan de voeten van de Heer te luisterde naar zijn woorden.

Als God komt, dan heeft Hij een Boodschap voor je. In het Evangelie zien we het gevaar van onze activiteiten. Bij Abraham is er evenwicht. Sara klaagt niet dat zij koeken moet bakken, de knecht klaagt ook niet dat hij een kalf moet slachten. Allen spannen zich in voor de hemelse gasten.

Als Jezus komt, dan heeft Hij voor ons een Woord, een Boodschap, in Hem spreekt God tot ons. Steeds gaat zijn Woord vooraf. Daarna wordt schaarste tot overvloed, denk aan de wonderbare broodvermenigvuldiging, denk aan de wonderbare visvangst. Marta moet dit nog ontdekken. Zij heeft gastvrijheid hoog in het vaandel, maar is zich niet bewust Wie ze ontvangt.

Door haar reactie ontvangt ook Marta een Woord, een liefdevol Woord, maar tegelijk een correctie. Wij kunnen ons, net als Marta, enorm inzetten voor de Kerk, voor het gezin, voor het bedrijf, voor de natuur, voor de politiek, voor de sport, als vrijwilliger, als professional. We kunnen vervolgens naar de kerk komen en hier ons hart luchten, net als Marta. Want we hebben het te druk, we krijgen het niet rond en we hebben de indruk dat anderen zich niet zo inspannen als wij. Dan bidden we net als Marta: “Heer, laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.” Met andere woorden: “God, ziet U niet hoe hard ik werk? Waarom geeft U de anderen dan niet een zetje dat ze ook wat meer aanpakken?”

Denk nu niet dat Jezus onze nood niet kent, natuurlijk wel. Een andere keer zegt Hij: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten” (Lucas 10, 2). Ook heeft hij oog voor zijn medewerkers als zij hard hebben gewerkt en uitgeput raken. Dan zegt Hij: “Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.” Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten” (Marcus 6, 31).

Daar gaat het bij Marta en Maria dus niet over. Het gaat er in dit evangelie om dat we bij al onze drukke bezigheden, het belangrijkste niet vergeten. Daarover zegt Jezus: “… zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden” (Matteüs 6, 33).

Abraham herkende God in de drie bezoekers, hij beoefende de gastvrijheid en bleef luisteren. Hij maakte tijd om bij de Heer te blijven. Daarop ontving Abraham de aankondiging dat zijn zoon het volgend jaar geboren zou worden. Maria, de stille zus van Marta, van haar horen we hier geen woord, zij zat aan de voeten van de Heer en luisterde naar zijn woorden. Zij ontving het bijzondere woord dat het beste erfdeel haar niet zou worden ontnomen.

Wij worden hier in de Eucharistie, maar ook thuis in het gebed en overal in alle ontmoetingen uitgenodigd, bij de gastvrijheid en dienstbaarheid altijd open te staan voor het Mysterie van Gods aanwezigheid; om door gewone mensenwoorden heen Gods Woord te herkennen. Gods woord voor ons persoonlijk, dat de richting en het doel van ons leven openbaart. Amen.

15e Zondag door het jaar

Zondag 10 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag horen we de beroemde parabel van de barmhartige Samaritaan. Maar meer dan een mooi verhaal is het een oproep aan ons. In deze Eucharistie mogen we Gods barmhartigheid ervaren en kracht en inspiratie vinden om zelf barmhartig te zijn.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 30, 10-14
  • Psalm: 69 (68) 14 en 17, 30-31, 33-34, 36ab en 37
  • Tweede lezing: Kolossenzen 1, 15-20
  • Alleluia: Johannes 74, 23
  • Evangelie: Lucas 10, 25-37

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Als gij de stem van de Heer uw God hoort …” Daarmee begint de eerste lezing. Gods stem horen, dat is luisteren. Dan het begin van de tweede lezing: “Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God”. Met deze twee zinnen komen we meteen bij het mysterie van God, een onzichtbare God. Een God die je niet kunt zien maar blijkbaar wel kunt horen.

“Als gij de stem van de Heer uw God hoort …” Wij staan als gelovigen op de schouders van de grote gelovigen van onze geschiedenis. We denken dan aan Abraham, Mozes en de profeten. Wij hebben het geloof niet zelf bedacht, we hebben het niet uitgevonden of ontdekt. We staan in een zeer lange traditie.

Het was een belangrijke ontdekking van Abraham en van anderen, dat God onzichtbaar is. Dat accepteren, dat er een onzichtbare werkelijkheid is, dat valt niet mee. Abraham hoorde wel zijn stem en naar die stem heeft hij geluisterd, hij durfde te geloven, te vertrouwen. Wanneer God in de verhalen van het Oude Testament zichtbaar wordt, dan is het in tekenen; in een brandende struik, in bliksem en donder boven op een berg, in het suizen van een zachte bries, in een engel, in een wolk, maar God zelf blijft onzichtbaar.

Paulus zei het ook al: Het geloof komt uit het luisteren. Hij wilde daarmee benadrukken hoe belangrijk het luisteren is. Maar om te luisteren heb je voldoende stilte nodig en stilte is in deze wereld een schaars goed geworden.

Toch zijn we heel blij dat God zichtbaar geworden is in Jezus. Blijkbaar hebben wij mensen een grote behoefte om te zien, om te voelen, om te proeven en vast te houden. Paulus schrijft vandaag in de tweede lezing: “In Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare”. Jezus heeft dus een zichtbare, maar ook een onzichtbare kant, niet alles van Jezus is zichtbaar voor onze ogen. Ook al hebben we een zichtbaar idee over Jezus, die onzichtbare dimensie blijft. We mogen dan denken aan dat andere woord van Paulus: “Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben” (1 Korinte 2, 9).

Een onzichtbare God, zichtbaar geworden in Jezus, en toch blijft God een mysterie, blijft Hij verborgen voor onze ogen. Ook Jezus is terug naar de Vader, Hij is aan onze ogen onttrokken. Je loopt dan het risico toch weer je toevlucht te nemen in dat wat je kunt zien. Dat is de eeuwige bekoring, dat we steeds weer ons heil verwachten van wat we kunnen zien. Het is niet voor niets dat we bij ons gebed dikwijls de ogen sluiten. Want dat wat we zien, leidt ons gemakkelijk af van God die we niet kunnen zien.

Ook het volk van Israël kende die bekoring. Dikwijls ging het fout. Mozes herinnert hen eraan. Je moet niet zeggen dat het allemaal te moeilijk, te ongrijpbaar, te ver weg is; nee, zegt hij: “De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Zij zijn niet in de hemel en gij hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen … Ze zijn niet overzee en je hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen … Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.”

In dat licht vertelt Jezus de parabel van de barmhartige Samaritaan. Het is niet ver weg, Gods gebod is dichtbij. Je kunt God niet zien, maar zie je die man daar langs de kant van de weg? Zie je hem, of zie je hem niet. En als je het moeilijk vindt om Gods stem te verstaan, kun je Gods stem niet horen, luister dan naar het gekreun van deze man die berooft en mishandeld ligt dood te gaan. Zien wij de vluchtelingen of kijken we alleen naar televisiebeelden. Gaat ons hart voor hen open of zijn we alleen om onszelf bekommerd?

Jezus zegt het niet voor niets in zijn parabel over de priester en de leviet. Zij zagen hem, maar liepen in een boog om hem heen. Je kunt iets of iemand zien en toch niets doen. Johannes schrijft er in zijn brief dit over: “Als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien” (1 Johannes 4, 20).

Jezus heeft God concreet gemaakt, God is Mens geworden in Jezus om onze ogen te openen voor zijn aanwezigheid, maar ook om ons hart te openen voor de naaste. We hebben een prachtig geloof, we zijn verwend met veel zichtbare tekenen, met zeven sacramenten, met afbeeldingen van de heiligen, met religieuze kunst, met wierook en kaarslicht. Maar als we niet oppassen vergeten we dat God zichtbaar is geworden in Christus en dat we God moeten blijven zien in de naaste. Aan de ene kant zichtbaar in die mens die we zien en tegelijk onzichtbaar, verborgen in diezelfde mens. Heel duidelijk lezen we dit in Matteüs 25: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” (Matteüs 25, 40).

De Katholieke Kerk zou ophouden Gods Kerk te zijn als zij de diaconie zou verwaarlozen, als zij vluchtelingen niet helpt. Dit hoort bij haar wezen, dit zien wij in Jezus. Dat geldt voor de Kerk in het groot maar ook voor ieder van ons, individueel en voor ons als parochie. Jezus Zelf is de barmhartige Samaritaan bij uitstek, hij betaalt voor ons met zijn leven, Hij sterft opdat wij leven. Wij leven pas echt als die liefde, als die barmhartigheid in ons is; dan leven wij, dan kennen wij God, dan zien en horen en dienen we Hem. Amen.

14e Zondag door het jaar

Zondag 3 juli 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Thuis in Gods huis. Dat is niet alleen iets voor de hemel, het geldt ook voor Gods huis op aarde. Het geldt voor dit gebouw, en het geldt nog meer voor onze geloofsgemeenschap. In de Eucharistie komen we allemaal thuis bij God.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 66, 10-14c
  • Psalm: 66 (65) 1-3a, 4-5, 6-7a, 16 en 20
  • Tweede lezing: Galaten 6, 14-18
  • Alleluia: Johannes 14, 6
  • Evangelie: Lucas 10, 1-12. 17-20 of 10, 1-9

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Vandaag begin ik bij de tweede lezing. Die krijgt meestal niet zoveel aandacht, maar één zin springt eruit en past mooi bij deze dag. Paulus schrijft: “Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn!”

Waar gaat dat over? Het gaat over een heftige discussie onder de eerste christenen tussen gelovigen uit het jodendom en gelovigen uit het heidendom. Vanuit het jodendom werd gezegd dat ook de heidenen zich moesten laten besnijden; voorschrift van de wet van Mozes. De heidenen konden zeggen dat je beter niet besneden kunt zijn. Op die discussie geeft Paulus dit antwoord: “Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets.

In dezelfde brief aan de Galaten zegt hij in hoofdstuk 3: “Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus” (Galaten 3, 27-28).

Afgelopen maandag was er een lezing door Bart Brandsma in de Hoflaankerk. Het was ook een ontmoeting tussen leden van het Convent van Kerken, andere religies en de politie. De lezing ging over wij-zij-denken. Wat is dat? Wij-zij? Het is: “Wij” zijn goed, “zij” zijn slecht. “Wij” doen het goed, “zij” doen het fout. “Wij” zijn de pineut, “zij” zijn de oorzaak.

Denk aan de boeren tegenover de politici in Den Haag. Maar denk ook aan politieke partijen die soms heel fel tegenover elkaar staan. Denk aan het milieudebat; milieubescherming tegenover oliieproducenten. De wereld zit vol met wij-zij-denken. Het probleem van wij-zij-denken is dat de standpunten zich steeds meer verharden en ieder op zijn eigen gelijk gaat staan.

Dat zag je dus ook bij de eerste christenen. Wij de joden-christenen tegenover zij, de heidenen-christenen. Of natuurlijk andersom: Wij, de heiden-christenen tegenover zij de joden-christenen. Paulus kende dit van binnenuit. Hij hoorde zelf ook ooit bij wij-de Joden tegenover zij-de christenen. Hij heeft ze vervolgd en in de gevangenis laten zetten, hij was getuige van de moord op Stefanus en stemde daarmee in. Zo fel, zo fanatiek was hij toen. Maar Hij heeft Christus ontmoet. Inmiddels weet hij beter dan veel anderen wat lijden voor het Evangelie betekent. Hij schrijft: “Ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam”. Dat zijn de geselslagen, de littekens van de steniging die hij heeft ondergaan, de restanten van de schipbreuk en het dobberen op zee. Zijn lichaam is gehavend, getekend omwille van Christus. Waar slaat dan zo’n discussie op, besneden of niet besneden?

De Kerk is bij uitstek de plek waar we het wij-zij-denken kunnen overwinnen. Precies daarom, om wat Paulus schrijft: “God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld”.

De Kerk is geroepen een plek te zijn waar ieder mens thuis kan komen en kan naderen tot God: “Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus”.

Maar hoe doe je dat? Maakt het dan niet uit wat je doet, hoe je leeft? Toch wel. Jezus Zelf kan heel fel zijn, zoals vandaag: “In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt: ‘Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af. Die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad’.” Een andere keer zegt Jezus: “Als iemand een van deze kleinen die geloven, aanstoot geeft, het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp”.

De Kerk kan alleen een plek zijn waar het wij-zij-denken wordt overwonnen als we inderdaad zo’n bekering hebben doorgemaakt die Paulus heeft doorgemaakt. Als je net als Paulus in je leven het lijden voor het Evangelie hebt ervaren. Dan zie je al snel hoe onbenullig vaak de ruzies zijn, hoe bekrompen het gelijk hebben, hoe onvolwassen in geloof het snel verongelijkt zijn of juist de vermoorde onschuld spelen.

De Kerk kan pas die gemeenschap zijn waar het wij-zij-denken wordt overwonnen als we dit woord van Paulus tot het onze kunnen maken: “God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld.”

In het Evangelie zendt Jezus zijn leerlingen uit. Zijn leerlingen moeten zijn als lammeren onder de wolven. Hun eerste woord moet zijn: ‘Vrede aan dit huis!’

We zijn hier al jaren met veel culturen en veel achtergronden in deze kerk. Wanneer dat goed gaat, is dat een teken dat de goede Geest aanwezig is. Het betekent ook dat we mensen van geloof zijn en dat we de betrekkelijkheid van onze eigen gewoonten inzien. Tegelijk is het mooi dat we vandaag ook iets van de rijkdom van onze wereldwijde culturen zichtbaar maken. In de loop van het jaar komen meer van zulke momenten. Het laat zien dat de Kerk een wereldkerk is. Het geeft ook hoop voor de toekomst, want als wij zelf groeien in geloof en in eenheid, dan kunnen ook wij die boodschap van vrede uitdragen en anderen welkom heten in Gods huis, in zijn Kerk. Amen.

13e Zondag door het jaar

Zondag 26 juni 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Tijden veranderen, maar als je geroepen wordt door God, kom je te allen tijde voor een keuze, toen en ook nu. In deze Eucharistieviering mogen we onze keuze voor Christus en zijn Kerk opnieuw bevestigen en be-amen.

Lezingen

  • Eerste lezing: Koningen 19, 16b. 19-21
  • Psalm: 16 (15) 1-2a en 5, 7-8, 9-70, 11
  • Tweede lezing: Galaten 5, 1. 13-18
  • Alleluia: Johannes 10, 27
  • Evangelie: Lucas 9, 51-62

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Vandaag staat uw roeping centraal in de lezingen. Het gaat niet alleen over priesterschap, diaconaat, religieus of toegewijd leven, het gaat vandaag over ieder van ons. Vandaag drie antwoorden op de roepstem van Jezus, drie verschillende antwoorden. De kans is groot dat u zich hierin herkent.

Maar laten we eerst de vraag stellen: “Wat voor katholiek ben ik?” Misschien een vreemde vraag: “Wat voor katholiek ben ik?” gewoon, Rooms Katholiek, daarom ben ik hier in de Mis. Toch is dat niet mijn vraag. Ook niet of u Oud Katholiek bent of dat u een nieuwe katholiek bent, vanuit een andere christelijke kerk of een andere religie. Met de vraag: “Wat voor katholiek ben ik?” denk ik aan uw geschiedenis.

Veertig jaar geleden sprak men over kerkelijken en randkerkelijken. De ene katholiek ging met grote regelmaat, praktisch elke zondag, naar de kerk, maar anderen gingen misschien een of twee keer per jaar of nog minder. Zij werden dan vaak randkerkelijk genoemd. De vraag was dan hoe je hen weer naar de kerk kon krijgen.

Nu in onze tijd spreken we vaker over cultuurkatholieken of keuzekatholieken. Het woord cultuurkatholiek is niet heel precies, net als het woord keuzekatholiek. Bovendien is er net als met kerkelijk en randkerkelijk een groot grijs tussengebied.

Een cultuurkatholiek heeft het geloof meestal van huis-uit meegekregen. Hij of zij heeft niet heel bewust voor het geloof hoeven te kiezen. Je ouders geloofden, vroeger ging je naar een katholieke school en vereniging. Je leefde in een katholiek milieu en je nam zo ongeveer de normen en waarden over die in jouw omgeving heersten.

Maar wat gebeurt er als de cultuur verandert. In de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw ging dat is een stroomversnelling. Met de Flower-Power-tijd was er de seksuele revolutie. De cultuur waar je in leefde veranderde. De steun van je omgeving viel weg. De heersende mening werd heel anders. De nieuwe tijd was modern en geloof was ouderwets. Je moet mee met je tijd en de Kerk loopt achter. De wereld is jong en dynamisch, geloof en kerk is iets voor oude mensen. Alles moet kunnen, geen taboes, geniet van het leven en pluk de dag. Ongehuwd samenwonen werd de norm, scheiden werd gewoon, abortus werd een vorm van geboorteplanning, euthanasie een vorm van autonoom leven. In zo’n cultuur, kun je geen cultuurkatholiek meer zijn, de omgeving steunt je niet, integendeel.

Als u dit herkent, dan is de kans groot dat u van huis uit een cultuurkatholiek bent. Maar u kunt ook cultuurkatholiek zijn op een andere manier. U kunt vanuit een andere christelijke kerk of een andere religie katholiek zijn geworden, omdat u de katholieke leer interessant en solide vindt, omdat u de katholieke eredienst mooi en inspirerend vindt, omdat u de katholieke cultuur in de bouwkunst van kerken, in de muziek en in de schilderkunst van grote schoonheid vindt. Maar ook dan is je geloof kwetsbaar. Wanneer andere mooie muziek opkomst, andere schilderkunst en bouwkunst, wanneer moderne wetenschap een solide verhaal lanceert over mens en natuur, dan kan het lastig worden.

De katholieke sociologie gaat ervan uit dat een volkskerk, zoals de Katholieke Kerk dat eeuwenlang is geweest, alleen stand kan houden als er een katholieke, of op zijn minst christelijke cultuur heerst. Is die dragende cultuur er niet, dan houd een cultuurkatholicisme geen stand.

Wat blijft er dan over? De keuzekatholiek. Maar wat is dat? Bent u dat, zijn wij dat en in welke gradatie. Kan iemand zomaar veranderen van cultuurkatholiek naar keuzekatholiek? Nee, dat gaat met horten en stoten. Er komen momenten dat je moet kiezen en dat gebeurt op meerdere momenten. Als in het gezin anderen niet mee naar de kerk gaan, kinderen, broers en zussen, ja misschien zelfs je ouders, als ooms en tantes steeds minder of niet meer gaan, komt de vraag naar je toe: Zijn zij gek of ben ik het? Waarom gaan zij niet meer en ik wel. Je staat voor een keuze.

Als politieke partijen zich hard maken voor abortus als een vrouwenrecht, euthanasie als een mensenrecht en jij voelt van binnen: Dat klopt niet, zo heeft God dat niet bedoeld. Maar je omgeving roept het volop met de wereld mee. Dan kan je gaan twijfelen en denken: Zijn zij gek of ben ik het? Waarom zou ik zo moeilijk doen als de regering het toestaat. Je komt voor een keuze.

Als de liturgie in de kerk verandert, terwijl dat een van de redenen was waarom je katholiek werd. Als de sfeer verandert en jij je minder thuis voelt, als je ziet dat anderen afhaken en hun eigen gang gaan. Dan kan je gaan twijfelen en denken: Zijn zij gek of ben ik het? Je komt voor een keuze.

Een keuzekatholiek heeft zulke momenten meegemaakt en is tot een keuze gekomen. Niet een keer maar veel keer en zulke momenten blijven komen want je leeft in andere cultuur. Zo staan de mensen in het Evangelie ook voor een keuze. Drie personen, drie verschillende houdingen, maar alledrie moeten ze een keuze maken. De kern van een keuzekatholiek is dat hij of zij kiest voor Christus en zijn Kerk. Al het andere komt erbij, maar is nooit het belangrijkste. Zoals Jezus leefde, zo wil ik leven. Wat Hij zei is voor mij waarheid. Zijn voorbeeld wil ik navolgen. En de Katholieke Kerk wijst mij die weg; zijn lichaam op aarde, daar hoor ik bij. Dat is mijn keuze. Amen.

Feest van het Heilig Sacrament

Zondag 19 juni 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op Sacramentsdag willen we ons meer bewust worden wat we elke zondag vieren. De Eucharistie is het grote teken van Gods liefde voor ons in Christus. Het sacrament van zijn blijvende aanwezigheid.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 14,18-20
  • Psalm: 110 (109) 1, 2, 3, 4
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 11, 23-26
  • Alleluia: Sequentie (facultatief) – Alleluia Johannes 6, 51-52
  • Evangelie: Lucas 9, 11b-17

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Wat vieren we als we op zondag en door de week samenkomen voor de Eucharistie? In de lezingen van deze zondag zie je in de loop van de tijd een ontwikkeling van “brood en wijn” als “voedsel en drank” naar een hogere betekenis. Brood is meer dan alleen voedsel en wijn is meer dan vocht om je dorst te lessen. Later zal Jezus de Schrift citeren en zeggen: “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt (Matteüs 4, 4 – zie Deuteronomium 8, 3).

In de eerste lezing biedt Melchisédek Abram brood en wijn aan. Brood is hier al meer dan alleen voedsel en wijn is niet alleen om de dorst te lessen. Abram heeft de vijanden verslagen en is teruggekeerd van deze veldtocht. Hij is een redder en wordt als een redder geëerd. Met dit gebaar van brood en wijn wordt dit gevierd en het gaat gepaard met een zegen over Abram. Brood en wijn worden hier tekenen van vriendschap, van dankbaarheid en verbondenheid.

In het Evangelie gaat het om gewone honger want de menigte moet te eten krijgen. De leerlingen zeggen: “Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen”. Dat is voor vijfduizend man niet genoeg. Er is dus een groot tekort. Het is dan opvallend dat Jezus zegt: “Geven jullie hun maar te eten”. De hele situatie krijgt een diepere betekenis.

Jezus neemt de broden en de vissen, Hij slaat zijn ogen ten hemel, spreekt er de zegen over uit, breekt ze en geeft ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten. Op dat moment verandert het samenzijn daar in de woestijn ineens in een herhaling van de geschiedenis, de tocht door de woestijn. Het volk dat vluchtte uit Egypte had niets meer te eten. Toen was het Mozes die bad en er kwamen vogels die ze konden vangen en er kwam manna dat ze konden verzamelen en er stroomde water uit de rots. Vandaag is het Jezus die een tekort verandert in een overvloed. De hele situatie wordt een teken. Zoals God lang geleden tijdens de tocht door de woestijn zijn volk te eten gaf, zo doet God dat opnieuw in het Koninkrijk dat Jezus verkondigt. Dat Jezus aan het einde opdracht geeft de overgebleven stukken brood te verzamelen, zien we terug in de Eucharistie waarin we niets verloren laten gaan van het Brood dat Hij met ons gebroken heeft.

Brood, vis, voedsel, wijn, drank, maaltijd, we kunnen niet zonder, we gaan dood zonder eten en drinken. Dat is de lichamelijke dood. Jezus houdt ons voor ogen dat er ook een geestelijke dood is. Dat is wanneer een mens zijn verbondenheid met God en de naaste verliest. Die geestelijke dood is voor Jezus belangrijker dan de dood van het lichaam. “Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden” (Marcus 8, 35). Jezus is bereid te sterven naar het lichaam om ons de weg te wijzen van eeuwig leven voor de ziel.

Paulus schrijft in de tweede lezing over de overlevering die hijzelf heeft ontvangen: “Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij wederkomt”. Het valt op dat hij niet zegt: “… verkondigt gij de verrijzenis des Heren totdat Hij wederkomt”. Hij wil de christenen eraan herinneren dat Jezus werkelijk is gestorven, dat Hij werkelijk zijn leven heeft gegeven om een Nieuw Verbond te sluiten in zijn Bloed.

Hier vieren wij Eucharistie, Dankzegging. Dit staat in een lange traditie waarin brood en wijn meer en meer een diepere betekenis kregen. Daarom was het geen toeval dat Jezus brood en wijn nam bij het laatste avondmaal. Maar als Hij dan zegt: “Dit is mijn Lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” En: “Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed”, dan doet Hij toch iets heel nieuws, iets dat niet eerder was voorgekomen. Deze woorden vind je nergens terug, niet bij Melchisédek, niet bij Mozes, niet in de geschriften, niet in de Psalmen en niet bij de profeten. Het zijn unieke woorden en het is een uniek gebaar. Het staat in een lange traditie en toch is het volkomen nieuw.

Er verandert iets, brood en wijn veranderen niet van uiterlijk, en toch verandert er iets. De verandering van brood en wijn duiden op een verandering die in onszelf moet plaatsvinden. Zoals een mensenkind dat gedoopt wordt uiterlijk niet verandert bij de doop, verandert er wel degelijk iets in relatie met God. We zeggen dan dat het een kind van God wordt. In onze relatie met God verandert dit brood van voedsel voor de maag in voedsel voor de ziel, als teken van voorzienigheid in teken van Verbond. Wij dragen het brood aan als teken van onze dankzegging, dat is Eucharistie en het wordt teken van Christus die zijn leven voor ons geeft. De verandering begint bij Jezus zelf. Hij zal zijn geseling, zijn kruisdragen en kruisdood veranderen in een offer tot vergeving van de zonden. In zijn hart verandert Hij de werkelijkheid door zijn overgrote liefde voor God en de mensen. Hij keert het kwaad om in verlossing.

Deze nieuwe werkelijkheid gaat dieper dan wiskunde, natuurkunde, chemie, biologie, psychologie, sociologie en noem maar op. Dit gaat om ons innerlijk, om onze ziel, om eeuwig leven.

Jezus zegt niet neem dit brood, want we sluiten een verbond of dit is de wijn van het verbond. Hij gaat niet om de broodschaal of de kelk. Hij zegt: Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed van het Verbond. Hijzelf is het Verbond in Vlees en Bloed, in levende lijve. Hij geeft zichzelf opdat wij leven in zijn Verbond, leven uit zijn Verbond en door zijn Verbond eeuwig leven. Amen.

Hoogfeest van de H. Drie-eenheid

Zondag 12 juni 2022, 11:00u

Celebrant: pastoor R. Gouw

We vieren vandaag een ondoorgrondelijk mysterie. Tegelijk is dit hoogfeest vol betekenis voor hen die geloven. In de Eucharistie vieren we dat wij deelhebben aan het mysterie van Gods Drieëenheid; God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Lezingen

  • Eerste lezing: Spreuken 8, 22-31
  • Psalm: 8, 4-5, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: Romeinen 5, 1-5
  • Alleluia: Apokalyps 1, 8
  • Evangelie: Johannes 16, 12-15

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Je ziet ze weleens, die grote reclameteksten. Kom binnen in de wondere wereld van Walt Disney, van Ikea, van witgoed of computers, kom binnen in danceland en vergeet je zorgen en je werk, vergeet even alles.

Om in die wereld binnen te komen moet je natuurlijk betalen, want het zijn mensenwerelden, of je betaalt toegang, of je betaalt voor die keuken of dat droombed, of je betaalt voor de drankjes of de pillen. Op Drievuldigheids-zondag kun je zeggen: ‘Treedt binnen in de wondere driedimensionale wereld van God.” Ontdek een driedimensionale liefde, een driedimensionale grootheid, een driedimensionale barmhartigheid en een driedimensionale trouw in een driedimensionale redding. Alles aan God is driedimensionaal.

Wat zou een mens zijn zonder relaties. Wat komt er van een kind terecht zonder de band met ouders, grootouders, broertjes, zusjes, buurtkinderen, school en club? Een mens wordt pas mens in relatie met anderen. Het huwelijk is bedoeld om mensen tot ontplooiing te brengen in het meest wezenlijke dat in een mens leeft. De liefde. Natuurlijk ervaart elke mens dit anders. Maar wat herinneren kinderen als hun ouders overlijden? De tekenen van liefde. Wie van je ouders mis je het meest? Degene die het meest de liefde toonde, die dat liet merken; de liefste. Wat ben je rijk als je twee lieve ouders hebt, die je ook nog het geloof meegeven en je ook nog leren werken voor een belegde boterham.

Is het dan vreemd dat Jezus zo over God spreekt. God is geen plat vlak, geen plaatje. Paulus wenst ons toe, dat wij de liefde van Christus kennen in zijn breedte, lengte en diepte, een liefde die alle kennis te boven gaat. God is altijd groter, God is in de tijd en boven de tijd. God is ruimer dan het heelal en tegelijk aanwezig in de kleinste microbe. God is het wezen van de liefde tussen man en vrouw, de liefde tussen ouders en kinderen, de liefde van iemand voor de natuur, of het werk, of het dorp, liefde voor muziek. Mits die liefde echt is, puur en onzelfzuchtig, dan is God er de oorsprong en de kern van.

Dus is het niet vreemd dat God zich gaandeweg de tijd in zijn driedimensionale breedte, lengte en diepte openbaart. Maar we moeten niet teleurgesteld zijn als we dat niet in een wiskundig model kunnen onderbrengen. Het woord Drieëenheid is al haast teveel. Het raakt maar net aan het mysterie dat we willen benoemen. Gods drievoudige eenheid toont Hij omwille van ons mensen. Wil je God leren kennen, dan moet je Hem als Vader leren kennen. Maar dat kan alleen door de Zoon. Zonder de Zoon kun je de Vader niet kennen. Maar zonder de Geest kun je Jezus niet kennen.

‘Als Hij komt’, zegt Jezus ons vandaag, ‘de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen’. We zijn net een week na Pinksteren. Maar om te voorkomen dat we gewoon weer verder leven en terugvallen in het vlakke bestaan, de eendimensionale wereld van economie, voordat we uit de zinloosheid van deze tijd wegvluchten in vertier en vermaak; om te voorkomen dat we verder gaan alsof er geen Goede Vrijdag, geen Pasen en Pinksteren is geweest, komt ook vandaag de Geest weer nadrukkelijk aan bod.

We leven in de tijd van de Heilige Geest. En wat doet de Geest? Hij spreekt tot ons. De Geest heeft ons heel veel te zeggen. De Geest doceert en doseert, Hij onderwijst ons stapsgewijs, zoveel als we aan kunnen. De Geest wacht ook op ons, op onze bereidheid, op onze ontvankelijkheid, onze honger en dorst naar God, onze liefde. De Heilige Geest komt tot ons als wij hem welkom heten en gaat met ons aan het werk naarmate wij Hem de ruimte geven.

Wij leven in het Nieuwe Verbond, een driedimensionaal Verbond. Want God gaat met ons een Verbond aan door de Zoon, het is een Verbond met de Vader, in de Heilige Geest. We worden Kind van de Vader, leerling van de Zoon en tempel van de Heilige Geest. Alles in God is één grote liefdesrelatie, de Vader heeft de Zoon lief. De Zoon leert ons de Vader te beminnen want: ‘God is liefde’. De Heilige Geest brengt ons dit gebod van liefde in herinnering en leert ons alles wat Jezus heeft gezegd en gedaan. Een wonderlijke drieëenheid.

Treedt binnen in de wondere wereld van God. Zijn Zoon heeft de entree al betaald, met zijn leven, met zijn Bloed. Treedt binnen in zijn Nieuwe verbond en leef vanuit die drievuldige Verbondenheid. Laat zijn Lichaam en Bloed jou tot leven brengen.

Sinds Copernicus en Galilei zijn we definitief anders naar de wereld gaan kijken. Sinds de wetenschap zijn we de verschillende dimensies duidelijker gaan zien. Maar als we niet oppassen wordt deze wereld toch steeds platter. Als we alleen nog leven om te kunnen kopen, voor het plezier dat we maken of het aanzien dat we krijgen, dan verliest de aarde de hemel en wordt ze plat, dan leven we een plat leven, want de diepte raakt eruit weg. Wie zich laat binnenvoeren in de liefde van de hemelse Vader, door de Zoon, in de Geest, die treedt binnen in de waarheid van de liefde, die ziet dat het leven niet eindigt bij de horizon van de dood. Die weet dat menselijke beperktheden niet de grens bepalen van Gods goedheid en liefde.

Drievuldigheidszondag. Binnentreden in de wondere wereld van God, een driedimensionale God, die één groot netwerk van Liefde is; een feest voor wie niet tevreden is met de eendimensionale mens, een hoogfeest voor wie tot leven wil komen in de ruimte van Gods liefde. Amen.

H. Maria, Moeder van de Kerk (2e Pinksterdag)

Maandag 6 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Sinds 20 mei 2018 vieren wij wereldwijd op Tweede Pinksterdag de gedachtenis van Maria Moeder van de Kerk. Het is dus een lustrum, de vijfde keer. In deze Eucharistieviering zal zij ons dichter bij Christus brengen en mogen wij ons verheugen om haar moederlijke zorg.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 1, 12 - 14
  • Psalm: 87 (86), 1 - 2. 3 en 5. 6 - 7 ( 3)
  • Alleluia: Alleluia. O gelukkige Maagd, die de Heer ...
  • Evangelie: Johannes 19, 25 - 34

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Gisteren hebben we met de komst van de Heilige Geest ook de geboorte van de Kerk gevierd. Vandaag vieren we Maria als moeder van de Kerk.

Iedere katholiek heeft wel een besef dat Maria onze moeder in de hemel is. Je zou kunnen denken dat het daarom logisch is dat Maria ook moeder van de Kerk wordt genoemd. Toch heeft de titel Moeder van de Kerk een lange geschiedenis. In Polen en in Argentinië had Maria al een feestdag op deze titel. Sinds vier jaar wordt dit wereldwijd gevierd op deze dag, Tweede Pinksterdag.

Wanneer op Pinksteren de geboorte van de Kerk wordt gevierd dan is het niet vreemd om de dag daarop meteen Maria te gedenken als moeder van de Kerk. Als moeder van de Christus is zij op een bijzondere manier verbonden met de geboorte van de Kerk. Niet zoals een oma met haar kleinkind, we zijn geen kleinkinderen van Maria; Maria baart op een nieuwe manier het Lichaam van Christus, de Kerk. Eerst was zij vervuld van de Heilige Geest en kwam de kracht van de Heilige Geest over haar om Gods Zoon aan de mensheid te geven. Zij stond onder het kruis toen Jezus zijn leerling aan haar gaf als nieuwe zoon en haar aan zijn leerling gaf als moeder. Zij was aanwezig op het eerste Pinksterfeest. Met de apostelen en de vrouwen heeft zij in de bovenzaal gebeden om de Heilige Geest. Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.(Handelingen 1,14). Zij wordt daar apart genoemd als de moeder van Jezus. Zij maakt deel uit van de eerste kerkgemeenschap en tegelijk is zij de directe lijn naar haar Zoon die in de hemel is opgenomen.

Augustinus noemde Maria al Moeder van de Kerk. Sinds paus Paulus VI hebben we speciale gebeden in de liturgie om Maria met die titel te gedenken en in 1980 is deze titel aan de litanie van Loreto toegevoegd. Maria nu een eigen dag om onder deze titel te worden geëerd en waarop wij haar als moeder van de Kerk eren en waarop zij ons bijzonder haar moederlijke zorg kan geven, een zorg die we hard nodig hebben om als kinderen van God te kunnen leven.

Maria is dus niet alleen moeder voor ieder van ons afzonderlijk, zij is ook moeder van de Kerk. Dat betekent dat zij ons niet alleen individueel wil helpen om gelovig te leven, maar dat zij ons ook helpt om Kerk te zijn. Het lijkt mij niet toevallig dat in deze tijd van individualisme, waardoor gelovigen geneigd zijn te kijken naar de eigen relatie met God, we Maria mogen vragen ons te helpen om zorg te hebben voor de geloofsgemeenschap, te kijken naar onze plaats daarin, naar onze roeping en onze taak in de Kerk. De Kerk is groter dan wij. We zijn alleen Kerk wanneer we samen het geloof delen en werkelijk verbonden leven met Christus. De Kerk was er voordat wij werden geboren, de Kerk gaat door ook als wij al lang zijn overleden. Wij zijn individueel kleine schakels in Gods plan. Als persoon mogen wij groeien in de Verbondenheid met God en de naaste door onze dienst aan God en aan de medemens. Zoals ons individueel geloofsleven belangrijk is in de kleine kring om ons heen, thuis, in het werk, in de parochie, zo heeft de Kerk een hoogst belangrijk rol in de wereld, in de landelijke samenleving en mondiaal. Ons individueel leven is kort, de Kerk doet haar werk al vanaf het eerste Pinksterfeest en zij zal dit blijven doen tot het einde van de wereld. De Kerk overstijgt ook landen en organisaties, landen veranderen, politieke systemen en ideologieën komen en gaan, de Kerk blijft, zij is de permanente basis voor onze verbondenheid met Christus, met God, met de naaste, met de natuur en als borg van ons werkelijke menszijn naar Gods bedoeling.

Wanneer wij dus nadenken over ons Kerk zijn, dan herinnert het feest van vandaag ons eraan dat we niet moeten vergeten Maria de vragen om haar moederlijke bijstand. Zij is als moeder van de Kerk ook leermeesteres hoe wij samen Kerk kunnen zijn, hoe wij in de Kerk kunnen uitstijgen boven ons individueel belang, hoe wij samen als Kerk van groter belang kunnen zijn voor de samenleving, hoe wij door onze inzet voor de Kerk ook praktisch van belang zijn voor de volgende generatie, zodat kinderen, klein- en achterkleinkinderen en alle volgende generaties binnen de Kerk hun weg kunnen gaan en door de Kerk de rijkdom van het geloof mogen vinden, met Maria als moeder voor ieder afzonderlijk en voor de Kerk als geheel.

God is werkzaam in de wereld. De wereld ontwikkelt zich verder. Toch ontwikkelt de wereld zich niet in een rechte lijn naar een hoger niveau. Techniek is slechts een hulpmiddel. Wetenschap is slechts een instrument. Het gaat om de mensen die deze middelen hanteren, hoe zij denken, wat voor ethische waarden zij hanteren, wat voor doelen hen voor ogen staan, hoe zij omgaan met de naaste. Mensenrechten zijn een groot goed. Tegelijk zijn ze kwetsbaar voor manipulatie wanneer ze niet gefundeerd zijn in een diepere visie over hoe wij mens moeten zijn.

Zo mogen we Maria als Moeder van de Kerk ook vragen de Kerk te helpen in haar rol in deze samenleving op mondiaal vlak, als geweten voor politieke systemen, als opvoedster van de volgende generaties, als waakster over de houdingen van politici en en militairen. Dat zij niet als in een moeilijk kind in het gezin anderen buiten spel zetten en domineren. Dat ook landen hun rol in de wereldgemeenschap op een ethisch verantwoorde manier vervullen. Het feest van vandaag mag ons de rol van Maria als Moeder van de Kerk meer verduidelijken, maar vooral ons als haar kinderen meer verenigen in het Lichaam van Christus, de Kerk. Amen.

Hoogfeest van Pinksteren - Gezinsviering

Zondag 5 juni 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

We vieren Pinksteren; met de komst van de Heilige Geest is de Paastijd voltooid. Nu begint het echt voor de Kerk. Moge in deze Eucharistie de Heilige Geest ons tot nieuwe mensen maken.

Lezingen

  • Eerste lezing: Psalm 104 (103), 1ab en 24ac, 29bc-30, 31 en 34
  • Psalm: 97 (96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9
  • Tweede lezing: 1 Korinte 12, 3b-7. 12-13 / Romeinen 8, 8-17
  • Sequentie: Kom o Geest ...
  • Alleluia: Kom, heilige Geest
  • Evangelie: Johannes 14, 15-17 23b-26 / Johannes 20, 19-23

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Wat doet de Heilige Geest? Misschien denkt u bij die vraag aan de martelaren, zoals we Titus Brandsma hebben herdacht. Wat doet de Heilige Geest? De Heilige Geest doet ons getuigen van Christus, doet ons spreken, leert ons de talen van de mensen spreken om hen over Jezus te vertellen. Zoiets zien we immers in de eerste lezing. “Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf”.

Maar de Geest doet veel meer. Dat zongen we in de Sequentie van Pinksteren: Troost voor de armen, gever van gaven en licht voor de harten. Trooster die met zachtheid de ziel geneest, vrede, lafenis en rust. Licht met een geheime gloed. Die ons wast, overstroomt, verzacht, die koestert en de weg wijst. Gever van zeven gaven. Bijstand met liefde, schenker van vreugde.

Wat zijn die zeven gaven van de H. Geest? We horen het elk jaar bij de viering van het H. Vormsel: De gave van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van wetenschap en godsvrucht en van de vreze des Heren.

Stel nu dat je die gaven hebt ontvangen, waar blijkt dat dan uit? Het moet toch te merken zijn als iemand de gaven van de Geest heeft gekregen. Paulus schrijft daarover en noemt dit de vrucht van de Geest. Hij noemt een heel rijtje, hij schrijft: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid” (Galaten 5, 22).

Ik denk dat je daar nog wel meer vruchten aan toe kunt voegen, zoals eenheid en verbondenheid, eenvoud en oprechtheid, zorgzaamheid en voorzichtigheid, zelfbeheersing en aandachtigheid, vertrouwen en eerbied en noem maar op.

De Heilige Geest doet de apostelen van Jezus getuigen, maar Hij doet veel meer. Hij vervult ons met zijn gaven en die gaven dragen vrucht in ons leven. Je kunt zelf zeggen dat als je die vruchten niet ziet, het erop lijkt dat we zijn gaven tevergeefs hebben ontvangen, we laten ze dan geen vrucht dragen.

Hoe zou dat komen? Kan het dat je de gaven van de Heilige Geest ontvangt maar geen vrucht laat dragen. Ja dat kan. Paulus zegt dan dat dit te maken heeft met zelfzucht, eigenbelang, egoïsme, dan leven we voor onszelf en niet voor Christus, dan leven we niet voor God en niet voor de naaste. Wie egoïstisch leeft, draagt andere vruchten. Paulus noemt die ook. Hij schrijft: “De uitingen van zelfzucht zijn bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid; afgodendienst, toverij, vijandschap, twist, afgunst, uitbarstingen van woede, intriges, ruzies, partijschappen, jaloersheden; drinkgelagen, orgieën en dergelijke” (Galaten 5, 19-21).

Jezus zegt het nog anders. Wie kind van God is, leeft vanuit de Geest van God. Tegenover kinderen van God stelt Jezus kinderen van de boze. In gesprek met hen die Hem zoeken te doden zegt Jezus: “Als God uw vader was, zoudt gij Mij beminnen, … De vader uit wie gij zijt is de duivel, en gij verkiest te volbrengen wat uw vader verlangt” (Johannes 8, 42-44).

Dat beeld kunnen we ook verbreden: Zijn wij kinderen van de Kerk of zijn wij kinderen van de wereld? Zijn wij kinderen van de liefde of kinderen van egoïsme? Zijn wij kinderen van God, door God gewild en gezien, of zijn wij kinderen van een blinde evolutie, onbedoeld door stom toeval? Zijn wij kinderen van de dood of kinderen van het eeuwige leven?

Pinksteren is niet alleen het feest van de gaven van de Heilige Geest, het is ook het feest dat God ons tot zijn kinderen heeft gemaakt, door de uitstorting van de Heilige Geest. Maar als wij Gods kinderen zijn, dan moeten we ook de werken van Gods kinderen doen en daarvoor kijken we naar Jezus. De werken die Hij deed waren een teken van de Geest door wie Hij werkte.

Plaatsen we dat nu als een spiegel voor onszelf, dan kunnen we met de vruchten van de geest ook een soort gewetensonderzoek houden.

Hoezeer komen die vruchten van de Heilige Geest in ons leven terug en dan niet alleen in ons leven persoonlijk, maar werken ze door in onze gemeenschap, in onze huwelijken, in onze parochies, in ons werk, op school, op de sportclub, de vereniging, de handel, in onze financiën, in de media.

Hoe staat het dan met de liefde, de vreugde, de vrede, het geduld, de vriendelijkheid, de goedheid, de trouw, de zachtheid en de ingetogenheid.

Soms denk ik dat het goed zou zijn om niet alleen een Bijbel-cursus te organiseren in de parochie, maar ook een cursus: Hoe wordt ik een vriendelijk mens?. Of een cursus in geduld oefenen. Een cursus in goedheid die alle egoïsme overwint. Een cursus in trouw, niet alleen in het huwelijk, maar ook in zoveel andere relaties.. Een cursus in zachtheid waarin we onze harde kanten weten te overwinnen. Een cursus in ingetogenheid waardoor we de innerlijke vrede bewaren en Gods stem in ons innerlijk blijven verstaan. Dat zijn heel wat cursussen. Maar hier in de Eucharistie maken we daar feitelijk steeds een begin mee. Vragen we de Heilige Geest, dan komen we langzaam verder. Amen.

Zevende Zondag van Pasen

Zondag 29 mei 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Verleden, heden en toekomst, alles ligt in Gods hand. Dat klinkt door in de lezingen van vandaag. De eenheid waarvoor Jezus bidt, mogen we vieren in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 7, 55-60
  • Psalm: 97 (96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9
  • Tweede lezing: Apokalyps 22, 12-14, 16-17, 20
  • Alleluia: Johannes 14, 18
  • Evangelie: Johannes 17, 20-26

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Drie lezingen. De eerste over de moord op Stefanus. De tweede over het visioen van Johannes in de Apocalyps en het Evangelie over Jezus gebed.

Beginnen we bij Stefanus. De keuze van deze lezing heeft te maken met Hemelvaartsdag. Stefanus ziet Jezus in de hemel, hij zegt: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Dit gedenken we altijd op tweede kerstdag, de marteldood van Stefanus. Op die dag gaat het om zijn dood, om zijn vergevende houding tegenover zijn moordenaars, om zijn getuigenis voor Jezus en om Paulus die daar in zijn jonge jaren getuige van was en ermee instemde.

Maar vandaag lezen we over Stefanus vanwege het visioen, hij ziet Christus, aan Gods rechterhand. Wat betekent dat? Staande aan de rechterhand van God? In de geloofsbelijdenis zeggen we: Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Het gaat er niet om dat we de hemel voorstellen als een paleis of een rechtbank, een koningstroon met Jezus naast God de Vader. Zo mogen we het wel tekenen, omdat wij mensen nu eenmaal graag onze gedachten vorm geven. Maar het gaat om iets anders.

We kennen het verhaal van Jozef die verkocht werd door zijn broers en uiteindelijk na veel ontberingen de tweede man werd na Farao. De tweede man. Farao liet alles aan hem over. Zijn rechterhand. Dat beeld klinkt door in zo’n visioen van Stefanus. Jezus zelf zegt het zo: “Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader; en wie de Vader is tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren” (Lucas 10, 22). En bij zijn afscheid: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde” (Matteüs 28, 18). Dat is wat het Evangelie bedoelt en wat ook Stefanus bedoelt. Dat wat hij in zijn visioen ziet is hier de uitdrukking van.

De eerste lezing gaat dus over de voltooiing; door Jezus kunnen wij nu naderen tot de Vader. Jezus is voor ons gestorven, Hij is voor ons uitgegaan om een plaats voor ons te bereiden, Hij is onze hogepriester en voorspreker.

Kijken we nu naar de tweede lezing; die heeft een ander thema, die gaat over wat erna komt. Na de hemelvaart en Jezus aan Gods rechterhand volgt dat wat we in de geloofsbelijdenis uitspreken: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde”. In het visioen van Johannes klinkt die belofte vandaag duidelijk: “Ik, Johannes hoorde een stem, die tot mij sprak: “Zie, Ik kom spoedig”.” En aan het einde van het boek van de Apocalyps zegt hij het nog een keer: “Hij die dit alles waarborgt, spreekt: “Ja, Ik kom spoedig.” Amen. Kom, Heer Jezus! De genade van de Heer Jezus zij met allen”.

Maar, zo kunt u denken. Dat was toch tweeduizend jaar geleden. Bij het woord ‘spoedig’ hebben we toch een ander idee. Spoedig, dan denken we morgen, overmorgen, wanneer we dat wat uitrekken, volgend jaar, maar tweeduizend jaar, is dat nog spoedig? Met die vraag hebben de eerste Christenen ook geworsteld. Wanneer komt Hij terug? Toen Johannes zijn boek, de Apocalyps schreef, was er al een halve eeuw voorbijgegaan vanaf Jezus verrijzenis. De kans is daarom groot dat hij dit schreef voor zijn parochie, voor zijn gemeente, zijn achterban die in verdrukking leefde, die snakte naar religieuze vrijheid, een kerk die uitzag naar Gods hulp in benarde tijden. Aan hen is dan dit woord gericht: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk”.

De wederkomst van Christus gedenken we elk jaar in de Adventtijd, op weg naar Kerstmis, met de verwachting van Jezus komst. Dan spreken ook we over een drievoudige komst. Zijn komst toen, in het jaar nul, bij zijn geboorte. Toen kwam Hij in de wereld. Zijn komst hier en nu, vandaag, in de liturgie, in de Sacramenten, in de Eucharistie; hier komt Hij opnieuw in ons midden. En eens aan het einde van de tijd zal Hij wederkomen. Dat is wat we in de geloofsbelijdenis zeggen: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde”. Aan het rijk dat mensen bouwen komt altijd een einde, maar aan zijn Rijk komt geen einde. Wereldrijken storten eens in elkaar, ook dat van het Rijke Westen, ook dat van Rustland en China, maar zijn Rijk, Gods koningschap, Gods heerschappij, het Rijk Gods zal altijd dichtbij zijn, onder welke menselijke heerschappij we ook vallen en onder welk wereldrijk of welke tijd ook. Het Rijk der hemelen is nabij en aan zijn Rijk komt geen einde.

Waar gaat dan het Evangelie over, als de eerste lezing gaat over de voltooiing van Jezus Hemelvaart en de tweede lezing over zijn wederkomst? Het Evangelie gaat over de tussentijd, onze tijd, over de Kerk, over zijn leerlingen, over dat wat voor Jezus heel belangrijk is: de eenheid. “Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U”.

Jezus bidt tot de Vader. Jezus is onze voorspreker. Hier horen we waar Hij om bidt. Om eenheid. Dat is niet de eenheid die nu plotseling in de NAVO optreedt, tegen een gezamenlijke vijand. Het gaat om eenheid in Christus. De Katholieke Kerk heeft veel zwaktes en tekorten, maar dit is haar kracht, in verbondenheid met de paus. Haar eenheid. Laten we ons hier en nu inspannen om de eenheid waar Jezus voor bidt ook zelf waar te maken. Dan is daar een grote zegen aan verbonden, dan is Hijzelf in ons midden. Amen.

Hemelvaartsdag

Donderdag 26 mei 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Jezus keert terug naar de Vader. Hij spoort zijn leerlingen aan om samen te komen in gebed. Dat doen ook wij hier en nu, in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 1, 1-11
  • Psalm: 47 (46), 2-3, 6-7, 8-9
  • Tweede lezing: Efeziërs 1, 17-23 of Hebreeën 9, 24-28; 10, 19-23
  • Alleluia: Matteüs 28, 19-20
  • Evangelie: Lucas 24, 46-53

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Tweemaal veertig. We hebben eerst de veertigdagentijd als een tocht op weg naar Pasen afgelegd. Vanaf Pasen zijn we nu op de veertigste dag. Opnieuw een veertigdagentocht, nu niet de weg via het lijden en sterven van Jezus naar zijn verrijzenis, maar de weg met de leerlingen vanaf de verrijzenis naar zijn hemelvaart.

Gedurende deze veertig dagen hebben we gelezen uit de Handelingen van de apostelen en uit het Evangelie, met name dat van Johannes. Het begon met de verschijningsverhalen. De vrouwen, Maria Magdalena, de Emmaüsgangers, de apostelen, Thomas, Petrus met de drie vragen.

Deze tijd was voor de apostelen een intensieve tijd. Wat deden ze in die weken? Ze probeerden het gewone leven weer op te pakken, maar ze kwamen ook steeds weer bij elkaar en dan, als ze spraken over Jezus, stond Hij plotseling voor hen. Maar ook als ze gingen vissen, stond hij ineens aan de oever. Bijzonder op de zondag, de achtste dag, stond Hij ineens in hun midden. Het is de verrijzenis-dag. De dag waarop Thomas zijn Heer herkent en uitroept: Mijn Heer en mijn God. Veertig dagen van verschijningen, Hij at met hen, Hij sprak met hen, Hij brak het brood met hen, Hij onderrichte hen, Hij maakte hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. En op de veertigste dag neemt Hij afscheid, Hij keert definitief terug naar de Vader.

Misschien denkt u, waarom is Hij niet gebleven, waarom bleef Hij niet verschijnen? Er zijn steeds weer nieuwe generaties die onderricht moeten worden, er zijn nieuwe vragen die opkomen. Wat ons aangaat, had Jezus niet terug hoeven te keren. Dat dachten de leerlingen misschien ook. Bij Johannes lezen we daarover. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, … Omdat Ik u dit gezegd hebt, is uw hart vol droefheid. Toch zeg Ik u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden.(Johannes 16, 5-7).

Het doel van Jezus komst op aarde is niet om hier te blijven. Het doel van ons leven op aarde is onze opgang naar God, ons einddoel is de hemel. Dat geldt natuurlijk ook voor Jezus. De hemelvaart van Jezus is de vervulling van zijn zending. Op het kruis zegt Hij: “Het is volbracht”. Zijn kruisweg, zijn lijden, de verlossing, het offer, de verzoening, dat alles is volbracht. Nu keert Hij terug naar de Vader. Het leven op aarde is tijdelijk. Ook wij zullen eens afscheid moeten nemen, ook wij zullen eens onze taken door moeten geven en aan anderen laten. Jezus is onze weg, Hij wijst ons de weg, maar, zegt Hij: “Ik zal u niet verweesd achterlaten” (Johannes 14, 18).

Jezus is onze weg. Wij gaan dezelfde weg die Hij is gegaan. Toen Jezus door Johannes werd gedoopt, daalde de Geest neer en bleef op Hem rusten. Daarmee wees de Geest hem aan op wie de Geest rust. Tegelijk was Jezus daarmee vervuld van de Heilige Geest die Hem de kracht gaf de werken van God te verrichten.

Dat staat nu de leerlingen te wachten. Jezus belooft de Heilige Geest, de Helper, met één doel, zijn leerlingen gaan door met de zending waarmee Jezus begonnen is. Jezus keert terug naar de Vader. Het aardse leven is eindig, ook dat van Jezus. Hij geeft zijn zending daar aan zijn leerlingen. We hoorden het in de eerste lezing: “… gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.”

Na de veertig dagen vanaf Pasen, volgen nog 10 dagen tot en met Pinksteren. Pinksteren is de vijftigste dag. In die tussentijd bidden wij de Pinksternoveen. Dat is wat we aan het einde van het Evangelie van vandaag lazen: “Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en zij verheerlijkten God”. Dat had Jezus hun ook voorgehouden: “… blijft dus in de stad totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.” De leerlingen zullen uiteindelijk samen zijn, in de tempel of in een huis, ze zullen bidden, zingen, God prijzen, en de Schriften bestuderen. We hoorden in de eerste lezing: “Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods”. Dat was het onderwerp waar Hij met hen over sprak, het Rijk Gods, het koningschap van God.

Het aardse leven is eindig. Jezus heeft zijn Kerk gesticht om zijn zending voort te zetten, van generatie op generatie, eeuw na eeuw, millennium na millennium. Maar wetend dat wij zwakke mensen zijn, beperkt, zondig, sterfelijk, belooft Hij de Heilige Geest, de Helper, de voorspreker, de advocaat, de trooster.

Jezus is onze weg. Wij gaan de Pinksternoveen in. Ook wij worden uitgenodigd deze dagen van Hemelvaart tot Pinksteren met extra gebed door te brengen. Het Pinksterfeest is niet alleen bedoeld als een feestdag om te herdenken en blij te zijn dat de H. Geest toen over Maria en de apostelen kwam, het is zoals de Eucharistie, niet alleen herdenken, maar opnieuw de werkelijkheid van Christus in ons midden. Zo is ook het Pinksterfeest bedoeld, opnieuw vervuld worden van de Heilige Geest, opnieuw zijn vuur in ons hart, opnieuw zijn Kracht die in ons werkt. En dat moet dan leiden tot hetzelfde, opnieuw getuigen van Gods grote daden, opnieuw de wereld in om alle mensen van goede wil van hem te vertellen, om: “zijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Amen.

Zesde Zondag van Pasen - Eerste Communieviering

Zondag 22 mei, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze zesde zondag van Pasen spreekt Jezus opnieuw over de liefde. Zijn Nieuwe Verbond is een liefdesverbond. Dat vieren we in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 15, 1-2.22-29
  • Psalm: 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8
  • Tweede lezing: Apokalyps 21,10-14. 22-23
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 14, 23
  • Evangelie: Johannes 14, 23-29

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Verleden week hoorden we Jezus zeggen: “Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben”. Vandaag zegt Hij: “Als iemand Mij liefheeft …” Verleden week sprak ik over hoe die liefde is, dat het een ander soort liefde is, anders dan in de gewone wereld. Vandaag komt de uitnodiging om Jezus lief te hebben, wanneer Hij zegt: “Als iemand Mij liefheeft …”

Onlangs heb ik al even een voorbeeld uit mijn eigen leven genoemd, dat ik nu wil herhalen. Ik was ergens in de twintig toen ik in de Mis de tekst hoorde: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht” (Marcus 12, 30). Ik vroeg me toen af hoe dat bij mij was; of ik God inderdaad beminde: Heb ik God lief? Houd ik van Jezus? Het drong tot me door dat dit wezenlijk is. Dit is het eerste gebod. Daar begint alles mee.

Toen ik mezelf dit afvroeg, kwam ik tot de conclusie dat ik niet zomaar kon zeggen dat ik van God houd. Ik herkende wel andere gevoelens. Ik heb eerbied voor God, hoogachting, respect, bewondering. Ik voelde ook wel vertrouwen en ik twijfelde niet aan Gods goedheid of aan het bestaan van God. Maar dat is niet hetzelfde als van God of Jezus liefhebben.

Vandaag zegt Jezus dus: “Als iemand Mij liefheeft …” Die vraag komt nu naar ons toe: houd u, houd ik van Jezus? Ik ben toen zelf begonnen met een tijdlang dagelijks de Oefening van Liefde te bidden, een oud gebed dat eindigt met de bede: “Heer geef mij steeds meer liefde”. Dat heeft mij geholpen.

De liefde komt de afgelopen weken steeds terug in de lezingen. In het evangelie van Johannes, binnen twee hoofdstukken, van 13, 31 tot 15, 17 komt 22 keer het woord liefde of liefhebben voor. Zo wil Johannes aangeven waar het om gaat in het Nieuwe Verbond dat Jezus met ons sluit. Het gaat om een liefdesverbond.

Zo wordt ook duidelijk waarom Johannes in zijn Evangelie na de roeping van de apostelen begint met de bruiloft te Kana. Daar openbaart Jezus zijn heerlijkheid. Het Nieuwe Verbond wordt uitgedrukt in een bruiloft. Die nieuwe Bruiloft, het Nieuwe verbond tussen God en de mensen, begint met Jezus de Nieuw Bruidegom.

Jezus is in de wereld gekomen om het Verbond tussen God en de mensen te voltooien, dat Verbond moet een liefdesverbond zijn. Gods liefde voor ons is nooit gestopt. Nu geeft Jezus namens ons antwoord op Gods liefde. Jezus is de bemiddelaar. Hij staat voor God de Vader namens ons en staat voor ons namens God de Vader. Namens de mensheid is Hij het Lam Gods; Hij geeft zichzelf uit liefde. Namens God is Hij de Redder die ons redt uit de zonde van haat en egoïsme.

Als Petrus na zijn drievoudige verloochening de verrezen Heer ontmoet, vraagt Jezus hem driemaal: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan dezen?” “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” Het eerste gebod: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht”, wordt concreet in onze liefde voor Christus.

Dit is ook de basis voor wat we in de eerste lezing hoorden. De discussie over de heidenen, of zij ook de hele Wet van Mozes moeten onderhouden. Uiteindelijk komen zij door de Heilige Geest tot het inzicht dat Jezus onze Wet is. Dat liefde voor God en de naasten de hele Wet vervult. Daar zien we het voorbeeld van wat de Kerk deze jaren probeert te vernieuwen; het synodaal proces, samen op weg gaan met God en elkaar. Zo waren de apostelen samen op weg in dit besluit. Bidden overleggen, uitwisselen, naar elkaar luisteren en tenslotte na het woord van Petrus en Jacobus volgt dan de brief waarin zij zeggen: “De heilige Geest en wij hebben besloten …” Dat is het synodaal proces waartoe de paus ons oproept. Opnieuw leren luisteren naar elkaar en naar de Heilige Geest.

In de tweede lezing mogen we dan zien waar het toe leidt: “Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde …” “En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid”.

Het is het visioen van de hemelse bruiloft, maar dan in de voltooiing. Die voltooiing hebben wij niet inde hand, die daalt uit de hemel neer, daarin is God aan het werk, die bouwen we niet op als een toren van Babel, met eigen handen en uit eigen kracht, die Nieuwe Stad komt van God uit naar ons toe.

Moeten we dan niet meewerken, jawel, op de manier die Jezus ons voorhoudt. Want iets van die Nieuwe Stad, die Nieuwe Hemel en die Nieuwe Aarde begint hier en nu: “Maar een tempel zag ik er niet want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel zoals ook het Lam”. Zo sprak Jezus: “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen”.

God Vader en Zoon zullen verblijf bij ons nemen door de komst van de Heilige Geest in ons hart. Zo begint Gods Koninkrijk in ons hart, in ons leven. Amen.

Vijfde Zondag van Pasen

Zondag 15 mei, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze vijfde zondag van Pasen wordt pater karmeliet Titus Brandsma heilig verklaard. Liefhebben zoals Jezus; dat is je leven geven voor de naaste, voor de waarheid. Daartoe worden wij uitgenodigd en dat vieren we in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 14, 21-27
  • Psalm: 145 (144) 8-9, 10-11, 12-13ab
  • Tweede lezing: Apokalyps 7, 9. 14b-17
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 13, 34
  • Evangelie: Johannes 13, 31-33a. 34-35

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Met deze zin maakt Jezus meteen duidelijk wat Hij bedoelt. En deze zin heeft pater Titus Brandsma beter begrepen dan veel anderen. Geboren op 23 februari 1881 in Ugoklooster bij Bolsward in Friesland is hij overleden op 26 juli 1942 in het concentratiekamp Dachau. We hebben zijn foto hier geplaatst. Vandaag verklaart paus Franciscus hem heilig. Hij maakt deel uit van die grote menigte die Jezus is gevolgd met hun getuigenis tot in de dood. Hij is trouw gebleven en is niet gezwicht voor de bedreigingen van de vijand.

Volgende week vieren we hier in de kerk de Eerste Communie. Deze zaterdag heb ik met de communicanten gesproken over het laatste avondmaal. Één punt heb ik deze keer wat extra naar voren gehaald. Jezus sluit met ons een Nieuw Verbond. De huidige politieke situatie kan ons helpen dat Verbond beter te verstaan. Finland en Zweden willen aansluiten bij de NAVO, vanwege het verbond dat die landen met elkaar hebben, een voor allen en allen voor een. Die verbondenheid moet een zekere veiligheid garanderen.

Jezus sluit een Nieuw Verbond tussen God en de mensen. Jezus geeft zijn leven om ons vrij te maken en met God te verzoenen. Bij dat verbond klinkt nu de vraag door: Zijn wij ook bereid ons leven te geven voor Hem en elkaar? Het Verbond van God met de mensen dat al was begonnen bij Noach en zich ontvouwde via Abraham, Mozes en David, krijgt door Jezus een heel nieuwe laag. Onze trouw aan God wordt door Jezus volledig vervuld. In Jezus is de mensheid trouw gebleven aan God, volledig, tot in de dood. Blijven wij nu trouw aan Jezus, dan delen we met Hem in dat Nieuwe Verbond.

Dat wordt duidelijk als Jezus tijdens het laatste Avondmaal de kelk neemt en zegt: Neemt en drinkt hier allen uit, want dit is de kelk van mijn Bloed, het Bloed van het Nieuwe en Eeuwige Verbond”.

Toen pater Titus Brandsma door het land trok en redacties bezocht van allerlei katholieke kranten, probeerde hij de katholieke redacteuren te overtuigen om niet in zee te gaan met de NSB. Samenwerken met de NSB kon aantrekkelijk lijken, dan kreeg je medewerking van de bezetter en had je minder te vrezen. Maar daarmee verkoop jij je ziel wel aan de duivel. De ideologie van de Nazi’s had Titus Brandsma veel scherper door dan veel anderen. Er bestaan geen Übermenschen of untermenschen, alle mensen zijn Gods kinderen. Er bestaat geen edel Germaans ras dat superieur is aan anderen. Alle vormen van discriminatie moeten worden uitgebannen. Pater Titus Brandsma schrijft vervolgens een brief aan kardinaal de Jong. Wat hij daarin schrijft is niets anders dan wat hij al eerder had geschreven. Het wordt de basis voor een brief die de kardinaal naar alle bisdommen en parochies stuurt om voor te lezen. De Nazi’s zijn furieus. En zij beseffen dat Titus Brandsma hier achter zit.

Pater Titus Brandsma was niet naïef. Hij wist dat hij risico liep. Er waren al talloze mensen opgepakt. Hij schreef daar ook over. Maar hij leefde in die diepe verbondenheid met Jezus, die een antwoord is op de liefde van Jezus. Jezus heeft zijn leven gegeven voor ons en voor de hele wereld. Pater Titus is bereid voor Jezus zijn leven te geven. De waarheid van het Evangelie, de waarheid van Gods liefde, de waarheid over Jezus, die zal hij blijven verkondigen, wat de bezetter ook wil. Geen bedreiging houdt hem daarvan af.

Zo staat pater Titus in het Nieuwe Verbond, het Bloedverbond waarmee Jezus een nieuwe fase voor de mensheid heeft ingeluid. Elkaar liefhebben, zoals Jezus ons heeft liefgehad. Jezus zou niet zwichten voor de claims van de hogepriesters en de schriftgeleerden, de Farizeeën en de Sadduceeën, het Sanhedrin en de Herodianen. Het enige wat zij konden doen was met bedrog en list en een valse rechtspraak Hem ter dood veroordelen. Maar daarmee bezegelden zij hun eigen ondergang, want daarmee toonden zij hun eigen onrechtvaardigheid en onzuiverheid aan.

Pater Titus begreep dat hij in zekere zin voor hetzelfde stond als de apostelen. We hoorden het in de eerste lezing: “In die dagen keerden Paulus en Barnabas terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat zij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan”. Met zijn brieven en ronde langs de redacties deed pater Titus hetzelfde. Hij spoorde collega journalisten aan trouw te blijven aan de waarheid, aan Christus en zijn Kerk. En hij moedigde hen aan in het geloof te volharden en te beseffen dat ook wij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan.

Die boodschap van pater Titus was niet gemakkelijk. Want al te lang hadden wij geleefd in het idee dat het visioen van de tweede lezing al dichtbij begon te komen: “Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer.” Lang hebben we gedacht dat dit visoen de voltooiing was van onze missie als Kerk, dat wij dat konden bereiken. Nog even en de hele wereld zou katholiek zijn. Maar daarmee halen we de toekomst naar ons toe en vullen hem in naar ons idee. De heilige Stad daalt van God uit de hemel neer. Nee, wij zullen net als pater Titus, in onze tijd op moeten komen voor de waarheid van het Evangelie, trouw blijven aan het Verbod dat Jezus heeft gegeven. Ons ‘Amen’ bij de Communie mag ons antwoord zijn aan Hem, ons woord van trouw, door dik en dun, ons leven geven uit liefde voor God en de naasten. Amen.

Vierde Zondag van Pasen - Viering 100-jarig bestaan parochiekerk

Zondag 8 mei, 14:00u

Celebrant: mgr. Van den Hende

Vandaag, op roepingenzondag, vieren wij het 100-jarig bestaan van de afgebouwde parochiekerk. Wat 100 jaar geleden begon als de Sint-Elisabethkerk is uitgegroeid tot de huidige kathedraal van Rotterdam.

De pontificale Hoogmis begint om 14u. Bisschop J.H.J. van den Hende zal voorgaan. Na de viering zullen er hapjes en drankjes uit de verschillende groepen en culturen die de parochie rijk is geserveerd worden.
Volgens traditie van de parochie is er een portret geschilderd van de in 2019 overleden plebaan Chris Bergs. Vandaag zal ook dit portret onthuld worden.
Met de viering wordt een jubileumjaar afgetrapt. Gedurende het hele jaar zullen er culturele en muzikale activiteiten georganiseerd worden.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 13, 14. 43-52
  • Psalm: 100 (99), 2, 3, 5
  • Tweede lezing: Apokalyps 7, 9. 14b-17
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 10, 14
  • Evangelie: Johannes 10, 27-30

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Hieronder de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering zal mgr. Van den Hende zijn eigen preek voordragen.

Wat is roeping? Daarvoor begin ik bij de eerste mens op aarde. De Bijbel noemt hen Adam en Eva en beschrijft dat zij met God wandelen in de tuin. Het is een schets van een paradijselijk leven in volmaakte eenheid met God en elkaar. Wandelen in de tuin; samen zijn en spreken met elkaar. Tot het fout gaat. Het bekende verhaal van de slang in de boom, de bekoring, de verleiding en de val. Dan gebeurt er iets bijzonders. God zoekt de mens en roept de mens. Maar de mens heeft zich verstopt, is bang geworden door zijn zonde, is door schaamte overvallen. God roept, maar de mens verstopt zich, houdt zich schuil voor God en zoekt de duisternis in plaats van het licht.

Wat is roeping? Misschien is het meest wezenlijke wel dat iemand bij roeping toelaat dat een ander invloed krijgt in zijn of haar leven. Dat begint al in het klein. Draait het gezin om jou of mag het gezin een beroep doen op jou? Draait de school of de vereniging om jou, om mogen zij op jou een beroep doen? Draait de wereld om jou of mag de wereld een beroep doen op jou? Draait de Kerk om jou of mag de Kerk op jou een beroep doen? Draait God om jou of mag God op jou een beroep doen. Bij roeping word je geroepen. Het initiatief ligt niet bij jou maar bij degene die roept. Bij roeping in de Kerk gaat het erom dat God roept en dat de mens antwoordt. Het betekent dat je God toelaat in je leven, dat God zeggenschap krijgt over jouw levensweg, dat je God de ruimte geeft om de koers te bepalen.

Misschien is dat in onze tijd wel een van de grote belemmeringen. Onze cultuur is er op gericht dat jij jouw eigen lot bepaalt, dat jij zelf de regie over je leven neemt, dat je aan carrièreplanning doet, ja dat je uit het leven haalt wat erin zit. Als dat onze cultuur is, dan gaan onze gedachten niet uit naar God, of God misschien een plan heeft, of God mij een richting wil wijzen? Of er een koers is waarbij het niet om mijn plannen gaat, maar waarin mijn leven vruchtbaar wordt voor Gods koninkrijk?

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij”. Roeping bestaat bij de gratie van luisteren. Maar ook dat is in onze tijd lastiger geworden. Hoe meer kabaal, hoe meer drukte, hoe meer omgevingsgeluid, des te lastiger wordt het om te luisteren. Dat geldt ook voor onze innerlijke stem. Hoe meer er in ons hoofd omgaat, des te lastiger wordt het Gods stem in ons leven te herkennen. Maar altijd gaat daaraan vooraf de vraag, zijn we bereid God toe te laten in ons leven, mag Hij iets te zeggen hebben over mijn levensweg?

Wanneer we daartoe bereid zijn, begint het tweede probleem. Hoe ontdek ik Gods wil in mijn leven? Hoe kom ik er achter wat God van mij vraagt of wat God mij aanbiedt? De roepingsverhalen in het Oude Verbond kunnen ons daarbij helpen. God is onzichtbaar, je kunt hem niet vasthouden. Hij verschijnt aan Mozes in een brandend vuur, mysterieus, maar Mozes hoort wel een stem, door dat vuur heen. In het Nieuwe Verbond, als Paulus zijn bekering op weg naar Damascus doormaakt, ziet hij een licht en hoort hij een stem.

Het is dus mogelijk om Gods stem in je leven te herkennen. Dat kan heel concreet zijn, persoonlijk in een bijzondere religieuze ervaring, zoals Mozes, zoals Paulus. Maar meestal gaat het om de stemmen van mensen, om woorden in de heilige Schrift, om een oproep door de Kerk, waardoorheen Gods stem klinkt. Daarna gaat het erom, als we ervaren dat God ons roept (en God roept uiteindelijk iedere mens), dat we gaan inzien waartoe Hij ons oproept.

God zendt zijn Zoon om het ons gemakkelijker te maken de weg te vinden. Jezus, de Goede Herder roept zijn apostelen, zijn leerlingen. “Mijn schapen luisteren naar mijn stem”, zegt Hij, “en Ik ken ze en ze volgen Mij”. Roeping bij Jezus is gericht op relatie en navolging, relatie met Jezus, Hij kent ons en wij kennen Hem, en op navolging van Jezus. Zoals in het begin de mens met God wandelde in de tuin, zo is het leven in het gezelschap van Jezus. Met Hem wandelen in de tuin van het leven, daarmee keert het oorspronkelijke doel van de schepping terug, Gods Koninkrijk is het herstel van het paradijs.

Wie antwoord geeft op zijn of haar roeping, breekt uit de kleine kring van het eigen bestaan, buiten de cirkel van de eigen carrière, de eigen planning. God krijgt een bepalende stem. Niet dat God ons dwingt of forceert. Het leven zelf heeft al grote invloed, het geeft talloze mogelijkheden maar ook allerlei beperkingen, denk aan oorlog, coronavirus, milieucrisis. Toch helpt de roeping ons buiten de beperkte kring te breken. Dat hebben ook de leerlingen ervaren. Eerst beperkten zij hun zending tot de Joden, het volk van Abraham. Maar Gods plannen beperken zich niet tot één volk, ook al heeft dat een bijzondere plaats in Gods hart omwille van de roeping van Abraham en de vele profeten. Gods liefde gaat uit naar alle mensen, alle volken, over heel de wereld.

Dat zagen we in de eerste lezing: Paulus en Barnabas beseffen wat het betekent: “Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen, opdat gij redding zoudt brengen tot aan het uiteinde van de aarde.” Het klinkt ook door in het visioen over het eindresultaat: “Ik, Johannes zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand”. Dit is waar roeping toe leidt. Dat we Christus leren kennen, naar Hem gaan luisteren en verstaan, hem gaan liefhebben en navolgen, met hem wandelen in het leven en doen wat Hij ons heeft voorgedaan. Amen.

Derde Zondag van Pasen - Gezinsviering

Zondag 1 mei, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze derde zondag van Pasen horen we opnieuw over een ontmoeting met de levende Heer. Net als toen mogen ook wij nu hier het Woord van de Heer horen en verstaan en Hem herkennen bij het breken van het Brood.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen 5, 27b-32 40b-41
  • Psalm: 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11. 12a en 13b
  • Tweede lezing: Apokalyps 5, 11-14
  • Vers voor het Evangelie: Lucas 24, 26
  • Evangelie: Johannes 21, 1-19

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

De Goede Week is alweer ruim twee weken voorbij. Op dinsdag in de Goede Week lazen we een tekst van de profeet Jesaja: Ik citeer een stukje: De Heer sprak tot mij: ‘Gij zijt mijn dienstknecht, Israël, door u toon Ik mijn heerlijkheid’. Toen zei ik: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt’.

Kent u dat gevoel? Vergeefs heb ik mij moe gemaakt. Mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt. De profeet Jesaja kende dat gevoel en ook de profeet Elia. Na de overwinning op de Baälprofeten moet Elia vluchten. Na een tocht van een dag in de woestijn komt hij bij een bremstruik. Hij gaat eronder zitten. Hij verlangt te sterven en zegt:’Het wordt mij te veel, HEER; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen’.” (1 koningen 19, 4).

Vruchteloos zwoegen. Dat gevoel hebben de leerlingen na een lange nacht vissen. Het zal vast niet de eerste keer in hun leven zijn dat de vangst tegenvalt, het zijn beroepsvissers, maar helemaal niets is erg weinig. Dit gebeuren kan lijken op het werken in de kerk.

Hoeveel Rotterdammers zijn de afgelopen 50 jaar gedoopt en hebben hun Eerste Communie gedaan en zijn gevormd? Hoeveel komen er nog in de Kerk of doen nog iets met hun geloof. Hoeveel is er geprobeerd in de afgelopen halve eeuw door onze voorgangers. Ik heb in mijn jonge jaren pastoor Grimbergen nog meegemaakt, hij werd de eerste plebaan van de kathedraal, maar ook plebaan Marrevee en Holland en later plebaan de Lange en plebaan Bergs. Wanneer we deze jaren vergelijken met de eerste vijftig jaren van de afgelopen 100 jaar dan is het een verschil van dag en nacht.

Er is van alles geprobeerd, van Jesus Christ Superstar tot orgelconcerten, groepsgesprekken, de vuurdoop, noem maar op. Kijk ik naar de pastoraal in ons bisdom en ons land, dan kunnen velen zeggen: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt’. Hetzelfde gevoel van Petrus en de apostelen die een nacht lang gezwoegd hebben, gewacht, netten uitgeworpen en binnengehaald, met steeds lege netten.

En dan staat daar een man aan het strand die roept: “Jongens, hebben jullie geen vis?” “Neen,” antwoorden ze. Dan zegt Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen.”

Wat er dan gebeurt is eigenlijk opmerkelijk. Het is al ochtend geworden, de tijd voor de visvangst is feitelijk al voorbij. Bovendien beseffen ze nog niet dat het Jezus is. Petrus had dus heel goed kunnen roepen: “Laat maar, het zit er vandaag niet in, we stoppen ermee”. Maar nee. De opmerking van die onbekende man aan het strand: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen”, vindt gehoor. Ze doen het. De rest is bekend, volle netten, teveel voor het bootje, ze slepen het net mee naar de kust.

Wat gebeurt er met de leerlingen? Zij waren erbij op de bruiloft van Kana. Toen raakte de wijn op, en het bruiloftsfeest raakte in de problemen. Maria zei tegen de leerlingen: “Doe maar wat Hij je zeggen zal”. Even later waren er zes grote kruiken met de beste wijn. De leerlingen hebben ook de wonderbare spijziging meegemaakt. Jezus vroeg toen aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten? ”Andreas zei daarop: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?”. Als Jezus dan het dankgebed uitspreekt, vullen ze na de maaltijd van die vijf gerstebroden twaalf manden met brokken.

Die herinneringen hebben de leerlingen, een overdaad van brood en wijn. Wanneer ze nu deze overdaad aan vis zien, zegt Johannes: “Het is de Heer!” Het is dezelfde leerling die in het graf de doeken zag liggen en geloofde.

Kun je nu voorkomen dat je vruchteloos zwoegt? Kun je voorkomen dat je samen gaat vissen en niets vangt? Ik denk het niet, het hoort erbij. Maar het gaat er wel om dat we de stem van de Heer herkennen als Hij zegt: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen.” Het is de kunst om zijn stem te herkennen en het te doen.

Wat kan dat voor de leerlingen betekend hebben? Zij hebben eerst verkondigd aan de de Joden in Galilea en Judea. Maar gaandeweg ontdekken ze dat er onder de heidenen een groot verlangen leeft naar Gods Woord, een verlangen naar eeuwig leven, een verlangen naar zingeving van dit zinloze bestaan. Maar om de koers te kunnen wijzigen hebben ze een Woord van de Heer nodig.

Dit verhaal staat wel in contrast met andere verhalen van Jezus. Hij vertelt ook over het mosterdzaadje dat heel klein begint en langzaam uitgroeit tot een boom met grote takken. Steeds moeten we zoeken welk Woord van de Heer hier en nu van toepassing is. Moeten we gewoon doorgaan zoals een boer met het land, ploegen en zaaien in het vertrouwen dat er in de toekomst een oogst zal komen. Of maak je mee dat je op zijn Woord de netten uitgooit en dat ze overvol worden? In beide gevallen gaat het erom dat we luisteren, dat we bidden, dat we zijn Woord overwegen in ons hart en Hem herkennen die tot ons spreekt. Dan zal zijn Woord vrucht dragen in ons leven, in onze Kerk en in onze wereld. Of het nu klein begint en groeit, of dat er ineens een groot resultaat is, het gaat er steeds om dat we Hem verstaan en herkennen als Hij tot ons spreekt. Amen.

Tweede Zondag van Pasen (Beloken Pasen)

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Zondag 24 april, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op de tweede zondag van Pasen vieren we de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Die barmhartigheid van God doorbreekt in het evangelie de twijfel en het ongeloof van de apostel Thomas. Dezelfde genade mogen ook wij vragen in deze Eucharistieviering.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 5, 12-16
  • Psalm: 118 (117), 2-4, 22-24, 25-27a
  • Tweede lezing: Apokalyps 1, 9-11a. 12-13. 17-19
  • Vers voor het Evangelie: Johannes 20, 29
  • Evangelie: Johannes 20, 19-31

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

Afgelopen Paaszondag vertrok ik vanuit de vraag of u wel eens gefaald hebt. De mensengeschiedenis staat bol van falen, individueel en collectief. Vandaag faalt het geloof van de apostel Thomas.

Ik wil daarom vertrekken bij de vraag waarom Thomas niet kon geloven. Zo kunnen we op het spoor komen wat Jezus belangrijk vindt in ons geloof. Ik schets u kort de geschiedenis zoals we die net hoorden. Jezus verschijnt aan zijn leerlingen. Thomas weigert dat te geloven. De zondag erna is Jezus opnieuw in hun midden. Thomas is er nu wel bij en belijdt dan zijn geloof als hij zegt: “Mijn Heer en mijn God.” Hoe vindt die ommekeer plaats?

Jezus zegt: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” Wat is nu dat geloven? De apostelen hadden gezegd: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar Thomas weigert zijn medeapostelen op hun woord te geloven. Daar doelt Jezus op als Hij vragenderwijs zegt: “Omdat ge Mij gezíen hebt gelooft ge?” Jezus wil dat Tomas en wij geloven op het woord van betrouwbare getuigen.

De apostel Paulus zal later schrijven: “Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid. (1 Kor. 1, 22-23)” Thomas moet loskomen van zijn eigen denken, of zoals Jezus in Kana tegen de hofbeambte zei: “Als gij geen wondertekenen ziet, dan gelooft gij niet.”

Hoe graag zouden we die tien plagen nog een keer zien en vervolgens de zee zien opengaan zodat een heel volk over de bodem kan trekken! Hoe graag zouden we die stenen platen zien die Mozes op de berg kreeg! Maar die hofbeambte uit het Evangelie die ik noemde, begreep het, hij zei: “Heer, kom toch eer mijn kind sterft!” Het ging hem niet om het zien van een wonder of teken, het gaat hem om de genezing van zijn zoon. Vervolgens zou blijken of hij Jezus gelooft op zijn woord. Jezus gaat niet mee, maar zegt: “Ga maar, uw zoon leeft.” De man geloofde wat Jezus hem zei en ging op weg.

Die vraag mogen wij ook aan onszelf stellen. Geloven wij op het Woord van Christus, op het woord van de Apostelen, op het woord van de Kerk? Geloven wij op basis van betrouwbare getuigen? Of willen wij, zoals de Joden in Jezus' tijd, eerst tekenen en wonderen zien? Of zijn wij Westerlingen eerder net als de Grieken, als de heidenen, en verlangen wij een vorm van wijsheid, van kennis, van wetenschap, van filosofie, van theologie, van dogmatiek, willen we redeneringen en redevoeringen, willen we taalspel met mooie verhalen of mooie muziek, wat willen we? Willen we een overtuigend verhaal dat past in de tijdgeest, willen we troostvolle woorden, als ze maar niet botsen met het politiek correcte denken van onze tijd?

Waarom kon Tomas niet geloven en wat kon hij niet geloven? Ik vermoed dat dit kwam door de Joodse dogmatiek van die tijd, die zegt dat God het goede loont en het kwade straft. Iemand die aan het kruis sterft dus moet dus een zondaar zijn, anders zou God het verhoeden. Wat de apostelen gezien hebben, kan dan nooit Dezelfde zijn als Degene die aan het kruis hing en stief en werd begraven. Dus zegt Tomas: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Daarom zegt Jezus tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Degene die aan het kruis stierf is dezelfde die hier voor je staat.

Paulus schrijft: “Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid.

Tomas kon zich niet voorstellen dat Gods goedheid, Gods barmhartigheid zich zou openbaren via de weg van het kruis. Hij kon zich niet voorstellen dat het lijden en sterven van een rechtvaardige ten goede kon komen aan heel het volk. Maar hij had het kunnen weten, als hij Jesaja goed had gelezen. Zijn denken was geblokkeerd door de tijdgeest van toen.

Hoe zouden wij hebben gereageerd? Misschien net zoals Tomas, maar met wat andere vragen: Ik zal niet geloven als Jezus niet uitlegt hoe God al die ellende in de wereld kan toestaan. Ik geloof niet als Jezus niet uitlegt waarom rechtvaardige mensen zoveel ellende meemaken. Ik geloof niet in God als Jezus niet uitlegt waarom wij God niet kunnen zien. Ook wij kunnen in deze vragen blijven hangen, net als Tomas die niet geloofde, … tot hij Jezus zag.

Vandaag op Beloken Pasen, op de zondag van de goddelijke barhartigheid mogen we ons bewust worden dat de barmhartigheid van God geen goedkope barmhartigheid is. Wij zien niet de plagen van Egypte, maar we zien dat Jezus mensen geneest en hoe zijn Kerk die dit werk voortzet. Wij zien geen stenen platen met Gods geboden erop, maar wij zien dat in Jezus, Gods Woord Vlees is geworden, Jezus doet Gods Woord, brengt het in praktijk, Hij draagt en verdraagt, hij volbrengt de waarheid en de wijsheid, Hij toont Gods liefde tot het uiterste toe. Jezus roept ook ons op om te geloven, omdat betrouwbare getuigen ons de waarheid over Jezus, over God en over onszelf hebben doorgegeven, opdat ook wij geloven en leven. Amen. Alleluia. Zalig Pasen.

Tweede Paasdag

Maandag 18 april 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen, 2, 14. 22-32
  • Psalm: 16 (15), 1-2a. 5. 7-8. 9-10. 11
  • Alleluia: psalm 118 (117), 24
  • Vers voor het Evangelie: 1 Korinte 5, 7b-8a
  • Evangelie: Matteüs, 28, 8-15

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Voor deze viering is helaas geen preek van plebaan Hagen beschikbaar

Hoogfeest van Pasen

Zondag 17 april 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Wij vieren Pasen, het verrijzenisfeest. Maar wordt dit in onze tijd nog wel zo gevoeld. Deze ochtend worden wij uitgenodigd zijn verijzenis innerlijk mee te maken, want daarvoor zijn we hier. De verrezen Heer brengt ons samen.

Het geluid bij de livestream kan slecht zijn. Wij werken hard aan het oplossen ervan en vragen hiervoor uw geduld. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 10, 34a. 37-43
  • Psalm: 118 (117), 1-2, 16ab-17, 22-23
  • Tweede lezing: Kolossenzen 3, 1-4
  • Vers voor het Evangelie: 1 Korinte 5, 7b-8a
  • Evangelie: Johannes 20, 1 -9

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Hebt u weleens gefaald? Kent u dat gevoel? Anderen zijn geslaagd, jij niet. Je schaamt je, je hebt het gevoel dat je gefaald hebt.

Of dat karwei op je werk. Jij moet het aansturen, maar het lukt niet, verkeerd ingeschat, tegenslagen. Iedereen kijkt jouw kant op. Je hebt gefaald.

Je kinderen gaan een weg die jouw weg niet is, je denkt dat je hebt gefaald hebt al moeder, als vader.

Mensen kunnen last hebben van faalangst. Sommige verlammen dan, anderen herinneren zich plotseling niets meer van alles wat ze erin gestampt hebben, weer een ander wordt overactief in een soort paniek. De angst om te falen kan heel je leven meespelen, veel mensen hebben er last van. Het beïnvloedt je doen en laten en het geeft stress. Maar wat heeft dat met Pasen te maken?

We vieren de verrijzenis, maar hoeveel falen is daaraan vooraf gegaan? Adam en Eva hebben gefaald. Het was een simpele test. Het scheppingsverhaal vertelt het ons, dié boom daar wel en dié boom daar niet. Maar de mens uit de evolutie kan moeilijk weerstand bieden aan de bekoring.

Het volk van Abraham heeft gefaald. Het begon met de broers van Jozef die hem in de put stopten en verkochten aan handelaars uit Egypte. Mozes heeft gefaald, hij vermoordde een Egyptenaar en moest vluchten. Tijdens de uittocht hield Hij Gods eer onvoldoende hoog, zo mocht hijzelf het volk niet het Beloofde Land binnen brengen.

Maar ook daarna, het Volk Israël kent een lange reeks van falen. Steeds opnieuw moest God rechters en profeten sturen omdat ze zich niet hielden aan Gods Verbond.

Tijdens de kruisdood van Jezus hangen twee moordenaars naast Hem. Ook zij hebben gefaald. Toch krijgt een van hen te horen dat hij binnen mag in het Paradijs. Ik heb u er eerder aan herinnerd dat alle mensen zondaars zijn. Maar er zijn globaal twee soorten zondaars, zij die met berouw hun zonden erkennen en zij die dat niet doen.

Zo zijn er ook twee manieren van falen. Je kunt falen in de ogen van de wereld, of falen in de ogen van God. De hogepriesters, de Farizeeën en de Schriftgeleerden lijken niet te falen in de ogen van de wereld. Zij weten hun gezag en positie en hun eigen gelijk in stand te houden. Maar zij falen in de ogen van God door Gods Zoon af te wijzen.

Jezus faalt in de ogen van de wereld. Hij kan zichzelf niet redden, Hij grijpt niet naar het zwaard en Hij weerhoudt zijn leerlingen om het zwaard op te pakken. Heel zijn werk, zijn aanzien, zijn positie, alles wat Hij heeft opgebouwd wordt in een klap neergeslagen. In de ogen van de wereld faalt Hij als koning, als messias, als redder. Maar in de ogen van God faalt Hij niet.

Het is zelfs zo dat wanneer wij wel falen in de ogen van God, zoals Petrus die zijn Heer verloochende door te ontkennen dat hij leerling van Jezus was, God ons uitnodigt om met ons falen, ons tekort, onze beperking, naar Hem terug te keren, met berouw en het verlangen ons te verbeteren. Dan falen we ineens niet meer in zijn ogen, maar brengt Hij ons van dood naar leven.

Het is Pasen, we vieren dat Hij van wie ze zeiden dat Hij gefaald had, dat Hij mislukt was, dat Hij die achteloos was weggeworpen als een afgekeurde steen, tot hoeksteen van Gods Nieuwe Schepping is geworden.

Wat mag de verrijzenis zo voor ons betekenen? Uw keuze voor God, voor zijn Kerk, voor zijn Volk, kan door de wereld worden gezien als zwakte, als dwaasheid. Sommigen noemen geloof een vlucht uit de werkelijkheid, iets voor loosers, voor beklagenswaardige verliezers die het aan zichzelf te danken hebben, iets voor mensen die de harde werkelijkheid niet aan kunnen. Anderen denken dat geloof achterhaald is, iets voor mensen die niet mee kunnen met de wetenschappelijke ontwikkeling. Het is dwaasheid in de ogen van de wereld.

Maar uw keus voor God en zijn Kerk, voor zijn Volk, voor zijn mensen, is in Gods ogen wijsheid. Want u erkent dat u zondaar bent, u erkent dat u fouten maakt, u erkent dat u tekort schiet, u erkent dat u niet aan alle eisen van de wereld kunt voldoen en ook niet aan de eisen waarvan we denken dat God ons die stelt. Daarmee hoort u in Gods ogen bij Jezus die de winnaar blijkt te zijn.

Jezus verlost ons van faalangst, Hij verlost ons van de angst om te sterven. Sterven is het grote falen, het is alles verliezen, sterven is de laatste strijd die we niet kunnen winnen. Jezus verrijst uit de dood. Wie is nog bang om te sterven, wie is nog bang om te falen? We horen bij Hem die werd vernederd, die werd afgewezen, bespot, mishandeld, gegeseld en vermoord, maar die heeft laten zien dat zijn weg de enige weg is die de dood overwint.

Wat een vrijheid, daarom zingen we alleluja, verlossing uit de boeien van de wereld die ons gevangen wil houden in het idee dat we aan haar eisen moeten beantwoorden, want anders falen we. Bevrijding uit een wereld die ons faalangst inprent, zodat we doen wat de wereld van ons verwacht. Deze nacht verrijzen we mee met Hem die de dood heeft overwonnen, die ons vrijmaakt, die ons verlost en redt. Amen. Alleluia. Zalig Pasen.

6e Zondag van de Veertigdagentijd - Palm- en Passiezondag

Zondag 10 april 2022, 11:00u

Celebrant: plebaan M. Hagen

Met de viering van Palm- en Passiezondag begint de Goede week. We horen vandaag het Evangelie van de feestelijke intocht in Jeruzalem en het Evangelie van het lijden en sterven van Christus. “Hosanna” en “Kruisig Hem” staan dicht bij elkaar.

Het geluid bij de livestream is op dit moment erg slecht. Ondanks meerdere pogingen is het probleem nog niet opgelost. Wij werken hard aan het oplossen ervan en vragen hiervoor uw geduld. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 50, 4-7
  • Tussenzang: Psalm 22 (21), 8-9, 17-18a, 19-20, 23-24
  • Tweede lezing: Filippenzen 2, 6-11
  • Vers voor het Evangelie: Filippenzen 2, 8-9
  • Evangelie: Lucas 22, 14-71 + 23, 1-56

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Als u bij de avondplechtigheden van komende Goede Vrijdag kunt zijn, dan hoort u deze week twee keer het lijdensverhaal. Vandaag op Palmzondag van het lijden van de Heer hoort u het passieverhaal volgens Lucas. Aanstaande vrijdag het passieverhaal volgens Johannes.

U begrijpt dat het in grote lijnen dezelfde gebeurtenis is, toch legt Johannes de nadruk op andere dingen. In het Evangelie volgens Johannes is Jezus Heer en Meester van de hele situatie. Hij gaat bewust door lijden en sterven heen. Zijn neergang is tegelijkertijd zijn verheffing. Dat begint al in de Hof van Olijven als de soldaten terugdeinzen en op de grond vallen. Bij Johannes draagt Jezus Zelf het kruis en zijn kruiswoorden zijn gericht tot zijn moeder en zijn leerling.

Vandaag Bij Lucas vind je andere kruiswoorden. We hoorden een gesprek tussen twee moordenaars, de ene links en de andere rechts van Jezus. De ene moordenaar zegt tegen Jezus: “Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.” De ander zegt: “Heb zelfs jij geen vrees voor God terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? En wij ondergaan dat vonnis terecht, want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.”

Bij Lucas ligt de nadruk op de houding van Jezus tegenover de zondaar die berouw heeft. Tegen hem zegt Jezus: “Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”

De apostel Paulus zegt dat we allemaal zondaars zijn. Maar er zijn verschillen. Er zijn globaal twee soorten zondaars. De ene zondaar weet dat hij of zij zondaar is en erkent dat. Maar het lukt niet om er los van te komen, ook al willen ze dat diep in hun hart wel. De andere soort zondaar negeert zijn of haar eigen zonden en wil alleen onder de straf uitkomen.

De afgelopen zondagen konden we horen dat Jezus zei: Ik ben gekomen om te redden wat verloren was. De jongste zoon in de parabel was dood, maar nu leeft hij weer. Jezus ging het huis binnen van Zacheüs en deze tollenaar weer tot leven. De vrouw die ze wilden stenigen kreeg vergeving en mocht leven.

Toch zullen zij allemaal eens moeten sterven. Het aardse leven is eindig en vergeleken met de eeuwigheid maar kort. Dat het uiteindelijk om het andere leven gaat, klinkt door in het antwoord van Jezus aan de moordenaar die berouw had.

Die woorden bieden troost en hoop. Jezus noemt zichzelf de dokter die niet gekomen is voor de gezonden maar voor de zieken. De zondaars zijn voor Hem de zieken die Hem als dokter nodig hebben. Wie dus zijn of haar schuld erkent en daarmee naar deze dokter Jezus gaat, vindt genezing voor de ziel en die krijgt uiteindelijk op het moment van sterven ook dit antwoord: “Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs.” Amen.

5e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 3 april 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Jezus wil redden wat verloren dreigt te gaan. Hij weet een vrouw te redden van de dood door steniging. Zo biedt Hij ook ieder van ons een nieuw begin, juist nu in deze veertigdagentijd.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 43, 16-21
  • Tussenzang: Psalm 126 (125) 1 -2ab, 2cd-3, 4-5, 6
  • Tweede lezing: Filippenzen 3, 8-14
  • Vers voor het Evangelie: Ezechiël 33, 11
  • Evangelie: Johannes 8, 1-11

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Verleden week hadden we de beroemde parabel van de verloren zoon. Maar het Evangelie van vandaag is minstens zo beroemd. De overeenkomst met verleden week is opnieuw de barmhartigheid. Gods barmhartigheid overstijgt onze menselijke ideeën over rechtvaardigheid.

Jezus zit daar zoals leraren in de tempel zitten. Hij geeft onderricht. Maar als de schriftgeleerden en Farizeeën bij Hem komen spreken ze Hem eigenlijk niet aan als leraar, maar als rechter. Ze zeggen: “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef”.

U hoeft niet veel voorstellingsvermogen te hebben om te snappen wat voor toestand dat was. Maar vreemd. Bij overspel zijn er toch minstens twee? Waar is dan die man? Hoeft die man die met haar overspel bedreef niet voor de rechter te verschijnen? En hebben ze deze vrouw ook gehoord? Heeft zij zich mogen verdedigen? Heeft zij de kans gekregen haar versie van het verhaal te vertellen? In onze tijd van MeToo is dat hoogst actueel. Het lijkt er in dit geval niet op. Je krijgt de indruk dat ze dat ook niet nodig vinden, want het staat zo in de wet. Mozes heeft ons bevolen zulke vrouwen te stenigen. De doodstraf dus. Wat valt daar tegen te verdedigen of uit te leggen?

Jezus zegt niet: “Ach, het valt wel mee.” Of: “Zo erg is deze zonde niet.” Jezus zwijgt en dan buigt Hij zich voorover vanuit zijn stoel en schrijft met zijn vinger op de grond. Waar kennen we dat gebaar van? Ooit verklaarde Daniël aan koning Belsassar, die een schrijvende hand op de muur had gezien, wat daar geschreven was: “Mene, tekel, ufarsin”. Je dagen zijn geteld. Je bent te licht bevonden. Je koninkrijk wordt ingenomen. En kijk je bij de profeet Jeremia, dan lees je daar: “Allen die U verloochenen, staan beschaamd; die zich van U afkeren, worden in de aarde geschreven, want de Heer hebben zij verlaten, de bron van levend water” (Jeremia 17, 13).

Schrijft Jezus nu deze woorden van Daniël of van Jeremia in de aarde? Of schrijft Hij dat wat Hij gaat zeggen: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen”.

Het is allemaal mogelijk. De schriftgeleerden en Farizeeën worden te licht bevonden want veertig jaar later, in het jaar 70, wordt Jerusalem ingenomen en inclusief de tempel verwoest. Wat schreef Jezus? We weten het niet precies. Maar de schriftgeleerden en Farizeeën die deze vrouw voor Hem hadden gebracht, begrepen het wel en verstonden wat Hij zei. Zij dropen af.

Maar die vrouw. Het gaat om overspel, ze is dus getrouwd en ze is fout. Of is ze in de val gelokt, zoals ze Jezus in de val wilden lokken? In ieder geval staat zij daar nu heel alleen voor Jezus. Jezus bukte zich eerst voorover van zijn stoel. Maar nu richt Hij zich op. Er ontstaat een gesprek. Voor het eerst horen we nu de vrouw. Jezus zegt: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld ?” Zij antwoordde: “Niemand, Heer.”

Maar de slotzin is hierin nog het belangrijkst: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” Jezus geeft haar nieuw leven, Hij redt haar van de dood. Heel letterlijk, ze wordt niet gestenigd. Hij redt ook haar ziel, ze ontvangt vergeving. Maar die nieuwe kans, dat nieuwe leven is niet eenvoudig. Het overspel was in zekere zin eenvoudiger. Een escape uit haar situatie. Een vlucht in woorden en liefkozingen van een minnaar. Maar nu moet ze terug naar haar man. Ze moet opnieuw beginnen. Hoe zal haar man hier tegenover staan? Kent hij haar? Begrijpt Hij haar? Heeft hij zichzelf misschien ook iets te verwijten, of niet? Is hij zonder zonden? Is hij bereid tot vergeving en verzoening? En zal de buurt er ook zo over denken, of hadden de buren het allang door? Had deze vrouw zelf een houding aangenomen van het interesseert me niet meer wat ze denken? Wat er ook op de achtergrond heeft gespeeld, het doet er eigenlijk niet meer toe. Deze vrouw was op een haar na dood en mag nu leven, zoals verleden week de jongste zoon die dood was en weer leefde.

Jezus zegt: “Ga heen en zondig van nu af niet meer.” Kan deze vrouw dat beloven? Wanneer God je een nieuwe kans geeft, wordt het er op zich niet gemakkelijker op. De wereld wijst ons de makkelijke wegen, Jezus wijst ons de weg ten leven. Deze vrouw beseft dat ze heel dicht bij de dood stond. Het had op een steniging uit kunnen draaien. En dat dit werkelijkheid is weten we omdat de diaken Stefanus gestenigd werd, maar ook de apostel Paulus werd gestenigd. Wanneer de dood zo dichtbij is gekomen, krijgt de nieuwe kans plotseling een heel nieuwe dimensie.

Kent u de oefening van berouw nog. Er is een nieuwe vertaling en die eindigt zo: Het is mijn vaste voornemen, mij met de hulp van uw genade te bekeren, niet meer te zondigen en te vermijden wat tot zonde kan leiden. Heer, wees mij genadig, omwille van het lijden van onze Verlosser, Jezus Christus. Die zin:

“niet meer te zondigen”, komt uit dit evangelie. De Kerk heeft daaraan toegevoegd: “… en te vermijden wat tot zonde kan leiden”. Dat is belangrijk. Het Nederlands gezegde luidt: je moet de kat niet op het spek binden. Ben je gevoelig voor alcoholverslaving, ga dan niet boven een slijterij of een café wonen.

Het is de vijfde week van de veertigdagentijd. We oefenen ons in het vermijden wat tot zonde kan leiden, een gezonde soberheid en onthechting om vrij te worden, op weg naar Pasen, het feest van de verrijzenis. Amen.

4e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 27 maart 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Vandaag horen we de beroemde parabel van de verloren zoon. Wie van ons moet niet erkennen soms afgedwaald te zijn, weg van de Vader? Wie dat erkent wordt door de Goede Herder welkom geheten in Gods huis.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jozua 5, 9a.10-12
  • Tussenzang: Psalm 34 (33) 2-3, 4-5, 6-7
  • Tweede lezing: 2 Korinte 5,17-21
  • Vers voor het Evangelie: Lucas 15,18
  • Evangelie: Lucas 15,1-3.11-32

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

U kent de gelijkenissen waarbij Jezus zegt: “Het Rijk der hemelen gelijkt op ...” “een schat, verborgen in een akker”, of “een mosterdzaadje”, of “ Het Rijk der hemelen gelijkt op een koopman, op zoek naar mooie parels”. Maar vandaag een gelijkenis waarbij Jezus niet vooraf zegt dat deze gaat over het Rijk der hemelen. Je moet daarom eerst kijken wat aan deze gelijkenis vooraf gaat. Daar staat eerst de gelijkenis over het verloren schaap. Dat eindigt met: “Zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben”. Dan volgt de vrouw die een muntstuk kwijt is. Daar eindigt Jezus met: “Zo, zeg ik u, is er vreugde bij de engelen van God over een zondaar die zich bekeert.”

Die twee korte gelijkenissen zou je kunnen zien als een inleiding op deze lange gelijkenis van de verloren zoon en de barmhartige vader. Het gaat hierbij dus om vreugde in het Rijk Gods wanneer een zondaar zich bekeert. Zo’n gelijkenis is bedoeld als een spiegel. Herken ik iets of iemand in dit verhaal. Wie is die jongste zoon? Ben ik dat? Wie is die oudste zoon? Ben ik dat? Wie is die vader? Ben ik dat? En dat huis van de vader dat hij verlaat, en dat land waar de jongste zoon een losbandig leven leidt, is dat hier, is dat mijn leven?

De kracht van een gelijkenis is natuurlijk dat je hem op meer situaties en tijden kunt toepassen. In dit geval is de eerste interpretatie duidelijk, Jezus spreekt tot Farizeeën en schriftgeleerden. Dat is overigens niet zonder risico dat Hij dat doet. Iets verderop bij Lucas lezen we na een gelijkenis: “De schriftgeleerden en de hogepriesters zochten op dat ogenblik de hand op Hem te leggen, want ze begrepen dat de gelijkenis die Hij vertelde op henzelf sloeg, maar ze waren bang voor het volk” (Lucas 20, 19).

De gelijkenis van de verloren zoon is ook wel toegepast op Israël en de heidenen. De heidenen als de verloren zoon en Israël als de oudste zoon. De gelijkenis is ook wel toegepast op iemand die zich aan het eind van zijn leven bekeert en bij God genade vindt. Maar hoe je het ook toepast, er wringt altijd iets bij ons. Het roept al snel een gevoel van onrechtvaardigheid op. De een heeft een leuk leven geleid en liet de problemen door anderen opknappen, maar wordt toch met open armen en feest ontvangen.

Kent u de gelijkenis van de werkers van het eerste uur en die van het laatste uur. De laatste hadden de hele dag staan te wachten op werk. Zij kregen op de valreep toch nog één uur werk; maar ze ontvingen een vol dagloon, net zoveel als de anderen die de hele dag hadden staan ploeteren. Ook bij die gelijkenis bekruipt je al snel een gevoel van onrechtvaardigheid.

En een heel andere situatie, dat is geen parabel, maar bij Marta en Maria kan dat gevoel ook opkomen. Maria zit lekker te luisteren naar Jezus terwijl Marta druk rondloopt om iedereen te bedienen. Als Marta daar iets van zegt, trekt Jezus partij voor Maria. Ook dat kan een gevoel van onrechtvaardigheid geven.

De hemelse rechtvaardigheid is de rechtvaardigheid van de liefde die de juridische rechtvaardigheid overstijgt. Het is de rechtvaardigheid van Gods barmhartigheid die onze menselijke rechtvaardigheid ver overstijgt.

Er is in dit verhaal nog een derde zoon, die eigenlijk de eerste zoon is. Die Zoon is Jezus zelf. Jezus staat voor de liefde van de Vader, Hij is Zelf de Goede Herder die op zoek gaat naar het verloren schaap. Jezus kent de vreugde als iemand zich bekeert. Zo zei Jezus toen Zacheüs hem ontving en zijn leven veranderde: “Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was” (Lucas 19, 9-10).

Er is een oorlog aan de rand van Europa. Als president Poetin, zo verstandig is de oorlog te stoppen en zich terug te trekken, krijgen we een nieuwe fase. Die is ingewikkeld. Laat je hem wegkomen met winst? Blijf je gas kopen? Ga je de overige handel weer herstellen? Ga je de geldstroom weer op gang brengen? Doen we dat dan uit menslievendheid voor de Russische bevolking of vanwege onze eigen economie. En hoe doen we het met Oekraïne? Hoe lang blijven we gastvrij voor de vluchtelingen? Zijn we bereid een recessie te dragen om hen hier langer op te kunnen vangen? Allerlei vragen zullen opkomen.

In de Tweede Wereldoorlog hebben de Nazi’s de oorlog verloren. Duitsland was bankroet en gebombardeerd. De Marshallhulp heeft het land er weer bovenop geholpen en Duitsland is nu de grootste economie van Europa. Toen is de gedachte gegroeid voor Europese samenwerking, met wederzijdse afhankelijkheid en betrokkenheid, met een gezamenlijke defensie. Dat zou een goede waarborg zijn om oorlog te voorkomen. Maar …, zo schreef Paus Franciscus afgelopen vrijdag in de Akte van toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria: “Wij hebben de verbintenissen die wij als gemeenschap van naties zijn aangegaan, veronachtzaamd. Wij hebben de vredesdromen van de volkeren en de hoop van de jongeren verraden. Wij werden ziek van hebzucht, wij dachten alleen aan onze eigen naties en hun belangen, wij werden onverschillig en verstrikt in onze zelfzuchtige behoeften en zorgen”.

Jezus nodigt ieder van ons uit een houding van onzelfzuchtige liefde en barmhartigheid aan te nemen, niet benepen en jaloers te zijn, maar vreugde te ervaren wanneer anderen de weg naar God en elkaar terugvinden. Amen.

3e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 20 maart 2022

Celebrant: pater M.R. Hoogland

In deze Eucharistieviering zijn we getuigen van Mozes die God ontmoet. We horen de apostel Paulus die zegt: Wie meent te staan moet oppassen dat hij niet valt. Zo roept ook Jezus ons op tot bekering opdat ons leven vrucht draagt.

Lezingen

  • Eerste lezing: Exodus 3,1-8a.13-15
  • Tussenzang: Psalm 103 (102) 1-2, 3-4, 6-7, 8 en 11
  • Tweede lezing: 1 Korinte 10, 1-6. 10-12
  • Vers voor het Evangelie: Matteüs 4, 17
  • Evangelie: Lucas 13,1-9

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pater Hoogland zijn eigen preek voorgedragen.

Waar houdt u deze dagen bezig? Oekraïne? Laten de beelden u niet los. Mij in ieder geval niet. Of zijn er problemen in de familie, bij vrienden, kennissen collega’s of medeparochianen? Wat betekent de laatste verkiezingsuitslag? Maakt u zich misschien zorgen om de Kerk, hoe houden al die miljoenen vervolgde christenen stand? Bent u bezorgd over de natuurrampen wat gaat deze zomer doen met de hitte? Of gaan u gedachten uit naar andere zaken? Houdt het klimaat u bezig? De nieuwszenders overladen ons met talloze onderwerpen, zijn al die geluiden en tegengeluiden waar of niet waar, is het nieuws of nep-nieuws? Wat houdt u bezig?

Er is veel ellende in de wereld. Soms roepen mensen daarom dat er dus geen God kan bestaan, want een goede en almachtige god zou dat allemaal wel voorkomen. Dit soort uitroepen zijn minder verstandig dan ze lijken. Het enige wat met zo’n opmerking duidelijk wordt is wat zij van God verwachten. Deze mensen schaffen een god af zoals zij zich die god voorstellen. Is het de schuld van God dat deze oorlog in Oekraïne woest? Of heeft dat toch vooral te maken met het verlangen naar macht die mensen hiertoe drijft. De eigenlijke vraag is daarom: Wie is God en hoe is God?

Hoe zou het Joodse volk over God gedacht hebben, na vierhonderd jaar verblijf in Egypte? Na eeuwen onderdrukking en slavernij, de moord op de jongetjes en het tweederangs leven? Zij zeiden niet: God bestaat niet. Zij stuurden hun jammerklachten juist naar boven, schreeuwden naar God zodat Hij het wel moest horen, riepen zijn hulp in, hielden niet op tot Hij hen zou verhoren. En dat gebeurde ook. Alleen gaat het altijd anders dan mensen vaak denken.

Wat voor redding hadden de Joden verwacht? Een goddelijk ingrijpen? Omkering van de macht, dat zij de machtigen werden en de Egyptenaren hun slaven? Dachten zij terug aan de verhalen over Jozef die onderkoning was geworden, de tijd dat zij privileges hadden en beschermd werden? Verlangden zij naar een vertrek, weg uit Egypte, op weg naar een eigen land, die herinnering was nog ouder dan de verhalen over Jozef. Als God je vrijmaakt, wat kost je dat dan? Ben je bereid die prijs voor de vrijheid te betalen?

God roept Mozes, in de woestijn. De geleerde en bekwame Mozes, opgevoed aan het Egyptische hof met alle deskundigheid van zijn tijd. Maar denken alleen doet hem God niet kennen. Je leert God slechts kennen als Hij zich aan je openbaart. De wetenschapper Mozes onderzoekt een vreemd verschijnsel. Een struik die brandt en niet verbrandt. Tijdens zijn onderzoek klinkt een Stem. Hoe klonk die Stem? In zijn oren, in zijn geest, in zijn hart? Hij hoort zijn naam: “Mozes.” Heel persoonlijk, zo persoonlijk dat hij zegt: “Hier ben ik”. Deze oproep klinkt nog iedere keer wanneer een diaken, priester of bisschop gewijd wordt. “Doe je schoenen uit, dit is heilige grond”. “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”

God leer je pas kennen als je Hem ontmoet, als Hij je noemt bij je naam, als Hij je duidelijk maakt dat Hij de God is van heel de geschiedenis, van je voorouders, van verleden, heden en toekomst.

“Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte.” “Ik daal af” zegt God. Zou het dan toch gebeuren? God komt, Hij daalt af, Hij grijpt in. Maar dan gaat God verder: “Ik heb ook gezien hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken. Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao. Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden”.

Als God afdaalt, komt Hij om ons te redden. Maar hoe doet Hij dat? Als God ingrijpt, stuurt Hij zijn gezant. God grijpt in door Mozes te zenden. God brengt verlossing door zijn gezant, steeds weer. Of dit Mozes is of Elia, of David, of een van de andere profeten. God grijpt in door zijn gezant te zenden. Roeping en zending maken deel uit van Gods reddende handelen in de geschiedenis. Het hoogtepunt daarin is Jezus. Jezus is een gezant, een gezondene, iemand met een zending. Jezus is tegelijk ook letterlijk God die afdaalt om zijn volk te bezoeken en hen te redden uit de verdrukking. Zijn naam betekent: Redding.

In onze tijd willen mensen soms een vadertje-staat-god, een multinational-god, een supercomputer-god, een god die alles naar onze wens bestuurt, die onze problemen oplost en ons een luilekkerleven bezorgt. Maar die god bestaat niet. Zo’n god is een afgod. Die scheppen we zelf, met alle desastreuze gevolgen van dien. Jezus waarschuwt zijn tijdgenoten dat redding alleen optreedt door bekering, jijzelf moet je bekeren.

De parabel van de vijgenboom die geen vrucht droeg was een verwijzing naar het Israël van zijn tijd. Gods Volk droeg geen vruchten van eerbied voor God en van naastenliefde. Veertig jaar later is Jeruzalem verwoest, de vijgenboom werd uiteindelijk toch omgehakt. Zij hadden de tijd niet erkend dat God genadig op hen had neergezien; dat God was afgedaald en was gekomen in zijn Zoon, zijn ultieme gezant. Wil je deel krijgen aan de redding die God biedt, dan is er maar één weg: Luisteren naar zijn Zoon en dat betekent voor onze tijd ook luisteren naar zijn Kerk. Want zo maakt Hij je los uit de greep van de huidige Farao’s. Maar dat kost je wel wat. Bekering betekent dat je daartoe bereid bent en dat je de stappen zet die nodig zijn om Hem te volgen. Amen.

2e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 13 maart 2022

Celebrant: pastoor R. Gouw

Vandaag voelen de leerlingen zich op de berg even in de hemel. Daar is het goed. Maar op aarde is het nog niet veranderd, daar moeten ze aan de slag. Dit geldt ook voor ons. In deze Eucharistieviering vragen we God om kracht en inspiratie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Genesis 15, 5-12.17-18
  • Tussenzang: Psalm 27 (26) 1, 7-8a, 8b-9abc, 13-14
  • Tweede lezing: Filippenzen 3, 17-4, 1 of 3, 20-4.1
  • Vers voor het Evangelie: Vanuit een schitterende wolk ...
  • Evangelie: Lucas 9, 28b-36

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

We leefden met ons hoofd in de wolken, na de Tweede Wereldoorlog riepen we: “Dat nooit meer”. Maar daar dacht het Communisme van de Sovjet Unie anders over. We hebben een koude oorlog gehad met constante dreiging van een kernoorlog. Maar ondertussen liepen we gaandeweg toch steeds meer met ons hoofd in de wolken, de economie groeide, de techniek ontwikkelde zich razendsnel, gezondheidszorg werd beter, er kwam meer luxe, we konden gaan reizen, trein, auto, vliegtuig, we konden contact houden, telegraaf, telefoon, mobieltje. We konden uitgaan, dansen, feesten, een nieuwe wereld … we liepen met ons hoofd in de wolken.

Daar moest ik aan denken met het Evangelie van vandaag. De apostelen zijn ook even in de wolken. Maar de wolk op de berg bij de apostelen is anders dan de wolken van welvaart en luxe waar wij in liepen. De wolk op de berg is een wolk die ons uit die andere wolken weghaalt. Uit die wolk klinkt Gods stem. De wolkennevel van de wereld houdt ons gevangen in een roes en verhindert een heldere kijk op de dingen. In de wolk van God klinkt Gods stem die ons verlost en vrijmaakt uit de roes van de wereld.

Maar daaraan vooraf was een moment dat Petrus op een andere manier in de wolken was, een stralende Jezus, twee groten uit de geschiedenis, Mozes en Elia, de grote mannen van de Wet en de profeten. Laten we hier drie tenten bouwen, roept Petrus, “maar hij wist niet wat hij zei”. Ze zijn daar niet om hun tent op te slaan, maar om een nieuwe blik te krijgen, om opnieuw te leren luisteren, om te ontdekken wie Jezus is. Ze zijn daar niet om Jezus tussen Mozes en Elia te zien, met ieder een eigen tent. Die twee verdwijnen meteen naar de achtergrond als de stem van de Vader klinkt. Mozes en Elis verdwijnen. De Vader zegt: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.” Terwijl de stem weerklonk bemerkten zij dat Jezus alleen was.

Dit gebeurde bovenop de berg. De volgende dag dalen ze van de berg af en staan meteen in een probleem. De wereld is niet veranderd. Een vader met een zoon met een ernstige vorm van epilepsie en nog andere problemen, heeft de hulp van de leerlingen gevraagd. Maar zij slagen er niet in de jongen te genezen. Het is de rauwe werkelijkheid. Het lukt ons als kerk niet om deze wereld werkelijk ten goede te keren. We slagen er amper in om onze eigen Kerk zuiver en gezond te houden. Nu Jezus er is, kunnen ze een beroep doen op Hem. Dan lukt het wel. “Jezus gaf een streng bevel aan de onreine geest, genas de jongen en gaf hem aan zijn vader terug”.

Langzaam aan zijn we ons bewust geworden van het probleem van de klimaatverandering. Maar we hebben veel te lang geaarzeld, getwijfeld, maatregelen uitgesteld. De onderzoeken waren allang duidelijk, maar het ging geld kosten, dus toch maar geen maatregelen. Totdat we werkelijk geen kant meer op konden, maar de schade als gevolg van de klimaatverandering is ook steeds groter geworden.

We hebben de Q-koorts gehad en allerlei andere virussen die uit de dierenwereld in de mensenwereld binnenkomen. Er waren al meerdere wetenschappelijke rapporten die waarschuwden voor een pandemie als we zo zouden doorgaan. Maar maatregelen werden niet genomen, die kosten geld. Totdat de Corona-pandemie uitbrak die ons nog veel en veel meer geld en mensenlevens heeft gekost en nog niet over is.

We wilden graag goedkoop gas en steenkool en hout, en vrije handel en geld verdienen. We wisten dat Poetin niet terugschrikt om geweld toe te passen. Toen acht jaar geleden Rusland de Krim annexeerde, terwijl er vier keer zoveel Oekraïeners wonen dan Russen, werd er weinig ondernomen en bleven we economisch uiteindelijk toch wel vriendjes met Poetin, want we wilden goedkoop gas en kolen en hout en andere producten. We spekten zo de oorlogskas van Poetin steeds meer en hielden hem in het zadel.

Hier in de kerk is een andere wolk, niet de wolk van de wereld die verblindt en in een roes houdt, maar de wolk van Gods Woord, Gods sacramenten, een wolk die je de oren en de ogen opent, zodat we ontdekken wie Jezus is, zodat we naar hem luisteren, zodat we zien wat Hij doet en hem volgen.

Hier in de Eucharistie mogen we even met ons hoofd in de wolken zijn, maar dan in wel de goede wolk, niet de verdovende wolk van de wereld. Daarna dalen we van de berg af en komen weer terug in de wereld, maar dan samen met Christus. Als Hij in ons midden is, als we luisteren naar zijn Woord, als we doen wat Hij zegt, als we Hem navolgen in zijn wijsheid, zijn goedheid en zijn liefde, als we hem vragen om zijn Geestkracht die ook verrijzeniskracht is, dan durven we het aan om sober te leven, om niet terug te vallen in de roes van welvaart en luxe, van verdienen en feesten. Dan krijgen we weer oog voor onze naasten, vluchtelingen, niet alleen uit Oekraïne, maar ook uit Afrika, Syrië en zoveel andere gebieden waar mensen niet in vrede kunnen leven.

We zijn op de tweede zondag van de veertigdagentijd. We hebben nog wat weken te gaan op weg naar de Goede Week. We zullen in de liturgie Jezus volgen vanaf Witte Donderdag met het Laatste Avondmaal naar Goede Vrijdag, zijn kruisdood en dan naar Pasen, zijn verrijzenis. Die weg mag ons helpen ook in het dagelijks leven hem te volgen en mensen te dienen die nu ook een kruisweg meemaken zodat zij en ook wij komen tot verrijzenis. Amen.

1e Zondag van de Veertigdagentijd - Gezinsviering

Zondag 6 maart 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd zien we hoe Jezus ons voorgaat met zijn veertig dagen in de woestijn. Hij overwint de bekoringen en wijst ons de weg de bekoringen van deze tijd te overwinnen. In de Eucharistie ontvangen we voedsel voor onze veertigdagentocht.

Lezingen

  • Eerste lezing: Deuteronomium 26, 4-10
  • Tussenzang: Psalm 91 (90) 1-2, 10-11, 12-13, 14-15
  • Tweede lezing: Romeinen 10, 8-13
  • Vers voor het Evangelie: Matteüs 4, 4b
  • Evangelie: Lucas 4, 1-13

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

Soms lijkt het erop dat Jezus de problemen opzoekt. Zijn tocht naar Jerusalem zal een confrontatie worden met de religieuze leiders van zijn tijd. Zijn scherpe woorden gericht aan Farizeeën en Schriftgeleerden vragen om problemen. Maar ook vandaag. Hij trekt de woestijn in en we lezen daarbij: “Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld”. Jezus kiest niet de makkelijke weg. Maar er staat duidelijk: “Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd”. Meteen na de doop door Johannes de Doper, als de Geest op Hem blijft rusten, stuurt dezelfde Geest Hem de woestijn in. Jezus maakt in veertig dagen de woestijntocht van het Joodse Volk van veertig jaar mee. Zij hadden gebrek aan gewoon brood en kwamen in opstand. Jezus eet niet, Hij vast. Het Joodse Volk werd bekoord om afgoden te dienen en maakten een gouden kalf. Jezus wijst de duivel met al zijn verleidingen af. Het volk in de woestijn stelde God op de proef en eiste vlees in de woestijn. Jezus weigert God op de proef te stellen.

Zo maakt Jezus de woestijnbekoringen door, Hij overwint ze stuk voor stuk en zoals de rest van het Volk dat na veertig jaar was overgebleven eindelijk het Beloofde Land binnen trok, zo keert Jezus in de kracht van de Geest terug naar Galilea, daar begint zijn verkondiging; nu is het Rijk Gods werkelijk nabij. Hij zal ieder die Hem wil volgen het definitieve Beloofde Land binnenleiden.

Drie bekoringen maakt Jezus mee, daar in de woestijn. Drie is een heiig getal, een symbolisch getal, het duidt op de volheid. Jezus heeft daar de volheid van de bekoringen doorgemaakt.

Honger, daar begint het mee. Niet meteen, maar aan het einde, als de vasten al een hele tijd heeft geduurd. Jezus is zich bewust van zijn krachten, Hij is zich bewust van zijn bijzondere relatie met de Vader, met God de Schepper. Ja hij kan tegen de steen zeggen om brood te worden. Maar het gaat niet alleen om brood, het gaat om alle behoeften van het lichaam. Uiteindelijk zal Hij zijn Lichaam tot Brood maken voor ons. Bekoring: Waar heb je trek in, waar heb je zin in, wat heb je nodig om je goed te voelen, waar verlang je heel erg naar? Gebruik je jouw kracht, jouw intelligentie, jouw invloed om dat te nemen? Denk aan Me-Too, denk aan The Voice en zoveel andere situaties, denk aan het misbruik in de politiek en binnen de Kerken. Pak je wat je pakken kan?

De tweede bekoring heeft met macht te maken. Voor welke macht kies je? De duivel zegt: “Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil”. Hier is de leugenaar aan het werk. Zoals hij loog tegen Eva, toen hij zei: “Je zult helemaal niet sterven”, zo liegt hij nu tegen Jezus: “Deze heerlijke gebieden zijn mij geschonken”. Ze zijn hem niet geschonken, hij neemt, vernielt, verkracht, bedriegt. En zij die daartoe bereid zijn zullen namens hem heersen. Niets wordt hem geschonken.

De derde bekoring is eigenmachtigheid, iets waar deze wereld met haar mythe van maakbaarheid bol van staat. De duivel wil Jezus verleiden het geloof, de Bijbel, Gods Woord te verdraaien en te interpreteren naar eigen willekeur en daarmee God voor het blok te zetten: “Werp je naar beneden. Je kent toch de Psalm: “Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen”.” Jezus doorziet het en herkent de poging God op de proef te stellen en Hij weigert. Hij is gekomen om de wil van de Vader te vervullen, niet om zijn eigen wil te doen en daarmee de Vader voor het blok te zetten.

Achter elke bekoring kan je een zee van omstandigheden zien, die op een of andere manier iets van deze bekoring weergeeft. Nu in deze tijd worden we door de oorlog in Oekraïne geconfronteerd met de zucht naar macht. We horen het regelmatig, de autocratie van Poetin tegenover de democratie van Europa. Maar het is ingewikkelder. Zowel in Rusland als in Europa begint de macht in de media. Poetin en consorten hebben dit goed begrepen. Ze hebben een compleet apparaat ingericht om de wereld van nepnieuws te voorzien, om cyberaanvallen te bewerken, om de verkiezingen en de politiek te beïnvloeden, te infiltreren via Facebook, Twitter, Instagram en waar nog meer. De strategie is de morele mentaliteit van de Europeanen omlaag halen, en Europa te verdelen en zwak te maken, tot het een makkelijke prooi is voor een Rusland dat zich de afgelopen decennia alleen maar meer heeft bewapend.

Maar ook in Europa gaat de strijd om de macht via de media. Wij hebben vrije media, maar dat betekent dat iedereen ook de grootste onzin kan verkopen. En ook de overheid kan besluiten sommige dingen niet te zeggen, of zo te buigen dat ze zelf buiten schot blijft. Dat hebben we gezien in de mediastrategie rond de coronapandemie. Dat alles wreekt zich steeds meer. Het idee in Europa is dat de media deel van het marktmechanisme is en dat de markt er wel voor zal zorgen dat de beste bovenkomt. Maar daar zit een grote denkfout. Het is hier beter dan in Rusland, veel beter zelfs, maar ook hier zijn we kwetsbaar voor een meningsvorming die over ons wordt uitgestort als de enige grote waarheid die iedere Europeaan moet aannemen.

De Veertigdagentijd nodigt ons uit om ons weer tot God te keren. Als Jezus op de berg van gedaante verandert, zegt de Vader uit de hemel: “Luistert naar Hem”. Op de bruiloft van Kana zegt zijn moeder tot de dienaren: “Doet wat Hij jullie zal zeggen.” En Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. De Veertigdagentijd mag een woestijntocht zijn, Hem achterna, om de Goede Weg te gaan, de waarheid te kennen en opnieuw tot Leven te komen. Amen.

Zevende Zondag door het Jaar

Zondag 20 februari 2022

Celebrant: pater M.R. Hoogland

Vandaag wijst Jezus ons de weg naar een beschaving van liefde, Gods Koninkrijk. Maar zijn we bereid die weg te gaan? In deze Eucharistieviering mogen we Hem vragen ons te hulp te komen.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Samuël 26, 2. 7-9. 12-13. 22-23
  • Tussenzang: Psalm 103 (102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13
  • Tweede lezing:1 Korinte 15, 45-49
  • Alleluja: Johannes 15, 15b
  • Evangelie: Lucas 6, 27-38

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal zal pastoor Hoogland zijn eigen preek voordragen.

Bent u een optimist, of bent u een pessimist? Sommige zeggen, ik ben een realist. Hoe kijkt u naar de wereld? Gaat het goed met de wereld? Hoe kijkt u naar de Kerk? Gaat het goed met de Kerk?

Het is natuurlijk maar net hoe je ergens naar kijkt, is het glas half vol of is het half leeg? Sommigen zullen zeggen dat het de goede kant opgaat, want de coronamaatregelen gaan grotendeels verdwijnen. Een ander kijkt naar de stormen van deze week en zegt, het gaat niet goed, want met de klimaatverandering zullen er vaker zulke en nog zwaardere stormen komen.

Hoe kijk je naar de wereld en hoe kijk je naar de Kerk? Sommigen zeggen dat het slecht gaat met de Kerk, want het kerkbezoek daalt nog steeds en het geloof neemt verder af. Anderen zeggen, het gaat goed met de Kerk wereldwijd. Eind 2019 waren er wereldwijd meer dan 1,34 miljard katholieken, wat nog steeds ongeveer 17,7% van de wereldbevolking is. Het betekende een toename van 16 miljoen katholieken ten opzichte van 2018. De toename bedroeg 1,12%, terwijl de wereldbevolking met 1,08% groeide. Dus er is groei. Het gaat goed met de Kerk.

Je kunt op veel manieren kijken, maar kijk je naar Europa, dan gaat het hier niet goed met de Kerk. Onze bisschop zei laatst: “We zijn niet voor de krimp gemaakt, maar voor de bloei”. Toch is er nog steeds krimp. Hoe komt dat? En waarom zijn er weer oorlogsdreigingen in de wereld aan de grenzen van Europa; hoe komt dat?

Vandaag horen we hoe Jezus ons het levensprogramma van een christen voorhoudt: “… bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen”.

In Europa hebben we de christelijke idealen omgeruild voor economische samenwerking en christelijke principes omgeruild voor de normen van de autonome mens. In 1996 schreef Geert Mak zijn boek: “Hoe God verdween uit Jorwerd”. Dat boek ging meer over de boeren en over het het dorp dan over God, maar in onze tijd zouden we een boek kunnen schrijven: “Hoe God verdween uit Europa.”

Maar we kunnen ook de vraag stellen of Europa zich ooit wel echt heeft bekeerd? Kijken we naar de vroege en late Middeleeuwen, hoe keizers zich bemoeiden met het geloof, uit politiek belang, hoe later katholieke hertogen en vorsten elkaar bestreden om een stukje grond of om de eer, dan had dat weinig of niets met een christelijke houding te maken.

Het is goed om de dingen te zien in een groter perspectief. Ook Israël had in het Oude Testament periodes van bloei in het geloof en periodes van afval. De periodes waarin ze God en Gods Wetten vergaten, waren steeds periodes van welvaart. Het lijkt er dan ook op dat wij mensen niet goed met welvaart om kunnen gaan. Het maakt ons arrogant en eigenwijs, we gaan ons als goden gedragen en willen geen verantwoordelijkheid aan God afleggen. We maken onze eigen wetten waarbij de laagste moraal het dikwijls wint. Dan wordt de vreemdeling een bedreiging van onze welvaart. Dan wordt een niet gepland kind in de moederschoot een vijand voor mijn vrijheid. Dan wordt ouderdom en aftakeling een ongewenst bijproduct van het leven. Maar zonder dat wij er erg in hebben worden juist wijzelf de vijand van de vreemdeling, worden wijzelf de vijand van het ongeboren kind en worden wij met onze ideeën een bedreiging voor de ouder wordende mens die er niet meer mag zijn.

Gaat het goed met de wereld of niet? Gaat het goed met de Kerk of niet? Misschien is deze vraag niet zo belangrijk. Het is duidelijk dat als we vooruit willen gaan, er maar één Weg is, en dat is de Weg van Christus. De enige Weg die toekomst biedt. Misschien hebben we te lang geleund op onze omgeving, hebben we teveel meegedacht met de samenleving in de veronderstelling dat de meerderheid toch wel gelijk zou hebben. Misschien hebben we ons ook wel laten leiden door ons verlangen naar welvaart, bezit en vrijheid.

Het Evangelie van vandaag is een leidraad voor het leven en tegelijk een spiegel, een gewetensonderzoek: “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. Geef aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort eis het niet terug.”

Hoe zou het zijn als wij allemaal dat zouden doen. Als we de houding van David zouden hebben die zijn vijand kan doden, maar dat niet doet. David laat de wraak aan God over, Gods wetten staan boven zijn politieke voordeel. Hoe zou het zijn als wij het woord van Paulus zouden waarmaken: “Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij. Houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient. En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd, en wat gij van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn (Filippenzen 4, 5-9). Hoe zou het zijn als wij doen wat Jezus ons in het Evangelie voorhoudt: “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen”? Doen we dat, dan gaat het goed met de Kerk en daarna ook met de wereld. Amen.

Zesde Zondag door het Jaar

Zondag 13 februari 2022

Celebrant: pastoor R. Gouw

Jezus prijs hen zalig die in de wereld niet in aanzien staan. Horen wij daarbij, kunnen we ons daarin herkennen? Dan zullen we met groter vreugde kunnen deelnemen aan de Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 17, 5-8
  • Tussenzang: Psalm 1, 1-2, 3, 4 en 6
  • Tweede lezing: 1 Korinte 15, 12. 16-20
  • Alleluja: Matteüs 11, 25
  • Evangelie: Lucas 6, 17. 20-26

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Gouw zijn eigen preek voorgedragen.

Ontbreekt er iets in uw leven? Is er iets waarvan u denkt: Ik wou dat ik daarin beter was? Waarom ben ik daar of daar niet goed in? Het kan van alles zijn. Je broer kan goed sleutelen, heeft gouden handen. Je zus kan heerlijk koken. Een ander is in staat het huis altijd pico bello in orde te houden. Weer een ander heeft een mooi figuur, die heeft werkelijk alles mee. U kent het gezegde: “buurmans gras is altijd groener”. Maar daartegenover staat: “ieder huisje heeft zijn kruisje”.

Ik moet hierbij denken aan de Ark-gemeenschappen. Daar leven en werken mensen met en zonder verstandelijke beperking samen. In deze gemeenschappen van “Geloof en Licht” beleven mensen met een verstandelijke beperking, hun families en anderen samen hun geloof. Een gedachte daarbij is dat iedere mens zijn of haar beperking heeft en kent. Samenleven met mensen met een verstandelijke beperking geeft nieuw zicht op je eigen kwetsbaarheid en innerlijke wonden.

Onze wereld is niet volmaakt, onze Kerk is niet volmaakt, u en ik en onze naasten, zijn niet volmaakt. Christelijke volmaaktheid betekent dat je met de onvolmaakte werkelijkheid van de ander en van jezelf kunt omgaan.

Jezus wijst daarin een spirituele weg. De spiritualiteit van de zaligsprekingen wijst ons een weg door ons onvolmaakte bestaan heen. Je kan, als je niet oppast, je verliezen in vragen hoe het komt dat de schepping, dat de mens en de samenleving, zoveel onvolmaaktheden heeft. Met die vraag kom je bij de verhalen zoals de Bijbel die geeft met de val van de eerste mens. Het is een gelovige poging om een antwoord te vinden op die vraag hoe het bestaat dat God de aarde heeft geschapen, met de dieren en de mens. En dat er toch zoveel fout gaat.

Jezus gaat niet in op die vraag hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Hij vindt de oude verhalen voldoende. Jezus wijs ons een weg om met die onvolmaakte werkelijkheid in onszelf en om ons heen, om te gaan.

“Zalig gij die arm zijt, … Zalig die nu honger lijdt, … Zalig die nu weent … Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks …

Ontbreekt er iets in je leven, heb je ADHD, Bordeline, autisme spectrum, Asperger, ben je werkloos, is er iets in je leven waardoor de wereld je meewarig aankijkt, vind je zelf dat je er niet bijhoort? Hoe kan je dan met de zaligsprekingen in gedachten daar anders mee omgaan?

Je moet erdoorheen. “Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods”. In de armoede ligt een kans je rijkdom bij God te vinden. Vind je die, dan heb je een rijkdom die de aarde niet kan geven en die bovendien blijft voorbij je dood in het eeuwige leven. Maar je moet erdoorheen.

Je verliest je man of je vrouw. Hoe ga je daarmee om? Je gezondheid wordt minder. Hoe ga je daarmee om? Op je werk loopt het niet goed en je moet inleveren. Hoe ga je daarmee om? Je bent een paar jaar getrouwd en er komt maar geen kind. Hoe ga je daarmee om?

Nu kan je zeggen: Ja, dat is makkelijk, die houding; met zo’n advies hoef je de ander niet te helpen, dan laat je hem zitten in zijn armoede en je zegt: “Maak er een mooie spirituele weg van”. Wie dat denkt of zegt, die kent Christus en de Kerk niet. Je hoeft het Evangelie maar op te slaan en je ziet hoe Jezus zich ontfermt over zieken, gebrekkigen, gehandicapten, mensen met een of andere beperking. Kijk je in de kerkgeschiedenis, dan zie je dat de Kerk vanaf het begin van haar bestaan al tweeduizend jaar lang een groot netwerk is van diaconie, van zorg voor zieken en hulp aan weduwen en wezen, vluchtelingen en mensen die het moeilijk hebben.

Maar ook als je wel hulp krijgt, kan het zijn dat je tegen je beperking blijft aanlopen. Je haalt eten bij de voedselbank, je hebt schuldsanering, thuis is alles tot op het soberste toe beperkt. Je gezondheid laat je in de steek. Kan je dan in zo’n situatie naar de zaligsprekingen luisteren zonder bitterheid, zonder opstandigheid, zonder dat de onrechtvaardigheid van deze wereld je naar de keel grijpt?

Jezus leert ons nooit iets dat Hij niet zelf voordoet. Hij zegt niet louter mooie woorden, hij is een geestelijk leidsman die zelf de weg van de armoede gaat, die door de gezagsdragers wordt uitgestoten, die weent bij het graf van Lazarus en die weent over Jeruzalem. Jezus maakt de doodsangst door in de Hof van Olijven en sterft aan het kruis. Wanneer we dat voor ogen houden, krijgen de woorden van de zaligsprekingen nog meer kracht.

De Kerk is mensen praktisch nabij. Maar in het oplossen van de problemen alleen ligt onze toekomst niet. Pas als we de problemen oppakken naar de geest van Jezus, worden ze een weg tot volmaaktheid, geestelijke en gelovige volwassenheid, rijpheid, mildheid, zachtheid en kracht tegelijk. Amen.

Vijfde Zondag door het Jaar

Zondag 6 februari 2022

Celebrant: Mgr. Van den Hende

Vandaag zijn we in het Evangelie getuigen van een wonderbare visvangst. Maar er gebeurt meer dan dat. Het Woord van Jezus heeft een bijzondere kracht, ook in ons leven. Dat mogen we vieren in deze Eucharistie.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 6,1-2a.3-8
  • Tussenzang: Psalm 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8
  • Tweede lezing: 1 Kor. 15, 1-11 of 15, 3-8. 11
  • Alleluja: Johannes 8, 72
  • Evangelie: Lucas 5, 1-11

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Bisschop J.H. van den Hende

Broeders en zusters,

Drie schriftlezingen en in elke lezing is er iemand die ontzettend negatief over zichzelf is. In de eerste lezing is het Jeremia die zegt: “Ik ben een onrein mens met onreine lippen en ik leef temidden van een onrein volk”. In de tweede lezing Paulus die zegt: “Ik ben de misgeboorte, de laagste de kleinste van allen”. En in het Evangelie zegt Petrus tegen Jezus: “Ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”. Drie keer een negatief zelfbeeld, zou je kunnen zeggen. Drie keer een negatieve conclusie over de eigen persoon: onreine lippen, een misgeboorte, een zondaar. En toch, broeders en zusters, en dat is verheugend, trekt God zich niet terug. Hij zegt niet tegen Jeremia: “Als ik dat geweten had, was Ik niet langsgekomen”. En Hij zegt niet tegen Paulus: “O, maar dan heb Ik jou niet nodig”. En Hij zegt evenmin tegen Petrus: “Dan zoek Ik iemand anders”.

Broeders en zusters, wat is het geweldig dat God niet gelijk naar perfectie kijkt. Zo hebben wij ook nog een kans, zoals wij hier in de kerk zijn. Aan het begin van de viering hebben wij onze zonden beleden, we hebben ons klein gemaakt voor God, in het vertrouwen dat Hij niet wegkijkt, ons niet afschrijft en ons niet wegstuurt. Want de Heer is gekomen om zijn barmhartigheid te laten zien. Jezus zegt in het Evangelie: “Ik ben niet gekomen als een dokter voor gezonde mensen, maar om zieken te genezen”. Broeders en zusters, en zo durft Jeremia het aan en zegt hij: “Zend mij”, zodra de Heer hem vergeven heeft. En Paulus blijft niet stilstaan bij dat hij een misgeboorte is, die allerlei mensen heeft vervolgd en ter dood laten brengen. Hij gaat enorm gedreven te werk om het Evangelie te verkondigen. En Petrus, die zegt: “Blijf weg van mij”, blijkt uiteindelijk een echte visser van mensen te zijn. Want in het boek Handelingen is hij de eerste die maar liefst op één dag 3000 mensen voor Christus weet te winnen. Drie mensen, mensen zoals wij, die Gods barmhartigheid ondervinden; een profeet, de apostel Paulus en Petrus.

Broeders en zusters, dit is een grote bemoediging voor ons en het betekent ook dat we met de Heer op weg mogen gaan als er nog veel aan ons te verbeteren valt; dat we bij de Heer mogen aankomen ook als we onderuitgaan of tekortschieten. Want de Heer is erop uit om met zijn liefde ons sterker te maken. En misschien, broeders en zusters, is het nog wel het belangrijkst dat als je beseft dat je klein bent, als je beseft dat je tekortschiet, dat je dan juist ruimte in je hart hebt voor de Heer. Als mensen zeggen: “Nou, ik weet alles al, ik kan alles al, ik heb overal een tien voor gekregen”; met alle permissie, dat is een erg vol en overladen hart, daar kan niets meer bij. Zo’n hart is vol van zichzelf. Maar een hart dat zegt: “Heer, ik ben onrein, ik ben een misgeboorte, ik ben een zondaar”, in die harten kan de Heer ruimte krijgen voor zijn liefde en barmhartigheid. In die harten is het mogelijk om werkelijk ook met de hulp van de Heer te groeien in liefde, geloof en hoop.

En dat wordt ons vandaag toch maar mooi gezegd. En niet alleen dat, broeders en zusters, er wordt ons meer gezegd. Want als Jezus daar aan het meer de mensen heeft toegesproken en Hij in de boot, wat verder van de kust af zit te dobberen, waar de mensen Hem goed kunnen zien. Vraagt Hij daarna om nog eens een keer te gaan vissen. Dan moet u zich voorstellen; ze hebben de hele nacht gevist in laag water, daar kun je de netten goed sluiten en kun je de vissen bij je houden. Maar in diep water, zo heeft een visser mij verteld, is het veel moeilijker, want dan kunnen de vissen altijd ontsnappen omdat het diep genoeg is om onder de netten door te zwemmen. En juist dat vraagt Jezus: Vaar naar het diepe en gooi de netten uit. En wat zegt Petrus: “Wie is hier de visser? Dat ben ik, maar toch vertrouw ik op uw Woord en doe ik wat U mij gevraagd heeft”. En zo komt het bijzondere wonder tot stand, die enorme visvangst waarbij zelfs twee boten nodig zijn. De Heer stelt een teken van overvloed. Maar het is zo dat het voorafgegaan wordt door het vertrouwen van Petrus.

In onze tijd, broeders en zusters, hebben veel mensen het vertrouwen in hun geloof verloren. Veel mensen zoeken niet langer naar God, of denken: ik vul mijn dagen wel met leuke dingen die pijn verzachten en de ernstige vragen wat dempen. Maar, broeders en zusters, het is niet de bedoeling om oppervlakkig te leven of te schuilen als we denken: We doen het niet goed. Juist dan zegt de Heer: “Komt tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken”. En daarom is het goed dat u hier bent. En ik hoop de komende weken, nu het weer mag, dat meer mensen die stap zetten om weer te komen. En ik weet dat veel mensen luisteren en meebidden via de livestream. Ook dat is een mogelijkheid zolang het nog niet veilig is of u misschien nog zover niet kunt lopen, een goede gelegenheid om samen te komen om te vieren. En Hij wijst ons niet af, Hij moedigt ons aan.

Als Kerk, broeders en zusters, hebben wij ook een weg te volbrengen. Al lijken we kleiner te worden en zijn er veel mensen die als het ware aftellen; ‘hoe lang zullen ze er nog zijn, die gelovigen’, is het niet aan ons om de stekker eruit te trekken, maar vraagt de Heer van ons om moed te houden, zoals Petrus naar het diepe vaart en gaat vissen. En tegen alle verwachting in bereikt hij dat veel vis gevangen wordt en de netten bijna scheuren. Zouden wij ook niet dat vertrouwen moeten hebben in die weg zo in geloof met elkaar als Kerk? We zijn niet voor de krimp gemaakt, maar voor de bloei. En als we kleiner worden, dan moet het niet zijn uit angst of onverschilligheid en zeker niet uit het besef dat we zondige mensen zijn. Want de Heer vraagt juist om ons hart te vernieuwen, om zijn Kerk te vernieuwen, want Hij heeft geduld met ons.

Mogen wij in deze Eucharistie bidden dat wij trouw blijven aan de Heer. Dat wij ons steeds weer laten vangen, of beter gezegd, laten uitnodigen om zijn Woord in ons hart te bewaren en ook andere mensen aanspreken om dat te doen. Ook wij zijn vissers van mensen. Het is niet gek om te zeggen: Ga je mee, deze zondag. Ga je mee en bid met ons en houd je geloof warm, want het is een rijkdom voor heel je leven.

Mogen wij in deze Eucharistie, bemoedigd door de Heer, verder gaan op zijn weg. En moge Hij de wonderen verrichten die nodig zijn in ons leven, in onze Kerk, in onze wereld. Amen.

Vierde Zondag door het Jaar

Zondag 30 januari 2022

Celebrant: Plebaan M. Hagen

De lofzang op de liefde in de tweede lezing van de apostel Paulus is beroemd. In het evangelie spreekt Jezus woorden van genade en waarheid, maar die worden niet door iedereen goed ontvangen. In deze Eucharistie mogen we Christus ontmoeten met de volle rijkdom van zijn Woord en Sacrament.

In de livestream is het geluid op sommige momenten zeer slecht. Het is in onderzoek. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jeremia 1,4-5.17-19
  • Tussenzang: Psalm 71 (70), 1-2, 3-4a, 5-6ab, 15ab en 77
  • Tweede lezing: 1 Korinte 12,31 - 13,13 of 13, 4-13
  • Alleluja: Johannes 1, 14 en 12b
  • Evangelie: Lucas 4, 21-30

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan Hagen

Als ik de liefde niet heb ben ik een galmend bekken. Als ik de liefde niet heb ben ik niets. Als ik de liefde niet heb baat het mij niets. Nu blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.

Deze woorden had Paulus nooit kunnen opschrijven als hij Jezus niet had leren kennen. Paulus gebruikt hier het woord agapè. Als ik de agapè niet heb ben ik een galmend bekken. Als ik de agapè niet heb ben ik niets. Als ik de agapè niet heb baat het mij niets. Nu blijven geloof, hoop en agapè de grote drie; maar de agapè is de grootste.

Wat is die liefde, die agapè? Het is de liefde die Christus ons heeft geleerd. Een andere keer zegt Paulus het zo: “Ik leef in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad (agapèsantos) en zichzelf heeft overgeleverd voor mij” (Galaten 2, 20b). Aan de Christenen van Efese schrijft hij: “Moogt gij in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en diepte is, en te kennen de liefde (de agapè) van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van God zelf is” (Efese 3, 18-19).

Paulus is totaal ondersteboven van de liefde van Christus. Dat Gods Zoon zichzelf heeft prijsgegeven tot in het lijden en tot in de dood, als een liefdesdaad tot verlossing van de wereld en tot verlossing van mij persoonlijk, dat heeft Paulus ervaren en de rest van zijn leven getuigt hij daarvan.

In de tweede lezing probeert Paulus de diepte van die liefde te peilen en te omschrijven. “De agapè is lankmoedig en goedertieren; de agapè is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij Iaat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De agapè vergaat nimmer.

In de eerste brief van Johannes lezen we: “God is liefde – God is agapè” (1 Johannes 4, 16). Het is jammer dat we in Nederland maar één woord hebben, “liefde”, omdat de agapè meer is dan de gewone liefde. Het is een liefde die zichzelf vergeet, zichzelf prijsgeeft voor de ander, die zelfs de vijand liefheeft.

Die liefde leren we kennen door Christus. Toch kunnen we hiermee nog een verkeerd beeld hebben van de liefde. Dat zien we in het Evangelie. Daarbij kunnen we denken aan wat Paulus zojuist schreef: “De liefde vindt haar vreugde in de waarheid”.

Als Jezus in de synagoge van Nazaret de waarheid spreekt, wordt Hij ontvangen met hoongelach en boosheid, zo erg dat ze Hem de stad uitwerken en van de heuvel af willen duwen. Waar zit het probleem. Het zit in de houding van zijn dorpsgenoten.

Wanneer de waarheid in liefde wordt gesproken en in liefde wordt ontvangen, dan is de waarheid heilzaam, genezend, bevrijdend. Maar wanneer de waarheid niet in liefde wordt ontvangen, maar botst met de eigenliefde, dan is het antwoord haat.

Jezus heeft kritiek op zijn tijd, op zijn dorpsgenoten, op zijn tijdgenoten. Hij vergelijkt zijn tijd met de tijd van Elia en Elisa. Maar niet alleen zijn tijd, Hij houdt daarmee zijn toehoorders een spiegel voor, zoals profeten dat doen. En dat pikken ze niet. Zijn dorpsgenoten accepteren niet dat Hij hen vergelijkt met de tijd van Elia en Elisa die bol stond van ongeloof en afdwaling. Ze worden woest.

Maar waarom? Het is de kracht van zijn Woord. Zijn Woord dringt binnen, het brengt aan het licht wat er aan goeds en wat er aan kwaads in een mensenhart schuilt. Aanvaard je het Woord, dan zal het je tot bekering en genezing brengen. Wijs je het af in boosheid en gekwetste trots, kan je niet accepteren dat Jezus ons rekent onder de zondaars, dat we niet volmaakt zijn en ons moeten inspannen het beter te doen met zijn hulp, weigeren we dat, dan zal de boosheid ons hart in de greep krijgen en wijzen we Jezus af.

Wat Jezus hier meemaakt is niet anders dan wat de profeten al eerder meemaakten. Iedere gezant van God, iedere boodschapper loopt dit risico. Wordt het aanvaard of niet? Heel wat profeten werden mishandeld en gedood. Maar dat mag een profeet niet van zijn taak afhouden. Dat hoorden we in de eerste lezing: “Sta op en zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken; anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land”.

Dat zagen we ook aan het einde van het Evangelie: “Ze sprongen overeind, joegen Jezus de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok”.

Wanneer wij hier in de Eucharistie luisteren naar zijn Woord, dan hangt het van de gesteldheid van ons hart af of dat Woord ons redding en genezing brengt. Is er ware liefde, agapè, in ons hart, dan ontvangen we het met liefde en zal de liefde in ons groeien. Tot de volle maat van Christus. Amen.

Derde Zondag door het Jaar

Zondag 23 januari 2022

Celebrant: Pastoor R. Gouw

Vandaag citeert Jezus de profeet Jesaja: “De Geest des Heren heeft Mij gezalfd”. Ook wij zijn gezalfd met de Heilige Geest en als lidmaten van zijn Lichaam zijn we samengekomen om Gods Woord te horen en de Eucharistie te vieren. Straks worden we opnieuw de wereld in gezonden als Christenen, als gezalfden.

Lezingen

  • Eerste lezing: Nehemia 8,2-4a, 5-6. 8-10
  • Tussenzang: Psalm 19 (18) 8, 9, 10, 15
  • Tweede lezing: 1 Korinte 12, 12-30 of 12-14
  • Alleluja: Lucas 4, 18-19
  • Evangelie: Lucas 1, 1-4; 4, 14-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van plebaan Hagen. Pastoor R. Gouw heeft tijdens de viering zijn eigen preek voorgedragen.

Hoe dikwijls bent u gezalfd? Ik bedoel nu niet een zalfje van de dokter of een crème voor de huid. Daar is een enorme handel in. Ik denk nu aan het Evangelie waarin Jezus zegt: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft”. De Geest van God heeft Jezus gezalfd.

Die zalving zien we terug in de Sacramenten waar we dit jaar extra aandacht aan geven. Bij het Doopsel, bij het Vormsel en bij de wijdingen. Er is wel een verschil tussen de zalving van Jezus en die van ons. We lezen niet dat Jezus toen Hij in de woestijn verbleef of kort erna letterlijk door iemand gezalfd is. Later zal Hij gezalfd worden door Maria van Bethanië. Zij zalfde Jezus’ voeten. Jezus duidt dat als een zalving met het oog op zijn begrafenis.

Voor zover we weten is Jezus niet gezalfd voordat Hij naar de woestijn ging of kort daarna? Toch past Jezus vandaag deze tekst van Jesaja op zichzelf toe. “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft”. Wanneer en waar was dan die zalving door de Heilige Geest?

Deze tekst betrekt Jezus op zijn doop door Johannes de Doper. Bij zijn doop hoorden we dat de Geest als een duif op Hem neerdaalde en op Hem bleef rusten. Die nederdaling van de H. Geest op Jezus is de zalving die Hij bedoelt. Het gaat dus niet in de eerste plaats om de letterlijke zalving, maar om de Heilige Geest die op Jezus blijft rusten.

Bij ons is het net even anders, maar toch ook soortgelijk. Met name de zalving na het Doopsel met het Chrisma, de zalving bij het Heilig Vormsel en de zalvingen bij de heilige wijdingen verwijzen naar dat wat de echte zalving is, de zalving door de Heilige Geest.

Het woord ‘zalven’ in het Grieks is Chrioo. En van dat werkwoord komt het woord Gezalfde, Christus. Het is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord Messias, gezalfde. Wij worden Christenen genoemd, wij zijn dus gezalfden. We worden letterlijk gezalfd, bij ons doopsel, bij ons vormsel of bij de heilige wijdingen, maar we worden vooral innerlijk gezalfd omdat God zijn Heilige Geest aan ons geeft. Zo zegt Johannes de Doper over Jezus: “Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

Wat doet nu die zalving? Die zalving met de Heilige Geest heeft altijd met een zending te maken. Je wordt toegerust met kracht voor je zending. Bij zijn doop hoort Jezus de stem van de hemelse Vader: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in jou heb Ik mijn welbehagen”. In de doop wordt Jezus bevestigd als Gods Zoon. Zo worden wij in het heilig Doopsel aangenomen tot kinderen van God. De zalving na het Doopsel is dan het teken dat wij in het Doopsel gezalfd zijn met de Heilige Geest en een zending ontvangen als gezalfden.

Die zending zien we terug in het Evangelie, waar Jezus de profeet Jesaja citeert: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden …” En wat is die zending? “... om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”.

Dat is zijn zending, daarover zegt Hij dat dit woord in vervulling is gegaan. Die zending heeft Hij vervuld, die zending heeft Hij volbracht, zodat Hij stervend aan het kruis kon zeggen: “Het is volbracht”. Als Jezus later aan zijn leerlingen verschijnt en over hen blaast, zegt Hij: Ontvang de Heilige Geest. Zo worden ook zij gezalfden. En meteen geeft Hij hen een zending: “Wier zonden gij vergeeft hun zijn ze vergeven ...” (Johannes 20, 22-23). En natuurlijk bij zijn hemelvaart: “Ga uit over de hele wereld en verkondig het Evangelie aan heel de schepping” (Marcus 16, 15).

Zo mogen we in het Evangelie ook onze eigen zending zien. Wij zijn aangenomen als kinderen van God, Hij heeft ons zijn Heilige Geest geschonken, zo zijn wij gezalfden, Christenen, zo hebben ook wij een zending ontvangen. Gezonden zijn geldt dus niet alleen voor de gewijden, het geldt voor iedere gedoopte.

Paulus geeft daarin nog iets belangrijks aan: Wij horen door ons Doopsel bij elkaar. Door ons Doopsel horen wij bij het Lichaam van Christus, zijn Kerk. Hij zegt het zo: “Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest”. En daarna zegt hij: “Welnu, gij zijt het Lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit Lichaam”.

Als lid van het Lichaam van Christus delen wij allemaal in de zending van de Kerk, ieder op een eigen manier, en die zending ligt in het verlengde van de zending van Jezus. Want zijn lichaam gaat op aarde door met zijn zending: “De Geest des Heren … heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid …”

We vieren het jaar van de Sacramenten. Bij deze schriftlezingen mogen we ons bewust worden dat wij gezalfden zijn, kinderen van God, dat we lidmaten zijn van het Lichaam van Christus, zijn Kerk en dat we gezonden zijn om het Goede dat Hij begonnen is in deze tijd en deze wereld voort te zetten. Amen.

Tweede Zondag door het Jaar

Zondag 16 januari 2022

Celebrant: Plebaan M. Hagen

Ondanks de coronatijd met alle beperkingen, neemt de liturgie ons vandaag mee naar een feest. De bruiloft van Kana doet ons beseffen dat we door geloof en doopsel reeds deelnemen aan de bruiloft van het Lam. In deze Eucharistie mogen we reeds de feestvreugde van Gods Verbond met ons ervaren.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 62, 1-5
  • Tussenzang: Psalm 96 (95) 7-2a, 2b-3, 7-8a, 9-10a en c
  • Tweede lezing: 1 Korinthe 12, 4-11
  • Alleluja: Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Johannes 2, 1-12

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Dit weekend zijn er horecagelegenheden die open gaan als protestactie tegen de corona-maatregelen. Mensen hebben behoefte om uit te gaan, feest te vieren, om uit de sleur en de beperking van het corona-regiem te breken. Dat zouden we als kerken natuurlijk ook kunnen doen. Maar we doen het niet, want het zou ook een heel verkeerd signaal zijn, het past niet bij onze geloofsweg. Wel zou het Evangelie van vandaag ons een heel mooie aanleiding daartoe geven, een bruiloft. Dus keek ik of er voor bruiloften misschien wel verruimingen zijn, maar nee, helaas, ook daar gelden maximaal 50 personen.

Een bruiloft; ik denk dat niet veel mensen de Eucharistie spontaan met een bruiloft vergelijken. De Eucharistie als een feest. Meer nog, ons leven als gelovige, als een christen, als een volgeling van Jezus, leven als een kind van God, zo’n leven zien als een feest. Wie zou dat zo zien? Toch is dat de boodschap van het Evangelie van vandaag. Ons leven met God is als een bruiloftsfeest. En op dat feest zien we de moeder van Jezus, we zien Jezus en zijn leerlingen, we zien de broeders van Jezus en nog meer mensen.

Misschien, komen er, wanneer ik deze vergelijking doortrek, gedachten in u op die helemaal niet zo feestelijk zijn. Niet alleen door de coronabeperkingen, maar gewoon, door de tegenslagen die in elk leven voorkomen, pech, ziekte, verlies, geestelijke vermoeidheid omdat het allemaal zo lang duurt. Zou dat het symbool zijn van die wijn die opraakte op de bruiloft? We hoorden het net: Toen de wijn opraakte zei de moeder van Jezus tot Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” De wijn, die het feest zo vrolijk maakt, die de stemming erin brengt, de wijn, symbool van het feest, het is op. Sommigen betrekken dit op de liefde tussen man en vrouw. Die kan opdrogen. Of de sfeer in een gezin, daar kan alle blijdschap uit verdwijnen. De wijn raakt op of is misschien al op.

Is het niet mooi dat Maria op deze bruiloft initiatief neemt? Maria heeft oog voor onze noden. Misschien is een van de bedienaren naar haar toe gegaan om het probleem te melden, zoals wij naar haar toegaan als we een kaarsje aansteken en een weesgegroet bidden. Misschien was Maria er gewoon bij en zag za dat de laatste wijnzak werd aangebroken. Maria heeft oog en oor voor onze noden en ze weet naar wie ze toe moet gaan. Maria gaat niet naar de ceremoniemeester, ze gaat niet naar de bruidegom of naar de ouders van de bruidegom of naar nog iemand anders, nee ze gaat naar Jezus.

Maria heeft een bijzondere rol op dit feest en dat is wat wij in onze kerken ook ervaren, Maria brengt onze nood bij Jezus. Zij is niet zelf de oplossing, maar met haar komt de nood op het juiste adres en komt de oplossing sneller dichterbij. We mogen ons dus afvragen of we ons leven nog zien als een feest, niet zomaar een feest, maar als een bruiloftsfeest. Daarvoor kijken we nog even naar de eerste lezing: “Gij zult niet meer heten ‘de Verlatene’, uw land niet meer ‘Woestenij’, maar gij zult heten ‘Mijn Welbehagen’, uw land ‘Gehuwde’. Want in u heeft de Heer zijn behagen gesteld en uw land wordt Hem ten huwelijk gegeven.”

Weet u nog wat de Vader verleden week bij de doop sprak tot Jezus: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld.” In Jezus is Gods welbehagen in ons midden, in Hem is het Rijk Gods midden onder ons.

De eerste lezing eindigde met deze zin van Jesaja: “Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zal Hij die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u.” Dat is het feest van de bruiloft in ons leven. God verheugt zich in ons. Kunt u zich dat voorstellen? Doordat wij geloven, op God vertrouwen, doordat wij gedoopt zijn en gevormd zijn en natuurlijk doordat wij proberen Jezus na te volgen, verheugt God zich in ons. Er is vreugde in de hemel omwille van ons.

Nu moeten we daarmee niet op onszelf gaan roemen alsof het onze verdienste is dat God zich in ons verheugt. Jezus zegt ook: “Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben. (Lucas 15, 7). De vreugde in de hemel is een heel andere vreugde dan wat in de wereld meestal als vreugde wordt gezien. God verheugt zich in zijn Verbond met ons, God wil werkelijk volledig met ons verbonden zijn.

Met Jezus is de schepping, een nieuwe fase ingegaan. De nieuwe wijn op de bruiloft van Kana is daarvan het symbool. Maria doet wat haar moederhart en wat haar geloof haar ingeeft en zo wordt zij hier model van de Kerk als bruid. Maria doet hier op haar manier, wat God de Vader doet als Jezus op de berg van gedaante verandert, zodat zijn heerlijkheid als de bruidegom zichtbaar wordt. Dan zegt de Vader vanuit een wolk: Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem. Zo zegt Maria vandaag tegen de dienaren, de diakens: “Doet maar wat Hij u zeggen zal”. Dat is onze weg. Zo wordt ons leven een deelname aan de hemelse bruiloft, door te doen wat Jezus ons zegt. Met dat woord van de Vader in gedachte en de aansporing van Maria erbij, moet dat steeds beter lukken, gewoon doen wat Hij ons leert en wat Hij ons heeft voorgedaan. Misschien is de coronatijd wel bij uitstek de gelegenheid om ons daarin te oefenen, zonder protestacties, maar met de vindingrijkheid van de Heilige Geest. Hier in de Eucharistie vieren we die bruiloft, we ervaren dat God ons menselijk tekort verandert in een overvloed van geestelijke wijn. Amen.

Hoogfeest Doop van de Heer

Zondag 9 januari 2022

Celebrant: Pastoor B. Bosma

Op het feest van de Doop van de Heer mogen we denken aan ons eigen doopsel. Door Jezus mogen ook wij God ‘onze Vader’ noemen en zijn wij kinderen geworden van het Nieuwe Verbond.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 40, 1-5. 9-1
  • Tussenzang: Psalm 29 (28), 1a en 2. 3ac-4. 3b en 9b-10
  • Tweede lezing: Titus 2, 11-14; 3, 4-7
  • Alleluja: Marcus 9, 6
  • Evangelie: Lucas, 3, 15-16. 21-22

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft pastoor Bosma zijn eigen preek voorgedragen.

“Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Dit is wat Jezus hoort als Hij uit het water opstaat. En er kwam een stem uit de hemel die dit zei; de stem van de Vader.

We zijn getuige van een heel persoonlijk moment. Zo schetst de evangelist Marcus het. De hemelse Vader zegt tegen Jezus: “Jij bent mijn Zoon; in jou heb ik welbehagen”. Mocht iemand hebben gedacht dat Johannes de Doper de Messias zou zijn, mocht Jezus dat in alle bescheidenheid ook hebben overwogen, dan breekt hier de hemel open. Johannes had het al gezegd: “Na mij komt die sterker is dan ik, en ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.”

Waarom laat Jezus zich dopen en waarom klinkt nu, precies op dat moment de stem van de Vader? Eerst moeten we ons bewust zijn wat de doop van Johannes betekende. Bij de doop in de Jordaan ging je helemaal onder in het water. Johannes nodigde je uit om daarbij je zonden te belijden. Er is een hele rij mensen die een voor een in de rivier afdaalt om kopje onder te gaan, de zonden te belijden en als nieuw geboren uit het water op te rijzen. Jezus gaat in die rij staan. Hij voegt zich in de lange rij van mensen in onze geschiedenis en generaties. Hij gaat de weg van alle mensen, in eenvoud, bescheidenheid, nederigheid. Hij die geen zonde heeft gedaan, voegt zich in de rij van de zondaars.

Deze gang naar het doopsel van Johannes is een voorafbeelding van zijn kruisdood, als Jezus letterlijk de dood van de zondaars sterft. Op het kruis zal Hij uitroepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Marcus 15, 34). De tegenhanger vinden we hier als de Vader Hem zijn nabijheid toont en zijn bevestiging: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen.”

Jezus gaat de weg van Israël, van Gods Volk en daarmee gaat Hij de weg van alle mensen. Daarbij zijn momenten van intense godsverbondenheid en ook van godsverlatenheid. Die verbondenheid staat aan het begin van zijn openbaar leven. Die verbondenheid is nodig om later in de momenten van Godsverlatenheid stand te kunnen houden. Bij Jezus was het moment van de godsverlatenheid zijn moment in de Hof van Olijven en daarna stervend aan het kruis. Maar die godsverlatenheid kan in een mensenleven op verschillende momenten zijn. Er zijn heiligen die juist in hun sterven intens verbonden waren met God en tijdens hun leven diepe godsverlatenheid hebben ervaren.

Vandaag, bij zijn doopsel, ervaart Jezus een intense bevestiging van zijn hemelse Vader. Die bevestiging heeft Hij nodig als mens, want Hij maakt ook tegenslagen en beproevingen mee. Meteen na zijn doopsel door Johannes de Doper, zal Jezus de woestijn ingaan en de beproevingen van de Duivel ervaren. Hij kan dan teren op deze ervaring bij zijn Doopsel. Wetend dat de vader in Hem zijn welbehagen heeft.

Maar waar slaat die bevestiging van God de Vader op? Waarin weet Jezus zich nu bevestigd? Het is omdat Hij bereid is de weg te gaan zij aan zij met de zondaars. Dat Hij zich niet schaamt voor zondaar te worden aangezien. Dat Hij de zondaars niet ziet als afgeschreven, maar als mensen die een dokter nodig hebben, een heelmeester. Dat is een andere mentaliteit dat je bij de Farizeeën en veel schriftgeleerden tegenkomt. Een houding die je ook gemakkelijk in de Psalmen en in andere teksten bevestigd kan zien. Op het moment dat Jezus zich voegt in de stroom mensen die naderen tot Johannes in de Jordaan, heeft Hij zijn keuze voor de zondaars gemaakt. Daarmee heeft Hij meteen ook zijn kruisdood aanvaard, want dat is de weg die daarmee zal gaan. In het water ondergaan is symbolisch sterven. Uit het water opstaan is symbolisch verrijzen. Deze ervaring gaat vooraf aan wat drie jaar later zal gebeuren, als Jezus opstaat uit het graf. Dan zegt de Vader opnieuw: “Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in Jou heb Ik welbehagen” en staat Jezus op uit het graf.

Wij zijn hier samen als gedoopten, ook wij zijn door het water gegaan. Over ons is daarbij de Naam van de Drie–ene God afgeroepen. Daarmee heeft God ook tot ieder van ons gezegd: “Jij bent mijn kind, mijn veelgeliefd kind; in jou heb Ik welbehagen.” Ook voor ons is het doopsel een afleggen van het oude leven, de oude mens en een opstaan tot nieuw leven als een opnieuw geboren kind van God. Ons doopsel helpt ons in de momenten van Godsverlatenheid, om vol te houden. Weten dat je Gods kind bent, ook als je dat op sommige momenten niet kunt ervaren is een grote kracht, het is de kracht van het geloof, juist dan wanneer het gevoel, de beleving, de godservaring ontbreekt.

Het zou mooi zijn geweest wanneer we aan het begin van de viering rond hadden kunnen gaan met de besprenkeling met het doopwater. Daarbij zou dan het oude gezang Asperges Me, hebben kunnen klinken of een lied dat verwijst naar het doopsel. Dat kan nu niet vanwege de coronapandemie. Maar thuis kunt u wel een kruisteken maken met het doopwater, het wijwater. Als u dan een kruissteken maakt, herhaalt u de Naam van de Drie-ene God waarin u bent gedoopt, in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Weet dat God de vader u aanziet als zijn kind. Dat mag u helpen om alle mensen als kinderen van God te zien en de liefde te bewaren. Amen.

Hoogfeest van de Openbaring des Heren, Driekoningen

Zondag 2 januari 2022

Celebrant: mgr. Van den Hende

We vieren Driekoningen, de openbaring van de Heer. Christus is het licht voor alle volken. De drie wijzen uit het Oosten vertegenwoordigen samen alle volkeren van de hele wereld. Zij komen tot Christus om Hem hulde te brengen. Wat toen gebeurde in het verleden is tegelijk een visioen over de toekomst. In deze Eucharistieviering bidden wij dat ooit alle volken Christus zullen eren en erkennen als Zoon van God en Redder van de wereld.

Lezingen

  • Eerste lezing: Jesaja 60, 1-6
  • Tussenzang: Psalm 72 (71), 2, 7-8, 10-11, 12-13
  • Tweede lezing: Efeziërs 3, 2-3a. 5-6
  • Alleluja: Matteüs 2, 2
  • Evangelie: Matteüs 2, 1-12

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Dit is de preek van Plebaan M. Hagen. Tijdens de viering in de kathedraal heeft de bisschop zijn eigen preek voorgedragen.

Drie wijzen uit het Oosten hebben een bijzondere ster gezien. Maar wie gelooft vandaag de dag nog in sterren? Er zijn mensen die graag en dikwijls een horoscoop raadplegen, maar vanuit gelovig standpunt hechten we er geen waarde aan en sinds Copernicus en Gallilei speelt de horoscoop geen rol in de wetenschap. Is het dan niet vreemd dat zij een ster volgen, in de sterren zoeken naar een teken? Ze zeggen: “... wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” Dan lezen we: “En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond stil bleef staan”.

Een ster die verschijnt en weer verdwijnt, die zich beweegt en die dan stil blijft staan. Dat is geen gewone ster. Moderne wetenschappers hebben er allerlei theorieën op los gelaten, was het een komeet, een supernova, of was het een samenstel van verschillende sterren die even in elkaars verlengde stonden. Deze tekst in het Evangelie weerspiegelt een verhaal dat Matteüs heeft gehoord. Het is niet mogelijk om te achterhalen wat die ster nu echt was.

Het gevaar bestaat ook dat we teveel met die ster bezig zijn. Want wat betekent die ster? Een ster staat symbool voor licht in de nacht. Deze wijzen zijn niet zomaar astronomen of astrologen, het zijn mannen die zoeken naar betekenis, ze verwachten iets. Ze zien in de ster het symbool van een koning. Als de ster verdwijnt gaan ze naar het hof van koning Herodes. Maar dan ontdekken ze dat ze daar niet moeten zijn. Ze ontdekken wel iets anders.

Daar aan het hof van Herodes maken ze kennis met de Bijbel, met hogepriesters en schriftgeleerden. Ze maken er kennis met de profeten van Israël. Daarna gaan ze op weg naar Bethlehem, niet omdat de ster hen daarheen heeft gebracht, maar omdat de schriftgeleerden Bethlehem genoemd hebben als de plaats van waaruit een leidsman tevoorschijn zal treden, een die herder zal zijn over het volk Israël. Ze gaan naar Bethlehem omdat Herodes hen daarheen stuurt met de opdracht een grondig onderzoek in te stellen.

Wanneer ze weer op weg gaan, dan zien ze opnieuw de ster. Maar de ster verandert. Eerst zagen ze zijn ster in het oosten. Nu wordt het een ster die zich richting Bethlehem beweegt en die op een goed moment stil blijft staan. De ster bevestigt zo het woord uit de Bijbel. Dan zien ze het Kind en zijn moeder Maria. Ze brengen het hun hulde en bieden hun geschenken aan.

Veel theologen hebben zich afgevraagd hoe historisch deze beschrijving is. Het is duidelijk dat in die tijd er een verwachting onder de mensen leefde dat er een messias zou optreden. Een aantal jaren voor Jezus trad een zekere Teudas op (Handelingen 5, 36) en aan Johannes de Doper vroegen ze of hij de messias was (Johannes 1, 19-21). Daar was Herodes bang voor, bewegingen rondom messiassen, vooral uit het geslacht van David zijn, oude adel met aspiraties voor de troon, broeinesten van onlusten en verzet. Herodes mag van de Romeinen heersen in het land, als hij de rust weet te bewaren.

In Jeruzalem ontstaat tumult door het verhaal van deze drie wijzen. Je kunt je voorstellen hoe dat gaat, een verhaal over een ster in het Oosten, over de geboorte van een koning. Profetieën, oude dromen, angst voor onlusten. Dat is niet verzonnen door Matteüs, dat is wat er gebeurde.

Toch is dit allemaal nog maar de buitenkant, want die wijzen maken een verandering door. Ze volgden het licht van een ster, maar ontdekken een ander Licht. Jezus zal later zeggen: “Ik ben het Licht der wereld” (Johannes 8, 12). De wijzen zochten een aardse koning en een aards koningschap, maar ze ontdekken een ander Koningschap dat niet van Herodes en de Romeinen is. Jezus zal later zeggen: “Mijn koningschap is niet van deze wereld” (Johannes 18, 36). Door de Schriftgeleerden aan het hof van Herodes leren ze het Woord van de Schrift kennen; Gods Woord. Nu ontdekken ze dat het Woord Vlees geworden is (Johannes 1, 14). De wijzen uit het Oosten maken zo zelf een verandering door. Zij hebben een ander licht ontdekt en een ander koningschap. Door het Woord in de Schrift gaan zij open voor het Woord dat God zelf spreekt, Gods Woord is waarheid en net als Jozef gaan zij open voor het woord van de engel die hen in een droom verschijnt. Zij gaan niet terug naar Herodes maar volgen nu een andere weg, Christus is hun weg geworden.

De weg die de wijzen uit het Oosten hebben afgelegd begon als een aardse weg, het werd een geestelijke weg. Het begon als een wetenschappelijke expeditie, vanuit hun kennis van astrologie, een expeditie met politieke implicaties. Zo kwamen ze aan het hof van Herodes. Hun tocht veranderde. De expeditie werd een pelgrimage waarin zij ontdekten dat God Mens geworden was. Zij hadden gaven bij zich, goud, wierook en mirre,het werden symbolen voor Het nieuwe koningschap van Gods Zoon die zou lijden voor ons. Daarna vertrokken zij met een nog grotere schat, die andere rijkdom, want aardse wetenschap had plaats gemaakt voor geloof en het luisteren naar aardse stemmen had plaats gemaakt voor het innerlijk luisteren naar Gods Stem.

Het verhaal van de wijzen uit het Oosten is opgeschreven opdat onze aardse levensweg een pelgrimage wordt naar Gods Koninkrijk. Als wij onze aardse rijkdom kunnen loslaten en als gave aanbieden aan God, ontvangen we een God Zelf. Wanneer we door het aardse licht van de wetenschap komen tot Christus, ontdekken we nieuw licht dat heel ons leven verlicht en komen we van aards leven tot eeuwig leven. Amen.

Hoogfeest van Maria, Moeder van God

Zaterdag 1 januari 2022

Celebrant: plebaan M. Hagen

Zalig Nieuwjaar. We beginnen 2022 met een feestdag ter ere van Maria de Moeder van God. De liturgie biedt ons de zegen van Aäron aan en met de herders gaan we op bezoek in de stal. Zo zijn we samen op weg met de Heilige Familie en met de herders in Gods Kerk. Dat doen we in deze Eucharistieviering om dit nieuwe jaar goed te beginnen.

Van deze viering is helaas geen livestream beschikbaar. Excuses voor het ongemak.

Lezingen

  • Eerste lezing: Numeri 6, 22-27
  • Tussenzang: Psalm 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8
  • Tweede lezing: Galaten 4, 4-7
  • Alleluja: Hebreeën 1, 1-2
  • Evangelie: Lucas 2, 16-21

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

“Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot”. Dat zei Elisabeth toen Maria bij haar kwam. Gezegend zijn. De eerste lezing van vandaag toont ons de zegen van Aäron. Elke Mis eindigen we met de zegen. Door de week zegenen we na de aanbidding met het H. Sacrament, we zegenen rozenkransen en beeldjes, we zegenen huizen om in te wonen en auto’s om in te reizen, we vragen soms om een persoonlijke zegen bij een verjaardag of voor een examen, ouders zegenen hun kinderen met een kruisje voor het slapen gaan.

Op dit hoogfeest van Maria Moeder van God, vragen wij God om zijn zegen over dit nieuwe jaar. Misschien maakt u plannen en hebt u voornemens gemaakt. Wanneer we daar de zegen op betrekken worden we ons bewust dat alles aan Gods zegen gelegen is. Er is zoveel dat we niet in de hand hebben, dat we ons bewust worden dat we Gods zegen hard nodig hebben.

Vandaag bidden we bijzonder op voorspraak van Maria. Zij is de gezegende onder de vrouwen. In haar zijn wij gezegend. Gezegend is de vrucht van haar schoot, Jezus de Christus. Zo is ook de Kerk gezegend en al haar kinderen, dat zijn ook wij.

Dit jaar mag zo een jaar zijn waarin we in de leer gaan bij Maria. God zegent, de kunst is dat we ontvankelijk zijn voor die zegen, dat we meewerken met zijn zegen, dat we zien waarin Hij ons zegent, wat Hij zegent, zodat we niet verkeerde keuzes maken die Hij niet kan zegenen.

In de leer gaan bij Maria betekent ook haar navolgen, zoals we vandaag in het Evangelie lezen, dat zij al deze woorden in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog. Maria mediteerde, bad, dacht na, zij was een wijze vrouw, een wijze moeder. Wij mogen leren van haar wijsheid.

We ezen ook dat zij verwonderd stonden, zij, Maria en Jozef. Niets is vanzelfsprekend, op onze weg met God mogen we steeds verwonderd staan, ook al weet je van Gods grootheid en Voorzienigheid, toch steeds weer die verwondering om alles wat Hij doet in ons leven.

Maar vandaag mogen we ook leren van de herders. Zij haastten zich naar Bethlehem. Nu zeggen wij: Haastige spoed is zelden goed, maar soms moet je je wel haasten, wanneer God heeft gesproken. Dat doen de herders, als zij de Blijde Boodschap vernemen, haasten ze zich. Zo mogen wij leren te luisteren naar Gods ingevingen, Gods Woord in ons hart, om ons daarna te haasten te doen wat God ons ingeeft.

Maar ook van Sint Jozef mogen we leren. Hij is erbij en toch ook steeds op de achtergrond, we horen hem niet spreken, maar zonder zijn aanwezigheid zou alles niet zo gaan als het moet. Hij is ook gehoorzaam aan Gods Woord, zo noemen zij het Kind Jezus, zoals het door de engel was genoemd.

We beginnen het nieuwe jaar met dit hoogfeest van Maria, Moeder van God. Haar moederschap omvat de hele schepping omdat uit haar de Heer van de schepping mens is geworden. Zo mag zij ook moeder zijn voor onze parochie en onze gezinnen, we mogen bij haar te raden gaan met onze plannen. We mogen bij haar tot rust komen met onze zorgen. We mogen onze kinderen en kleinkinderen bij haar brengen en aan haar toevertrouwen, opdat ook kinderen en kleinkinderen gezegend zijn.

Als we dan met de zegen van Aäron bidden dat de Heer de glans van zijn gelaat naar ons mag keren, dan denken wij aan het Kind van Maria, aan Christus, onze Heer. Op de berg werd zijn gelaat glanzend. Wij vragen dat het licht van Christus gelaat onze dagen en onze wegen mag verlichten. En als we bidden dat de Heer zijn gelaat naar ons mag keren, dan zijn we ons bewust dat God in Christus ons zijn gelaat toont, maar dat we hem ook steeds mogen herkennen in de naaste, dat God ons in de naaste ook zijn gelaat naar ons keert.

Dit jaar wordt ook een voorbereidingsjaar voor de Synode van 2023. Daarover willen we ook Gods zegen vragen, dat we weer meer en meer leren samen te werken, samen als gemeenschap – Communio – samen als actieve gelovigen die deelnemen aan het keven van de Kerk – participatio – en samen erop uit trekkend om het Evangelie te verkondigen en goede werken te verrichten – Missio.

Over dat alles vragen wij Gods zegen, op voorspraak van de Moeder Gods Maria. Amen

Feest van de Heilige Familie

Zondag 26 december 2021

Celebrant: plebaan M. Hagen

Omdat Kerstmis op zaterdag viel, vervalt dit jaar tweede kerstdag en vieren we deze zondag meteen het feest van het Heilig Huisgezin. Dit feest valt bovendien samen met het ‘Jaar van het Gezin’ dat nog doorloopt tot half volgend jaar. Vandaag mogen we daarom nadenken over dit gezin van Nazareth, dat tegelijk zo bijzonder en toch ook heel gewoon was. Zoals ook deze Eucharistie heel gewoon maar toch ook altijd heel bijzonder is.

Lezingen

  • Eerste lezing: 1 Samuël 1, 20-22. 24-28
  • Tussenzang: Psalm 84 (83), 2-3, 5-6, 9-10
  • Tweede lezing: 1 Johannes 3, 1-2. 21-24
  • Alleluja: Cf. Handelingen 16, 14b
  • Evangelie: Lucas 2, 41-52

Klik hier voor de teksten van deze lezingen.

Homilie

Plebaan M. Hagen

Precies een jaar geleden, op het feest van de H. Familie in 2020 kondigde Paus Franciscus een jaar van het gezin aan. Dat begon afgelopen jaar op 19 maart, op het feest van Sint Jozef. Het was tegelijk ook een Jozefjaar. Het Jozefjaar is deze maand vrij geruisloos geëindigd op 8 december. Het jaar van het gezin loopt nog door tot de viering van de tiende Wereldgezinsdag, op 26 juni 2022 in Rome. Mochten er hier gezinnen zijn die nog niet weten wat ze deze zomer eind juni willen doen, dan kunnen ze overwegen om mee te doen met de wereldgezinsdagen in Rome.

Paus Franciscus kondigde dit jaar van het gezin aan vijf jaar na het verschijnen van de exhortatie Amoris Laetitia en dat is niet toevallig. Paus Franciscus herinnerde eraan dat het verschijnen van de Exhortatie Amoris Laetitia in 2016 werd overschaduwd door allerlei discussies in de media die van het eigenlijke onderwerp afleidden. Belangrijk hierin is hoofdstuk 9 van deze exhortatie over de spiritualiteit van Huwelijk en Gezin.

Dit is een opmerkelijk hoofdstuk. We zijn gewend te spreken over de spiritualiteit van de Franciscanen of de Jezuiten of de Benedictijnen of van de zusters van Moeder Teresa of van de Clarissen en nog veel meer. Maar altijd gaat het dan om een orde, een congregatie of een beweging in de Kerk. In deze Exhortatie spreekt de paus voor het eerst zo uitgebreid over de spiritualiteit van het Huwelijk en het Gezin. Daarbij gaat dan over gewone parochianen, gewone gezinnen die uitgenodigd worden de weg van het gezin tot een weg met God te maken.

In deze exhortatie spreekt Paus Franciscus heel realistisch, hij is zich zeer bewust van de weerbarstigheden van het gezinsleven. Zo schrijft de paus, dat geen enkel gezin “een volmaakte en voor eens en altijd pasklare werkelijkheid is, maar dat het een geleidelijke ontwikkeling van het eigen vermogen om lief te hebben vergt”. De paus wijst er ook op, dat het in onze gezinnen niet is als in de hemel. Hij zegt, dat we er mee moeten op houden om “van de onderlinge menselijke relaties een volmaaktheid, zuiverheid van intenties en een coherentie te verwachten die wij alleen in de hemel zullen kunnen vinden”.

De paus heeft dus oog voor de hobbels van het gezinsleven, daarbij wijst de paus op de weg van geloof, hoop en liefde en van geestelijke groei als gezin. Als gelovigen zijn we allemaal op weg, en dat zijn we ook als gezin. De Kerk is synodaal en het gezin is bij uitstek synodaal. Je bent samen op weg als echtpaar, als gezin, samen met God en elkaar, samen met de Heilige Geest die ons samenhoudt.

De spiritualiteit van het gezin is een spiritualiteit van het omgaan met onvolmaaktheden. Wie wat langer meedraait in deze wereld is zich ongetwijfeld bewust geworden van de eigen tekorten en die van anderen. Spiritualiteit moet daarom met beide voeten in deze werkelijkheid staan. Paus Franciscus gaat in op de houding tegenover de ander vanuit onze relatie met God. Hij spreekt over een belangrijk keerpunt in de liefde van het echtpaar: “wanneer ieder ontdekt dat de ander niet van hem is, maar een veel belangrijkere eigenaar heeft, zijn enige Heer”. Hij noemt dit “spiritueel realisme”, waarbij “de partner niet pretendeert dat de ander volledig voldoet aan zijn wensen”. Hij wijst erop dat het goed is om een bepaalde “desillusie te ervaren betreffende de ander, waardoor we ophouden om van de ander te verwachten wat alleen maar eigen is aan de liefde van God”. Het gaat hierbij dus om het besef dat de ander niet volmaakt is.

We leven nog steeds in coronatijd, dat hindert ons om gemakkelijk bijeenkomsten te organiseren. Maar we hebben niet willen wachten en zijn begonnen met gezinscatechese. Kleinschalig, het mag langzaam groeien. We gaan daarin ook zoeken naar mogelijkheden om hoofdstuk 9 van Amoris Laetitia uit te diepen. We willen als parochie met de gezinnen op weg gaan. Hoever we volgend jaar komen is nog niet duidelijk, maar to eind juni is er nog dit jaar van het gezin en dat stimuleert ons om samen aan de slag te gaan, zodat er iets kan groeien dat ook de komende jaren verder kan.

Vandaag op het feest van de Heilige Familie mogen we ons in ieder geval bewust zijn van het feit dat God zijn Zoon deed mens worden in een gezin. Daarmee bevestigt God het scheppingsverhaal, de natuurlijke setting van een vader en een moeder. En wat de maatschappij ook bedenkt, of welke alternatieve vormen er ook worden erkend in de wet. Voor de Kerk zal dit steeds het uitgangspunt zijn. Toch moeten we niet alleen daar onze aandacht op vestigen. Een gezonde natuurlijke setting bevordert de kansen van kinderen om op te groeien tot evenwichtige volwassenen. Maar dat Jezus zich kon ontplooien tot onze Verlosser heeft ook alles te maken met het gelovige klimaat in het gezin van Nazareth.

We weten dat aanleg en opvoeding beide voor 50% van invloed zijn op de ontwikkeling van een persoon. Ook voor Jezus was zijn opvoeding belangrijk. De gelovige sfeer bij Jozef en Maria thuis heeft Hem geholpen zijn bijzondere relatie met God de Vader te ontwikkelen, maar ook zijn houding tegenover armen, zieken en zondaars, zijn vergevende houding, zijn bereidheid mensen aan te raken die genezing nodig hadden. De spiritualiteit van het gezin van Nazareth mag ons helpen een gezonde spiritualiteit van het gezin te ontwikkelen. We bidden dat daar zegen op mag rusten. Amen