Over onze kerkschilder JAN DUNSELMAN

Een geestdriftige en diep-gelovige kunstenaar Jan_Dunselman
Alle schilderingen in onze kathedraal zijn tussen 1910 en 1930 door de kunstenaar Jan Dunselman vervaardigd. (Uitgezonderd zijn alle wandteksten en ook velerlei bloemversieringen, die geschilderd zijn door Jan Meily, wiens familieleden en nazaten in mei 2008 zijn werk nog eens gezamenlijk kwamen bezichtigen.)
Jan Dunselman werd in 1863 geboren en stierf in 1931.
Het was voortdurend zijn bedoeling, zijn medegelovigen door middel van zijn kunst op te wekken tot authentieke devotie. Hij was de eerste winnaar van de nog steeds bestaande staatsprijs de Prix de Rome. Van dat geld mocht hij in zijn jonge jaren in Italië en Spanje studeren. En in dat Italië groeide bij hem een kolossale bewondering voor de beroemde schilders Giotto en Fra Angelico.
Hij was ongeveer vijfendertig jaar toen hij een gruwelijke hekel kreeg aan de mode die destijds veel katholieke kunstenaars in haar greep hield.
Die mode was:
het klakkeloos navolgen van de middeleeuwse gotische stijl;
zowel in de architectuur als in de schilderkunst.
Het ideaal van onze Jan werd: “schilderen zoals Giotto het deed”!
U hebt vast en zeker wel eens iets van Giotto (indirect) gezien.
Bijvoorbeeld in Assisi heeft hij het hele leven van Franciscus als fresco’s op kerkwanden geschilderd. Hij was de allereerste schilder die zich losmaakte van de middeleeuwse mode: streng, strak en schematisch de bijbelse onderwerpen weergeven.
Welnu, net als Giotto na de middeleeuwen, zo ook veranderde Dunselman na de negentiende eeuw de stijl-van-schilderen.
Het werden bij hem als het ware toneeltaferelen, met diepte in de achtergrond, met aansprekende kleuren, met veel menselijke warmte in de levensechte figuren, als het ware momentopnamen van het werkelijke leven.
Jan Dunselman had het liefst óók fresco’s gemaakt, dus schilderingen op natte verse kalklagen op de muur. Maar hij vond dat veel te riskant, omdat alles dan metéén goed moet zijn en je eigenlijk niets meer kan veranderen. Hij kwam toen op een lumineus idee. Hij ging gewoon in zijn eigen atelier de taferelen staan schilderen op een spiksplinternieuw materiaal: linoleum; maar dan wel op de achterkant ervan. Daarna plakte hij de taferelen eenvoudig tegen de muren van onze kerk. En wonderlijk genoeg bereikte hij zo tóch het effect van fresco’s. Onze schilder deed enorm zijn best alle details van kleding en alle attributen en gebruiksvoorwerpen te laten kloppen.
In dát opzicht is hij wel eens vergeleken met Isings, de man van de bekende leerzame schoolplaten waarop ook álles klopte. Dunselmans artistieke werk is bijzonder vakkundig als het om mensfiguren gaat. U moet er eens op letten hoe fenomenaal goed geschilderd zijn handen en zijn koppen zijn.
Overigens zagen zijn buren en familieleden tot hun schrik wel eens zichzélf tussen het Jeruzalemse volk staan, schreeuwend naar Pilatus of wenend tussen de treurende vrouwen.
De schilder Jan Dunselman was in ons nieuwe kerkgebouw zeer onder de indruk van de magnifieke apsis, de halfronde muur achter de bisschopstroon. De opdracht luidde: beeld daar het Laatste Avondmaal uit. Hij had daar natuurlijk een levendig tafereel kunnen schilderen. Denk bijv. aan de wijze waarop Leonardo da Vinci dat heeft gedaan. Maar nee, hij vond dat hij op een andere manier moest schilderen dan bij de veertien kruiswegstaties.
Want deze plek deed hem denken aan de apsis van byzantijnse kerken. En daar ziet men vaak een mozaïekwand met zeer hiëratische figuren. Dat is de reden waarom hij in onze kerk Christus en de apostelen monumentaal en statisch heeft neergezet, zeer sober van expressie en met een onrealistische gouden achtergrond als op byzantijnse mozaïeken en iconen.
Van een afstand gezien wekt dit Laatste Avondmaal nu enigszins de indruk een groot mozaïek te zijn.
Tenslotte. Bij rondleidingen hoor ik soms de opmerking:
Er staan maar elf apostelen afgebeeld. Mijn steevaste antwoord was dan: Judas heeft het gezelschap zojuist verlaten. Maar protestantse deelnemers wezen mij erop, dat tijdens de Broodbreking Judas nog aanwezig was. De conclusie is duidelijk: de katholieke Dunselman heeft dat niet in de gaten gehad. Hij heeft een fout gemaakt. Het zij hem vergeven.
Tom Remken.