Preek van de week

Zaterdag 1/zondag 2 mei 2021, jaar B

Vijfde zondag van Pasen

Wat is een vruchtbaar leven in Gods ogen? Dat mogen we zien in de drie lezingen van dit weekeinde. Paulus en Johannes tonen ons hoe ons leven vruchtbaar is in navolging van Jezus. De vrucht van zijn lijden, zijn sterven en verrijzen mogen wij ontvangen in deze Eucharistieviering.

Viering zondag 2 mei 2021

Lezingen

Eerste lezing: Handelingen der Apostelen 9, 26-31

Psalm: 22 (21), 26b-27, 28 en 30, 31-32

Tweede lezing: 1 Johannes 3, 18-24

Alleluja acclamatie: Johannes 15, 4 en 5b

Evangelie: Johannes 15, 1-8

Homilie

Driemaal vruchtdragen. In de Eerste lezing, de Tweede lezing en het Evangelie. Vrucht dragen in Gods ogen. Wat is dat?

In onze tijd zijn we in staat allerlei planten zo te veredelen of te manipuleren dat ze steeds meer vrucht dragen. Want de plant is mooi, maar de vrucht is beter. Daar gaat het om. Het liefst appels en sinaasappels die ook nog resistent zijn tegen allerlei beestjes, zodat ze mooi gaaf blijven en niet gaan schimmelen of rotten. Dat soort vruchten brengen geld op.

Of dat nu gaat om aardappelen, uien, tomaten, granen, maïs, soja, rijst, bananen, kiwi’s en noem maar op. Overal zijn ze bezig ze zo te beïnvloeden dat ze meer opbrengst geven, waarbij je minder last hebt van insecten, droogte, regen. De wereldbevolking moet gevoed worden. De planten zijn een productiemiddel geworden. Maar de vruchten ook, want zij leveren de winst.

Als Jezus spreekt over de vruchten van ons leven, wat bedoelt Hij dan? Moeten wij meer opbrengen en betere producten? Moeten we harder werken, meer doen en perfectionistisch zijn? Daar lijkt het soms op. Als Hij spreekt in de parabel over de vijgenboom in de wijngaard, die geen vruchten draagt, zegt de eigenaar: “Hak hem om”. Als Jezus onderweg een vijgenboom ziet met alleen bladeren, zegt Hij: “Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten!” en de boom verdort. Bij zo’n gebeurtenis lijkt het om de vruchten te gaan.

Bij de vergelijking van de onrechtvaardige pachters die het deel van de oogst niet willen afdragen lijkt het ook om de oogst te gaan. Maar toch ligt het net iets ingewikkelder.

Vandaag spreekt Jezus over de wijnstok en de ranken, ofwel de druivenboom en de druiventakken. Ook dan gaat het om de goede vruchten, goede druiven: “Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij af; en elke die wel vrucht draagt zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen”. Toch zie je hier meteen dat die vruchten wel belangrijk zijn, heel belangrijk zelfs, maar de zorg en de aandacht van de wijnbouwer gaat uit naar de druivenboom. Die verzorgt hij, die snoeit hij, die zuivert hij.

Als Jezus een andere keer zegt: “Er bestaat geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt en evenmin een zieke boom die goede vruchten voortbrengt”. En over het zaad op de akker: “Maar die in goede aarde werd gezaaid, is hij die het woord hoort en begrijpt en daarom vrucht draagt: bij de één is de opbrengst honderdvoudig, bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.”

Is God nu een product-veredelaar, die ons mensen manipuleert zodat we meer vrucht gaan dragen? Is dat meteen een legitimatie voor al die bedrijven die zich daarop toeleggen? Er is echter iets wonderlijks met de vruchten en met de planten. Heel het evangelie is een voortdurende beeldspraak. Het gaat echter om ons, wij zijn die graankorrel in de aarde, wij zijn die druivenboom, wij zijn die vijgenboom, maar we zijn ook de schapen van zijn kudde. Daarover hoorden we verleden week toen Jezus Zich de Goede Herder noemde.

Maar als de beeldspraak wegvalt, dan noemt Jezus zijn leerlingen zijn vrienden, dan noemt Hij ons kinderen van de Vader. Uiteindelijk gaat het daarom. De vergelijking van de vruchten is alleen bedoeld om ons wakker te schudden. Leid je een leven dat vruchten draagt? En dan bedoelt Jezus vruchten die ten goede komen aan anderen. Of leid je een leven waarbij je de vruchten voor jezelf houdt, een egoïstisch leven.

Daarover vertelt Jezus de parabel van de rijke man met de enorme oogst die snel wat extra silo’s liet bouwen maar een dag later plotseling overleed. Wat deze man op aarde had verworven, was hij nu kwijt en bij God was hij niet rijk, want hij had alleen voor zichzelf geleefd.

De bedoeling van al die parabels is dat Jezus ons uitnodigt goede mensen te zijn, kinderen van de Vader, rechtvaardig, eerlijk, zuiver van hart, barmhartig, geduldig, liefdevol, eenvoudig, trouw aan God en de naaste.

In Matteüs 25 zegt Hij: Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht (Matteüs 25, 35-36). Werken van barmhartigheid zijn werken die uit een goed hart komen. Richten we ons op die werken, dan vormen we ons hart. Gaat ons hart uit naar die werken, dan is de liefde in ons hart gegroeid.

Dat is wat we ook horen in de tweede lezing: “Vrienden. Wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen maar met concrete daden. Dat is onze maatstaf; daardoor krijgen wij de zekerheid dat wij thuishoren bij de waarachtige God”. En als Paulus het vertrouwen moet winnen van de Christenen die hij eerst had vervolgd dan hoeft hij niet bijzonders te doen. Hij komt eenvoudigweg op voor Christus, Hij stelt zijn leven in de waagschaal om van Christus te getuigen. Als de christenen dat zien, weten ze dat hij waarachtig is. Paulus getuigt zo niet alleen met woorden maar met daden. Je kunt soms met elkaar oneens zijn, zelfs ruzie krijgen. Maar als je ziet dat een ander het goede probeert te doen, weet je dat het goed zit. Aan de vruchten herkent men de boom. Amen.

Foto: Bisdom Rotterdam

Klik hier voor de preek van vorige week