Allerheiligen 1 november 2019

 
 
APOKALYPS 7,2-4.9-14
UIT DE OPENBARING VAN DE HEILIGE APOSTEL JOHANNES
 
Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de opgang der zon
met het zegel van de levende God.
En hij riep met luide stem tot de vier engelen
aan wie macht gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee:
“Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen
voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.”
En ik vernam het aantal getekenden: honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van Israël.
Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.
En zij riepen allen luid: “Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!”
En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren,
en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en zij aanbaden God, zeggend:
“Amen!

Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank,
eer en macht en sterkte
aan onze God in de eeuwen der eeuwen,
Amen!”
Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei:
“Wie zijn dat in die witte gewaden
en waar komen zij vandaan?”
Ik antwoordde hem:
“Heer, dat weet gij.”
Toen zei hij:
“Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking,
die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.”

1 JOHANNES 3,1-3
UIT DE EERSTE BRIEF VAN DE HEILIGE APOSTEL JOHANNES

Vrienden,

Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd
en we zijn het ook.
De wereld begrijpt ons niet
en ze kent ons niet
omdat zij Hem niet heeft erkend.
Vrienden,
nu reeds zijn wij kinderen van God
en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard;
maar wij weten
dat wanneer het geopenbaard wordt,
wij aan Hem gelijk zullen zijn
omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is.
Wie zulk een heil van God verwacht,
maakt zich rein
zoals Christus rein is.

 bijbelboek

MATTEÜS 5,1-12A
UIT HET HEILIG EVANGELIE VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS VOLGENS MATTEÜS
Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, 
en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. 
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: 

“Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
Verheugt u en juicht,
want groot is uw loon in de hemel."