Bedevaart naar Haastrecht

Haastrecht_Maria_ter_WegheMaria ter Weghe, O.L. Vrouw van Haastrecht
Grote Haven 10
2851 BM Haastrecht
T: 0182 - 50 13 39
Speciale datum 18 oktober

Gebed tot Onze Lieve Vrouwe van Haastrecht

Heilige Maria, Moeder van God,
U die ook onze Moeder bent,
God heeft U uitverkoren
om door U en met U Zijn werk te volbrengen;
wij eren U, Moeder van het volk van God,
toevlucht en hulp van alle christenen:
alle geslachten zullen U zalig prijzen,
want de Heer heeft grote dingen aan U gedaan.
Al honderden jaren wordt in Haastrecht
met grote vertrouwen Uw voorspraak ingeroepen;
U was en bent er de steun en toeverlaat van velen.
Ook wij doen een beroep op Uw goedheid en liefde:
wil onze gebeden verhoren en sta ons bij;
verkrijg voor ons Gods goede gaven,
vooral standvastigheid en trouw
in geloof, hoop en liefde.
Help ons om steeds met U te zeggen:
"Mij geschiede naar Uw woord",
dan zullen wij nooit van Uw Zoon gescheiden worden
en eens met uw hulp het eeuwig leven bezitten.

Oorsprong
In de buurt van Dinant ligt het gehuchtje Foy, dat nog geen 140 inwoners telt. Centraal in het plaatsje staat de zeventiende eeuwse kerk van Onze Lieve Vrouw van Foy. Op deze plaats begint de geschiedenis van Maria ter Weghe ("Beata Maria Viatrix"), oftewel: "Onze Lieve Vrouw van Haastrecht", vanouds ook onder de titel "Hulp der christenen" vereerd.
In het jaar 1609 wordt in Foy een grote eik, eigendom van een schipper uit Dinant, verkocht aan de heer van het kasteel van Celles. De heer van Celles laat de boom omhakken om er planken van te laten maken. De boom blijkt grotendeels vermolmd te zijn waarop de heer opdracht geeft er blokken brandhout van te maken.

In de eik vinden de houthakker en zijn maat een klein beeldje van Maria, verborgen achter een tralie van drie staven. Het beeldje is ongeveer 22,5 centimeter hoog. Vermoedelijk is het daar ooit eens langs de weg geplaatst en, doordat de boom verder groeide, geleidelijk aan het oog onttrokken. Door de bijlslagen van de houthakker zijn het hoofd van Maria er afgeslagen en ook de arm van het kind Jezus. Een meisje uit het dorp lijmt de stukken aan elkaar. Nadat het beeldje enige tijd in het kasteel heeft gestaan, laat de heer van Celles het opnieuw in een eik langs de weg plaatsen. Uit de blokken hout van de omgekapte eikenboom worden kopieën nagemaakt,  vooral toen er wonderbaarlijke dingen gebeurden. Al spoedig vinden er genezingen plaats die worden toegeschreven aan de voorspraak van Onze Lieve Vrouw van Foy. Enkele opzienbarende gevallen doen de stroom van pelgrims groeien. In1624 wordt om die reden de kerk ingewijd, die er nu nog staat en daarin kreeg het beeldje een ereplaats.

Uit de eik waarin het beeldje in de jaren daarvoor had gestaan, worden opnieuw min of meer getrouwe kopieën gemaakt van het gevonden beeldje. De provinciaal van de paters Jezuïeten, Willem de Wael van Vronestein, geeft aan verschillende plaatsen zo'n kopie. De bekendste kopie is wel het beeldje van Maria van Haastrecht. In 1647 kwam de toen 67 jarige pater Jezuïet en oud-provinciaal, Florentius de Montmorency, uit België naar Haastrecht op visitatie. In Haastrecht waren destijds Jezuïeten pastoor. Als geschenk voor zijn medebroeder in Haastrecht bracht de Belgische pater uit naam van de provinciaal dit exemplaar van Maria van Foy mee.

In de Wijdtstraat te Gouda woont Geertrui Bick, 33 jaar oud. Door een ongeluk is zij al zeventien jaar verlamd aan haar rechterzijde, die zij sinds 14 februari van dat jaar helemaal niet meer kon bewegen. Geertrui is een vrome vrouw, een "klopje", zoals de vrouwen in die tijd worden genoemd die hun leven aan God en de Kerk hadden toegewijd. De bovenverdieping van haar huis "De vier heemskinderen" is als schuilkerk in gebruik (tegenwoordig: Wijdstraat 2). Artsen en medicijnen kunnen haar niet helpen en zij zoekt haar toevlucht in het gebed. Zij vraagt aan haar biechtvader, pater Nicolaas de Jonge, pastoor van Haast¬recht, om voor haar op 18 oktober een heilige Mis op te dragen en haar het pas gekregen beeldje van Maria te brengen. Die ochtend biecht zij en zij ontvangt de heilige communie. Daarna valt zij in een diepe slaap. Om tien uur wordt het beeldje gebracht en door de dienstbode tegen haar lamme zijde gelegd, terwijl zij sliep. Om elf uur wordt zij wakker en is genezen. Zonder hulp kleedt zij zich aan en gaat de 34 treden van de trap op naar de kerkruimte. De dag erna wordt door haar een verklaring afgelegd, die weer een dag later door zes getuigen wordt ondertekend.
In de jaren erna vinden er verschillende wonderlijke genezingen,gebedsverhoringen en bekeringen plaats, die zijn toegeschreven aan de voorspraak van Maria. Een weduwe uit Stein bij Haast¬recht, die al twintig jaar blind is, geneest plotseling in de kerk en dit vind eveneens op 18 oktober plaats. Mede hierdoor komen steeds meer katholieken en ook niet-katholieken op bedevaart. In 1650 geneest een protestants meisje dat met haar vader naar Maria van Haastrecht komt van haar epilepsie. Soms wordt het beeldje verplaatst: naar een kraamvrouw in Oudewater of een koestal waar een besmetting heerst. In later tijden wordt het beeldje steeds vaker naar de zieken gebracht in een klein, speciaal daarvoor vervaardigd koffertje. Vandaar de naam "Maria ter Weghe": Maria-die-op-weg-gaat.

In de beginjaren van de katholieke statie na de hervorming, wordt op verschillende plaatsen kerk gehouden. Het Mariabeeldje staat op de zolderverdieping van het woonhuis van de priester, waar een schuilkerk is. Enige tijd later wordt het ernaast gelegen pand als kapel ingericht en het beeldje daarheen overgebracht. Pastorie en kapel zijn in die tijd naast elkaar gelegen aan de Hoogstraat in Haastrecht (naast herberg "De Keyser").
Met hulp van een welgestelde Goudse apotheker wordt een stuk grond aan de Grote Haven gekocht, waarop in 1682 een schuurkerk is gebouwd, ongeveer op de plaats van de huidige Sint Barnabaskerk. De kapel aan de Hoogstraat blijft echter in gebruik tot 1877, toen het beeldje naar de huidige parochiekerk is overgebracht. In 1881 krijgt Maria ter Weghe haar plaats op het Maria-altaar, destijds links vóór in de kerk. Na de renovatie in 2006 van het binnenwerk van de kerk is het Maria-altaar naar de rechterzijde verplaatst.

Oplevende devotie
In de twintigste eeuw leeft de devotie voor Maria van Haastrecht weer op: er worden bedevaarten gehouden, wij-geschenken (ex-voto’s) gegeven en vele malen ging Maria "ter Weghe", vooral naar de zieken. Vele malen worden gebedsverhoringen en genezingen op voorspraak van Maria van Haastrecht gemeld.

Op 18 oktober 1955 wordt het beeldje van Maria gekroond door de Bisschop van Haarlem, als afgevaardigde van het kapittel van de Sint Pieter in Rome. Deze kroning houdt in dat de bekendheid en de verering van Maria in deze vorm door de Kerk wordt erkend en "bekroond". Het kapittel van Sint Pieter is de instantie die deze officiële erkenning na onderzoek en afweging kan verlenen. Het beeldje is gekroond onder de titel "Maria ter Weghe" ("MariaViatrix").

Op 2 mei 1962 wordt het beeldje, dat eens uit Foy gekomen was, gestolen. Enige tijd later is een nieuw beeldje uit Foy gekomen, een getrouwe kopie van het eerste. De verering van Maria ter Weghe is echter gebleven en na een kleine "dip" weer opgeleefd. Vele honderden mensen hebben een replica van het beeldje aangeschaft. Gelovigen schenken een kostbaar kazuifel met de beeltenis van Maria ter Weghe, een processievaandel en zilveren kroontjes. Bij de veertigste verjaardag van de kroning heeft het kerkbestuur een gouden kelk en hostieschaal laten vervaardigen. Vele tientallen mensen brengen de dag voor het feest van Maria van Haastrecht bloemen voor de versiering van het altaar. Na afloop van de plechtige Eucharistieviering wordt met een replica van het Mariabeeldje een lichtprocessie gehouden door de kinderen. Bij het 350 jarig bestaan van de verering in 1997 wordt de Haastrechtse bedevaart door de aartspriester van de Sint Pieter, kardinaal V. Noë, ontvangen en wordt het beeldje door paus Johannes Paulus II gezegend. Bij die gelegenheid is een eigen Misformulier voor Maria ter Weghe opgesteld, en goedgekeurd.

18 oktober
Nog steeds bestaat het gebruik dat Maria "ter Weghe" gaat. Het jaarlijkse feest van Maria van Haastrecht wordt gevierd op 18 oktober. Met de goedkeuring van het Misformulier is het feest van Maria ter Weghe als vrije gedachtenis ingevoerd voor het Bisdom Rotterdam. Vanwege de viering van Sint Lucas wordt deze gedachtenis op 20 oktober gevierd, maar voor Haastrecht is de datum van 18 oktober behouden gebleven.

Jan Hendriks pr.

Jezuïeten

Afdrukken E-mail