Viering en preek van de week

Jaar A

3e zondag van Pasen

Zondag 19 april 2026, 11u

Celebrant: plebaan M. Hagen

De verrezen Christus komt naar ons toe, Hij komt in ons midden, Hij luistert naar ons en stelt ons vragen. In deze Eucharistie mogen we horen wat Hij ons wil zeggen en mogen we Hem gaan herkennen bij het breken van het brood.

U kunt de livestream vinden op het Youtubekanaal van bisdom Rotterdam. Als u zich op Youtube op het kanaal van het bisdom abonneert krijgt u een melding zodra de livestream van de viering begint.

Lezingen

  • Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 2, 14 + 22-32
  • Tussenzang: Psalm 16, 1-2a. 5. 7-8. 9-10. 11
  • Tweede lezing: 1 Petrus 1, 17-21
  • Vers voor het evangelie: Lucas 24, 32
  • Evangelie: Lucas 24, 13-35

Collecte

Via onderstaande link kunt u deelnemen aan de collecte. U kunt via de link ook deelnemen aan Actie Kerkbalans. Hartelijk dank voor uw bijdrage.

Deelnemen aan de collecte

Homilie

Plebaan M. Hagen

Zoals vaker is ook dit een bijzonder Evangelie. Twee leerlingen willen de teleurstelling van Jezus’ kruisdood achter zich laten, ze verlaten de groep en ze verlaten Jeruzalem. Ze maken zich los van de kring rondom Jezus, ze hebben wel geruchten gehoord van wat de vrouwen hebben verteld, maar ze kunnen niet geloven dat Jezus is verrezen uit de doden. Dood is tenslotte dood. Ze hebben geen idee wat ze zich moeten voorstellen bij het begrip verrijzenis. Waar zou dat op moeten lijken, wat kan dat inhouden?

Van de week lazen we in de Handelingen van de Apostelen hoe Petrus en andere leerlingen werden gevangen genomen en voor de Hoge Raad, het Sanhedrin werden geleid. Bij dat verhoor nam een zekere Gamaliël het woord. Hij was een Farizeeër en een wetgeleerde, een die bij het hele volk in aanzien stond. Hij liet de apostelen een ogenblik naar buiten brengen en zei: “Mannen van Israël, bedenkt wel wat jullie met deze mannen gaan doen. Vóór onze tijd immers trad Teudas op, die beweerde dat hij iemand van betekenis was en bij wie zich een groep van ongeveer vierhonderd man aansloot. Hij werd gedood en allen die op hem vertrouwden, werden uiteengejaagd. Na hem, in de dagen van de volkstelling trad Judas de Galileeër op en sleepte veel volk mee, en allen die op hem vertrouwden, werden verstrooid. Wat ons geval betreft, zeg ik u: bemoeit u niet met deze mensen maar laat ze hun gang gaan. Gaat deze opzet of dit werk van mensen uit, dan zal het op niets uitlopen. Gaat het echter van God uit, dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan; anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt (Hand. 5, 34-39).”

Dus; Ooit trad dus Teudas op. Vierhonderd man sloten zich aan, maar toen hij werd gedood, hield het op. Later trad Judas de Galileeër op, populair bij het volk, hij begon een opstand, maar die werd hard neergeslagen door de Romeinen. Nu heb je Jezus, hij is populair, heeft twaalf apostelen, ruim 70 leerlingen, er waren bijeenkomsten van soms duizenden mensen. Hij is dood en twee van zijn leerlingen verlaten de groep. Herhaalt de geschiedenis zich?

Wat is verrijzenis? De vorige eeuw werd er soms populair en simpel gezegd dat Jezus niet lijfelijk verrezen was, maar dat de leerlingen zelf, door hun liefde voor Jezus en omdat ze vonden dat zijn Boodschap door moest gaan, zijn verrijzenis zelf hebben bedacht of gecreëerd of opgeroepen of hoe dan ook, maar het Evangelie van vandaag laat het tegendeel zien. Dat is de verrijzenis níet. Dat is geen verrijzenis. Je kunt je de teleurstelling, het debacle, de ontgoocheling nauwelijks voorstellen. Het was totale desillusie. Alles was over, alles was voorbij. Dat gevoel trof niet alleen deze twee leerlingen, bij de twaalf en de 70 leerlingen was het niet veel anders.

Het is daarom heel wonderlijk hoe Jezus hun de ogen opent. Hij doet dat heel geleidelijk, stapsgewijs. Zonder geloof kunnen ze Hem niet zien, zonder geloof kunnen ze Hem niet herkennen. Hij wekt hun geloof en loopt met hen mee, Hij luistert én Hij stelt vragen. Dan volgt de tweede fase. Hij begint te vertellen en uit te leggen, Hij roept in herinnering wat de profeten gezegd hebben. Zo doorbreekt Hij stap voor stap de teleurstelling en hun gevoel van hopeloosheid.

Maar voordat we verder gaan. Waar zat nu de kern van hun teleurstelling? Die zat daarin dat de leerlingen door Jezus een andere hoop hadden. Vóór Jezus leek het dat de farizeeën steeds God aan hun kant hadden, dat de machtige Romeinen ook God aan hun kant hadden. En dat de onmachtigen, de kleinen, de zondaars, de onreinen, de mislukten, de zieken en de gehandicapten, door God níet werden gezien. Jezus had God op een nieuwe manier verkondigd, Hij had vergeving verkondigd en bevrijding van zonden, Hij had de hemel verkondigd als het huis van de Vader waar iedereen die zich bekeert en in Jezus gelooft en die bereid is Hem te volgen, welkom is. Dit was Goed Nieuws, die hoop was zo niet eerder gevoeld. Daarom was de teleurstelling extra groot. Nu hadden de farizeeën, de sadduceeën, de hogepriester, de oudsten, de wetgeleerden met steun van de Romeinen toch weer het gelijk aan hun kant gekregen. God stond dus toch aan hun kant.

Deze leerlingen kunnen het niet anders zien. Het einde van Jezus is precies hetzelfde als dat van al zijn voorgangers. Het is weer op niets uitgelopen.

Dan loopt Jezus met hen mee. Hij luistert, Hij neemt het woord over, Hij legt uit en met spreekt duidelijk over het lijden: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben. Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?”

Het lijden hoorde bij de weg, het was de noodzakelijke weg van de Messias. Zijn lijden was een weg tot overwinning en glorie. Het was geen mislukking, geen bewijs dat God Hem had afgewezen, dat lijden was niet een overwinning van de tegenstanders. Jezus moest de dood overwinnen en het eeuwig leven toegankelijk maken. Terwijl Jezus zo met hen spreekt begint hun hart te gloeien. Ze horen opnieuw de woorden van Jezus, maar ze herkennen Hem nog steeds niet. Hun geloof wordt wel gewekt, hun ogen moet nog open gaan.

Dan gaat Hij binnen om bij hen te blijven. De Eucharistie is het teken dat Jezus bij ons blijft, Hij treedt binnen om bij ons te blijven. Dan is er zijn teken van het laatste Avondmaal, zijn teken, zijn woorden. Bij het breken van het brood zien ze pas dat Hij Zelf in hun midden is. Dan verstaan ze ineens, begrijpen ze ineens wat verrijzenis is. Dan durven ze ongehinderd te geloven, en gaan ze alles zien met nieuwe ogen. Dan is het Pasen, echt Pasen. Amen, Alleluia.

Foto: Bisdom Rotterdam

Klik hier of bovenin op Eerdere vieringen voor opnames van eerdere vieringen en de bijbehorende preken. Indien u meer preken en columns van plebaan Hagen wilt lezen dan kunt u terecht op hagenpreken.nl.